2025.0330 – Als Kerk Maken We Samen Onze Roeping In Christus Waar
Samen Kerk Zijn #11
2 Petrus 1:3-11
[CC Haarlemmermeer, 30 maart 2025]
Alle Schriftreferenties zijn genomen van de Herziene Statenvertaling (HSV), tenzij anders aangegeven
INTRODUCTIE
Sla alsjeblieft je Bijbel open naar 2 Petrus hoofdstuk één. Vandaag sluiten we onze serie over samen kerk zijn. Hopelijk is week na week een puzzelstukje op de juiste plek gelegd van wat het betekent om samen kerk te zijn. Hopelijk is week na week je beeld over samen kerk zijn iets scherper geworden. Mijn hoop vandaag is dat als we het laatste puzzelstukje op z’n plek leggen het beeld voor iedereen compleet in focus, want dit laatste puzzelstukje is werkelijk het kloppend hart van samen kerk zijn, want het is het kloppend hart van wie God is en wat Hij van ons vraagt als Zijn volgelingen. Als we de tekst zo lezen en zien wat dat laatste puzzelstukje is, dan is de kans groot dat je denkt dat het compleet vanzelfsprekend is dat dit het hart van samen kerk zijn is dat alles in focus brengt. Het is ook vanzelfsprekend, maar ik wil een ieder aan het begin oproepen om deze vanzelfsprekendheid niet te makkelijk te nemen, want grote kans dat als we eerlijk naar onszelf zijn, hier misschien wel de grootste uitdaging ligt en waar samen kerk zijn het meest schuurt.
Dus, lees met mij 1 Petrus hoofdstuk één, van vers drie tot en met vers elf.
“3Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd. 4Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken, opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent. 5En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, 6aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, 7aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen. 8Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en toenemen, zullen ze u niet doelloos en onvruchtbaar laten wat de kennis van onze Heere Jezus Christus betreft. 9Immers, bij wie deze dingen niet aanwezig zijn, die is blind en kortzichtig, omdat hij de reiniging van zijn vroegere zonden vergeten is. 10Daarom, broeders, beijver u des te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want als u dat doet, zult u nooit struikelen. 11Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.” (2 Pet. 1:3-11)
Laten we bidden.
[Openingsgebed]
HIJ HEEFT ONS ALLES GESCHONKEN (3-4)
“3Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd. 4Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken, opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent.”
In een notendop zegt Petrus in onze tekst van vandaag dat God ons in Christus alles gegeven heeft om het christelijk leven te leven, en dat we ons daarom moeten toeleggen om dat leven in Hem ten volle te benutten en zo vruchtbaar te zijn. Het is een leven dat geleefd wordt in het licht van onze eeuwige toekomst met Hem. Het is een leven dat in alle facetten laat zien dat we kinderen van God zijn. Het is een leven dat een zichtbare reflectie is van wie Jezus is in de volheid van Zijn karakter, “want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij.”[1] Petrus begint hier in vers drie en vier te zeggen dat we zo een leven kunnen leiden omdat Zijn goddelijke kracht ons daarvoor alles geschonken heeft. Dit is dezelfde goddelijke kracht waarmee Hij het universum in stand houdt[2], waarmee Hij Christus uit de doden heeft opgewekt[3], en waarmee Hij ons opnieuw geboren heeft doen worden[4]. Het is de goddelijke kracht die via Christus, en alleen via Christus, tot ons komt en ons in staat stelt een leven zoals Christus te leven.
Met andere woorden, de kracht op dit christelijk leven te leven komt niet van ons, maar van Hem. We hebben die kracht niet vanuit onszelf, maar Christus maakt Zijn goddelijke kracht beschikbaar voor ons zodat wij kunnen doen wat we van onszelf niet kunnen doen, en dat is godsvruchtig leven. En dit woord ‘godsvrucht’ betekent letterlijk ‘goede aanbidding’. Bijbelcommentator Douglas Moo[5] zegt over dit woord het volgende, “De Bijbelse auteurs gebruiken [dit woord] om het gedrag samen te vatten dat verwacht wordt van christenen die de God van de Schrift hebben leren kennen. Zo herinnert Petrus ons eraan dat God ons alles ter beschikking heeft gesteld wat we nodig hebben om een leven te leiden dat Hem behaagt.”
Hoe verkrijgen we Zijn goddelijke kracht? Door kennis te nemen van Jezus “Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd”. Dit is niet zomaar of slechts feitelijke kennis; hoofdkennis. Dit is ervaringsgerichte kennis van geestelijke of morele aard, zoals het beseffen van je eigen zondigheid. Het is meer zoals Paulus in 2 Korinthe 4:6 zegt, “Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus.” Het is naar Jezus kijken en in Zijn heerlijkheid de heerlijkheid van God zien. Het is naar Jezus kijken en Zijn deugd, Zijn zondeloze leven, zien. Het is naar Jezus kijken en Hem zien voor wie Hij werkelijk is en wat Hij voor ons aan het kruis gedaan heeft, en in geloof aannemen dat dat voor jou persoonlijk van toepassing is. En door te leven naar wat Jezus voor ons aan het kruis gedaan heeft worden we stap voor stap van gedaante veranderd naar Zijn evenbeeld, totdat we Hem voor altijd van aangezicht tot aangezicht zullen zien, nadat we het verderf van deze wereld voor altijd achter ons hebben gelaten.
Petrus begint hiermee omdat hij ons duidelijk wil maken wat we in Jezus hebben; omdat hij ons enthousiast wil maken en wil overweldigen met wat we in Jezus hebben. En de vraag is: ben je nog overweldigd over wat Jezus voor je gedaan heeft? Ben je nog compleet overrompeld door Zijn liefde voor je? Petrus wil dat je overweldigd en overrompeld bent door Zijn liefde voor jou, want dat is nodig voor wat hij hierna gaat zeggen. Dus, nogmaals, ben je overweldigd door Zijn liefde, Zijn barmhartigheid, Zijn genade?
IJVERIG STREVEN NAAR EEN GODVRUCHTIG LEVEN (5-7)
“5En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, 6aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, 7aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde liefde voor iedereen.” (2 Pet. 1:5-7)
Want het is daarom… Het is vanwege Zijn liefde, vanwege alles wat Hij ons geschonken heeft, vanwege Zijn goddelijke kracht die in en door ons werkzaam is… dat we ons met alle inzet moeten toeleggen om aan het werk te gaan en aan ons geloof verschillende aspecten toe te voegen. Het beeld dat Petrus hier schetst is dat alhoewel het Christus is die de goddelijke kracht ervoor geeft, zijn wij het die er alles aan doen in die kracht om met oprechte toewijding, ernst, gretigheid, bereidwilligheid en ijver in overvloedige mate deugd, kennis, zelfbeheersing, volharding, godsvrucht, broederliefde, en liefde voor iedereen aan ons geloof toe te voegen.
Er zijn vier dingen die we goed moeten begrijpen aan deze lijst. Ten eerste, er is een reden waarom de lijst met ‘geloof’ begint. Dit betekent namelijk dat geloof in Christus het startpunt en de context van de hele lijst is, en dat het er dus niet om gaat in welke mate we deze eigenschappen van nature hebben, maar juist in welke mate we Zijn goddelijke kracht gebruiken om deze eigenschappen in de Geest te laten zien. Ten tweede, omdat ‘geloof’ slechts het startpunt is betekent dit in de woorden van Jakobus, “Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood.”[6] Met andere woorden, er is werk aan de winkel. Ten derde, dit zijn allemaal actiewoorden en eigenschappen die we alleen kunnen uitwerken in de context van samen kerk zijn. We hebben elkaar dus hiervoor nodig. Willen we ijverig streven naar een godvruchtig leven, dan hebben we het nodig om in elkaars leven betrokken te zijn zodat we deze eigenschappen in overvloedige mate kunnen toevoegen aan ons geloof. Ten vierde, en dit is heel belangrijk, de volgorde van deze acht kenmerken retorisch. Daarmee bedoel ik dat ze niet acht stappen of acht niveaus representeren die we stap voor stap moeten doorlopen. Het is niet pas de volgende toevoegen als de voorgaande klaar is. Dus voor degenen onder ons die de neiging hebben wettisch te denken: niet doen. Er zit zeker een bepaalde volgordelijkheid in, waarbij een eerdere eigenschap helpt bij een volgende. Bijvoorbeeld, om te volharden helpt het zeker om zelfbeheersing te hebben. Echter, terwijl je bijvoorbeeld aan het groeien bent in je zelfbeheersing mag je ook al leren volharden; terwijl je aan het groeien bent in je kennis mag je ook al groeien in de godsvrucht. Ze gaan hand in hand en niet stapsgewijs. Het zijn net als de zaligsprekingen in Mattheus 5 verschillende facetten van een geestelijk volwassen christen, waarbij we ons tegelijkertijd naar alle acht mogen uitstrekken. We mogen continu bezig de een aan de ander toe te voegen zoals de Geest leidt.
Het eerste wat we aan ons geloof moeten toevoegen is deugd. Dit betekent een uitmuntend, moedig, en bekwaam karakter hebben. Het is iemand wiens daden publieke erkenning waard zijn omdat het plicht overtreft. Met andere woorden, het is iemand die net die stap extra zet, net even verder gaat dan gevraagd of nodig. Niet om de erkenning, maar simpelweg omdat dat het goede is om te doen. Het is een eigenschap die in vers 3 aan Jezus wordt toebedeeld. Het doet mij denken aan wat Jezus zegt in de Bergrede dat als iemand je onderkleding vraagt, geef hem dan ook je bovenkleed, en als iemand je één mijl vraagt te gaan, ga er dan twee. Deugd, morele uitmuntendheid, is de kern van Jezus’ karakter want Hij is intrinsiek goed, en dus is het niet vreemd dat Petrus hiermee begint om voor ons toe te voegen.
Aan deugd moeten we kennis toevoegen. Dit is niet de kennis die leidt tot redding of slechts hoofdkennis over wat Gods Woord zegt. Nee, dit is kennis dat leidt tot wijsheid en onderscheidingsvermogen om een godvruchtig leven te kunnen leiden. We zien dit bijvoorbeeld terug als Paulus in Efeze 5:17 zegt, “Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is.” Of bidt in Filippenzen 1:9-10a, “9En dit bid ik dat uw liefde nog steeds overvloediger wordt in kennis en alle fijngevoeligheid, 10opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijk is.” Het is een kennis die komt door niet alleen Zijn Woord te kennen, maar om Christus te leren kennen door Zijn Woord, en zo Zijn karakter over te nemen. Het is zoals Jezus tegen de Farizeeën zegt in Johannes 5:39-40, “39U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen. 40En toch wilt u niet tot Mij komen opdat u leven hebt.” Bijbelcommentaar Peter Davids[7] zegt hierover, “Kennis, inclusief kennis van de Schrift, die niet in praktische daden wordt omgezet, die niet het karakter van God/Jezus in iemands leven voortbrengt, is erger dan nutteloos, want het kan iemand blind maken voor zijn of haar werkelijke ellendige toestand.”
Na kennis komt zelfbeheersing. Dit is geen zelfbeheersing als het gaat om slechts eigen inspanning waarbij we met witte knokkels onszelf proberen te beheersen. Dit mislukt op de lange termijn altijd. Nee, dit is zelfbeheersing als een vrucht van de Geest[8], waarbij de kracht van de inspanning wordt geleverd door de Geest die ons helpt om onze natuurlijke houdingen in Gods richting te zetten, en ons helpt om houdingen aan te leren die niet van nature komen, omdat Hij tegelijk ook bezig is om onze verlangens te veranderen. Spreuken 25:28 zegt, “Zoals een opengebroken stad zonder muur, zo is een man die zijn geest niet in bedwang houdt.” Paulus heeft veel te zeggen over zelfbeheersing. Hij zegt dat vrouwen zelfbeheerst moeten zijn (1 Tim. 2:9; Tit. 2:5). Hij zegt dat zowel jongere als oudere mannen zelfbeheerst moeten zijn (Tit. 1:8; Tit. 2:2; Tit. 2:6) en benoemt het als een karaktereigenschap van een oudste (1 Tim. 3:2). Hij zegt dat God ons een geest van bezonnenheid heeft gegeven (2 Tim. 1:7). En hij zegt in Titus 2:12 dat de komst van Jezus ons leert, “de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven”.
Het volgende woord is volharding. Het woord betekent letterlijk ‘ergens onder blijven’. Het is het vermogen om vol te houden of te verdragen te midden van moeilijkheden. Wat Petrus in deze context in gedachten heeft is meer een moreel uithoudingsvermogen te midden van de druk van verleiding. Het is waarvan Paulus in Romeinen 2:6-7 zegt, “God, 6Die ieder vergelden zal naar zijn werken, 7namelijk hun die met volharding het goede doen en heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken: het eeuwige leven.” Het is iets waarvan Paulus tegen Timotheüs zegt dat we mogen najagen (1 Tim. 6:11) en waarvoor Paulus in Kolossenzen 1:10-11 bidt “in elk goed werk vrucht [te dragen] en [te groeien] in de kennis van God, 11terwijl u met alle kracht bekrachtigd wordt, overeenkomstig de sterkte van Zijn heerlijkheid, om met blijdschap in alles te volharden…”
Aan volharding moeten we godsvrucht toevoegen. Paulus benadrukte in zijn pastorale brieven[9] godsvrucht als de deugd die het leven en het gedrag van de gelovigen zou moeten kenmerken. Het was in Petrus’ tijd het primaire woord voor religie en het verwees naar de juiste houding van een persoon naar zowel God als mensen. Hier gebruikt Petrus het echter als een bewustzijn van God in elk facet van ons leven. Met andere woorden, het is het hebben van een levensstijl dat in alles naar Christus kijkt als voorbeeld en dat dan door Hem bekrachtigd laat zien in zijn/haar leven. Het is iemand die boven de kleine dingen van het leven, de passies en druk die het leven van anderen beheersen, leeft. Het is iemand die ernaar streeft de wil van God te doen, en tegelijkertijd streeft naar het welzijn van anderen. Ik las deze mooie definitie van Stichting Heart Cry[10], “Godsvrucht is eerbied en verering van God en op een goede en juiste manier weerspiegeld wordt in al onze menselijke relaties, waarbij de mate hiervan bepaald wordt door onze groei in gelijkvormigheid aan Christus.”
En dan komen we als laatste bij twee kenmerken uit: broederliefde en liefde. Broederliefde is een liefde die voortvloeit uit een gevoel van plezier of genot voor iets of iemand. Het is een liefde gebaseerd op emotie, en kan niet afgedwongen worden. Het is een liefde ontwikkeld door vriendschap en gebaseerd op kwaliteiten in een ander die bewonderenswaardig of aantrekkelijk zijn. Het is een liefde die gevoed moet worden door een ander. Het is een voorwaardelijke liefde, maar oprecht. We zien dit bijvoorbeeld terug in de tedere liefde van Vader voor de Zoon in Johannes 5:20, “Want de Vader heeft de Zoon lief en laat Hem alles zien wat Hij doet…” en de tedere liefde van de Vader voor ons zoals in Johannes 16:27, “want de Vader Zelf heeft u lief, omdat u Mij hebt liefgehad en hebt geloofd dat Ik van God ben uitgegaan.” Maar het is ook de tedere liefde en vriendschap tussen meer dan vrienden, zoals Jezus en Lazarus[11], of Jezus en de discipel Johannes[12], of Jakob en Rachel[13].
Liefde daarentegen is het veelal bekende woord ‘agape’. Dit wordt veelal omschreven als Gods onvoorwaardelijke en opofferende liefde, en dat is prima, maar dekt niet helemaal de lading van dit woord. Daar waar broederliefde voortvloeit uit emotie is dit een liefde die voortvloeit uit de wil. Het is een keuze om lief te hebben, niet gevoed door emotie, impuls, relatie, etc. Het is een beslissende en gekozen liefde ongeacht de wederzijdsheid van de ontvanger. Je zou kunnen zeggen dat het een supernatuurlijke ander-gerichte liefde is die niet natuurlijk uit de mens komt (want het is zo tegenstrijdig aan menselijke liefde), maar gevoed wordt door Gods liefde in ons en door ons. Maar weet dat deze liefde ook meerdere malen[14] in negatieve zin wordt gebruikt in Gods Woord, als iemands ongepaste liefde met dezelfde intensiteit, overgave en opoffering kan vertonen. Een zo’n voorbeeld is bijvoorbeeld in Johannes 3:19 de niet-wedergeborenen die de duisternis boven het licht liefhebben. Voor onze context vandaag is het belangrijk te weten dat het de liefde is die Jezus ons opdraagt om onderling te hebben[15], en waarmee we onze naaste moeten liefhebben[16], inclusief onze vijanden[17].
Nu dat we een beeld hebben van waar Petrus het hier over heeft, laten we verder lezen wat hij wilt dat we er mee doen.
HOE ONZE WANDEL TE METEN (8-9)
“8Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en toenemen, zullen ze u niet doelloos en onvruchtbaar laten wat de kennis van onze Heere Jezus Christus betreft. 9Immers, bij wie deze dingen niet aanwezig zijn, die is blind en kortzichtig, omdat hij de reiniging van zijn vroegere zonden vergeten is.”
Petrus zegt hier in deze twee verzen dat deze kenmerken niet alleen in ons aanwezig moeten zijn, maar dat ze ook moeten toenemen omdat we zo vruchtbaar zullen zijn voor de Heer. Want als deze kenmerken niet aanwezig zijn en we niet bezig zijn om erin te groeien dan zijn we blind en kortzichtig. Enerzijds, omdat we vergeten zijn wat Jezus voor ons gedaan heeft, vergeten zijn dat onze doop aangeeft dat we gestorven zijn voor ons oude leven en opgestaan zijn tot een nieuw leven, en vergeten zijn wat Hij van ons verwacht. Anderzijds, omdat we onze blik horizontaal houden en niet onze blik richten op de dingen die boven zijn, en wat onze bestemming is in Hem. Met andere woorden, Petrus geeft ons hier een manier hoe onze wandel te meten.
Dus, de simpele vraag is: hoe gaat het met je wandel? In hoeverre zijn bovenstaande acht eigenschappen aanwezig? En in hoeverre nemen ze ook toe en is er vrucht? Hoe gaat het met je geloof, deugd, kennis, zelfbeheersing, volharding, godsvrucht, broederliefde, en liefde? Als we in de context van samen kerk zijn denken, en we kijken naar deze lijst en we zijn eerlijk naar onszelf en naar elkaar, dan moeten we concluderen dat de grootste uitdaging ligt bij broederliefde en liefde. Dat is waar samen kerk zijn het meest schuurt, maar het is juist dit – broederliefde en liefde – wat het ontbrekende puzzelstukje is en wat het hart van samen kerk zijn compleet in focus brengt.
Waarom schuurt het het meest bij deze twee? Omdat we zo makkelijk stoppen bij godsvrucht. Geloof, deugd, kennis, zelfbeheersing en volharding zijn eigenschappen die voor een groot deel binnen in ons plaatsvinden. Niemand ziet dat echt, waardoor je het ook makkelijk kan verstoppen of de schijn kan ophouden. Begrijp me niet verkeerd. Ook voor deze eigenschappen hebben we elkaar nodig en worden ze in fellowship met elkaar uitgewerkt en vervolmaakt, maar het is makkelijker om ons erachter te verbergen. Zo ook met godsvrucht. Vaak stoppen we bij godsvrucht omdat we denken dat we er dan zijn. We denken dat we er zijn als we een vroom leven leiden dat eerbiedig is naar God en Hem eer geeft. We bidden, we lezen en kennen onze Bijbel, we hebben onze stille tijd, we luisteren naar christelijke muziek, we hebben God lief, we gaan op zondag naar de kerk en doordeweeks naar een kring, etc. en zien dat als het christelijk leven. Als we godsvruchtig zijn, dan zijn we er; dan hebben we het niveau bereikt waar het om gaat. Maar dat slaat de plank mis, want ware godsvrucht wordt weerspiegeld in onze relaties met mensen. Je kan er niet komen door in je veilige christelijke bubbel te blijven. Godsvrucht wordt uitgewerkt in de context van broederliefde en liefde, en als je dus bij godsvrucht stopt zonder door te gaan met broederliefde en liefde, dan heb je ook geen godsvrucht. Je kan geen geestelijk volwassen christen zijn zonder de rommeligheid van menselijke relaties. En dat is waar het schuurt. Leuk dat kerk zijn; alleen jammer van de mensen. Dat is niet hoe het werkt.
Afgelopen week na de preek kwam er iemand naar mij toe en vroeg mij waarom Paulus in Galaten 5:14 zegt dat de wet vervuld is als we onze naaste liefhebben als onszelf? Mist daar niet wat Jezus daarvoor zei over God liefhebben met heel je hart, ziel, en verstand? En het antwoord is: nee, want je naaste liefhebben als jezelf is de logische uitwerking van God liefhebben. Je kan niet je naaste liefhebben zonder eerst God lief te hebben. In 1 Johannes 4:20-21 staat er dit, “20Als iemand zou zeggen: Ik heb God lief, en hij zou zijn broeder haten, dan is hij een leugenaar. Want wie zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, hoe kan hij God liefhebben, Die hij niet gezien heeft? 21En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder moet liefhebben.” God liefhebben en niet je naaste liefhebben is God niet liefhebben.
Een broeder stuurde mij een tijdje geleden een preek[18] om naar te luisteren, en die ging precies hierover, en ik wil twee dingen aanhalen wat deze man zei, want hij slaat de spijker op de kop. Het eerste wat hij zei was, “Ik hou net zoveel van God als van de persoon die ik het minst mag.” Dit is waar het schuurt. Dit is waar de zelfgenoemde godsvrucht schuurt. Denk even aan de persoon die je het minst mag; iemand die misschien wel het bloed onder je nagels vandaan haalt; iemand die misschien wel je vijand is. Misschien iemand hier in de kerk, of op je werk, of elders. In welke mate je die persoon liefhebt, dat is hoeveel je God liefhebt. Jouw liefde voor die persoon is een ware afspiegeling van je liefde voor God. Het tweede wat hij zei was, “Jezus roept ons niet op om God lief te hebben en mensen te tolereren. Het wonder is niet om God lief te hebben (want God is beminnelijk; makkelijk lief te hebben). Het wonder is om mensen lief te hebben.” Het is makkelijk om God in je bubbel lief te hebben. Nul weerstand. Maar heb je ook je broeder en zuster lief? Heb je ook je naaste lief?
En daarom is liefhebben het laatste puzzelstukje en het kloppend hart van samen kerk zijn, want om een werkelijk godvruchtig leven te leiden waarbij Zijn goddelijke kracht de drijfveer is, hebben we elkaar nodig. We hebben mensen om ons heen nodig om ons te maken wie God wil dat we worden. God geeft ons mensen om ons heen om ons te doen groeien in onze wandel en in ons karakter. Dat wij in deze gemeente zitten met elkaar is geen toeval, maar een uitwerking van Gods soevereiniteit. We zijn aan elkaar gegeven, omdat God heeft besloten dat wij elkaar nodig hebben om godvruchtig te kunnen leven. Het christelijk leven is een leven in fellowship met elkaar. Je kan het niet alleen; je hebt de persoon naast je nodig, of je dat nou leuk vindt of niet. Wat wij denken dat Jezus ons moet geven, is wat Jezus de persoon naast je hebt gegeven, zodat het alleen in relatie met die persoon voor jou te verkrijgen is.
Ik zal je paar voorbeelden geven (uit diezelfde preek) waaruit dit blijkt. Jakobus 1:5 zegt, “Als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft…” Dus als we wijsheid willen hebben, dan bidden we tot God en Hij zal het ons geven. Ja, maar hoe? Spreuken 13:20 zegt, “Wie met wijzen omgaat, zal wijs worden”. God geeft ons wijsheid door de juiste relaties aan te gaan om ons heen. Ander voorbeeld. In Handelingen 3:19 staat er, “Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de Heere”. Oh Heer, kom met Uw tijden van verkwikking! OK, 1 Korinthe 16:17-18, “17En ik verblijd mij over de komst van Stefanas en Fortunatus en Achaïcus, want zij hebben aangevuld wat mij van uw kant nog ontbrak, 18want zij hebben mijn geest verkwikt en die van u.” Gods verkwikking voor Paulus kwam via de komst van drie broeders. Laatste voorbeeld. In 2 Korinthe 1:3-4 zegt Paulus, “3Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, 4Die ons troost in al onze verdrukking…” Het is de God van alle vertroosting die ons troost. Zeker! Maar een paar hoofdstukken verder, in 7:6 zegt Paulus, “Maar God, Die de nederigen troost, heeft ons getroost door de komst van Titus.” God zegt, ‘Je wil troost? Prima, ik stuur Titus.’
Weet je, misschien vraag je je soms af waarom je gebeden voor bijvoorbeeld wijsheid, verkwikking, of troost (of wat dan ook) niet verhoord worden. Het kan simpelweg zo zijn dat je niet investeert in relaties met je broeders en zusters, of (nog) niet in de juiste broeder of zuster investeert. Het kan simpelweg zo zijn dat je die bepaalde broeder of zuster blijft ontwijken vanwege wat voor reden dan ook, en je hebt daardoor niet door dat God juist die persoon wil gebruiken om je iets te geven waar je al lang om vraagt. En wat het van je vraagt is broederliefde; wat het van je vraagt is onvoorwaardelijke wilsbesluit liefde om de ander lief te hebben ongeacht wat dan ook, en een stap in geloof te nemen om uit te vinden of God je misschien die persoon heeft gegeven om die volgende stap te maken in een godvruchtig leven, en dus ook in het liefhebben van God.
De vraag is dus hoe gezond je relaties zijn met je broeders en zusters, want gezonde relaties zijn de vrucht van een godvruchtig leven. We ontkomen er niet aan dat we aan elkaar gegeven zijn, en dat we elkaar nodig hebben om te kunnen groeien in ons geloof, deugd, kennis, zelfbeheersing, volharding, godsvrucht, broederliefde, en liefde voor iedereen.
CONCLUSIE: ONZE ROEPING WAARMAKEN (10-11)
“10Daarom, broeders, beijver u des te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want als u dat doet, zult u nooit struikelen. 11Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.” (2 Pet. 1:10-11)
Een godvruchtig leven leiden zoals Petrus hier beschrijft laat zien dat God ons inderdaad geroepen heeft en Zijn goddelijke kracht gegeven heeft. Als we deze dingen in ons leven zien, weten we dat ons leven meer en meer op dat van Jezus gaat lijken, en daardoor zal ons niet alleen toegang, maar vanwege onze godsvrucht, zelfs rijke toegang verleend worden tot Zijn eeuwig Koninkrijk.
Als je hier zit en nog geen kennis hebt genomen van Jezus’ heerlijkheid, kijk dan vandaag naar de gekruisigde Jezus en zie wat Hij voor jou gedaan heeft en voor jouw zonden gestorven is, om je zo toegang te geven tot Zijn goddelijke kracht en een godvruchtig leven te leven voor Zijn eer, en je zo toegang te geven tot Zijn eeuwig Koninkrijk. Stel het niet uit, maar laat vandaag de dag zijn dat je geloofd.
Broeder, zuster, God heeft ons aan elkaar gegeven om lief te hebben en zo een godvruchtig leven te leiden door Zijn goddelijke kracht. Stop dus niet bij een zelfbenoemde godsvrucht, maar durf de stap tot echte diepe fellowship met een ander te nemen, en groei daardoor in je vermogen tot je naaste liefhebben, en groei daardoor in je vermogen om God lief te hebben.
Laten we bidden.
[1] Hand. 17:28
[2] Heb. 1:3
[3] Efe. 1:19-21; Fil. 3:10
[4] Rom. 1:16; 1 Kor. 1:18; 1 Kor. 6:14; 1 Pet. 1:3-5
[5] “The biblical authors use [this word] to summarize the behavior expected of Christians who have come to know the God of Scripture. Thus, Peter reminds us, God has made available to us all that we require to lead lives pleasing to him.” ~ Douglas Moo, NIVAC, 2 Peter, Jude
[6] Jak. 2:17
[7] “Knowledge, including knowledge of Scripture, that is not turned into practical action, that does not produce the character of God/Jesus in one’s life, is worse than useless, for it can blind one to his or her true sorry state.” ~ Peter H. Davids, PNTC, The Letters of 2 Peter and Jude
[8] Gal. 5:23
[9] 1 Tim. 6:6, 11; 2 Tim. 3:5; Tit. 1:1, 2:12
[10] https://www.heartcry.nl/download.php?id=MTIzNw%3D%3D#:~:text=Godsvrucht%20is%20eerbied%20en%20verering,de%20leer%20van%20de%20godsvrucht.
[11] Joh. 11:3
[12] Joh. 20:2
[13] Gen. 29:11
[14] Lk. 7:5, 11:43; Joh. 3:19, 12:43; 2 Tim. 4:10; 1 Joh. 2:15; 2 Pet. 2:15
[15] Joh. 13:34
[16] Mat. 19:19ff
[17] Mat. 5:44
[18] Tim Dilena, Dysfunctional Godliness (https://youtu.be/NpOJF2ziPWY?si=11k6FCsWtkt5A8ZW)