Daniël 10:1-14 Geestelijke strijd is van alle tijden
Martin Lloyd Jones: “Het hele christelijke leven is een strijd. Op het moment dat je christen wordt, treed je toe tot een leger. Je bent betrokken in een conflict; je wordt erin geboren. Er bestaat niet zoiets als een christen die niet betrokken is bij deze strijd. Het is een strijd tegen de wereld, het vlees en de duivel… Wij zijn geen toeschouwers, maar strijders, en de oproep aan ons is om stand te houden, en nadat wij alles gedaan hebben, stand te houden.”
Geestelijke strijd is onvermijdelijk als christen. Stan heeft ons laatst onderwezen uit 2 Timotheüs 2 over de oorlogsmentaliteit die we horen te hebben. We zitten middenin een dagelijkse geestelijke strijd. Dit is niet optioneel, niet te ontlopen, maar tegelijk ook geen reden voor wanhoop.
1 Johannes 4:4 “Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is.”
- Geestelijke strijd is van alle tijden, maar God staat buiten de tijd. Satan is de vijand, maar Jezus is groter en sterker. Het voelt soms alsof dit verre, theoretische waarheden zijn; Daniël laat ons zien dat geestelijke strijd écht is, maar ook dat God echt is ín de strijd.
Daniël 10:1-3 – Geestelijke strijd is van alle tijden; Daniël krijgt een visioen
Kores, de koning van Perzië, kwam in 539 BC aan de macht. Dat plaatst Daniël 10 zo rond 536 BC. Dit gedeelte van het boek is ná het decreet om de tempel in Jeruzalem te herbouwen. Een deel van de Joden is met Ezra teruggereisd naar Jeruzalem, maar een groot deel ook niet.
- Daniël is ondertussen in de 80, heeft wereldmachten zien verschuiven, profetie voor zijn ogen vervuld zien worden en krijgt opnieuw een “woord geopenbaard” (v1). God geeft in Daniël 10-12 een laatste stuk profetie, over Gods volk.
- Opnieuw was dit niet per se een ‘gezellige’ profetie, “Dit woord was waarheid en ging over grote strijd”. Openbaring van God ging hier gepaard met grote strijd. Waarheid en strijd gingen direct samen.
Door H10-12 wordt de strijd rond Israël duidelijk, maar we zien ook dat er geestelijke strijd is. De dingen die Daniël zag waren zo heftig, dat hij “drie volle weken aan het rouwen” was (v2). Hij kreeg een woord van God, hij kreeg inzicht in dat visioen (v1), maar het kostte wel strijd.
- Uit v4 weten we het precieze moment dat Daniël het visioen krijgt, de 24e van de eerste maand Nisan. Daarmee kunnen we uitrekenen dat als hij dan al 3 weken vastte, zijn vasten overlapte met de Joodse feesten Pesach en Ongezuurde broden.
- Dat is bijzonder, want deze feesten waren juist bedoeld om te eten, samen Gods werk in het bevrijden van Israël, e.d. te vieren. Om in díe periode te rouwen en geen smakelijk voedsel tot je te nemen (v3), laat zien dat de situatie niet normaal was.
- Er was íets aan de hand voor Daniël, waardoor hij dit deed. In v12 lezen we dat Daniël zich wilde “verootmoedigen” voor de Heere én hij wilde “inzicht” krijgen. Hij wilde iets begrijpen, hij zocht antwoorden; dus ging hij biddend en vastend naar God.
- Voor antwoorden op vragen gaan wij tegenwoordig vaak naar Google of de nieuwste variant van AI. We leggen onze vragen steeds minder bij God neer, steeds later bij God.
- Misschien leg je je vragen éérst bij een mens, i.p.v. eerst bij God. Wat je situatie ook is, of die nou vreugde of rouwen vraagt, God is Degene naar Wie we horen te gaan. Hij heeft antwoorden, de beste antwoorden.
Geestelijke strijd is van alle tijden, ook als het gaat om vragen, moeite, ideeën, inzicht, etc. Elke keer wanneer we een stap willen zetten in deze dingen, zal de vijand tegen gaan bewegen. Dat is realiteit, net zoals dat God groter is dan alles dat de vijand op ons af kan gooien.
- We mogen mét Daniël leren om ín en mét alles naar God te gaan. We mogen leren ons nederig voor God opstellen, náár Hem toe gaan en Hem vinden in gebed en het Woord. Je mag alle strijd aan Hem geven in gebed; je hoeft het niet zelf te doen.
Daniël bevestigt ook nog dat hij het zélf is (v1), dezelfde Daniël als in H1, die deze profetie krijgt. Hij bevestigt Beltsazar te zijn, wat zijn Babylonische naam was. Ondanks alles dat hij meegemaakt had, alle moeite, pijn, vervolging, vreugde en blijdschap was God nog niet klaar met hem.
- In en ondanks zijn situatie, bleef hij bruikbaar in Gods handen. Hij bleef een instrument in Gods handen. Daniël was een zegen voor zijn volk, voor Babel en daarna Medo-Perzië, voor de Heere, maar zeker ook voor ons, vandaag de dag.
God kan en wil iedere situatie gebruiken, om jou tot Zichzelf te trekken. Hij is meer bezig met ín jou werken, dan wat Hij dóór jou kan doen. Hij kan door een ezel heen werken, dus ook door jou. Maar ben jij beschikbaar voor Hem, wat er ook aan de hand is? Beschikbaar om Zijn wil te doen?
- Dat is dus niet wat een mens wil, inclusief jijzelf. Dit gaat om God dienen, God op plek 1 zetten, God boven alles liefhebben. En dan van Hem vragen wat Zijn wil voor jouw leven is. Dan mag Hij bepalen, zal Hij leiden en mag jij jezelf overgeven aan Hem.
Daniël 10:4-14 – Geestelijke strijd is van alle tijden; visioen en strijd
Mogelijk was Daniël op reis, maar hij was bij de rivier de Tigris (v4). Bij de over van de rivier zag hij “een Man” (v5). In v5-6 wordt deze man omschreven, waarbij de HSV-vertalers voor ‘Man’ kiezen i.p.v. ‘man’. Door de hoofdletter zien we hun interpretatie, namelijk dat dit Jezus Christus is.
- Een deel van de omschrijving van deze man komt overeen met wat er over Jezus gezegd wordt in Openbaring 1. De reden dat ik geloof dat dit een engel is, is dat er in v13 gezegd wordt dat deze man ‘hulp nodig had van Michaël’ in een stuk geestelijke strijd met demonische machten.
- Jezus heeft geen hulp nodig, van niemand, nooit. Hij is almachtig, Hij is God Zelf; er is geen moment dat Hij in Zijn Goddelijke macht moet zeggen dat Hij hulp van de engel Michaël nodig heeft.
Deze engel is ontzettend indrukwekkend, de omschrijving is prachtig! Dit moet bijzonder geweest zijn voor Daniël en de mannen om hem heen (v7). Daniël zág deze engel, de mannen om hem heen werden bang en verstopten zich.
- Het visioen was zo bizar, bijzonder, heftig, etc. dat Daniël “geen kracht” meer over had (v8). Hij werd zelfs helemaal bleek door wat hij zag; “Mijn gezonde uitstraling werd aan mij veranderd in verval”. Het visioen was zo indrukwekkend dat hij ‘lijkbleek’ werd.
- Hij viel zelfs in “een diepe slaap”, met zijn gezicht op de grond, door het horen van de woorden (v9). Een hand raakte hem aan (v10) en zette hem “beven op mijn handen en knieën”. Het beeld is denk ik duidelijk; het ontvangen van dit visioen was pittig voor deze 80+ jarige man.
Vanaf v11 zien we hoe geestelijke strijd realiteit was, óók voor Daniël. We zien de engel verschillende dingen zeggen die leugens in Daniëls hoofd moesten tegengaan. We zien dat de engel zich uitspreekt over geestelijke machten en hoe die werkzaam waren rond Daniël.
- De woorden van de engel gaan o.a. in op dingen die Daniël specifiek moest horen. Dit speelt in op dingen waar Daniël onzeker was, bevestiging nodig had. We zien hier geestelijke strijd bij Daniël aan het licht komen.
- Satan en zijn demonen weten heel goed hoe jou zo te raken dat het pijn doet. De vijand weet waar jij gevoelig, gekwetst, zwak bent. Hij zal je daar dan ook raken, op momenten dat hij weet dat je zwakker staat. Dan heb je, net als Daniël, God nodig.
- Je bent gewenst, niet afgewezen (v11)
Daniël hoort prachtige woorden (v11): “Daniël, zeer gewenste man”. In H9:23 was hetzelfde tegen hem gezegd, “u bent zeer gewenst”. Het idee van de grondtekst is dat iemand ‘gewenst’ of ‘waardevol’ is. Het heeft het idee van ‘verlangen naar’. Dat is Gods gevoel richting Daniël.
- De engel deed en zei precies wat God van hem wilde, zoals alle engelen doen. Dat betekent dat God hier aan Daniël laat weten dat Hij van hem houdt, dat Daniël waardevol is in Gods ogen. Hoe bijzonder moet dit geweest zijn om te horen.
Romeinen 1:7 “Aan allen die in Rome zijn, geliefden van God en geroepen heiligen: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus.”
Efeze 5:1 “Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen,”
Johannes 16:27 “want de Vader Zelf heeft u lief, omdat u Mij hebt liefgehad en hebt geloofd dat Ik van God ben uitgegaan.”
Romeinen 1 en Efeze 5 maken duidelijk dat je als christen ook Zijn geliefde kind bent. Dat is Gods gevoel richting jou. Johannes 16 wijst ons op iets prachtigs; Jezus zegt hier dat God phileo liefde richting de mens heeft. Phileo is liefde gebaseerd op een gevoel, is een emotie richting de ander.
- Soms kunnen we denken dat God er alleen maar voor kíest om van ons te houden. Nee, God hóudt van jou. Hij kíest ervoor, maar Hij voelt ook liefde richting jou. Hij wíl jou bij Zich hebben. Zijn hart gaat echt uit naar jou, Zijn liefde is ook emotioneel richting jou.
- Net als Daniël ben jij “zeer gewenst” door God. Jij bent geen ‘ongelukje’, je bent geen ‘misser’. God heeft jóu gemaakt, Hij ziet jou en houdt van jou met bewuste, gerichte, emotionele liefde. Niemand dwingt Hem daartoe, Hij is jouw Vader.
Onderdeel van geestelijke strijd, is dat satan je hieraan wil laten twijfelen. Hij wil dat je twijfelt aan Gods liefde, Gods intenties, Gods hart en karakter. Twijfel over God zorgt voor wantrouwen, ongeloof, afstand, etc. Allemaal dingen die juist níet nodig zijn en zelfs slecht zijn voor je ziel.
- Geestelijke strijd is van alle tijden; Daniël moest meerdere keren bevestigd worden in het feit dat hij “zeer gewenst” was. Hij wordt hier nog aan herinnerd in v19; blijkbaar was dit iets dat Daniël nodig had. Dat wist God, daarom bevestigt Hij dit keer, op keer, op keer.
Net als Daniël ben jij geliefd, gewenst, geaccepteerd ín Christus. Laat hierin de woorden van de Geest, God Zelf, tot je hart doordringen. Jezus Zelf, Gods Woord, zegt dit tegen jou, over jou. Jij mag dit zien, horen en accepteren. Je mag hierop mediteren, jezelf hieraan herinneren; te midden van de strijd.
- Je hoeft niet bang te zijn (v12)
Daniël richtte zich op ‘inzicht’ en ‘nederig voor God komen’ (v12). Hij wilde begrijpen wat God zei, wat God hem liet zien. En die dingen maakten hem bang, misschien was hij ook wel angstig geworden door alles dat er om hem heen gebeurde. Politiek, intrige, machtsspelletjes, dood en verderf.
- Daniël moest herinnerd worden aan ‘wees niet bevreesd’. Deze grote man Gods was blijkbaar bevreesd, anders hoefde God dit niet te zeggen. Het is heel menselijk, helemaal niet gek om bang of angstig te zijn. Gelukkig hebben we God, Degene Die angst wil weghalen uit ons.
Deuteronomium 31:6 “Wees sterk en moedig, wees niet bevreesd en schrik niet voor hen terug, want het is de HEERE, uw God, Die met u meegaat. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.”
Dit zegt de God Die niet liegen kan, de God Die almachtig en alomtegenwoordig is. Dit is iets dat God nog vele malen herhaalt door de Bijbel heen. Met Daniël moeten wij hieraan herinnerd worden, we moeten onszelf hieraan herinneren, onze gedachten hierop dwingen.
- Misschien moet je een tekst uit je hoofd leren, het op je koelkast hangen, als achtergrond op je telefoon zetten, etc. Wat er ook nodig is, herinner jezelf aan deze Bijbelse waarheid. Daniël had een engel die hem hierop wees, help jezelf door jezelf en anderen hieraan te herinneren.
Ook dit is iets waar de vijand in werkt. Geestelijke strijd is van alle tijden, zeker als het gaat om angst. De normale reacties op angst vallen in de ‘vechten, vluchten of verlammen’ categorieën. Het is niet onze natuurlijke staat om naar God te rennen en alles over te geven aan Hem.
- Satan wíl dat je zelf gaat vechten, wegrent of verlamd wordt door angst. Wat hij níet wil, is dat jij je angst bij God brengt en je door Hem laat bemoedigen. Hij wil níet dat je kracht vindt in Hem om te volharden, Hem te blijven gehoorzamen en eren. Hij wil je afleiden.
Mét Daniël mag jij bemoedigd zijn, herinnerd worden aan het feit dat Hij bij je is. Dát is wat God belooft door de hele Bijbel heen. Dat is waarheid waar je op mag staan, waarheid die nodig is in de dagelijkse strijd. Waarheid waar je op mag mediteren, om erachter te komen hoe diep dit gaat.
- God hoort je wél (v12)
Gods Woord roept ons op om álles bij Hem te brengen in gebed. Tegelijk kan het voelen alsof je niet gehoord wordt. Daniël was 3 volle weken aan het rouwen, vasten en bidden (v2-3). Wat nou als je al langer dan dat bid voor iets? En wat nou als God je ‘niet hoort’? Wat heeft voor zin om te bidden?
Psalm 66:19-20 “Voorwaar, God heeft naar mij geluisterd, Hij heeft acht geslagen op mijn luide gebed. Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewezen, en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden.”
- Daniël wordt door de engel herinnerd aan het feit dat ook in geestelijke strijd God hoort. En het is niet zo dat God pas na een tijd hoort; “vanaf de eerste dag” dat hij bad, werden zijn woorden gehoord. En niet alleen dat, de engel werd vanwege Daniël en zijn gebed gestuurd.
God hoort je gebed niet alleen, Hij verhoort wat naar Zijn wil is (1 Johannes 5). De grondtekst van v20 wijst op ‘aandachtig luisteren’, ‘geïnteresseerd luisteren’. Dat is wat God met ál jouw gebeden doet. Hij luistert, Hij hoort, Hij verhoort.
- Maar dit is precies iets wat de vijand aanvalt; hij wil niet dat je hierin gelooft, hierop vertrouwt. Hij wil dat je God wantrouwt, dat je je afvraagt of Hij je wel hoort. Hij wil dat je denkt dat God ongeïnteresseerd is, niet om je geeft, anderen wél hoort maar jou niet. Want dat zijn leugens.
De waarheid van Gods Woord, die Daniël ook meekreeg van de engel, is dat God wél hoort. Hij hoort en ziet, Hij weet precies wat er aan de hand is. Hij kent je situatie, Hij hoort ieder gebed én Hij reageert op je gebed. Dat is genade, liefde en een geweldige zegen.
- Dit betekent níet dat Hij je geeft wat je wil. Dit betekent dat Hij je hoort, je ziet en kent, betrokken is en je gebeden niet voor niets zijn. Dat is geruststellend, zeker als je langere tijd moet wachten op een antwoord.
Daniël moest bemoedigd worden in het feit dat God gebed hoort en beantwoord. Mét hem mag jij zien Wie God is, vertrouwen dat Hij in de geestelijke strijd aanwezig is en jou hoort. Bid, leg álles bij Hem neer en vertrouw er dan op dat Hij alles doet meewerken ten goede; ín en dóór Jezus.
- Geestelijke machten zijn aan het werk (v13)
Daniël hoort van de engel dat de “vorst van het koninkrijk Perzië” voor hem stond, en dat de hulp van “Michaël, een van de voornaamste vorsten” nodig was om hem te overwinnen. We krijgen hier inzicht in een stukje van de hemelse gewesten. We krijgen inzicht in hoe de vijand georganiseerd is.
- Efeze 6 wijst ons ook op overheden, machten, wereldbeheersers en geestelijke machten. Veel commentatoren zien hier demonische rangen en standen in, dat we een georganiseerde vijand hebben.
Zonder daar tot op elk detail in te duiken, kunnen we met zekerheid zeggen dat de demonische machten goed georganiseerd zijn. De gemiddelde houding t.o.v. satan en zijn demonen is vaak óf we zien hem overal, óf hij doet niks. Beide zijn niet juist.
- We kunnen satan niet de schuld geven van onze zonde, hij kan alleen verleiding brengen. Hij is ook niet de schuldige aan alle ziekte, pijn, lijden en moeite; dat is ook het jammerlijke gevolg van de zondeval en zonde die mensen elkaar aandoen.
- Tegelijk is het ook niet zo dat satan helemaal níks doet. We kunnen niet zeggen dat hij weg is, afwezig is en blijft, etc. We kunnen satan niet wegredeneren, ondanks dat onze Westerse samenleving dat wel doet. Bijbels gezien weten we beter.
Satan is actief, hij is een vijand die slimmer en sterker is dan wij. Máár, hij is niet sterker of slimmer dan Jezus Christus. Jezus, Die in ons woont, is groter en sterker dan de vijand. Dus wat de vijand ook doet, ín Christus is overwinning.
- We mogen leren, mét Daniël, dat geestelijke machten echt zijn, aan het werk zijn en ook invloed hebben. De demonische machten hielden deze engel tegen, tot Michaël ingreep. Er is dus ook strijd gaande tussen engelen en demonen.
Kolossenzen 2:15 “Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd.”
Onderschat satan niet, maar overschat hem ook niet. Richt je op Jezus, Degene Die groter en sterker is dan alles en iedereen. Hij is het Die je nodig hebt, Hij is het Die overwinnen geeft. Je beseffen dat de vijand er is, mag je richten op Degene Die ‘ontwapend’ en ‘getriomfeerd’ heeft.
- God heeft alles onder controle, ook al voelt het anders (v14)
Daniël heeft in H1-9 prachtige, maar zeker ook bizarre, heftige dingen gezien. Hij heeft, zeker in relatie tot zijn volk, gezien dat er mooie dingen, maar ook verschrikkingen hun kant op gaan komen. Koningen die komen en gaan, rijken die opstaan en weer wegvallen; en in dat alles is er 1 constante factor: God.
- Daniël wordt door de engel herinnerd aan het feit dat God inzicht heeft en geeft over de toekomst. God is niet verrast door wat er gebeurt, Hij voorzegt het allemaal. God laat ook weten wat er gaat komen, Hij geeft Daniël een visioen.
Jesaja 46:9-10 “Denk aan de dingen van vroeger, van oude tijden af, dat Ik God ben en niemand anders Ik ben God, en er is er geen als Ik, Die vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn, van oudsher de dingen die nog niet plaatsgevonden hebben; Die zegt: Mijn raadsbesluit houdt stand en Ik zal al Mijn welbehagen doen;”
Dit is wat de vijand wil dat je vergeet. Hij wil dat je denkt, voelt, gelóóft dat God de controle kwijt is. De vijand wil dat we niet vertrouwen op Gods soevereiniteit, maar denken dat de vijand wint. Als dit in ons gedachtegoed sluipt, vertrouwen we God steeds minder en dat is een groot probleem.
- Hier mogen we onszelf leren herinneren aan Wie God is en wat Hij doet. Hij maakt plannen, overziet álles, weet alles en zal álles gebruiken om Zijn plannen uit te voeren. Hij is niet de veroorzaker van alles, maar Hij gebruikt alles om Zijn raadsbesluit te laten gebeuren.
Daniël moest, zeker met de visioenen die hij zag, gewezen worden op Wie God is. Hij moest gaan inzien dat God de Gever van het visioen is, omdat Hij de toekomst in handen heeft. Daniël moest in geloof leven, in vertrouwen dat God groter is dan hij door had.
- Mét Daniël mag jij jouw toekomst in Gods handen leggen. De leugens van de vijand over God en je toekomst moet je in gebed bij God brengen, zodat je waarheid kan gaan zien en leven. Alleen God heeft alles onder controle, Hij doet wat goed is, Hij houdt van jou en zorg voor je.
- Dat is waarheid waar je aan herinnerd moet worden. Dit zijn waarheden die in Gods Woord te vinden zijn, waar de vijand keihard tegenin gaat. Daarom is het zo belangrijk dat we Hem zoeken, Zijn Woord leven, Zijn gedachten onze gedachten maken.
Vertrouw de God Die hemel en aarde gemaakt heeft, Die buiten de tijd staat. Leg je toekomst in de handen van de almachtige, probeer het niet zelf onder controle te houden. De Bijbel, jouw leven, laten zien dat God te vertrouwen is. Laat de vijand je niet afleiden of overtuigen van een leugen.
Geestelijke strijd is van alle tijden, voor iedere christen, voor ieder mens. Daniël, als groot man Gods, moest herinnerd worden aan de waarheid van Gods Woord. Door zijn omstandigheden was dat keihard nodig, daarom voorzag God in een engel.
- God heeft jou, als christen, Zijn Woord gegeven, de Geest Die in je woont. Je hebt een directe relatie met Jezus Christus, God Zelf. Daniël had het dus niet beter, jíj hebt het beter! God heeft Zijn hele raadsbesluit gegeven om je aan vast te houden.
De vijand gaat ook jou op een persoonlijke manier aanvallen. Hij weet waar jij moeite hebt, wat je zwakke punten zijn, hoe jou te raken. Laat je bemoedigen door de Heere, laat je niet afleiden ván Hem. Leg je vragen, pijn, moeite, etc. bij Hem. Geloof wat de Bijbel zegt, want dat is waarheid.
Als je nog niet gelooft, weet dat satan jou probeert af te houden van God. Hij wil niet dat je je leven overgeeft aan de Heere, dat je gelooft in Jezus als Zoon van God. Dat is het beste nieuws, hetgeen jij het meeste nodig hebt. Kies vandaag, geloof in Jezus; dat is wat redding biedt.
Christen, geestelijke strijd is van alle tijden. Wees je daar bewust van, zodat je naar Jezus kan rennen.
- Ervaar jij strijd? Zo ja, wees bemoedigd! De vijand is je aan het tegenwerken.
- Ga met je strijd naar God, laat Hem de vijand overwinnen, doe dat niet zelf.
- Als je geen strijd ervaart, vraag de Heere dan waarom.
1 Korinthe 15:57-58 “Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.”