Johannes 1:19-34
Wij worden tegenwoordig overdonderd met de vele stemmen die onze aandacht opeisen. Denk bijv. aan de stemmen die uitroepen via alle media waaraan wij blootgesteld worden; hetzij door eigen keus of dat het bij ons opgedrongen wordt.
Iedere stem wil gehoord worden, en vaak bepaalt de meerderheid van deze stemmen wat wij horen te denken, te vinden, vooral te voelen, en hoe wij horen te handelen.
De mens anno 2026 wordt hierdoor in feite gecontroleerd door deze meerderheid van stemmen. Big Tech, oftewel de grote technische bedrijven spelen hierin een sleutelrol.
Denk bijvoorbeeld aan stemmen die leugens rondbazuinen zoals de Free Palestine propaganda. Voor degenen die geen onderscheidingsvermogen hebben geld dat hoe vaker zo’n stem door hen gehoord wordt, hoe meer het voor hen op waarheid gaat lijken. Of het nu waar is of niet dat doet er niet toe. Dit is zo ontworpen door de vader van de leugen.
In dit soort gevallen geldt dat de meeste stemmen gelden! Degene die het hardste brult eist de aandacht op, én voert de controle uit op de onwetende, onopmerkzame menigten.
Dit was ook het geval met Jezus. De meerderheid van de stemmen bleven leugens over Jezus rondbazuinen, en degenen die geen onderscheidingsvermogen hadden trapte erin. Uiteindelijk riep deze meerderheid ‘kruisig Hem’ waardoor Jezus aan het kruis genageld werd.
Maar, voor dat dit gebeurde was er één afwijkende stem die tegen al het lasterlijk gebrul over Jezus inging.
Lees Johannes 1:19-34
Vers 19 – “En dit is het getuigenis van Johannes, toen de Joden priesters en Levieten uit Jeruzalem stuurden om hem te vragen: Wie bent u?”
De eerste 18 verzen van Johannes 1 zijn theologisch; ze gaan over de goddelijkheid van Jezus. En vanaf vers 19 komen wij tot het historisch gedeelte van het Evangelie. Vanaf hier begint Johannes zijn getuigen op te roepen om tot zijn doel te komen.
Johannes de schrijver heeft één doel voor ogen en dat is om de lezer te brengen tot het punt van geloof dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn naam.
Wat Johannes schrijft is kritisch naar de antichristelijke gevestigde orde toe. En hij doet dit omdat alles, het leven en de dood, op het spel staat.
En het zijn de religieuze leiders, de gevestigde orde, het systeem waar hij tegen in gaat. En de eerste getuige die hij hiertoe dagvaardt is Johannes de doper.
De schrijver gebruikt het woord Joden zo’n 70 keer in Zijn Evangelie en hiermee bedoelt hij vrijwel altijd de antichristelijke Joodse religieuze leiders. Hij bedoelt hiermee dus niet de Joden over het algemeen, maar het systeem.
En deze Joden wilde weten wie deze doper was, want hij kwam uit het niets tevoorschijn en trok menigten naar zich toe. Hun vraag ‘wie bent u?’ was eigenlijk ‘wie denk je wel dat je bent?’
Deze Joden waren vijandig tegenover Johannes de doper en vroegen zich af wie hem de autoriteit had gegeven om te doen wat hij deed. Want alles dat hij deed; het prediken van Gods koninkrijk, het aankondigen van de Messias, en ook het dopen paste niet in het conventioneel plaatje van hun religieus systeem. Hij was een afwijking van hun norm. Hij had geen Ds. staan voor zijn naam.
Wat de doper in de ogen van de Joden nog veel erger maakte was dat toen hij aan het dopen was zei hij tegen de Farizeeën en Sadduceeën, die naar hem toe kwamen om door hem gedoopt te worden, radicale dingen:
Mattheüs 3:5-12 – “5Toen liep Jeruzalem, heel Judea en heel het land rondom de Jordaan naar hem uit, 6en zij werden door hem gedoopt in de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden. 7Toen hij velen van de Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop zag afkomen, zei hij tegen hen: Adderengebroed! Wie heeft u laten weten dat u moet vluchten voor de komende toorn? 8Breng dan vruchten voort in overeenstemming met de bekering, 9en denk niet dat u bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader; want ik zeg u dat God zelfs uit deze stenen voor Abraham kinderen kan verwekken. 10De bijl ligt zelfs al aan de wortel van de bomen; elke boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 11Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben het niet waard Hem Zijn sandalen na te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. 12Zijn wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn tarwe in de schuur verzamelen en Hij zal het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden.”
Johannes de doper trad in zijn bediening op als een echt oud testamentisch profeet. Hij sprak in de kracht van de Heilige Geest vrijmoedig tegen de hypocrisie en huichelarij van de gevestigde orde; tegen de vertegenwoordigers van het Joods religieus systeem.
En hij wist wat zij bedoelden toen zij hem vroegen: ‘wie bent u?’. En hij gaf hun een fel en vurig antwoord:
Vers 20-21 – “20En hij beleed en ontkende het niet, maar hij beleed: Ik ben de Christus niet. 21En zij vroegen hem: Wat dan? Bent u Elia? En hij zei: Ik ben het niet. Bent u de Profeet? En hij antwoordde: Nee.”
De doper wist zonder enige twijfel wie hij wél was en wie hij niet was. Niemand hoefde tegen hem te zeggen: ‘stay in your lane’. Integendeel zei hij verder op in het Evangelie dat Jezus steeds meer moest worden en hij steeds minder. Hij was de Christus, de langverwachte Messias niet.
En dan vragen ze hem of hij Elia was. Voor de leek lijkt dit misschien een random vraag, maar dat was het niet. Elia was de oud testamentisch profeet uit 1 & 2 Koningen die namens God erg fel tegen Koning Achab profeteerde. (1 Kon. 17 – 2 Kon. 2:11)
En in 2 Koningen 2 lezen wij dat er een vurige wagen met vurige paarden kwam om Elia in een storm weg te voeren, oftewel op te nemen naar de hemel. Elia was een van de twee mannen die niet zijn gestorven, maar levend door God opgenomen waren.
In de profetie van Maleachi staat dat God Elia naar de Israëlieten zal zenden voordat de dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende dag.
Dit is een keiharde belofte van God aan Israël dat Hij Elia naar de aarde terug zal zenden voorafgaand de wederkomst van Jezus wanneer Hij Zijn 1.000-jarig rijk zal inluiden.
Alle Joden waren hiervan op de hoogte en verwachte Elia’s terugkomst. Alleen was de chronologische volgorde van hun verwachting niet juist. En tot op de dag van vandaag ook niet.
En omdat zij Elia verwachtte vroegen zij aan de doper of hij Elia was.
Johannes de doper zegt dat hij Elia niet is. Maar Jezus zei op een gegeven moment toen Hij over Johannes de doper sprak, dat hij wél Elia was, als zij het wilde aannemen. Ook zei Jezus tegen Petrus, Johannes en Jakobus dat Elia al gekomen was in de persoon Johannes de doper.
Dus, aan de ene kant zegt Jezus dat de doper wél Elia was, maar de doper zelf ontkende het. Dit lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet. Er zijn geen tegenstrijdigheden in de Bijbel.
Toen de engel Gabriel aan Zacharias, de vader van Johannes de doper verscheen zei hij dat Johannes de doper voor de Messias uit zal gaan in de geest en de kracht van Elia.
Johannes de doper predikte in de kracht van de Geest een boodschap van bekering en van het aankomend oordeel net als Elia in zijn tijd. Dit maakte dat de doper veel op Elia leek.
Maar ondanks dat de doper dezelfde kleding als Elia droeg, en ondanks dat zijn vurige prediking van bekering en het oordeel van God hetzelfde was als dat van Elia, was hij Elia niet. Hij kwam simpelweg in dezelfde geest en kracht als dat van Elia.
Bent u de Profeet? En hij antwoordde: Nee. Ook dit lijkt een beetje random, maar ook hiervoor is een verklaring.
Deuteronomium 18:18 – “Ik (God) zal een Profeet (De Messias) voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u (Mozes). Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken.”
God beloofde Mozes hier dat Hij de Messias zal doen opstaan vanuit het midden van de Joden. Hij zal een van hun zijn.
In zijn tweede preek in Handelingen 3 sprak Petrus over Jezus en haalde o.a. dit vers aan. Achteraf legde Petrus de link tussen Deut. 18 en Jezus, en hij onderbouwde zijn preek met o.a. dit vers. (Hand. 3:22)
En daarom vroeg deze delegatie aan de doper of hij deze Profeet was, wat hij ook ontkende.
Vers 22-23 – “22Zij zeiden dan tegen hem: Wie bent u, opdat wij antwoord kunnen geven aan hen die ons gestuurd hebben; wat zegt u van uzelf? 23Hij zei: Ik ben de stem van iemand die roept in de woestijn: Maak de weg van de Heere recht, zoals Jesaja, de profeet, gesproken heeft.”
Wat ik ontzettend aan de doper waardeer is dat hij voor 100% wist wie hij was en waartoe hij geroepen was. Hij wist dat hij de vervulling was van de profetie van Jesaja uit hoofdstuk 40 wat zo’n 700 jaar vóór zijn tijd door de HEERE aan Jesaja gegeven was. Alle 4 Evangeliën bevestigen dit. Daarom had hij totaal geen kapsones.
Zijn roeping van God was om een voorloper, een heraut te zijn voor de komst van de Koning der koningen, Jezus Christus.
In Bijbeltijden was het gebruikelijk wanneer een koning of een staatshoofd bezoek aan een dorp bracht, dat er mensen waren die de weg naar het dorp toe ruimden van rotsen, stenen, en andere obstakels. Ook vulde zij de kuilen enz. om de weg voor de koning effen te maken, zodat hij een soepele rit naar het dorp kon maken.
De doper vergelijkt zich met zo’n iemand, maar die de weg voor Jézus effent zodat Jezus makkelijker toegang zal krijgen tot de harten van de mensen.
Alleen (behalve het dopen) bevatte zijn missie geen fysiek werk, maar geestelijk. Door zijn bediening trachtte hij de weg, om te kunnen geloven in de Messias, te effenen. Zijn missie was om de harten van de mensen voor te bereiden op Jezus; om alle denkwijzen en vooroordelen en religieuze bolwerken bij de mensen uit de weg te ruimen.
Zijn bediening draaide niet om hem, maar het verwees naar Degene die vóór hem bestond, die machtiger en groter is dan hij, die in zijn eigen woorden steeds meer op de voorgrond moest gaan treden, en hij zelf steeds meer naar de achtergrond moest verdwijnen.
Vers 24-25 – “24En zij die gestuurd waren, behoorden tot de Farizeeën, 25en zij vroegen hem: Waarom doopt u dan, als u de Christus niet bent, en Elia niet, en evenmin de Profeet?
Nogmaals, de gevestigde orde, het Joods religieus systeem stond niet toe dat er zelfverklaarde mensen waren die namens de God van de Bijbel handelde. Dit ondanks dat wij weten dat God Zelf Johannes de doper hiertoe geroepen en bekwaamd had, door hem te vervullen met de Heilige Geest vanaf de moederschoot.
Met de vraag waarom hij doopt vroegen zij wie hem de autoriteit had gegeven om te dopen, want dat paste niet in het conventioneel plaatje van hun religieus systeem. De doper week af van de norm die zij zelf hebben gesteld.
Het was niet zo dat de Bijbel verbood dat iemand zoals de doper optrad zoals hij dat deed, nee, mensenwerk verbood het.
En elke keer wanneer er iemand was die een bedreiging vormde voor hun controle en macht, sloegen zij op tilt, en ze waren tot alles toe bereid om hun controle en macht te behouden.
Hieruit zien wij dat geformaliseerde religie zich vooral bezig kan houden met onbelangrijke zaken. Ik noemde het zonet al, sommigen maken zich druk omdat ík geen Ds. voor m’n naam heb staan, en Casper ook niet. En honderden CC voorgangers ook niet.
Er waren denominaties die neerkeken op wijlen Chuck Smith, de oprichter van Calvary Chapel omdat ook hij niet binnen het gebruikelijk plaatje en de door hun geaccepteerde normen paste.
En toch heeft de Heere deze man gebruikt om een hele generatie verloren jonge mensen tot Jezus te brengen. Dit in tegenstelling tot de gevestigde orde die deze jonge mensen niet hun kerkgebouwen binnen lieten.
Vers 26-28 – “26Johannes antwoordde hun: Ik doop met water, maar midden onder u staat Hij Die u niet kent. 27Hij is het Die na mij komt, Die vóór mij geworden is, bij Wie ik het niet waard ben de riem van Zijn sandalen los te maken. 28Dit gebeurde in Bethabara, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.”
De doper laat ons duidelijk zien wie hij is ten opzichte van Jezus en zegt als het ware: ik doop mensen met water, waar maken jullie je druk om. Kijk naar Hém die jullie niet kennen en niet willen kennen. Het draait om Hém.
Johannes de doper en Jezus waren familie, waarschijnlijk waren zij neven. En de doper was zo’n 6 maanden ouder dan Jezus. Maar hier zegt de doper dat Jezus vóór hem er al was. Dit spreekt natuurlijk van het vóór-bestaan, de pre-existentie van Jezus.
En nogmaals omdat de doper ten opzichte van Jezus zijn rol en plaats kende, gaf hij aan dat hij het niet waard was om de rol op zich te nemen van de laagste slaaf wiens taak het was om de vieze voeten van het bezoek van z’n meester te wassen.
Het is voor God pure genot wanneer Zijn kind zichzelf nederig opstelt ten opzichte van Jezus, ten opzichte van Zijn Gemeente, ten opzichte van mede broers en zussen in Christus. Dit kan alleen wanneer Zijn kind zijn/haar positie in Christus kent en daar naar handelt en wandelt; zonder kapsones.
Dit is hoe de doper was en dit is ook te zien in de apostel Paulus:
1 Korinthe 15:9-10 – “9Ik immers ben de minste van de apostelen – ik die het niet waard ben een apostel genoemd te worden, omdat ik de gemeente van God vervolgd heb. 10Maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en Zijn genade voor mij is niet tevergeefs geweest. Integendeel, ik heb mij meer ingespannen dan zij allen; niet ik echter, maar de genade van God, die met mij is.”
Hier zien wij een nederige apostel Paulus die weet waar hij vandaan komt en weet wat hij uiteindelijk verdient. Hij weet dat hij de hel verdient, hij weet dat hij het verdient om voor eeuwig gescheiden te zijn van God en Zijn goedheid.
Maar omdat hij de genade van God heeft gekregen heeft hij zich in-en-door Gods genade meer dan de andere apostelen ingespannen in het Evangelie. Wat een respons!
Dit is het natuurlijk gevolg van een hart dat samen klopt met het hart van God. Jezelf kennen, weten waar je vandaan komt, weten wat je eigenlijk verdient maar het door de genade van God niet krijgt, weten dat alles om Jezus Christus draait en dat je je stem daartoe luid en duidelijk gebruikt.
Efeze 3:8 – “Mij, de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen…”
Zoals de doper wist Paulus waar het daadwerkelijk om draait en beiden gebruikten hun stemmen hiertoe. Paulus’ zijn stem wees op de voortreffelijkheid van Christus Jezus.
Vers 29-31 – “29De volgende dag zag Johannes (de doper) Jezus naar zich toe komen en hij zei: Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt! 30Híj is het van Wie ik gezegd heb: Na mij komt een Man Die voor mij geworden is, want Hij was er eerder dan ik. 31En ik kende Hem niet, maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden, daarom ben ik gekomen om te dopen met het water.” (Het getuigenis van de doper dat de schrijver aanspreekt behelst drie dagen. Vers 19-28 is dag één, vers 29-34 is dag twee, en vers 35-42 is dag drie.)
Dit is nu de 2e dag van de getuigenis van de doper. Er zit nu meer dan 40 dagen tussen de laatste keer dat de doper Jezus zag en nu. De laatste keer dat deze twee contact hadden gebeurde het volgende:
Mattheüs 3:13-17 – “13Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, naar Johannes, om door hem gedoopt te worden. 14Maar Johannes wilde Hem hiervan weerhouden en zei: Ik heb het nodig door U gedoopt te worden, en komt U naar mij? 15Maar Jezus antwoordde hem en zei: Laat het nu gebeuren, want op deze wijze past het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij het Hem toe. 16En nadat Jezus gedoopt was, kwam Hij meteen op uit het water; en zie, de hemelen werden voor Hem geopend, en Hij zag de Geest van God als een duif neerdalen en op Zich komen. 17En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!”
Johannes wilde Jezus in eerste instantie niet dopen want zijn doop was tot bekering van zonden, en hij wist dat Jezus zich nergens van hoefde te bekeren. Daarentegen wilde hij juist zelf door Jezus gedoopt worden omdat hij zelf wél een zondaar was.
Maar Jezus drong erop aan om door Johannes gedoopt te worden om alle gerechtigheid te vervullen. (Dit onderwerp verdient een diepere studie, maar ik kan er nu niet op ingaan).
Wat wij in een notendop moeten begrijpen is dat Jezus deze bekeringsdoop niet hoefde te ondergaan zoals alle andere mensen. Het was niet nodig want Jezus was geen zondaar.
Maar Jezus’ missie was om Zich volledig te identificeren met zondaren. In Jesaja 53 staat dat Jezus Zich onder de overtreders (de zondaren) liet tellen. Hij was één van ons. Paulus leert ons dat Jezus, Die geen zonde gekend heeft, werd door God voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem. (Jesaja 53:12 & 2 Kor. 5:21)
In de doop van Jezus was de identificatie van de zondeloze Zoon van God met zondaars.
Jezus had ongetwijfeld ook Zijn dood en opstanding voor ogen toen Hij Zichzelf door de doper liet dopen. Want verderop had Jezus het erover dat Hij met een doop gedoopt moet worden, en hoe dit Hem beklemde totdat het volbracht werd. Jezus had het over Zijn dood.
Ik denk dat Zijn waterdoop door onderdompeling een preview was, een voorvertoning was van Zijn dood en Zijn opstanding. Wat ook voor onze waterdoop geldt.
Nu terug naar de tekst. Jezus komt terug uit de wildernis waar hij 40 dagen lang door satan verzocht werd en komt hier op het toneel als het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt! Iedere Jood was bekend met het offerlam. Ook waren zij bekend met het Lam dat God Zelf zal voorzien als brandoffer uit Genesis 22 met Abraham en Izak. Daarnaast kenden ze ook de profetie uit Jesaja 53:7 waarin staat dat Jezus als een lam ter slachting werd geleid. Het was dus geen vage uitspraak van de doper. Zijn toehoorders hebben moeten weten wat hij ermee bedoelde.
Te midden van alle stemmen die zich tegen Jezus keerde riep deze enkele stem uit dat Jezus de langverwachte Messias is en dat Hij voor de zonde van de wereld geslacht zal worden.
Hij voegt eraan toe dat hij Jezus in eerste instantie niet kende al zijnde de Messias. Maar toen hij dit te weten kwam begon hij met zijn stem te roepen dat men zich moest bekeren want het koninkrijk van de hemel was nabij. Die boodschap ging gepaard met zijn waterdoop!
Vers 32-33 – “32En Johannes getuigde: Ik heb de Geest zien neerdalen uit de hemel als een duif, en Hij bleef op Hem. 33En ik kende Hem niet, maar Hij Die mij gezonden heeft om te dopen met water, Die had tegen mij gezegd: Op Wie u de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Die is het Die met de Heilige Geest doopt.” (Mattheüs 3:16, Markus 1:10, Lukas 3:22)
Johannes grijpt terug naar het moment dat hij Jezus doopte. Toen Jezus uit het water kwam ging de hemel open en de Heilige Geest kwam op Jezus neerdalen en bleef op Hem.
En nogmaals geeft hij aan dat hij Jezus niet kende als de Messias totdat God de Vader hem dit teken gaf.
Kun je je voorstellen wat er door de dopers hoofd ging toen hij met eigen ogen zag wat God de vader hem vertelde dat er zou gebeuren?
Wij lezen hier snel overheen, maar probeer je in te leven in de emotie van dat moment. Het had voor de doper overweldigend moeten zijn geweest.
En dan zegt de doper dat Jezus degene is die met de Heilige Geest zal dopen. Dit wijst op de doop met de Heilige Geest dat voor het eerst plaatsvond in Handelingen 2 met Pinksteren.
Johannes de doper was degene die met water doopte tot bekering van zonden.
Johannes was de doper, het doopwater was het element, en bekering van de zonde was de kwestie.
In het geval van de doop met de Heilige Geest is de belofte dat Jezus de doper is, de Heilige Geest is het element, en kracht ontvangen om getuige te zijn van Jezus is de kwestie.
Ik ga hier nu niet verder op in, maar neem dit mee wanneer jullie nadenken over de doop met de Heilige Geest.
Vers 34 – “En ik heb gezien en getuigd dat Híj de Zoon van God is.”
In zijn slotargument legt Johannes de doper deze definitieve verklaring af over wie Jezus is. En Johannes de schrijver heeft dit doelbewust vastgelegd omdat hij zijn uiteindelijk doel van het schrijven van zijn Evangelie voor ogen had.
Johannes 20:30-31 – “30Jezus nu heeft in aanwezigheid van Zijn discipelen nog wel veel andere tekenen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, 31maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam.”
De schrijver heeft dít doel voor ogen. En hij heeft zeven bovennatuurlijke tekenen voor ons vastgelegd. Daarnaast ook zeven IK BEN verklaringen van Jezus Zelf. En daarnaast heeft hij beroep gedaan op de getuigenis van Johannes de doper.
De stem van de doper, die tegen de meerderheid van de stemmen over Jezus inging was voor de schrijver én voor Jezus Zelf van essentieel belang om zijn zaak te beargumenteren.
De vraag voor mezelf en voor jullie die wedergeboren zijn is dit: Wat roept jouw stem, en zou Johannes de schrijver en Jezus jou dagvaarden om namens Christus te getuigen?
Johannes de Doper en de apostel Paulus wisten wie ze waren en wie ze niet waren. En in-en-door de genade van God gebruikten zij hun stemmen om mensen naar Jezus en Zijn ondoorgrondelijke rijkdom te wijzen.
In een wereld gevuld met stemmen die de loyaliteit van mensen aan de dingen van de wereld, het vlees en de duivel opeist, moeten jij en ik een afwijkende stem zijn.
Wij moeten zijn de stem van de rede, de stem van de waarheid, de stem die op Christus wijst, de stem die vrede brengt, de stem die verenigt, de stem die onze Heere en God, Jezus Christus, verheerlijkt.
Eerlijk gezegd hoor ik tegenwoordig te veel stemmen in de kerk die vereisen dat we bepaalde leerstellingen en theologische idealen moeten behartigen. Dingen als voorbestemming, eindtijd, ultra-dispensationalisme (hyper bedelingenleer), cessationisme, de doop met de Heilige Geest, waarom we ons alleen zouden moeten concentreren op de eenheid van de essentiële zaken van het geloof en niet op secundaire of tertiaire kwesties, welke liederen we wel en niet in de kerk horen te zingen, hoe onze kerkdiensten wel of niet ingedeeld horen te zijn, wat we zouden moeten doen in plaats van wat we nu doen, en ga zo maar door…
Wellicht hebben deze stemmen hun waarde, maar als deze stemmen de enige stemmen zijn die luid klinken, dan denk ik dat Jezus ons niet zou dagvaarden om Zijn getuige te zijn. Want er zijn te veel mensen die het Evangelie moeten horen, er zijn mensen die een duidelijke stem moeten horen die hen op Jezus Christus zal wijzen. Ook in de kerk!
De doper en Paulus hadden hun stem kunnen gebruiken voor zoveel andere kerkelijke en religie-gerelateerde dingen, maar ze kozen ervoor om hun stem te gebruiken om mensen te wijzen op de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus.
Dus, ik vraag nogmaals, wat roept jouw door God gegeven stem?
De stem van de doper was één enkele stem dat de mensen op Jezus wees. Zijn stem was één te midden van de menigte stemmen die Jezus hebben gekruisigd.
Jouw stem is een enkele stem in jouw leefwereld. Zorg ervoor dat, net zoals de doper, je stem wordt gehoord, ondanks alle andere stemmen die Jezus anno 2026 opnieuw zouden kruisigen.
ZEGEN
Efeze 6:10-20 – “10Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht. 11Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. 12Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. 13Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden. 14Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid, 15en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede. 16Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen. 17En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord, 18terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen. 19Bid ook voor mij, opdat mij het woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid de geheimenis van het Evangelie bekend te maken, 20waarvan ik een gezant ben in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken.
Laten we voor onszelf en voor elkaar bidden dat de HEERE ons de woorden zal geven, de stem zal geven om met vrijmoedigheid de geheimenis van het Evangelie met elkaar te delen én het in onze leefwereld bekend te maken.