Johannes 1:44-52 (25-10-2026) – Kom en zie
God is een God van maatwerk. Hij wil íeder mens bereiken, maar ook iedere christen gebruiken om een ander te bereiken. Zijn oproep ‘Kom en zie’ draagt Hij uit dóór mensen, zodat Hij door hen heen anderen kan bereiken.
- De Geest wil jou leiden om Hem te volgen, om anderen over Hem te vertellen. Tegelijk wil Hij dat jij Hem ziet voor Wie Hij is, christen en nog-niet. Hij laat Zichzelf kennen, wat grote genade is van Zijn kant. ‘Kom en zie’, voor het eerst, wordt verfrist in Wie Hij is; Kom en zie Jezus.
v44-47 Kom en zie –
Jezus is bezig met het kiezen en verzamelen van Zijn discipelen. Hij is 12 mannen aan het uitkiezen, die later Zijn gemeente moesten leiden. Hij heeft Andreas, Johannes en Petrus al gekozen; zij hebben al gereageerd met geloof en de reactie om te volgen (v35-44). Nu volgen Filippus en Nathanaël.
- Jezus wilde van de Jordaan, Betharaba (v28), náár Galilea reizen (v44). Maar vóór Hij ging, zocht Hij Filippus. Hij “vond Filippus”, wat betekent dat Hij hem ‘zocht’. Jezus’ oproep aan Filippus is een mooie: “Volg Mij”. Filippus is de eerste discipel die deze oproep krijgt.
Jezus wilde dat Filippus Hem zou volgen, dat ook hij zijn leven over zou geven aan Hem. Filippus kwam uit Bethsaïda, net als Andreas en Petrus (v45). Dit was een klein vissersdorp, dus het is waarschijnlijk dat ze elkaar kenden. Filippus is een apostel die heel praktisch dacht.
- Wanneer later Jezus 5000 mannen + vrouwen en kinderen wil voeden, vraagt Hij Filippus waar ze brood zullen kopen (Joh. 6). Blijkbaar sprak hij Grieks, in Johannes 12 komen Griekssprekende gelovigen op hém af. En hij vroeg Jezus hem de Vader te laten zien (Joh. 14).
- Filippus wordt verder nog in Handelingen 1 genoemd, als een van de discipelen die in de bovenkamer was. Hij was erbij toen de Geest werd uitgestort, de vervulling van Jezus’ belofte dat de Geest óver de discipelen zou komen, de noodzakelijke doop met de Geest.
- Deze Filippus werd door God geroepen en ingezet tot Gods eer. Wij weten vrij weinig van hem, maar God kent hem door en door. Jezus zócht hem, vónd hem en ríep hem. Zijn vraag was “Volg mij”; dat zette zijn leven op zijn kop, maar was de beste keuze.
- Voor Filippus geldt hetzelfde als Johannes en Andreas. Dit was een keuze die tegen de cultuur en religie van die tijd ingingen. Dit was een keuze van overgave, waarbij hij níet wist waar hij aan begon. Maar hij volgde, omdat hij Jezus geloofde.
We zien dat Filippus het ‘volgen’ heel letterlijk nam (v46); hij “vond Nathanaël”. Net zoals Jezus hem zocht en vond, zo zocht en vond Filippus Nathanaël. En hij gaf een vergelijkbaar getuigenis van Jezus, als Andreas aan Petrus gaf: “Wij hebben Hem gevonden”.
- Specifiek Hem van “Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en ook de profeten”. Hij geeft Jezus een hoge plaats in zijn denken, in zijn theologie, in zijn leven. Zowel Andreas, Petrus als Filippus kenden het OT, ze wísten wat de Tenach over de Joodse Messias zei.
Johannes 5:46 “Want als u Mozes geloofde, zou u Mij geloven; want hij heeft over Mij geschreven.”
Jezus zélf zei dat Mozes over Hem geschreven had; in Zijn gesprek met de Emmaüsgangers (Lukas 24) zegt Hij hetzelfde. Mozes, die ±1500 jaar vóór Jezus op aarde rondliep, schreef al over Jezus. Dit laat weer zien dat de héle Schrift geïnspireerd is en daarmee nuttig om te onderwijzen (1 Tim. 3).
Deuteronomium 18:15, 17-18 “Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren,
Toen zei de HEERE tegen mij: Het is goed wat zij gesproken hebben. Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken.”
- In v15 spreekt Mozes zelf, in v17-18 spreekt “de HEERE”, Yahweh, God de Vader. Hij zegt hier dat er een Profeet zal komen, die net als Mozes ‘van aangezicht tot aangezicht’ met God zou praten (Ex. 33). Een Profeet Die woorden van God zou ontvangen en Gods woorden doorgaf.
- Dit is volgens de Joden een ‘ononderbroken lijn van profeten’, die door God gegeven worden aan hun volk. Deze profeten zouden dan boodschappers van God zijn, in de lijn van Mozes.
Dat is waar Filippus dus tegenin gaat in Johannes 1; hij ziet Jezus als de vervulling. Hij geeft Jezus hier de titel van Profeet, die door God opgestaan is, naar Wie Israël moest luisteren. Filippus zegt dat Jezus’ woorden direct van God Zelf komen en dat Hij puur dingen zegt die van God komen.
- Bedenk wat dit betekent; als Filippus gelijk heeft, zijn Jezus’ woorden meer relevant dan álle andere woorden die ooit gesproken zijn. Als Filippus en Johannes gelijk hebben (H1:1-4), is de hele Schrift Jezus’ Woord. En zijn die woorden direct van God, voor ons.
- Als je leest over ‘heilig leven’, neem je dat dan serieus? Ben je bereid om zonde af te leggen, omdat Gód vindt dat het zonde is? Het leven van de christen is een proces van heiliging, méér op Jezus lijken; laat je Zijn Woord dat werk in jouw hart doen?
- Als je leest over God dienen, waar Hij je ook plaatst, luister jij dan? Bepaalt God jouw agenda en wat jij doet, of bepaal jij, jouw ideeën, etc.? God wil jou gebruiken, tot Zijn eer, op Zijn tijd en Zijn manier. Luister jij naar de leiding van de Geest?
- Als je leest over discipelschap, geven, evangeliseren, vrucht dragen in Gods koninkrijk, God eren boven alles, geen afgoden, etc. Wat doet dat in je hart? Is jouw hart gericht op simpele, directe gehoorzaamheid? Of heb jij altijd een tegenwerping richting God?
- Als Filippus gelijk heeft, vereist dat een reactie op Gods Woord. Als Jezus’ woorden gehoorzaamd moeten worden, als de hele Schrift nuttig is, dan móet je daar iets mee. Gehoorzamen, je leven overgeven, Hem volgen. Doe jij dat?
Jezus zei tegen Filippus: ‘Volg Mij’; Filippus zei tegen Nathanaël: “Kom en zie” (v47). Nathanaël hoorde dat de Persoon over Wie Filippus sprak “uit Nazareth” kwam (v46). Nazareth was in die tijd een klein, onbekend en misschien wel beetje duister dorp. Het had een slechte reputatie.
- Vandaar dat hij een oprechte, maar directe vraag stelt: “Kan uit Nazareth iets goeds komen?” (v47). We zien hier de vooroordelen die in Nathanaëls hart leefden, wat de oproep van Filippus uitlokt om te komen en voor zichzelf te zien.
In v48-52 zien we dat Nathanaël ook daadwerkelijk naar Jezus gaat. En daarin zien we dat er niet 1 weg is waardoor mensen bij Jezus komen. In v35-47 zien we 4 verschillende manieren waarop mensen door God getrokken worden. En God is creatief genoeg om dat voor ieder mens uniek te doen.
- Andreas en Johannes volgden Jezus obv het getuigenis van Johannes de Doper. Petrus kwam bij Jezus doordat zijn broer Andreas van Jezus getuigde, met een ander getuigenis dan Johannes de Doper gaf.
- Filippus werd door Jezus Zelf gevraagd om Hem te volgen. Nathanaël kwam obv de vraag van zijn vriend Filippus. God past prachtig maatwerk toe, om íeder hart voor de keuze te stellen om Hem te volgen. Hij doet wat nodig is om mensen tot Zichzelf te trekken.
- Ook hier mag je leren luisteren naar de leiding van de Geest. Hij wil dat íeder mens tot Hem komt, dat betekent dat Hij ook jou kan en wil gebruiken om mensen te bereiken. Luister jij als de Geest je leidt om te getuigen naar een ander?
Jezus riep Filippus, die op zijn beurt Nathanaël meenam. Jezus’ oproep van ‘Kom en zie’ was het voorbeeld dat Filippus zag en nadeed. Hij stond open voor Gods leiding, wilde een ander meenemen náár Jezus. Hij getuigde van Jezus, op de manier die paste bij Nathanaël.
v48-52 Kom en zie –
Jezus’ maatwerk komt duidelijk naar voren in Zijn gesprek met Nathanaël. Deze Nathanaël wordt ook wel Bartholomeüs genoemd in de andere Evangeliën, de naam Nathanaël komt alleen in Johannes voor. Nathanaël betekent ‘cadeau van God’, Bartholomeüs betekent ‘zoon van Tolmai’.
- Nathanaël wordt hier genoemd in Johannes 1 en in Johannes 21. Wat we weten van zijn karakter, komt door wat we híer lezen. Hij wordt in Handelingen 1 Bartholomeüs genoemd en hij was erbij bij Pinksteren, de geboorte van de gemeente.
Jezus wist wie Nathanaël was, Hij had Zijn oog op hem als een van Zijn apostelen. Hij zag Nathanaël komen en zei prachtige woorden over hem: “Zie, werkelijk een Israëliet in wie geen bedrog is” (v48) Hij zei dat Nathanaël iemand was die ‘geen valstrik’ legt voor een ander.
- Nathanaël is er niet op uit om mensen verstrikt te laten raken in een val. Hij is oprecht, hij bedriegt mensen niet. Psalm 32:2 gebruikt precies dezelfde woorden in het Grieks in de Septuagint, de Griekse vertaling van het OT.
Psalm 32:2 “Welzalig de mens wie de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.”
- Gezegend is de mens in wiens geest God geen bedrog vindt. Dat is wat we hier zien in v48, waarbij de conclusie is dat “De HEERE”, God Zelf, géén bedrog in Nathanaël ziet. Dat is fantastisch.
- Was Nathanaël perfect? Nee, zeker niet. Hij was een zondig mens; maar Jezus ziet zijn hart, gedachten en daden. En Gods conclusie is dat hij geen mens van bedrog is. Hoe mooi is dat?!
De reactie van Nathanaël is “Hoe kent U mij” (v49) Hij wil weten hoe Jezus tot deze conclusie komt. Je kan dit alleen over iemand zeggen, als je die persoon goed kent, als je de ander écht kent. Dit was de eerste keer dat deze 2 mensen elkaar ontmoetten, en toch concludeerde Jezus dit over Nathanaël.
- Dit laat zien dat Jezus écht God is. Hij ként Nathanaël; niet van ‘horen zeggen’, maar vanuit diepe, intieme kennis. Hij is de Maker, God Zelf. En doordat dat is Wie Hij is, ként Hij Nathanaël zo goed, dat Hij deze conclusie over hem kan trekken.
- Jezus wíst dus ook dat Nathanaël neerkeek op Nazareth en haar mensen (v47). Toch ontvangt Hij hem hartelijk, wijst Hij hem niet af. Hij zag hem komen en had hem lief; dat zie je in hoe Hij met Nathanaël omgaat.
- Wij kunnen zo makkelijk ons laten leiden door wat we weten, of denken te weten, over mensen. Maar Jezus toont liefde naar iemand die Zijn afkomst minachtte. Hij wil dat Nathanaël bij Hem komt; Hij reikt uit naar deze man. Is jouw hart ook zo?
Jezus’ antwoord op Nathanaël is geweldig; “Voordat Filippus u riep, toen u onder de vijgenboom was, zag Ik u” (v49). Dit ‘zag’ wijst op een actief kijken, ‘actieve betrokkenheid’ bij wat je ziet. Jezus keek niet alleen, Hij zag, vol aandacht, dat Nathanaël daar was.
- Hij wist wáár Nathanaël was en op welk tijdstip. Hij wist dat Nathanaël onder een ‘vijgenboom’ zat, niet alleen dat hij érgens zat. Jezus wees aan dat Hij dit al zag vóór Filippus bij hem kwam. Dit is onmogelijk voor een mens om te weten, maar Jezus wist het.
- Hoe bizar moet dit geweest zijn om te horen?! Geen oordeel, maar liefde. Geen afwijzing of correctie, maar hartelijke ontvangst. Hij wist als geen ander dat Jezus gelijk had. Hij moest nu kiezen wat zijn reactie was op Zijn woorden.
“Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël” (v50) Deze reactie is tekenend voor wie Nathanaël was. Hij gaat niet tegen Jezus in, vraagt niet hoe Hij dit weet, etc. Hij trekt de enige juiste conclusie die mogelijk is; hij zegt dat Jezus God is.
- Net als met Andreas (v42), is dit een uitspraak waar je overheen kan lezen. Toen Jezus dit over Zichzelf zei (Mat. 26; Joh 19), was deze uitspraak, dat Hij de Zoon van God is, reden genoeg voor de hogepriester om Jezus ter dood te veroordelen.
Johannes 19:7 “De Joden antwoordden hem: Wij hebben een wet en volgens onze wet moet Hij sterven, want Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt.”
- Dít is wat Nathanaël, een toegewijde Jood, iemand “in wie geen bedrog is”, over Jezus zegt. De gevolgen hiervan voor Nathanaël zijn groot; dit maakt hem uitschot voor de Joden, zet zijn relatie met de religieuze leiders op scherp.
- We zien dat de Joodse christenen in de Hebreeën brief zwaar vervolgd worden. In Handelingen 8 zien we hetzelfde. Allemaal omdat de kerk geloofd dat Jezus de Zoon van God, God Zelf is. Zo groot is deze uitspraak.
Maar hij zegt niet alleen dit, hij zegt ook dat Jezus “de Koning van Israël” is. Dit grijpt terug naar een belofte van God aan David, in 2 Sam. 7:12-13. God beloofde hier dat er áltijd een koning op de troon zou zitten, uit de lijn van David. Dit mét Jesaja 9:5-6 maakt zijn woorden een Messiaanse profetie.
Jesaja 9:5-6 “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De na-ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen.”
- Nathanaël zegt dus dat Jezus God is én dat Hij de langverwachte Messias is. Hij is het Die op de Troon van David zit. Dat zijn uitspraken die gigantisch zijn voor een Jood. En die doet hij obv een paar woorden van Jezus.
- Hij doet hier uitspraken die niet alleen feitelijk zijn, dit zegt ook iets over zijn hart. God Zelf, de Koning; dat zijn titels voor iemand om te gehoorzamen. Hij zegt hiermee dus ook dat hij zichzelf onderwerpt aan God, aan de Koning van Israël.
- Deze ‘bijzin’ is een zeer diepe uitspraak van geloof, overgave, ontzag en erkenning van Wie Jezus is. Nathanaël ként de Tenach, het OT. Hij weet wat de Bijbel over God zegt en onderwerpt zich aan God en Zijn Woord.
- Hij zet zijn eigen leven en wereld op zijn kop, hij gaat in tegen de heersende cultuur, doordat hij luisterde naar de oproep ‘Kom en zie’. Zo krachtig is een ontmoeting met Jezus; zo nodig is dit voor ieder mens.
- Hij doet hier uitspraken die niet alleen feitelijk zijn, dit zegt ook iets over zijn hart. God Zelf, de Koning; dat zijn titels voor iemand om te gehoorzamen. Hij zegt hiermee dus ook dat hij zichzelf onderwerpt aan God, aan de Koning van Israël.
Jezus sprak tot Nathanaël zoals hij nodig had. Hij gaf hem mee wat nodig was om hem tot Zichzelf te trekken. Dat Geest-geleide maatwerk is wat Jezus had, maar ook waar wij in mogen groeien. Wij horen meer op Jezus te gaan lijken (Rom. 8); dus ook in het luisteren naar de leiding van de Geest.
- Gods liefde, genade, barmhartigheid, rechtvaardigheid, etc. Het Zijn allemaal fantastische eigenschappen van Wie Hij is. Maar alleen Hij weet wat ieder mens nodig heeft. Nathanaël had het nodig om Gods alwetendheid te zien. Zo goed kent Hij íeder mens.
- Filippus had het nodig om geroepen te worden met de simpele oproep ‘Kom en zie’. Ieder mens heeft iets anders nodig. Laten wij niet denken dat er 1 methode is. De Heilige Geest weet het, Hij kan en wil ons leiden om íeder mens te bereiken. Luister jij?
Jezus erkent Nathanaëls woorden (v51-52). Hij belooft dat Nathanaël “grotere dingen” zal zien (v51). Wat zal hij zien? De hemel geopend en engelen die “opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensen” (v52). Ook dit is een heel bijzondere uitspraak, die wat achtergrond vraagt.
- 7x in v47-52 komt een variant voor van het woord ‘zien’. ‘zie’, ‘zag’ en ‘zien’; er is dus iets te zien. Nathanaël zág Jezus, Jezus zag hem; Nathanaël zou ‘grotere dingen’ gaan zien, en Jezus legt uit wát. Een geopende hemel, engelen die op- en neerklimmen naar de Zoon des Mensen.
Jezus brengt hier 2 OT gedeeltes bij elkaar. Jakob zag een ladder uit de hemel, met engelen die op en neer gingen (Gen. 28); Daniël zag een visioen met de ‘Zoon des Mensen’, die kwam om te regeren (Dan. 7). Nathanaël kende deze teksten blijkbaar, anders zou Jezus dit niet genoemd hebben.
- Jezus is de Ladder, de verbinding tussen hemel en aarde. Hij noemt Zichzelf de Weg (Joh. 14), Hij is de Middelaar (1 Tim. 2). En niet alleen is Hij dát, Hij is ook de Messias Die komt, maar niet om te bevrijden van de Romeinen. Hij is de Redder, God Die Mens werd.
- We zien hier dus vervulling van Bijbelse profetie. God is trouw aan Zijn Woord, dat zal niet veranderen. Hij beloofde dat Hij zou komen, de Koning, de Messias, de Redder; Hij ís gekomen. En die komst wordt hier erkend, gezien voor wat het is.
Dit antwoord gaat nog veel dieper dan wat Nathanaël zei. Hij kreeg een voorproefje van wat Jezus kwam doen, namelijk het plaatsvervangende offer zijn. Jezus, het Lam van God, kwam om ónze straf te dragen; de straf die jij en ik verdienen door de zonde die we dagelijks doen.
- Jezus kwam om de weg open te maken, zodat wij nu vrij bij God kunnen komen (Heb. 4). Hij kwam, zodat de wereld vergeving kon ontvangen door Zijn bloed. Hij kwam om dát voor de wereld te doen (1 Joh. 2). Jezus biedt ieder mens deze vergeving aan; dat is genade.
- Niet alleen dat, Jezus liet ook zien dat Hij God is. De engelen kwamen om Zijn wil te doen, het zijn dienende geesten (Heb. 1). De hemelse gewesten, de hemelse legers, doen wat Jezus wil. Hij is de Heerser over de machtige engelen; hoe machtig is Jezus dan wel niet?
Het gesprek tussen Nathanaël en Jezus is relatief kort hier. De kans is groot dat er veel meer gezegd is, dat niet is opgeschreven door Johannes. Maar wat hij wél opgeschreven heeft, is fantastisch. Het wijst ons op Wie Jezus is, op hoe geweldig Zijn karakter is, maar ook dat Hij God Zelf, de Messias is.
Barnes: “Uit dit gesprek met Nathanaël kunnen we het volgende leren: Dat Jezus het hart doorgrondt. Dat Hij werkelijk de Messias was. Dat Hij onder de bescherming van God stond. Dat als wij in Jezus geloven, ons geloof steeds verder versterkt zal worden en het bewijs van Wie Hij is steeds helderder voor ons worden. Dat, wanneer wij Zijn woord geloven, wij uiteindelijk het volle bewijs zullen zien dat Zijn woord waar is. Omdat Jezus onder de bescherming van God stond, zullen ook al Zijn vrienden onder Zijn bescherming staan. God zal ook ons beschermen en redden wanneer wij ons vertrouwen op Hem stellen.”
- De simpele vraag van Filippus aan Nathanaël was: ‘Kom en zie’. De uitwerking hiervan was fantastisch. Filippus kénde Nathanaël, was bevriend met hem. Deze goede vriend nodigde hij uit om bij Jezus te komen. Jezus wist wie Filippus was en sprak hem individueel aan op straat.
- Andreas en Johannes kwamen bij Jezus door de openlijke bediening van Johannes de Doper. Zo zien we dat God niet één manier heeft om mensen te trekken. De oproep ‘Kom en zie’ gaat uit naar íeder mens, op de manier die bij hen past.
Deze oproep is ook voor jou en mij; of je al in Jezus gelooft of niet. We hebben het allemaal nodig om te luisteren naar deze oproep. Door jou te roepen, laat God zien dat Hij van je houdt, dat Hij weet wat je nodig hebt. Hij kent jou door en door; en dóór Jezus’ offer aan het kruis mag en kan jij komen.
- Als je al christen bent, heb je het nodig om verfrist te worden in Wie God is. Je moet herinnerd worden aan dat Hij God is, dat Hij je hart kent, dat Hij beschermt, dat Zijn Woord waar is. Je mag zien dat je vóór alles Zijn geliefde kind bent en dat je Hem dient obv die identiteit.
- Wat jij doet voor God is niet de reden dat jij geliefd bent. Wat jij doet voor God, komt voort uit het feit dat jij geliefd bent. Jij mag Hem dienen, omdat je ‘Komt en ziet’. Hoe meer je komt en ziet, hoe meer afhankelijk je van Hem wordt.
- Als je nog niet gelooft, ‘Kom en zie’ Wie Jezus is. Zie dat Hij de God is die jóu zoekt en zegt ‘Volg Mij’. Zie dat Hij de God is Die jou door en door kent, de eeuwige straf voor jouw zonde gedragen heeft en wil dat jij voor en door Hem leeft ipv eeuwig de hel in te gaan.
- Zie wat de Bijbel over Hem zegt en dat het waar is. Zie en leer mee hoe geweldig Hij is, hoe groot Zijn liefde en genade zijn. Zie en leer dat Hij heilig is en dat dat betekent dat wij zonde moeten afleggen. ‘Kom en zie’ Wie Jezus is.
Filippus en Nathanaël kwámen toen ze geroepen werden. Ze werden voor de keuze gesteld, ‘volg’ en ‘kom’ ik? Die keuze is ook voor jou; christen of nog-niet. Elke dag mag je deze keuze maken. De keuze om te ‘komen’ en Jezus te ‘zien’, is de beste keuze die er is.
Jesaja 40:9-11 “Klim op een hoge berg, Sion, verkondigster van een goede boodschap; verhef uw stem met kracht, Jeruzalem, verkondigster van een goede boodschap. Verhef die, wees niet bevreesd. Zeg tegen de steden van Juda: Zie, uw God! Zie, de Heere HEERE zal komen tegen de sterke, en Zijn arm zal heersen. Zie, Zijn loon heeft Hij bij Zich, Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit. Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden: Hij zal de lammetjes in Zijn armen bijeenbrengen en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.”