2026.0607 – De Toekomst Is Een Persoon
Daniel #27
Daniël 11-12
[CC Haarlemmermeer, 7 juni 2026]
Alle Schriftreferenties zijn genomen van de Herziene Statenvertaling (HSV), tenzij anders aangegeven
INTRODUCTIE
Sla alsjeblieft je Bijbel open naar Daniël hoofdstuk 11 en 12. In onze Daniël-serie hebben we onderweg al, in meer of mindere mate, verschillende keren stilgestaan bij thema’s die verband houden met de eindtijd wanneer deze in de tekst naar voren kwamen. Voordat Casper volgende week hoofdstuk 12 en daarmee ook onze serie over Daniël zal afronden, leek het ons goed om deze zondag wat uitgebreider stil te staan bij wat Daniël ons hierover laat zien. Daniël 11 en 12 vormen daarvoor een mooi vertrekpunt, omdat deze hoofdstukken ons meenemen vanaf de opkomst van de antichrist tot aan de oprichting van het duizendjarig vrederijk, maar we hebben ook Daniël 2, Daniël 7 tot en met 9, en andere Bijbelgedeelten nodig om dit aan te vullen, zodat er een meer samenhangend overzicht ontstaat van de eindtijd zoals wij die binnen Calvary Chapel begrijpen.
Mijn hoop voor vandaag is om enerzijds dit samenhangend overzicht te geven, maar hierbij niet het hart uit het oog te verliezen.
Laten we bidden.
EEN KORT PROFETISCH OVERZICHT VAN DANIEL
Misschien is het goed om heel kort ons geheugen op te frissen over wat we profetisch gezien allemaal in Daniël hebben gelezen, voordat we proberen alles in de juiste volgorde te plaatsen.
We begonnen in Daniël 2 met het standbeeld van Nebukadnezar: het hoofd van goud, de borst en armen van zilver, de buik en dijen van brons, de benen van ijzer en de voeten en tenen van ijzer vermengd met leem. Dit vormde een profetisch overzicht van opeenvolgende heidense wereldrijken: Babel, Medo-Perzië, Griekenland, Rome en uiteindelijk een nog toekomstig verdeeld Romeins rijk. Daarna ziet Daniël hoe een zonder mensenhanden uitgehouwen steen het beeld treft en volledig verbrijzelt. Deze steen wijst op Christus, Die zal komen om het laatste heidense wereldrijk te vernietigen en Zijn eeuwige Koninkrijk op te richten. Gods Koninkrijk zal blijvend standhouden en een einde maken aan alle menselijke regeringen. De nadruk ligt hier dus op het politieke verloop van de wereldgeschiedenis tot aan haar einde en op de komst van het duizendjarig Koninkrijk.
In Daniël 7 zagen we dezelfde opeenvolgende wereldrijken terug als in hoofdstuk 2, maar nu voorgesteld als roofzuchtige beesten. Daarbij gaat de meeste aandacht uit naar het vierde beest. Dit vierde beest heeft tien hoorns, die wijzen op een toekomstige confederatie van tien koningen. Vervolgens verschijnt er een elfde hoorn, de Antichrist, die drie van de andere hoorns uitrukt, grote woorden spreekt tegen God en gedurende drieënhalf jaar de macht naar zich toetrekt. In die periode zal hij ook de heiligen die dan nog op aarde zijn onderdrukken en vervolgen. Het visioen eindigt met de terugkomst van Christus, het oordeel over het vierde beest en de overdracht van het Koninkrijk aan Gods heiligen. De nadruk ligt hier dus vooral op de politieke opkomst en heerschappij van de Antichrist, zijn uiteindelijke oordeel, de vervolging van de heiligen en degenen die het duizendjarig Koninkrijk zullen ontvangen.
In Daniël 8 zagen we het visioen van de ram en de geitenbok, dat zijn vervulling vond in respectievelijk het Medo-Perzische en het Griekse rijk. Uit één van de opvolgende machten van het Griekse rijk kwam vervolgens een kleine hoorn voort: Antiochus Epifanes. Hij viel Jeruzalem aan, maakte een einde aan de offers en ontheiligde de tempel. Tegelijkertijd gaat de betekenis van dit visioen verder dan Antiochus alleen. Hij wordt namelijk gezien als een type, of voorafschaduwing, van de toekomstige Antichrist. Hierdoor geeft dit hoofdstuk niet alleen inzicht in historische gebeurtenissen, maar ook in het karakter, de werkwijze en de goddeloze daden van de Antichrist die nog zal komen.
Daniël 9 vormt de chronologische ruggengraat, niet alleen van Daniël, maar van het hele profetische raamwerk. In de laatste verzen vinden we de profetie van de zeventig weken: zeventig perioden van zeven jaar die over Israël en Jeruzalem zijn vastgesteld. Negenenzestig weken lopen vanaf het bevel tot de herbouw van Jeruzalem tot aan de komst, verwerping en kruisiging van Christus, gevolgd door de verwoesting van Jeruzalem. Daarna volgt een profetisch interval waarin wij ons nu bevinden, tot aan de zeventigste week. Die laatste zeven jaar beginnen met een verbond dat de Antichrist sluit en worden halverwege onderbroken wanneer hij de gruwel der verwoesting in de tempel opricht. De periode eindigt met de wederkomst van Christus en de oprichting van Zijn Koninkrijk. De nadruk ligt hier op de timing van de zevenjarige verdrukking, de middelste breuk en de Grote Verdrukking in de tweede helft.
In Daniël 11 krijgen we eerst een historisch overzicht van Perzië en Griekenland, inclusief Alexander de Grote en de daaropvolgende verdeling in de Seleucidische en Ptolemeïsche rijken, tot aan de tijd van Antiochus Epifanes. Hij fungeert opnieuw als een historisch type van de toekomstige Antichrist. Vanaf dat punt verschuift de profetie naar de toekomst en naar die laatste wereldheerser, die zichzelf zal verheffen boven God, wereldwijde macht zal uitoefenen en zijn laatste militaire campagnes zal voeren. In Daniël 12 komt alles vervolgens tot een climax. Er zal een ongekende tijd van benauwdheid komen, maar ook bevrijding voor Gods volk wanneer de antichrist uiteindelijk vernietigd wordt. Daarna volgen de opstanding van de doden, de beloning van de rechtvaardigen en de overgang naar het duizendjarig Koninkrijk. De nadruk ligt hier dus op de eindfase van de profetische geschiedenis en wat er uiteindelijk zal gebeuren aan het einde.
Met andere woorden: Daniël 2 beschrijft de opeenvolging van koninkrijken, Daniël 7 legt de nadruk op de antichrist en zijn rijk, Daniël 8 laat het patroon en het type zien in de geschiedenis, Daniël 9 geeft de profetische tijdslijn, en Daniël 11-12 ontvouwt het gedetailleerde verloop van de eindtijd zelf en wat er uiteindelijk zal gebeuren.
DE START VAN DE ZEVENTIGSTE WEEK
Met dit vers op het netvlies is de vraag hoe we hier een samenhangend overzicht van kunnen maken. Het beste wat we kunnen doen is de toekomstige profetische tijdslijn van Daniël 9 over het toekomstige gedetailleerde verloop van Daniël 11-12 heen te leggen, en dat vervolgens verder aan te vullen met de andere profetische gedeelten in Daniël, evenals Schriftgedeelten daarbuiten. Op die manier ontstaat er stap voor stap een totaalbeeld waarin de verschillende lijnen samenkomen tot één samenhangend profetisch overzicht.
Momenteel bevinden wij ons in de profetische pauze tussen de negenenzestigste en de zeventigste week van Daniël 9:26. Deze onderbreking begon ongeveer tweeduizend jaar geleden, tijdens Jezus’ bediening in Israël, toen een groot deel van het Joodse volk Hem niet als de beloofde Messias aannam. Hier kunnen we onder andere over lezen in Mattheüs 11-12. Daarom schrijft Paulus in Romeinen 9:31-33 dat Israël, hoewel het de wet van de gerechtigheid nastreefde, niet tot die gerechtigheid is gekomen, omdat het die niet uit geloof zocht. Zij hebben zich gestoten aan de “steen des aanstoots”, Christus Zelf. Het merendeel van het volk struikelde over Hem en geloofde niet. Dat verklaart ook waarom Jezus bij Zijn intocht in Jeruzalem over de stad weende[1], en waarom Paulus later kon zeggen dat er een gedeeltelijke verharding over Israël is gekomen[2]. Sinds die tijd geldt dat zowel heidenen als Joden die persoonlijk hun geloof in Jezus Christus stellen, worden toegevoegd aan de Gemeente, het Lichaam van Christus, waarvan Hijzelf het Hoofd is[3]. Deze huidige periode valt binnen de profetische tussenfase die Daniël 9 laat zien, voordat Gods programma met Israël in de zeventigste week weer verdergaat.
De profetische klok met betrekking tot Israël staat daarmee stil. Het duidelijke startsein voor de zeventigste week vinden we in Daniël 9:27: het verbond dat door de komende Antichrist met Israël wordt gesloten. De vraag is alleen wat de aanleiding zal zijn voor het sluiten van dit verbond. Daarover bestaan verschillende opvattingen, maar vaak[4] wordt dit in verband gebracht met de Gog-Magog-invasie uit Ezechiël 38-39[5], die door velen vóór de aanvang van de zeventigste week wordt geplaatst. Deze gebeurtenis zou dan een gevoel van geopolitieke instabiliteit en kwetsbaarheid veroorzaken, een ingrijpende schok die de behoefte aan een sterke ‘vredestichter’ noodzakelijk maakt.
Aangezien Daniël 9:24 duidelijk zegt dat de zeventig weken zijn bepaald over Israël en Jeruzalem, en Paulus in Efeze 3:3-5 spreekt over de Gemeente als een geheimenis dat niet eerder geopenbaard was, betekent dit dat de Gemeente geen onderdeel vormt van deze profetische periode. De Gemeente staat dus buiten de zeventig weken en wordt daarom vóór de aanvang van de zeventigste week opgenomen. Dit kunnen we bevestigen en versterken met teksten zoals Titus 2:13, 1 Tessalonicenzen 1:10 en 1 Korinthe 1:7, waarin gelovigen worden beschreven als mensen die uitzien naar de zalige hoop, namelijk de verschijning van Jezus Christus uit de hemel. De verwachting van de Gemeente is dus gericht is op Christus Zelf, niet op de komst van de Antichrist of de oordelen die met de verdrukking verbonden zijn. In 1 Tessalonicenzen 5:9 staat dat God ons niet bestemd heeft tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid door Jezus Christus. Elke plaatsing van de Opname anders dan vóór de zeventigste week betekent dat de Gemeente bestemd is tot toorn en het doorstaan van de oordelen van de verdrukking, in plaats van de verwachting van de zaligheid door Jezus Christus. Met andere woorden: de Opname van de Gemeente vindt vóór de start van de zeventigste week van Daniël 9 plaats.
DE EERSTE HELFT VAN DE ZEVENTIGSTE WEEK
In de profetische tijdslijn hebben we dus de Opname, de Gog-Magog-invasie uit Ezechiël 38-39 en de start van de zeventigste week van Daniël 9:27 gehad. Wat we aan het begin van die zeventigste week zullen zien nadat het zevenjarige verbond is bevestigd, is de opkomst en invloed van de Antichrist als valse vredestichter, wat we zagen in Daniël 7[6] maar ook typologisch in de eerste helft van Daniël 11[7]. De eerste twee zegels uit Openbaring 6 worden geopend, wat overeenkomt met Mattheüs 24:4-8. In deze periode is er nog steeds een schijn van vrede in Israël onder de illusie van het verbond. Dieper in de eerste helft van de zeventigste week wordt de vervolging die in Daniël 7 wordt beschreven steeds duidelijker zichtbaar. Tegelijk worden nog drie zegels uit Openbaring 6 geopend, wat overeenkomt met Mattheüs 24:9-14. In deze periode vindt ook de wereldwijde evangelisatie plaats door de 144.000 uit Openbaring 7. Terwijl deze gebeurtenissen zich ontvouwen zien we verdere destabilisering van de wereldpolitiek totdat we bij het midden van de zeventigste week uitkomen na drieënhalf jaar.
HET MIDDEN VAN DE ZEVENTIGSTE WEEK
De Schrift zegt opvallend veel over wat er gebeurt op het exacte middelpunt van de zeventigste week. Het is een van de meest kenmerkende momenten binnen het hele profetische raamwerk en wordt op verschillende plaatsen aangeduid als “halverwege de week”[8] of “een tijd, tijden en een halve tijd”[9] of 42 maanden[10] of 1260 dagen[11]. Al deze aanduidingen verwijzen naar hetzelfde scharnierpunt in de eindtijd, waarop de gebeurtenissen een beslissende wending nemen. Laten we daarom kort stilstaan bij wat er op dit moment allemaal gebeurt.
Ten eerste is het primaire en kenmerkende moment van het middelpunt dat het verbond dat sinds het begin van de zeven jaar van kracht was, door de antichrist wordt verbroken. Dit gebeurt doordat de antichrist Israël binnenvalt en het slachtoffer en graanoffer in de tempel doet ophouden. We lezen dit zowel in Daniël 9:27 (“Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden”) als in Daniël 12:11, waar staat dat het “voortdurende offer” wordt weggenomen. De antichrist maakt daarmee met geweld een einde aan de actieve tempeldienst en het offerstelsel. De reden hiervoor is dat hij, nadat hij politieke macht heeft verkregen, nu ook religieuze macht wil, omdat zijn doel is dat de hele wereld hem aanbidt. Daarom moet hij alle concurrerende vormen van aanbidding elimineren, inclusief het Jodendom en de Levitische offers. Er vindt op dat moment een duidelijke verschuiving plaats van politieke dominantie naar religieuze aanbidding, en Israël wordt het primaire doelwit van zijn vervolging.
Het tweede is dat hij de “gruwel der verwoesting” zal oprichten, waarover we lezen in Daniël 9:27, 11:31 en 12:11, en die in Daniël 8:11-13 al voorafschaduwd wordt in de geschiedenis van Antiochus Epifanes. Dit zal een barbaarse daad van afgoderij zijn in Gods heilige tempel, waardoor deze volledig wordt ontheiligd. “Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarover gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats – laat hij die het leest, daarop letten! –“. Dit maakt duidelijk dat het gaat om een zichtbaar en herkenbaar moment dat als teken fungeert voor wie het ziet. De “heilige plaats” verwijst naar het binnenste van de tempel, een ruimte die normaal gesproken verborgen is achter een gordijn en slechts eenmaal per jaar door de hogepriester betreden wordt. Hoe dit zichtbaar zal zijn, valt niet uit de tekst af te leiden, maar het is niet vreemd te denken dat dit een wereldwijd social media kan zijn. Wel is duidelijk dat Jezus dit moment presenteert als een herkenbaar keerpunt dat direct aanleiding geeft tot de opdracht om te vluchten, omdat hiermee de grote verdrukking begint[12].
Het derde is dat het ware karakter van de Antichrist volledig openbaar wordt. Hij die aan het begin verschijnt als beschermer van Israël bij het sluiten van het verbond, openbaart zich nu als de vervolger van Israël. Dit valt in feite samen met het voorgaande moment. Daniël 7:25 zegt dat de Antichrist woorden zal spreken tegen de Allerhoogste, en in 2 Tessalonicenzen 2:4[13] lezen we dat hij “zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet.” De Antichrist, de “mens van de wetteloosheid”, zal zichzelf in de tempel verheffen en zich als godheid op de troon zetten, waarbij hij zich voordoet als God Zelf. Vanaf dat moment eist hij wereldwijde aanbidding. Niemand anders dan hij mag vereerd worden, en wie weigert hem te aanbidden zal worden vervolgd en zelfs gedood of gemarteld. Dit is ook het moment in Openbaring 12 waarop Satan uit de hemel wordt geworpen, waarna de intensiteit van zijn handelen toeneemt omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft.
DE TWEEDE HELFT VAN DE ZEVENTIGSTE WEEK – DE GROTE VERDRUKKING
Jezus zegt in Mattheüs 24:21: “Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal.” Dit is de “tijd van benauwdheid voor Jakob” waar Jeremia 30:7 over spreekt, en waarvan Daniël 12:1 zegt: “Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd.” Dit is de tijd waarin Jezus degenen die in Judea zijn oproept te vluchten, wat overeenkomt met de vrouw die in Openbaring 12:6 de woestijn invlucht. Vanaf dit punt begint de Antichrist zijn wereldheerschappij in volle omvang uit te oefenen. In Openbaring 13 zien we het beest uit de zee opkomen met de zeven koppen en tien hoorns, dat van Satan autoriteit ontvangt voor 42 maanden, oftewel drieënhalf jaar. Dit komt overeen met de vorst van Daniël 9:27, de kleine hoorn van Daniël 7 en de trotse, goddeloze heerser van Daniël 11:36-45.
Openbaring 13:7–8 zegt: “7En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk. 8En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af.” In dezelfde periode verschijnt ook het tweede beest uit de aarde, dat de aanbidding van het eerste beest bevordert en afdwingt. Er ontstaat een systeem van wereldwijde religieuze en economische controle, terwijl tegelijkertijd de geestelijke misleiding een ongekende omvang bereikt[14]. De wereld wordt steeds verder verenigd in haar verzet tegen God en haar aanbidding van de Antichrist.
We zien vervolgens, in Openbaring 15–16, de zeven engelen met de zeven laatste plagen, waarbij de zeven schalen van Gods toorn over de aarde worden uitgegoten als onderdeel van Zijn oordeel. En alsof dat nog niet genoeg is, zal aan het einde van deze periode de catastrofale militaire campagne plaatsvinden die bekendstaat als Armageddon. We lezen hierover in de laatste verzen van Daniël 11, maar ook in Joël 3 en Zacharia 14. Armageddon betekent letterlijk “berg van Megiddo” en verwijst naar een regio ongeveer 95 kilometer ten noorden van Jeruzalem. Deze plaats is eerder in de geschiedenis het toneel geweest van grote overwinningen, zoals de strijd van Barak tegen de Kanaänieten[15] en Gideon tegen de Midianieten[16]. Dit zal de locatie zijn van de laatste gruwelijke veldslagen van de mensheid vlak voor Zijn wederkomst, waarvan Jezus in Mattheus 24:22 zegt dat het zo verschrikkelijk zal zijn dat niemand het zou overleven als Hij niet zou terugkomen.
Meteen nadat deze Grote Verdrukking voorbij is, na drieënhalf jaar, zal Jezus Christus terugkomen[17] en zegevieren[18]. Hij zal de Antichrist en de valse profeet in de poel van vuur werpen[19], en Satan zal worden gebonden[20]. Dit zien we ook terug in het slot van Daniël 7, waar het koninkrijk van het beest wordt geoordeeld en weggenomen.
HET EINDE
Vanuit het perspectief van Daniël is daarmee vers 12:1 vervuld, waarin wordt gesproken over de grote benauwdheid, waarna Israël inderdaad ontkomen zal. De verzen 2 en 3 sluiten vervolgens de profetische lijn af met de verwijzing naar de opstanding: sommigen tot eeuwig leven en anderen tot eeuwige smaad en afgrijzen. De rechtvaardigen die in die tijd trouw zijn gebleven en velen tot geloof hebben geleid, zullen worden beloond. Hun bestemming wordt beschreven als eeuwige heerlijkheid, waarbij zij zullen schitteren als sterren, als een weerspiegeling van Gods majesteit.
De rest van de verzen kunnen we zien als een soort epiloog in de vorm van een vraag-en-antwoordgesprek. De eerste vraag en het eerste antwoord vinden we in vers 6-7: Hoe lang zullen deze wonderlijke gebeurtenissen duren? Het antwoord luidt: “Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft”[21], oftewel drieënhalf jaar. De nadruk ligt hierbij dus specifiek op de periode waarin Israël door de zwaarste beproeving uit haar geschiedenis heen gaat. Daarmee wordt opnieuw de duur van de Grote Verdrukking bevestigd: de laatste drieënhalf jaar van de zeventigste week.
De tweede vraag en het tweede antwoord vinden we in vers 8-12: Wat zal er precies gebeuren in de eindtijd, en hoe zal deze profetie begrepen worden? Het antwoord komt in twee delen. Ten eerste wordt in vers 9-10 duidelijk gemaakt dat de profetie verzegeld zal blijven tot de tijd van het einde. Het begrip ervan zal afhangen van geestelijke gesteldheid. De wijzen zullen het begrijpen, terwijl de goddelozen blind zullen blijven voor de betekenis ervan. Ten tweede geeft vers 11-12 een aantal specifieke tijdsaanduidingen, namelijk dat er 1290 dagen zullen zijn vanaf de gruwel der verwoesting, en 1335 dagen die een verdere gezegende overgangsperiode markeren. Opvallend is dat deze aantallen verder reiken dan de 1260 dagen, ofwel drieënhalf jaar, die elders steeds worden genoemd voor de Grote Verdrukking zelf.
De Schrift geeft geen expliciete verklaring voor deze extra dagen, dus zijn er niet meer dan theorieën en speculaties. Een veelgehoorde verklaring is dat de extra 30 dagen van de 1290 dagen gebruikt worden voor de overgang van de verdrukking naar het duizendjarig Koninkrijk. Daarbij kan gedacht worden aan het reinigen en herstellen van de tempel, het opruimen van de zichtbare gevolgen van de Grote Verdrukking en de noodzakelijke voorbereidingen voor de vestiging van Christus’ Koninklijke heerschappij. De daaropvolgende 45 dagen, die leiden tot de 1335 dagen, worden vaak verbonden met gebeurtenissen zoals het oordeel van de schapen en de bokken uit Mattheüs 25, de hereniging en zuivering van Israël zoals beschreven in Ezechiël 20, en de formele inrichting van het Messiaanse Koninkrijk. In dat geval markeert de 1335e dag het moment waarop de oordelen voltooid zijn en de overgebleven gelovigen daadwerkelijk het Koninkrijk binnengaan. Dat zou kunnen verklaren waarom Daniël 12:12 zegt: “Welzalig is hij die blijft verwachten en duizend driehonderdvijfendertig dagen bereikt.” Wie die dag bereikt, heeft niet alleen de Grote Verdrukking overleefd, maar mag ook het volledig gevestigde Koninkrijk van de Messias binnengaan.
De derde en laatste vraag betreft Daniël zelf: wat is zijn persoonlijke toekomst in relatie tot al deze gebeurtenissen? En wat een genadevol einde van het boek is het dat hem in vers 13 wordt verteld dat zijn bestemming verzekerd is. Daniël hoeft niet alles te begrijpen of zelf mee te maken. Zijn taak is eenvoudigweg om trouw te zijn tot het einde van zijn leven. Daarna zal hij rusten in de dood, om vervolgens aan het einde van de dagen op te staan en het erfdeel te ontvangen dat God voor hem heeft weggelegd.
APPLICATIE EN CONCLUSIE
En dat vormt een mooie brug naar ons vandaag, want het is de moeite waard om ons af te vragen wat we moeten doen met al deze informatie en theologie. Als we zouden weglopen met de gedachte dat het voornaamste doel van Daniël is om onze nieuwsgierigheid naar de toekomst te bevredigen, dan missen we de kern van de profetie. Daniël 11-12 wijzen ons uiteindelijk niet slechts op gebeurtenissen, maar op een Persoon. In Daniël 11 zien we koningen opstaan en weer vallen, en rijken die onoverwinnelijk leken verdwijnen in de geschiedenis. Maar achter elke troon staat de soevereine God die de loop van de geschiedenis bestuurt volgens Zijn plan. De God die Perzië, Griekenland en Rome regeerde, is dezelfde God die Zijn Zoon in de volheid van de tijd in de wereld heeft gezonden. De geschiedenis draait niet in cirkels, maar beweegt zich doelgericht naar Christus toe.
Wanneer Daniël de laatste arrogante heerser beschrijft die zichzelf boven elke god verheft, worden we eraan herinnerd dat elke valse koning uiteindelijk slechts dient om de glorie van de ware Koning des te scherper zichtbaar te maken. De Antichrist mag aanbidding eisen, maar hij kan die nooit verdienen. Hij mag macht grijpen, maar hij kan die niet behouden. Hij mag zich tegen Christus verzetten, maar hij kan Hem nooit overwinnen. Het verhaal van deze laatste rebel eindigt daarom niet in triomf, maar in oordeel. Hij staat slechts kort in de schijnwerpers van de geschiedenis, voordat hij volledig wordt overschaduwd door de komst van de ware Koning, Jezus Christus.
Wanneer Daniël in hoofdstuk 12 spreekt over de ongekende tijd van benauwdheid, verklaart hij ook dat Gods volk verlost zal worden. Het donkerste uur uit de menselijke geschiedenis is geen bewijs dat God Zijn volk heeft verlaten, maar juist een bevestiging dat Hij trouw blijft, ook wanneer de wereld lijkt te wankelen. Christus is niet afwezig in de verdrukking. Hij is de Verlosser die Zijn volk bewaart en hen uiteindelijk ook uit die tijd van benauwdheid redt. En wanneer Daniël voorbij de verdrukking heen kijkt, ziet hij de opstanding: leven na de dood. Hij ziet Gods volk stralen als de helderheid van de hemel, tot in eeuwigheid. Lang voor het lege graf kreeg Daniël een glimp te zien van de hoop die verzekerd zou worden door de opgestane Christus.
Dit betekent dat de ultieme vraag in dit alles niet is of we elk detail van de eindtijd correct in kaart kunnen brengen. Ja, we worden opgeroepen om Zijn Woord te bestuderen en beproefde arbeiders[22] te zijn, maar profetie is niet bedoeld om ons primair tot specialisten in tijdslijnen te maken. De veel grotere vraag is of wij toebehoren aan de Koning Die aan het einde van die tijdslijn staat. Want er komt een dag dat alle koninkrijken van deze wereld voorbij zullen zijn gegaan, dat elke heerser zijn gezag zal hebben moeten afleggen, dat elke rivaal van God geoordeeld zal worden, en dat elke profetie volledig vervuld zal zijn. En op die dag zal Jezus Christus de enige toevlucht zijn. Daarom is de vraag nu niet alleen wat er gaat gebeuren, maar vooral of wij Hem vandaag door geloof al toebehoren.
Laten we daarom niet alleen de nauwkeurigheid van de profetie bewonderen, maar vooral de Heer van de profetie aanbidden. Laten we niet alleen het komende Koninkrijk bestuderen, maar ons allereerst buigen voor de Koning van dat Koninkrijk. Want de geschiedenis beweegt zich naar Hem toe. Alle volken bewegen zich naar Hem toe. De toekomst beweegt zich naar Hem toe. En op een dag zal ieder oog Hem zien, en zal elke knie zich voor Hem buigen, en elke tong belijden dat Jezus Christus de Heer is. Beweeg je daarom vandaag al op je knieën en belijd nu al dat Jezus Christus Heer is, want Hij is de Alfa en Omega. Hij is het Begin en het Einde. Hij is de Eerste en Laatste[23]. En Hij zegt, “Ja, Ik kom spoedig.”[24]
Laten we bidden.
[1] Lk. 19:41-44
[2] Rom. 11:25
[3] Efe. 2:15, 3:3-9; Kol. 1:26-27; Mat. 16:18
[4] Door John F. Walvoord, J. Dwight Pentecost, and Chuck Missler
[5] Zie bijv. Eze. 38:11-12
[6] Dan. 7:8, 24-25
[7] Dan. 11:21-35
[8] Dan. 9:27
[9] Dan. 7:25
[10] Op. 11:2; 13:5
[11] Op. 11:3; 12:6
[12] Mat. 24:16-22
[13] Zie ook Op. 13:5-6
[14] Op. 13:11-17; 2 Tess. 2:7-12
[15] Rct. 4
[16] Rct. 7
[17] Zie ook Jes. 34:1-7, 63:1-6; Hab. 3:3; Mic. 2:12-13
[18] Zach. 14:3-4; Joel 3:14-16; Mat. 24:29
[19] Op. 19:20
[20] Op. 20:1-3
[21] Dan. 12:7
[22] 2 Tim. 2:15
[23] Op. 22:13
[24] Op. 22:20