2026.0222 – Een Oprecht Gebed Vermag Veel
Daniel #17
Daniel 9:4-14
[CC Haarlemmermeer, 22 februari 2026]
Alle Schriftreferenties zijn genomen van de Herziene Statenvertaling (HSV), tenzij anders aangegeven
INTRODUCTIE
Open alsjeblieft je Bijbel bij Daniël 9. Te midden van indrukwekkende visioenen zien we hier vooral een man op zijn knieën. Dit hoofdstuk draait minder om beelden en dromen en meer om gebed. Misschien is dat ook voor ons een welkom moment: gebed is geen bijzaak, maar de motor van de gemeente. In de eerste verzen zien we hoe Gods Woord Daniëls gebed vormde. Toen hij las dat de ballingschap zeventig jaar zou duren, begon hij niet te rekenen of te speculeren, maar te bidden. Het Woord bracht hem op zijn knieën.
Vandaag kijken we naar oprecht gebed: gebed dat zonde openlijk en gezamenlijk belijdt, uit een diep besef van wie God is. Van nature proberen we onze zonde te verzachten, wijzen we op omstandigheden of anderen, of belijden we slechts gedeeltelijk. Vaak sluiten we niet volledig aan bij Gods oordeel over onze schuld. Ik moest denken aan een van de grootste schandalen in de recente Amerikaanse geschiedenis: Watergate. In 1972 werd ingebroken in het hoofdkwartier van de Democratische Partij. Wat begon als een simpele inbraak, groeide uit tot een nationaal schandaal met illegale afluisterpraktijken, obstructie van de rechtsgang en een doofpot die tot in de hoogste kringen van de overheid reikte. Mensen rond president Richard Nixon waren betrokken. Aanvankelijk ontkende Nixon elke schuld en zei in 1973 publiekelijk: “I am not a crook” (“Ik ben geen oplichter”). Hij hield vol dat hij geen onrecht had gedaan, maar toen de bewijzen zich opstapelden, moest hij uiteindelijk zijn schuld erkennen en trad hij in 1974 af. Dit laat zien hoe moeilijk het voor mensen is om zonde of schuld volledig onder ogen te zien. Maar in onze verzen zien we iets anders: geen ontkenning, geen mooie woorden, geen excuses. Daniël buigt zich volledig voor God en belijdt de zonde zoals Hij die ziet, volledig instemmend met Gods oordeel, zonder verzachting of afschuiven van schuld.
Laten we bidden.
OPRECHT GEBED BELIJDT ZONDE VOLLEDIG (4-6)
“4Ik bad tot de HEERE, mijn God, en deed belijdenis en zei: Och Heere, grote en ontzagwekkende God, Die Zich houdt aan het verbond en de goedertierenheid ten aanzien van hen die Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen, 5wij hebben gezondigd, wij hebben onrecht gedaan, wij hebben goddeloos gehandeld, wij zijn in opstand gekomen door af te wijken van Uw geboden en bepalingen. 6Wij hebben niet geluisterd naar Uw dienaren, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaderen, en tot heel de bevolking van het land.” (Dan. 9:4-6)
Het punt in deze verzen is dit: oprecht gebed belijdt zonde volledig. Daniël begint dit hoofdstuk in het Woord. In Jeremia ziet hij de grote, ontzagwekkende God die trouw blijft aan Zijn verbond en goedertierenheid, en richt zich tot de Heer om te bidden en Hem aan te roepen. Het Woord lezen en God werkelijk zien, leidt tot het zoeken van Zijn aanwezigheid en fellowship door de Geest. Het zien van God nodigt niet eerst uit tot verzoeken of uitleg, maar tot adoratie en belijdenis: Hij is God, groot, ontzagwekkend, trouw, goed en heilig. Wij zijn dat niet. Daniël bidt, maar opvallend is dat hij voortdurend “wij” zegt. Niet “ik”, niet “zij”, niet “onze vaders” of de politici of priesters. Wij. Dat is opmerkelijk, want Daniël was persoonlijk een van de rechtvaardigste mannen in de Bijbel. Niet dat hij zonder zonde was, maar er is geen melding van moreel falen in zijn leven. Toch distantieert hij zich niet van Israëls zonde, maar schaart hij zich er volledig onder. Waarom?
Daniël leest in Jeremia dat de zeventig jaar ballingschap bijna voorbij zijn. Jeruzalem ligt in puin en de tempel is verwoest. Waarom waren ze in ballingschap? Omdat Israël Gods verbond herhaaldelijk had overtreden, de profeten had genegeerd en zich tot afgoderij had gewend. De ballingschap was geen toeval, maar een tuchtiging onder Gods soevereine hand. Daniël begreep dit en kende Deuteronomium 28, waarin staat dat God hen zou verspreiden onder vreemde volken en dat ze andere goden zouden dienen[1]. Daniël ziet dat Israël gewaarschuwd was en dat de gevolgen echt zijn. Daarom bidt hij niet alleen voor zichzelf, maar als lid van Gods volk binnen het verbond. De zonde is collectief, de gevolgen zijn collectief, en dus is ook de belijdenis collectief. Hij belijdt niet zijn persoonlijke fouten, maar erkent de gedeelde verantwoordelijkheid van het volk voor God. Dat geldt ook voor ons vandaag. Wij behoren tot het Nieuwe Verbond, tot het Lichaam van Christus. Onze zonden zijn niet alleen privé; ze raken de hele gemeenschap. Zoals Paulus zegt in 1 Korinthe 12:26: “En als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee.” Oprecht gebed vraagt dat we verder kijken dan onszelf en ons in verbond met elkaar zien.
Let op Daniëls taal: “wij hebben gezondigd”, “wij hebben onrecht gedaan”, “wij hebben goddeloos gehandeld”, “wij zijn in opstand gekomen”, “wij hebben niet geluisterd”. Hij verzacht niets. Hij zegt niet: “wij hebben fouten gemaakt” of “wij worstelden” of “wij zijn niet perfect”. Daniël ziet God zoals Hij werkelijk is, en in dat licht benoemt hij zonde zoals het is. Zonde is geen klein falen, maar verzet, onrecht en opstand tegen een grote en ontzagwekkende God. Vanuit het verbondsperspectief is zonde zelfs verraad van het verbond. Daniël plaatst God op de juiste plek, en dat leidt tot een serieuze kijk op zonde. Vaak bagatelliseren wij zonde, omdat we God zelf te klein zien. Thomas Watson, een zeventiende-eeuwse puritein, zei[2]: “Meditatie is de actieve verwachting en aandacht van het hart voor de waarheden van God... Daardoor leert de ziel God beter kennen.” Tijdgenoot John Owen voegde toe[3]: “Meditatie brengt de ziel in de juiste gemoedstoestand, die nodig is voor de directe en geestelijke aanschouwing van God […] Door meditatie leert het hart de heerlijkheid van Christus in het Woord te aanschouwen.” Net als Daniël hebben we het nodig om in het Woord te zijn om het Woord ons beeld van God te laten vormen zodat het ons gebed vormt omdat we God zo groot zien als Hij is. Daniël ziet God in Zijn grootsheid, heiligheid en trouw, en daarom belijdt hij zonde volledig.
Een belangrijke vraag is: wanneer belijden wij zonde collectief of gezamenlijk? Het gaat om het erkennen van gedeelde verantwoordelijkheid bij gedeelde zonde. Vier voorbeelden. De eerste is thuis als gezin. De cultuur binnen het gezin, hoe ouders en kinderen met elkaar omgaan, en de mate van geestelijk leiderschap dragen allemaal gedeelde verantwoordelijkheid. Ook al is de man als hoofd eindverantwoordelijk, kinderen en ouders samen hebben elk hun aandeel. De tweede is op het werk. Wanneer onrecht of oneerlijkheid normaal wordt, zijn wij misschien niet de veroorzakers, maar hebben we het misschien getolereerd, ervan geprofiteerd of gezwegen. De derde is in de kerk. Als wij Jezus en Zijn Woord niet de juiste plek geven, de Grote Opdracht verwaarlozen, armen negeren, zonde tolereren of de waarheid in opspraak brengen, dan hebben wij gezamenlijk gezondigd, niet alleen het leiderschap. En de laatste is nationaal of maatschappelijk. Net als Daniël erkennen wij gedeelde verantwoordelijkheid voor keuzes en gedragingen in onze samenleving, ook als we niet persoonlijk schuldig zijn. Tolereren, profiteren of meedoen aan onrecht raakt ons allemaal. Ter verduidelijking: het gaat hier om verantwoordelijkheid binnen het verbond, met focus op gehoorzaamheid en morele en geestelijke verantwoordelijkheid. We hebben het niet over sociologische of politieke theorieën.
Daniël belijdt zonde volledig, en dat is belangrijk: het brengt ons in lijn met de werkelijkheid en eert Gods heiligheid. Zonde bagatelliseren zegt eigenlijk dat God overdrijft. Volledig belijden is simpelweg zeggen: God heeft gelijk. Daniël zoekt geen goed gevoel, maar overstemming met God. Hier zien we een beeld van Jezus. Daniël, een zondaar, identificeert zich met zondaars. Jezus, zondeloos, identificeert Zich volledig met de zonde van de mens. Daniël zegt “wij hebben gezondigd”, maar Jezus gaat zoveel verder door de zonde te dragen die Hij nooit begaan heeft. Aan het kruis droeg Hij de collectieve zonde van alle mensen – volledig, definitief en onherroepelijk. Hij zei niet: “Dat is hun probleem,” maar nam alles op Zich. Dankzij de prijs die Hij betaald heeft kunnen wij eerlijk, oprecht en volledig zonde belijden. Wij kunnen zeggen: “Wij hebben gezondigd,” omdat Hij heeft gezegd[4]: “Het is volbracht!”
OPRECHT GEBED ZOEKT HERSTEL (7-10)
“7Bij U, Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de schaamte op het gezicht – zo is het heden ten dage bij de mannen van Juda, bij de inwoners van Jeruzalem en bij heel Israël, bij hen die dichtbij zijn en die ver weg zijn, in alle landen waarheen U hen verdreven hebt om hun trouwbreuk, die zij tegenover U gepleegd hebben. 8Heere, bij ons staat de schaamte op het gezicht, bij onze koningen, bij onze vorsten, bij onze vaderen, omdat wij tegen U gezondigd hebben. 9De Heere, onze God, is vol barmhartigheid en menigvuldige vergeving, hoewel wij tegen Hem in opstand zijn gekomen. 10Wij hebben niet geluisterd naar de stem van de HEERE, onze God, om volgens Zijn wetten te wandelen, die Hij ons gegeven heeft door de hand van Zijn dienaren, de profeten.” (Dan. 9:7-10)
Wat doet Daniël nadat hij de zonde volledig heeft beleden? Hij stopt niet met bidden en trekt zich niet terug, maar blijft in gesprek met de Heer. Onderschat dat niet. Wanneer wij ons bewust zijn van onze zonde, trekken wij ons vaak terug. Dit zien we hier zo duidelijk: oprecht gebed zoekt herstel. Daniël erkent de schaamte op zijn gezicht. Hij verdedigt het niet en praat het niet goed, maar benoemt het. De schaamte is zichtbaar, niet te ontkennen. Zolang schaamte in het donker blijft, houdt het afstand. Maar Daniël brengt zijn schaamte juist in het licht van Gods aangezicht. Hij laat zich er niet door wegdrijven, maar komt juist dichterbij. Afstand nemen uit schaamte is ons natuurlijke instinct. Dat zien we al in Genesis 3. Na hun zonde hoorden Adam en Eva Gods stem in de hof, en uit schaamte verborgen zij zich. Diezelfde reflex herkennen wij. Wanneer we gezondigd hebben of falen, trekken we ons terug. We bidden minder. We vermijden het Woord. We voelen ons ongemakkelijk in aanbidding. Gesprekken over geloof worden oppervlakkig. Het is niet dat we de kerk verlaten, maar we nemen afstand van echte intimiteit en fellowship met God en met anderen.
Dit is wat schaamte met ons doet. Maar Daniël doet iets radicaal anders. Hij brengt zijn schaamte in het licht en legt die aan Gods voeten. Hij zegt als het ware: “Heer, U bent rechtvaardig. Wij staan ontmaskerd.” En dan blijft hij in gesprek met God. Wij denken vaak dat zonde afstand verdient. Dat we eerst stil moeten zijn, onszelf moeten herstellen, voordat we weer tot Hem kunnen naderen. Maar juist dan moeten we dichterbij komen. Dat is juist het moment om niet weg te lopen, maar in geloof een stap naar God toe te zetten. En dat is wat oprecht gebed doet: het brengt onze schaamte bij God. Wanneer wij zondigen – of wanneer er tegen ons gezondigd wordt – is de belangrijkste vraag niet: hoe erg is het? De belangrijkste vraag is: waar ga ik ermee naartoe? Keer ik in mezelf? Rationaliseer ik het? Leid ik mezelf af? Trek ik me geestelijk terug? Of wend ik mij tot God? Zelfs de kleinste stap richting God maakt al het verschil. Zolang wij ons in Zijn richting bewegen, bewegen wij ons namelijk richting herstel. Dat is wat Daniël ons laat zien. Hij laat geen afstand ontstaan tussen hem en God, maar laat Gods rechtvaardigheid hem juist dichterbij brengen.
Maar hier gaat iets aan vooraf: volledige belijdenis vraagt om brute eerlijkheid tegenover onszelf en tegenover God. God schrikt daar niet van terug. In Job 3 vervloekt Job de dag van zijn geboorte. Hij zegt dat hij liever doodgeboren was en ziet het nut van zijn leven niet meer. Dat laat zien hoe diep zijn pijn en onbegrip gingen. Maar zijn zonde was niet zijn emotie. Rauwe eerlijkheid tegenover God mag er zijn. Hij kan het hebben. Sterker nog, echte relaties vragen om emotie en kwetsbaarheid. Denk aan je diepste relatie. Is die ontstaan door oppervlakkige gesprekken en veilige afstand? Natuurlijk niet. Diepe relaties groeien waar kwetsbaarheid is, waar emoties eerlijk gedeeld worden en waar het masker van uiterlijke schijn afgaat. Dus ook in gebed. We hoeven niet braaf te zijn in gebed. Eerbiedig en vol ontzag — zeker. Maar niet gereserveerd of afstandelijk.
We mogen vrijmoedig naderen tot de troon van genade, toch? Waarom? Zoals Hebreeën 4:16 zegt: “opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.” En wat zegt Daniël in vers 9? “De Heere, onze God, is vol barmhartigheid en menigvuldige vergeving.” Daniël denkt dit niet alleen, hij weet het. Hij vertrouwt er volledig op. Die ervaringskennis komt niet zomaar, maar groeit uit brute eerlijkheid en volledige belijdenis. Zonder dat had Daniël niet bij deze ervaring van Gods barmhartigheid kunnen uitkomen. Want Gods barmhartigheid wordt het meest zichtbaar in eerlijkheid, transparantie en overgave; niet als zonde wordt verzacht of verhuld. Vers 9 begint letterlijk: “Aan de Heere, onze God, de Barmhartige en de Vergevende.” Hij heeft niet alleen barmhartigheid — Hij is barmhartig. Hij vergeeft niet slechts — Hij is vergevend. Het behoort tot Zijn wezen. Het vloeit voort uit wie Hij is, niet uit wat wij doen. Maar om die barmhartigheid waarlijk te ontvangen, moet ons hart eerst de nood ervan erkennen. Wat Daniël ons laat zien, is dit: volledige belijdenis opent het hart om Gods barmhartigheid echt te ervaren.
Wat houd je tegen om in gebed volledig open te zijn voor de Heer? Hoogmoed? Angst? Schaamte? Denk je dat Hij teleurgesteld zal zijn? Of wil je niet onder ogen zien hoe het werkelijk is? Juist daar kan de barrière zitten. Gods barmhartigheid wordt niet kleiner door onze zonde. Maar wij ervaren het pas ten volle wanneer wij onze zonde eerlijk onder ogen zien. Oprecht gebed is moedig gebed. Het durft te zeggen: “Heer, ik heb gefaald. Ik ben afgedwaald. Ik heb gezondigd in grote en in kleine dingen. Er is niets wat ik voor U kan verbergen.” En wat is de beloning? De warmte van een God die vergeeft, herstelt en verlost. Oprecht gebed zoekt herstel. En de weg naar herstel is brute eerlijkheid. Maar zie vers 10: “Wij hebben niet geluisterd naar de stem van de HEERE, onze God.” Het probleem was niet alleen dat Israël de wet had overtreden. Ze waren gestopt met luisteren. En juist daardoor was er afstand ontstaan tussen hen en God. Je proeft de emotie bij Daniël. Het gaat hem om meer dan weer “op goede voet” staan met God. Het gaat om herstel van de relatie. Dat was het diepste verlies in de ballingschap: de nabijheid, de gemeenschap, de intimiteit met God.
Jesaja 59:1-2 zegt: “1Zie, de hand van de HEERE is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. 2Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort.” Zonde maakt de relatie met God moeilijk, soms bijna onmogelijk. Daarom trekken wij ons terug, bidden minder, vermijden het Woord en voelen ons ongemakkelijk in aanbidding. Herstel begint niet alleen met onze brute eerlijkheid. Zonde schept een kloof die alleen God kan overbruggen. In Jesaja 59 zien we dit duidelijk: vers 9-15 laat de belijdenis zien, maar vanaf vers 16 initieert God Zelf herstel. Hij hult Zich in gerechtigheid en zet de helm van heil op. Vers 20 spreekt van een Verlosser die zal komen, en vers 21 van het volledige herstel van de relatie met Zijn volk.
Aan het kruis komt het verlangen van elk oprecht gebed samen met Gods beslissende actie. Zonde schept een onoverbrugbare kloof, maar onze grote, ontzagwekkende God overbrugt die. Romeinen 3:25-26 zegt, “25Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen vanwege het voorbijgaan aan de zonden die eertijds hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God. 26Hij deed dit om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen nu in deze tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is én rechtvaardigt degene die uit het geloof in Jezus is.”
Het kruis laat zien dat Gods gerechtigheid en barmhartigheid samenkomen, en dat elk oprecht gebed tot herstel en verzoening kan leiden. Stop niet bij het belijden van zonde, maar verlang ook naar herstel. Wat er ook gebeurd is, neem geen genoegen met afstand. Zet in geloof een stap naar God, en Hij zal dichterbij komen. Gerechtigheid behoort Hem toe. Verlang naar de warmte van Zijn barmhartigheid, Zijn vergeving en Zijn genade — volledig en volledig beschikbaar in Jezus.
OPRECHT GEBED ACCEPTEERT CONSEQUENTIES (11-14)
“11Maar heel Israël heeft Uw wet overtreden en is afgeweken door niet te luisteren naar Uw stem. Daarom is over ons de vervloeking en de eed uitgegoten die beschreven is in de wet van Mozes, de dienaar van God, want wij hebben tegen Hem gezondigd. 12Hij heeft Zijn woorden gestand gedaan die Hij gesproken heeft tegen ons en tegen onze richters die ons leiding gaven, door over ons een groot onheil te brengen, dat zich onder heel de hemel nergens heeft voorgedaan zoals zich dat in Jeruzalem voorgedaan heeft. 13Zoals het beschreven is in de wet van Mozes, is al dat onheil over ons gekomen. Wij hebben het aangezicht van de HEERE, onze God, niet getracht gunstig te stemmen door ons af te keren van onze ongerechtigheden en verstandig met Uw waarheid om te gaan. 14Daarom heeft de HEERE over het onheil gewaakt en heeft Hij het over ons gebracht. Want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken die Hij gedaan heeft, aangezien wij naar Zijn stem niet geluisterd hebben.” (Dan. 9:11-14)
Oprecht gebed gaat verder dan zonde belijden of verlangen naar herstel. Het accepteert ook de consequenties van zonde. Wij willen vaak vergeving zonder dat het iets kost. Maar oprecht gebed kijkt de werkelijkheid recht in de ogen. Het doet niet alsof de gevolgen minder ernstig zijn dan ze zijn. Daniël ontkent de harde waarheid niet: zonde heeft gevolgen. De ballingschap is echt. De verwoesting van Jeruzalem is echt. De ontberingen en schande zijn het gevolg van rebellie. God is rechtvaardig. Hij handelt trouw aan Zijn Woord, in overeenstemming met Zijn heiligheid en Zijn beloften. Daarom erkent Daniël de consequenties, zonder excuses en zonder God van onrecht te beschuldigen.
Wij neigen ernaar consequenties alleen als straf te zien, maar God ziet ze in het licht van herstel. Ze tonen de werkelijke impact van zonde en nodigen ons uit tot nederigheid en vernieuwing. Daniël benadrukt dat God trouw blijft aan Zijn Woord, ook als het om consequenties gaat. Dat bewijst dat God ons niet permanent laat afdrijven. Ja, Israël kende ballingschap, maar die duurde slechts zeventig jaar. Het uiteindelijke doel is herstel. Zonde verbergt de werkelijke kosten en doet beloften leeg lijken. Consequenties laten ons zien wat onze keuzes werkelijk teweegbrengen, zowel in onszelf als bij anderen.
Roddelen — ook subtiel, verpakt als frustratie of gebedsverzoek — vernietigt vertrouwen, vergiftigt het beeld van elkaar, dooft geestelijke vreugde en verhardt het hart. Vasthouden aan oude wonden voedt bitterheid, maakt relaties oppervlakkig, beïnvloedt nieuwe relaties, interpreteert intenties negatief en belemmert gebed. Niet eerlijk of oprecht zijn ondermijnt betrouwbaarheid, kweekt frustratie en vertraagt geestelijke groei. Neerkijken op anderen omdat we denken geestelijk of theologisch verder te zijn, breekt nederigheid af, ontmoedigt, veroorzaakt afstand en verstoort eenheid. Groepjesvorming, mensen buitensluiten of voorkeur geven aan bepaalde achtergronden, leeftijden of status, ondermijnt het evangelie en verarmt de geestelijke verbondenheid. Uiterlijk rustig op de achtergrond, maar met gedachten die boekdelen spreken, creëert een dubbele werkelijkheid, verhindert echte betrokkenheid en maakt correctie onmogelijk.
Al deze zonden hebben een gemeenschappelijk effect: ze ondermijnen vertrouwen, verzwakken eenheid, verminderen geestelijke kracht en maken ons minder gelijkvormig aan Christus. Consequenties vertragen onze voortgang, maar ze tonen ook Gods barmhartigheid. Zonder consequenties zouden we onze zonde blijven bagatelliseren, rationaliseren en oppervlakkig blijven. Consequenties geven ruimte voor verdieping, herstel en groei. Ze zijn niet het einddoel, maar de weg naar overeenstemming met Gods hart.
Roddelen kan worden omgezet in vertrouwen en openheid. Vasthouden aan oude wonden kan veranderen in vergeving en verzoening. Niet eerlijk of oprecht zijn kan worden omgezet in integriteit en verantwoordelijkheid. Neerkijken op anderen kan worden omgezet in nederigheid en opbouw. Groepjesvorming, buitensluiten of voorkeur geven kan worden omgezet in gastvrijheid en inclusiviteit. Gedachten die boekdelen spreken kunnen worden omgezet in openheid en eerlijke dialoog. Stel je voor wat een getuigenis dat zou zijn: relaties beschermd door eerlijkheid, oude wonden geheeld, gemeenschap versterkt, kennis en gaven dienstbaar gebruikt, en iedereen voelt zich welkom en verbonden.
We mogen erkennen dat de consequenties van zonde pijnlijk zijn, maar ze zijn niet hopeloos. Ze hebben een doel: herstel. Deze verzen nodigen ons uit om ons eraan over te geven — om te stoppen met rationaliseren en verbergen, en de pijnlijke gevolgen van zonde te accepteren. Herstel is het hart van God. God is heilig en rechtvaardig, en in Jezus heeft Hij verzoening en herstel mogelijk gemaakt door af te rekenen met zonde. Zonde blijft niet ongemoeid. Daar mogen we op vertrouwen en in berusten. Tegelijk is God overvloedig in liefde, genade en barmhartigheid — en dat mag rijkelijk door ons heen stromen en zichtbaar worden in herstel. Oprecht gebed ziet consequenties als de weg naar herstel, en herstel kost tijd. Voor Israël duurde het zeventig jaar. Geduld is nodig, en dat is prima. Tegelijk nodigt oprecht gebed de Heer uit om ons te zuiveren en te vormen, stap voor stap, terwijl wij ons hart voor Hem openstellen.
Heidi is momenteel een devotioneel boek[5] aan het lezen in haar stille tijd en ze las me van de week iets voor over vergeving dat haar raakte, en ik dacht dat dit zo mooi paste bij deze preek. Het sprak over Mattheus 18:35 in de gelijkenis van de onbarmhartige knecht. Ze zei[6] dit, “Dit verhaal leert ons veel over onze relatie met de Heer. Omdat Hij ons heeft vergeven en Zichzelf tot de dood heeft vernederd om de schuld van onze zonden te betalen, zegt Hij dat we iedereen die we ontmoeten dezelfde genade, liefde, barmhartigheid en vergeving verschuldigd zijn die wij hebben ontvangen. Als we anderen niet vergeven, dan zullen onze harten beschadigd raken en zullen we ons ver van God verwijderd voelen, hoe gerechtvaardigd we ons ook voelen om vast te houden aan onze wrok en pijn. Er is zoveel potentieel voor verbroken relaties in ons leven – gekwetste gevoelens, verschillende waarden, uiteenlopende filosofieën, onvolwassenheid, ongevoeligheid, harde of ondoordachte woorden en simpele irritatie zijn slechts enkele voorbeelden waar bitterheid wortel kan schieten. We dragen allemaal wel een of andere last met ons mee van verbroken relaties in deze gebroken wereld, en soms is het helemaal niet onze schuld! Maar onze harten hoeven niet gebroken te blijven, en we hoeven ook in deze omstandigheden niet met bitterheid te reageren. We kunnen er altijd voor kiezen om lief te hebben, zelfs als we niet geliefd worden door anderen – want God is absoluut en voor altijd toegewijd aan ons lief te hebben.”
Dit is de taal die Daniël hier ook spreekt – de taal van herstel door ongeacht een stap naar God te nemen. We ontkomen niet aan zonde in ons leven, maar zonde hoeft ons niet te definiëren. Sommigen van ons dragen de gevolgen van zonden die niet ongedaan kunnen worden gemaakt. Sommigen van ons houden vast aan zonden die de Heer jullie allang gevraagd heeft los te laten. Sommigen van ons proberen je verantwoordelijkheid te ontlopen en je fouten goed te praten. Sommigen van ons vrezen de consequenties onder ogen te komen, omdat de schaamte te zwaar weegt. Ik begrijp het. Maar luister naar de zachte, duidelijke uitnodiging van de Heer, zoals Daniël ons laat zien: Kom naar Mij in oprecht gebed en erken je zonden. Kom naar Mij en aanvaard wat is. Kom naar Mij en bekeer je. Kom naar Mij en accepteer de gevolgen van zonde. Kom naar Mij en zet de stap naar herstel. Kom naar Mij en vertrouw op Christus voor wat je zelf niet kunt veranderen. “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”[7]
Hoor vandaag de barmhartige, genadige en vergevende stem van de Heer — misschien voor de eerste keer — die zegt: kom naar Mij in oprecht gebed. Laat het reinigende bloed van Christus al je zonden wegwassen[8]. Laat je met God verzoenen door Christus, en draag die verzoening uit zoals je haar ontvangen hebt[9]. Herstel is binnen handbereik, dus neem die stap vandaag.
Laten we bidden.
[1] Zie bijv. Deut. 28:36, 49, 64
[2] “Meditation is the heart’s active expectation and attention to the truths of God… By this the soul comes to know God more nearly.” ~ Thomas Watson (A Body of Divinity)
[3] “Meditation puts the soul into that frame which is required for the immediate and spiritual sight of God. […] It is by meditation that the heart comes to behold the glory of Christ in the Word.” ~ John Owen (Communion with God)
[4] Joh. 19:30
[5] “Mom Heart Moments: Daily Devotions for Lifegiving Motherhood” (Sally Clarkson)
[6] “This story teaches much about our relationship with the Lord. Because He has forgiven us and humbled Himself to the point of death to bring about payment for our debt of sin, He says we owe everyone we meet the same grace, love, mercy, and forgiveness that we received. If we do not forgive others, then no matter how justified we feel in hanging onto our resentment and hurt, our hearts will be damaged, and we will feel far from God. There is so much potential for broken relationships throughout life—hurt feelings, different values, varying philosophies, immaturity, insensitivity, harsh or careless words, and simple irritation offer just a few places where bitterness could take root. We all have baggage of some sort from severed relationships in this broken world, and sometimes it’s not at all our fault! But our hearts don’t have to stay broken, and we don’t have to react with bitterness, even in these circumstances. We can always choose to love, even when we are not loved by people—because God is absolutely, forever committed to loving us.” ~ Sally Clarkson (12 february)
[7] Mat. 11:28
[8] Jes. 1:18; 1 Joh. 1:7
[9] 2 Kor. 5:20