Bidden. Voorstellen.
Vandaag beginnen we aan een nieuwe serie over Psalm 145. Een Psalm waar David God looft om zijn grootheid en goedheid. En tijdens deze serie willen we samen stilstaan bij verschillende aspecten van Gods grootheid en hoe wij, als gevallen wezens, dit soms zo makkelijk en snel uit het oog kunnen verliezen en op andere dingen gefocust kunnen zijn.
Psalm 145 wordt door sommige schrijvers ook een “Prijs Alfabet” genoemd. Dit is de laatste alfabetische acrostichon die David heeft geschreven. Dat betekent dat elke vers begint met de opeenvolgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Als je een Herziene Statenvertaling hebt, zie je deze letters aan de kantlijn staan. Dit werd gedaan zodat het makkelijker was om deze Psalmen te onthouden en aan anderen te leren. Er wordt specifiek over deze Psalm gezegd dat Joden geloofden dat wanneer je drie keer per dag deze Psalm zou citeren, je vreugde zou vinden in het leven dat hierna komt. En het zou inderdaad zo moeten zijn, dat elke christen vandaag te dag profijt zou hebben van het onthouden van Bijbelteksten. Vooral als het teksten zijn die gaan over Gods grootheid.
Een ander mooi symbool van deze alfabetische Psalm, is dat het gaan van de eerste Hebreeuwse letter, Aleph, tot de laatste, Tav, kan de volheid en compleetheid van Gods grootheid symboliseren. God eren en zijn grootheid zien van A tot Z zogezegd. Dit helpt ons om te herinneren dat Zijn grootheid geen einde kent en voor altijd zal bestaan, iets wat we straks ook samen gaan lezen.
Naast wat in de Psalm staat, is de positie van de Psalm in heel het boek iets geweldigs om te zien. Veel Bijbelcommentatoren geloven dat dit de introductie is van de laatste Psalmen (146-150), die allemaal beginnen en eindigen met Halleluja en door David geschreven lijken te zijn. Deze serie aan Psalmen volgen ook vijf Psalmen van gebed, waar David om bescherming, hulp, overwinning en vergeving bidt toen hij door verzoeking heenging.
En het is dan zo mooi om te zien, dat David, nadat hij in gebed zijn gedachten veranderde naar Gods gedachten, hij zes Psalmen lang God aanbidt, Hem grootmaakt, Hem eert en Hem looft. Het was juist in gebed dat zijn gedachten veranderd werden. Tim Keller zegt daarom ook dat het doel van gebed niet is om Gods wil aan te passen aan onze, maar om onze wil aan te passen aan die van God. Daarom bidt Jezus ook in Zijn gebed in Gethsémané “laat niet Mijn wil maar Uw wil geschieden”. In eerste plaatst verandert gebed niet Gods hart, het verandert ook niet de omstandigheden en situaties waar we in zitten, maar het verandert ons hart.
En wanneer we een leven van gebed leven, dan leidt dat tot een leven van aanbidding voor Hem. In Psalm 144.9 belooft David in zijn gebed dat hij Psalmen voor de Heer ging zingen. En zo wordt ook het boek van de Psalmen afgesloten. Bijbelcommentator Matthew Henry suggereert ook dat naarmate we ouder worden en langer oprecht met de Heer hebben gewandeld, we steeds de Heer meer zouden willen aanbidden, want dat is namelijk wat we tot in eeuwigheid in Zijn aanwezigheid zullen doen, dus waarom wachten.
Dit is wat David door had wanneer hij Psalm 145 schreef. Laten we daarom samen de eerste drie verzen samen lezen.
Psalm 145.1-3
Vandaag wil ik samen met jullie stil staan bij een hart van aanbidding. En ik wil nadenken over drie verschillende vragen:
- Wat is aanbidding?
- Wanneer aanbidden we?
- Waar komt een hart van aanbidding vandaan?
Door deze drie vragen heen, wil ik samen een kijkje nemen in Gods hart en Zijn wil voor ons. Dus laten we Gods Woord samen induiken en verwonderd raken van wie Hij is.
Wat is aanbidding?
In de drie verzen die we hebben gelezen, zien we dat David God roemt, David looft en prijst Gods naam. Dit zijn allemaal manieren waarop aanbidding zichtbaar wordt. Dit zijn vruchten van een hart van aanbidding. En deze vruchten hebben allemaal één ding in gemeen, namelijk Gods grootheid.
Een leven van aanbidding vloeit voort uit een levende relatie met de Heer, waarin we Hem leren kennen en Zijn grootheid steeds meer gaan herkennen.Vandaag de dag hebben we op een verkeerde manier aanbidding verbonden aan kerkelijke bijeenkomsten. We hebben aanbidding verbonden aan liederen zingen in de kerk, aan met elkaar bidden, of fellowship met elkaar hebben. En dat is voor een groot deel onjuist.
Ter voorbereiding op de Goede Vrijdag dienst, die we samen met de jongeren mochten organiseren, heb ik een studie aan hen mogen geven over aanbidding. Een daarin hebben we samen gekeken dat aanbidding niet per se iets is wat je doet, maar een levensstijl. We koppelen aanbidding aan een plek, aan een manier of vorm. Jezus verbreekt dit idee wanneer Hij in gesprek is met de Samaritaanse vrouw in Johannes 4. Zij dacht namelijk dat God alleen op één plek aanbeden kon worden. Maar wat zegt Jezus:
21 Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden.
23 Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden.
24 God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.
Jezus maakt hier duidelijk aan de Samaritaanse vrouw dat aanbidding niet draait om waar we zijn of wat we doen. Maar Jezus focust hier primair op onze hartsgesteldheid, op wat er in ons hart omgaat en de redenen waarom we doen wat we doen. Wie God aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid. Dat betekent dat we dat uit een relatie met Hem moeten doen en uit oprechtheid. Deze tweeën gaan samen, hand in hand. Aanbidding in geest zonder kennis van wie Hij is leidt alleen maar tot een oppervlakkige en/of emotionele ervaring die vergeleken kan worden met een high. Kennis zonder geest leidt dan tot een droge, liefdeloze vorm van vreugdeloze legalisme, waarbij de vorm belangrijker wordt dan Gods hart kennen. Aanbidding is een combinatie van beide aspecten, waarbij we God meer gaan waarderen wanneer we Hem beter leren kennen. En wanneer we Hem meer waarderen, zullen we Hem meer aanbidden.
Dit is ook de cyclus waar David in belandde in vers 3 van Psalm 145. Zijn aanbidding kwam uit een hart die gevuld was met Gods grootheid. “De Heer is het aanbidden waard, omdat ik elke keer opnieuw een beetje meer mag beseffen hoe groot Hij is”. En David zag dat Gods grootheid geen einde heeft.
Ware aanbidding is het erkennen van God en al Zijn macht en heerlijkheid in alles wat we doen. En de hoogste vorm van aanbidding staat in Romeinen 12.1 (NBV):
1 Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u.
De hoogste vorm van aanbidding is Hem en Zijn Woord gehoorzamen in alles wat we doen. Aanbidding is God verheerlijken en verhogen, onze trouw en bewondering voor onze Vader tonen.
Wanneer aanbidden we?
Dat brengt ons bij mijn tweede vraag: wanneer aanbidden we? Het korte antwoord is: altijd. Om dat beter te kunnen begrijpen moeten we eerst kijken waarom we geschapen zijn. Door heel de Bijbel heen lezen we dat alles geschapen is voor Zijn eer, alles is geschapen om Hem te aanbidden. Jesaja 43.7 zegt:
7 Ieder die genoemd is naar Mijn Naam, die heb Ik tot Mijn eer geschapen, die heb Ik geformeerd, ja, die heb Ik gemaakt.
We lezen verder dat alle eer Hem toebehoort, Hij is de Enige die waard is om alle lof te ontvangen. Maar door de zondeval hebben we ons aanbidding voor God vervangen voor aanbidding van andere dingen, voornamelijk het aanbidden van onszelf (Kol. 3.5, 7-10). Dit is wat we afgoderij noemen, dat betekent van God af zijn geweken. Romeinen 1.25 zegt:
25 Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen, en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.
We hebben God en Jezus, die de Waarheid is, vervangen voor andere dingen die we aanbidden. En wanneer we nog in zonde leven, wanneer we niet tot geloof zijn gekomen en Jezus in ons hart hebben aangenomen als ons redder en verlosser, wanneer we niet gerechtvaardigd zijn, dan leven we constant in afgoderij. We zijn dan constant bezig met andere dingen aanbidden dan God. We hebben dan geen keuze. Maar wanneer we tot bekering zijn gekomen, zijn we een nieuw schepsel geworden. “Als iemand in Christus is, is hij/zij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden” (2 Kor. 5.17).
Wanneer we tot geloof komen, worden we opgeroepen om God te aanbidden, om te wandelen zoals Hij dat vraagt. In Galaten 5.16 worden we geroepen om in de Geest te wandelen. In Efeze 4.1 worden we geroepen om te wandelen in eenheid van Geest. In Romeinen 6.4 worden we geroepen om in een nieuw leven te wandelen. En zo zijn er nog veel meer teksten die ons oproepen, ons bevelen, ons vermanen om te wandelen zoals God dat van ons vraagt, om Hem alle aanbidding te geven die Hij waardig is. Het is aan ons om antwoord daarop te geven en net als David te zeggen:
2 Iedere dag zal ik U loven en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd.
David besloot om iedere dag, elk moment van zijn leven Gods wil voor zijn leven na te streven. Dat betekent niet dat het David elke keer lukte om te doen wat God van hem vroeg, maar hij was daar wel constant mee bezig. En elke keer dat hij geconfronteerd werd met zijn zonden, met het tekort schieten van Gods wil voor zijn leven, bekeerde David zich daarvan. Daarom werd hij ook een man naar Gods hart genoemd, om dat hij dicht bij God wilde leven. En waarom wilde hij dat?
Omdat David Gods goedheid zag, en hij vulde zich daar constant mee. Niet alleen wanneer hij door goede tijden heen ging, maar ook wanneer hij door moeite, pijn en verdriet heen ging. Hij moest vluchten voor koning Saul, omdat hij iets verkeerds had gedaan? Nee, juist omdat David Gods weg volgde. Menselijk gezien was het volledig onterecht. David heeft veel kinderen verloren, eentje als baby (2 Samuël 12, Psalm 51), een zoon heeft een dochter seksueel misbruikt, een ander zoon heeft die dan weer vermoord (2 Samuël 13), diezelfde zoon heeft een staatsgreep gepleegd (2 Samuël 15), waardoor David moest vluchten (Psalm 3), en die is vervolgens vermoord door Davids commandant tegen zijn zin in (2 Samuël 18).
Maar door alles heen, door moeite en verdriet, strijd en pijn heeft David besloten om zijn ogen gericht te houden op de Heer, en niet gefocust te zijn op de omstandigheden. Door gebed werd zijn hart gevormd naar Gods hart, door gebed werd hij stilgezet door de grootheid en goedheid van God, waardoor hij keer op keer zichzelf in aanbidding overgaf aan de Heer. Hij vroeg niet aan de Heer of zijn vijanden weggenomen konden worden, maar of de Heer hem wilde ondersteunen en bevrijden (Psalm 3). Hij vroeg niet of zijn pijn weggenomen kon worden, maar of hij vreugde in de Heer kon vinden (Psalm 51). Het enige wat David vroeg om weggenomen te worden waren zijn zonden, want hij wist dat dit was wat zijn relatie met de Heer belemmerde (Psalm 51). In alles koos David om op God gericht te zijn, en diezelfde keuze hebben wij ook vandaag de dag.
Waar komt een hart van aanbidding vandaan?
En dat beantwoordt mijn laatste vraag: waar komt een hart van aanbidding vandaan? Een oprecht hart van aanbidding komt uit een hart dat gevuld is met Gods grootheid en goedheid. En hoe moeilijk ik het soms vind om dit zelf te geloven en toe te passen, is mijn ogen gericht houden op Gods grootheid, Hem aanbidden, onafhankelijk van de omstandigheden, wat me door alle situaties heen kan leiden.
Want wat gebeurt er wanneer we niet op Gods grootheid gefocust zijn? Dan worden we angstig, wanhopig en apathisch. Wanneer we niet op God gericht zijn, wanneer we ons niet dagelijks vullen met Zijn goedheid, grootheid en almacht, dan gaan we naar onszelf toekeren. We gaan dan bezig zijn met onszelf, met de situatie waarin we in zitten en de omstandigheden. We gaan gericht zijn op de mensen om ons heen, wat ze van ons verwachten, wat ze van ons denken, wat we denken dat ze van ons verwachten. En dat kan drie uitwerkingen hebben.
Als eerst kunnen we angstig worden. Ik vind dit woord in het Engels anxious zo krachtig. Dit betekent dat we bezorgd zijn, dat we angstig en gespannen zijn, waardoor we onrustig zijn vanbinnen. Wanneer we anxious worden, dan worden we van onze blijdschap in de Heer beroofd. We keren ons naar binnen, waardoor het steeds moeilijker wordt om gericht te zijn op God en blijdschap uit Hem te putten. We gaan dan het van onszelf verwachten. Ons neiging is dan om zelf alle last te gaan dragen, om dingen voor anderen te gaan invullen en onszelf te gaan identificeren als die last dat we meedragen. Wij kunnen dan denken dat wij de last zijn voor anderen, waardoor we onszelf nog meer gaan afzonderen.
En als jij vandaag je zo voelt, als je denkt dat je een last bent voor anderen, dan wil ik je vandaag bemoedigen. Psalm 46 vers 2 en 3a zeggen (HTB):
2 Bij God vinden wij bescherming, Hij is onze kracht. In de moeilijkste omstandigheden bleek steeds weer dat Hij ons te hulp komt. 3a Daarom kennen wij ook geen angst
Paulus verwoord heel mooi wat we moeten doen in tijden van zorg in Filippenzen 4.6 en 7:
6 Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; 7 en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.
Paulus spoort jou en mij aan om te bidden in tijden van onrust, want hij wist dat dat is wat ons hart kan veranderen, wat ons beeld van God kan veranderen en we vervuld kunnen worden met Hem, en dus ook met Zijn vrede. En dat is niet zomaar een vrede, dat is een vrede die alle begrip te boven gaat.
“Maar Gabriel, ik kan me zo alleen voelen en ik ben dan bang dat ik een last zal zijn voor anderen”. Ik begrijp je, ik voel je. Maar het is altijd zo een troost voor mij wanneer ik aan Jezus denk in Gethsémané, Hij was ook bedroefd en zeer angstig (Mattheüs 26.37). Maar wat Hij daar dan doet is zo een bemoediging voor jou en mij. Hij neemt zijn drie discipelen waarmee hij het meest optrok. Hij neemt hier eigenlijk Zijn drie beste vrienden en wat zei Hij tegen hen? Mattheüs 26.38:
38 Toen zei Hij tegen hen: Mijn ziel is zeer bedroefd, tot de dood toe; blijf hier en waak met Mij.
Jezus deelde met hen waar Hij mee zat, en Hij vroeg of de discipelen, of Zijn vrienden samen met Hem konden bidden en waken. Dit is een militaire term, wat betekent klaar staan, waakzaam zijn. En Jezus wilde dit niet alleen doen, Hij dacht niet dat Hij een last zou zijn voor anderen. Nee, Hij vroeg of Zijn vrienden met Hem klaar wilden staan, met Hem wilde waken. Hoe mooi is dit? “Maar Gabriel, Jezus was perfect, Hij had geen zonden”. Precies, hoe des te meer hebben we dan geestelijke en bijbelse mensen om ons heen nodig om samen te waken in tijden van onrust en bezorgdheid. Je zou genoeg smoesjes kunnen verzinnen om dit niet te doen, maar het blijven smoesjes. Daarom wil ik je bemoedigen om in tijden van onrust en angst het voorbeeld van Jezus te volgen: zoek een broer of zus in het geloof op en vraag of zij je geestelijk willen bijstaan en met je willen meelopen. “Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van Christus.” (Galaten 6.2)
Als tweede kunnen we wanhopig raken. Wanhoop komt van twijfels over de Heer, over Wie Hij is, of Hij wel echt goed is en echt van jou houdt, of Hij nog iets goeds in jouw leven gaat doen. Zoals Paul Miller het zegt, word je in wanhoop een negatieve persoon met een gevoel van verslagenheid. En juist door naar Hem te kijken, gevuld raken door Zijn grootheid, kan je leren om weer hoop te hebben.
We leven dan net als Mozes en Job: “Och God”. Maar wat zegt God dan? (Exodus 4)
11 Maar de HEERE zei tegen hem: Wie heeft de mens een mond gegeven? Of wie maakt iemand stom, doof, ziende of blind? Ben Ik het niet, de HEERE?
4Waar was u toen Ik de aarde grondvestte? Maak het bekend, als u echt inzicht hebt.
5Wie heeft haar afmetingen bepaald? U weet het immers wel. Of wie heeft het meetlint over haar uitgespannen?
8Of wie heeft de zee met deuren afgesloten, toen zij losbarstte en uit de baarmoeder naar buiten kwam,
9toen Ik haar een wolk gaf als kleding, en de donkere wolken als haar omslagdoek.
10Ik stelde haar Mijn grens, en plaatste een grendel en deuren,
11en zei: Tot hiertoe mag u komen en niet verder, hier zal zich een grens stellen tegen de glorie van uw golven.
19Waarheen is de weg waar het licht woont? En de duisternis, waar is zijn woonplaats,
20zodat u die naar zijn gebied kunt brengen, en dat u de paden naar zijn huis kunt opmerken?
22Bent u gekomen bij de schatkamers van de sneeuw? Hebt u de schatkamers van de hagel gezien,
23die Ik achterhoud voor een tijd van benauwdheid, voor een dag van strijd en oorlog?
24Waarheen is de weg waar het licht zich verdeelt, en de oostenwind zich verspreidt over de aarde?
Dit is wie jouw liefdevolle Vader is! En als ik weet wie Hij is, als ik weet hoe groot Hij is, hoe almachtig Hij is, hoe wonderlijk Hij is, wie zal ik dan nog vrezen? Wanneer we ons vullen met Gods grootheid, wanneer we ons laten raken door wie Hij is, dan zullen we gaan inzien dat we een God en Vader van hoop hebben. En dan zal ons wanhoop als sneeuw voor de zon verdwijnen.
Als laatst, voor diegene die denken “Maar dit geldt niet voor mij. Het gaat best wel goed met mijn geestelijk leven”, iets wat zelf vaak kan denken, is de laatste mogelijk uitwerking apathie. Dat is ongevoelig zijn, onverschillig of zonder gevoel. Dat is eigenlijk liefdeloosheid. Het kan lijken dat je leven op wieltjes loopt, het gaat goed op werk, alles lijkt rustig thuis te zijn, je bent altijd aanwezig op de kerkelijke activiteiten, en je kan zelfs elke ochtend je Bijbel induiken en keurig je stille tijd houden. Maar diep van binnen ben je niet meer diep verwonderd van wie God is.
En ik geloof dat het bekend zijn geraakt met wie God is een groot probleem bij ons vandaag in de kerk van de Calvary Chapel Haarlemmermeer is. We zijn familiair geworden met wie God is, en daardoor zijn we onze diepe verwondering, ons diepe ontzag voor Zijn grootheid verloren. We blijven onze standaard riedeltjes doen, we zijn keurig aanwezig om te bidden voor de dienst, we beginnen met een kinderlied en doen leuk de dansjes mee, we luisteren naar de preek en gaan zelfs daarna bidden achterin. Begrijp me niet verkeerd, er is niets mis met deze dingen, maar we doen ze niet meer uit een diep ontzag voor de Heer.
Wanneer we geconfronteerd worden met onze manieren van doen, dan worden we agressief of vallen juist stil. Wanneer iemand niet eens is met onze theologische visie, dan gaan we de andere proberen te overtuigen. Bij de mannen merk ik dat we de laatste tijd meer praten over theologische visies dan hartsgesprekken, dan überhaupt over Gods hart en wie Hij is. Dit doet me heel erg denken aan de Farizeeën in de tijden van Jezus.
We spreken elkaar niet meer aan op onze zondes, mannen en vaders die in winterslaap gevallen lijken te zijn en niet meer actief in het geloof lijken te zijn. 1 Korinthe 16.13-14:
13 Wees waakzaam, sta vast in het geloof, gedraag je als mannen, wees sterk.
14 Laat alles wat je doet, gedaan worden in liefde.
Mannen, waar zijn jullie?! We kiezen ervoor om onze vrouwen niet te heiligen, omdat we geen discussie aan willen gaan en het gezellig thuis willen houden. We kiezen ervoor om onze kinderen niet te disciplineren, want we zijn moe en hebben geen zin in gedoe thuis. We kiezen om elkaar niet aan te spreken, want het is ongemakkelijk en dan moet ik mezelf mentaal en geestelijk inspannen. Dit is zo liefdeloos! Het laat zien dat je meer bezig bent met andere dingen aanbidden dan de allerhoogste Koning.
And guess what? Onze vrouwen hebben ons nodig om hen actief te heiligen in liefde, jullie kinderen hebben jullie nodig om hen in de liefde op te voeden in Gods Woord. Andere mannen in de gemeente hebben jullie nodig, andere vrouwen en kinderen in de gemeente hebben jullie nodig om in liefde aangescherpt te worden. Ik heb jullie nodig!
Ik heb mannen nodig die in liefde komen vragen hoe het met me gaat, hoe het gaat met mijn huwelijk. Mannen die mij in liefde en directheid op mijn zonden wijzen, die met mij willen strijden tegen mijn hoogmoed, arrogantie, maar ook tegen mijn onverschilligheid en apathie. Dit allemaal zodat ik weer onder indruk kan staan van Gods liefde en grootheid door jullie heen, en we samen met een diep ontzag Hem verder met een oprecht hart kunnen aanbidden.
Een paar weken geleden zat een lieve broeder bij mij op de bank thuis, en hij deelde met mij dat hij bepaalde roddelpatronen in mijn leven zag wanneer we in gesprek waren. Was dat fijn? Nee, natuurlijk niet, maar ik had het wel nodig om te horen en ik ben die broeder heel dankbaar. Ik had het nodig om weer naar mijn hart te kijken, die te doorgronden en te breken met mijn zonden. Waarom? Zodat ik weer versteld van God kon staan en zijn liefde voor mij kon proeven.
Afsluiting
De enige manier om onrust, wanhoop en apathie te overwinnen, de enige manier om onszelf te vervullen met Gods grootheid is door onszelf te vernederen. Is het door naar anderen toe te stappen en vragen of ze voor mij willen bidden. Is het door naar een broer of zus te stappen en hun in liefde te wijzen op hun zonden. Is het door zelf gewezen te worden op je eigen zonden. Allemaal zodat we weer gevuld kunnen worden met een diepe verwondering voor wie God is.
En als eerst moeten we net als David kunnen zeggen:
1a Mijn God en Koning, ik zal U roemen
En ons te buigen voor de eeuwige, allerhoogste Koning. David was koning van Israël, zijn rijkdommen en schatten waren iets wat we niet kunnen bedenken, maar hij koos om zichzelf te vernederen en te buigen voor God.
Wanneer we dit samen met hem doen, zullen we zien hoe klein en nietig we zijn en zullen we beseffen hoe groot Zijn liefde is voor jou en mij. We zullen zien hoe fijn het is om te breken met zonden in ons leven en alles aan zijn voeten neer te leggen, zodat we dicht bij Zijn Vaderhart kunnen leven, Hem erend in alles wat we doen. En als gevolg zullen we liefdevol, genadig en barmhartig naar anderen zijn. We zullen onze ervaring, onze diepe verwondering voor Hem met andere delen, zodat ze bovenal Zijn grootheid, goedheid en liefde kunnen proeven en een leven van aanbidding kunnen leiden, die welgevallig is voor de Heer. Dit is een waar leven van aanbidding hebben, gevuld door Gods grootheid.
1b en Uw Naam zal ik loven, voor eeuwig en altijd.
Komende weken zullen we samen als gemeente dieper duiken in verschillende aspecten van Gods grootheid door Psalm 145. En ik bid dat door deze serie heen, we steeds meer dichter naar Gods Vaderhart kunnen groeien, en dat weer naar andere mogen uitstralen.