Psalm 145:4-7 (12-7-2026) – Generaties spreken met elkaar over God
Stel je de situatie voor (Ezra 3); Israël is 70 jaar in ballingschap geweest, waarbij de tempel vernietigd was. Ezra had de opdracht gekregen terug te gaan en de tempel te herbouwen. Er was een kleine groep die zich de oude tempel kon herinneren en nu de nieuwe tempel zag.
- Deze oudere generatie huilde, omdat er nu weer een fundament lag. De jongere generatie was blij, omdat er een nieuwe tempel kon komen. De ouderen dachten dat het nooit meer zou gebeuren, de jongeren leefden de hoop van de nieuwe tempel.
Generaties hadden hier elkaar nodig om het juiste perspectief te hebben. Ze moesten elkaar op God wijzen, om de juiste blik op God en hun situatie te hebben. Dat samengaan van generaties, de hulp naar elkaar, zien we ook in Psalm 145. Generaties hebben elkaar nodig om God te aanbidden.
- Verschillende generaties moeten elkaar opzoeken; God wil dat Zijn kerk niet uit afgesloten leeftijdsgroepen bestaat. Generaties praten met elkaar over God; dat is hoe het hoort te zijn, maar dat is ook goed voor álle zielen.
v4 Generaties spreken met elkaar over God
De invloed van de ene generatie op de volgende moeten we niet onderschatten. Ouders hebben gigantische invloed op hun kinderen, opa’s en oma’s op kleinkinderen. Maar ook ooms en tantes, andere oudere mensen op jongere mensen. De invloed van generaties is prachtig en nodig.
- Timotheüs werd opgevoed zonder vader in beeld (2 Tim. 1), Jezus’ aardse vader overleed (Gen. 35), Ruth en Esther leefden zonder hun eigen ouders. En dit zijn allemaal mensen goed terecht kwamen, helden van het geloof zijn.
- Timotheüs had zijn moeder en oma, Jezus had zijn moeder, Ruth had Naomi, Esther had Mordechai. We zien bij al deze voorbeelden dat oudere generatie(s) de taak op zich namen om woorden van God door te geven aan een jongere generatie.
Deuteronomium 6:4-7 “Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één! Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht. Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.”
Dit is de glorieuze taak die generaties hebben naar de andere generaties: het verkondigen van God. Het “roemen” van God, van Zijn werken, Zijn “machtige daden verkondigen”. Dit is geen taak, dit is een voorrecht. Dit is een logisch gevolg van zélf God en Zijn daden zien, je kan dan niet anders.
- Met David mogen we als generaties erkennen dat God persoonlijk is, “Mijn God en Koning” en dat Hij prijzenswaardig is (v1-2). Met David mogen we erkennen dat Hij “groot en zeer te prijzen” is (v3) en dat Zijn grootheid niet te bevatten is.
Die grootheid úit zich in “werken” en “machtige daden” (v4). Hoe ouder je wordt, hoe meer je van God zal zien, hoe meer je mag erkennen dat Hij werkt. Je zal meer zien dat Hij God is, Wie Hij is, hoe Hij werkt, etc. En dat zijn dingen om dan vol vreugde te delen met overige generaties.
- Dit kan eng voelen, onhaalbaar, maar laten we kijken naar wat David zegt. Hij zegt ‘de ene generatie prijs Zijn daden richting de ander’ (NKJV). Het woord voor ‘roemen’ gaat over ‘prijzen’, ‘loven’ en ‘aanbidden’. Wat doen de generaties? Ze aanbidden God, ze leven dit voor.
- De oudere generatie looft God, met de jongere generatie erbij, voor wat Hij gedaan heeft. Dat betekent dat je 1) ziet wat God doet, 2) dat benoemt, en 3) Hem aanbidt voor wát Hij gedaan heeft.
- Het hoeft niet moeilijk te zijn. Benoem hoe je God gebed hebt zien beantwoorden, vertel hoe Hij je afgelopen week geleid heeft. Leg uit hoe je Hem hebt zien werken in je eigen leven en in de levens van anderen. En aanbid Hem daarvoor.
Gods “machtige daden” zijn zowel in het Woord als jouw leven te vinden. En die daden, daar moet de volgende generatie van horen. En dan niet in een tweet, email of whatsapp bericht; dat is niet verkeerd, maar dit is iets om met koffie in de hand, tijdens een maaltijd te bespreken.
- Dit is zo nodig, zo mooi, zo fundamenteel voor het christen-zijn. Gods goedheid, grootheid, machtige werken en daden houd je niet voor jezelf. Je aanbidt God daarvoor en deelt dit met mensen om je heen. Je kíest om Hem te aanbidden en dat sámen te doen.
Misschien denk je, ‘maar ik zie God niet werken’, ‘hoe doe ik dit’, etc. Begin dan met zien wat God in Zijn Woord voor daden gedaan heeft. Kijk naar de schepping (Gen. 1-2; Job 38-41), God Die Zichzelf liet zien aan Israël (Ex. 19), Jezus Die kwam voor jou en mij (Joh. 3, Fil. 2), etc.
- Kijk naar Gods machtige daden aan Zijn volk, door het hele Woord, en déél dat. Laat zien hoe God met Zijn kerk omging (Han.), en hoe Hij nooit verandert (Mal. 3:6). Zie Gods werken in de 10 plagen en het bevrijden van Israël (Ex.), het geven van het land (Jozua).
Het is zo mooi om dit te gaan zien, om hierop gewezen te worden. Het is zo opbouwend voor je ziel om dit zélf te zien en door te geven aan een ander. Dit is goed voor beide, voor generaties. Dit is het hart van discipelschap, dit is zo mooi, zo nodig. Dit is samen zien op en versteld staan van Wie God is.
- Jij en de ander gaan dan Gods werken meer zien. Jullie gaan allebei je ogen van jezelf en je situatie afhalen en op God zien. Je zal allebei opgebouwd worden, want je ziet dat God vandaag nog werkt. Allebei zal je, met David, God aanbidden en wíllen prijzen, want Hij is God.
v5-7 Generaties spreken met elkaar over God
De rest van dit stuk van de psalm laat een ‘zij’-‘ik’ patroon zien. Dat is al begonnen in v4, “zij zullen”. In v5 zien we “Ik zal spreken”, v6 “zij zullen” en “ik” zal vertellen. In v7 ligt de focus op “Zij zullen”. Het beeld dat David schetst, is dat de generaties daadwerkelijk sámen God aanbidden.
- Er is een samenspel ontstaan tussen oud en jong, waarbij men elkáár vertelt over God. Elk van de generaties ziet dingen van God, van Zijn daden en karakter, en reageert daarop door de andere generatie daarover te vertellen.
- Dit is een prachtige situatie, die begonnen is bij het besef Wie God is. Dit begint bij het besluit om God te aanbidden, de keuze om dit elke dag te doen. Die keuze is gemaakt en wordt in volhard. Het geweldige resultaat is dit heen-en-weer aanbidden.
En wat is er veel reden om God te aanbidden! Gods “werken” en “machtige daden” (v4) zijn al reden genoeg, maar David zet zichzelf, en ons, stil bij nóg meer redenen om God te aanbidden. Hij ziet en erkent dat er nog zoveel meer redenen zijn om een levensstijl van aanbidding te hebben.
- De “heerlijke glorie van Uw Majesteit” (v5)
“Ik” zal God aanbidden, door te “spreken” over de “heerlijke glorie van Uw majesteit”. David spreekt naar de overige generaties over de glorie van Gods majesteit. Hij ziet en erkent hier dat God regeert. En niet zomaar regeren, Hij is de Heerser over het universum, in elk detail.
- Hij overziet alles, Hij is de Majesteit. God wordt op verschillende plekken in de Psalmen, Job en de profeten zo aangeduid. Het geeft een beeld van een Koning, zittend op de troon. Deze koning regeert, heerst, stuurt, leidt en is daarmee eer waard. Dat is Wie God is.
Hij ís de Majesteit van het universum, zowel van de fysieke als de geestelijke wereld. Hij verdient alle glorie, alle aanbidding, want Hij is die Heerser, die Majesteit. Hij is de God die ook zo wil regeren in jouw en mijn hart, dat wil Hij over Israël, maar ook over het hart van David.
- Gods glorie is niet zomaar iets, het is “heerlijk”, letterlijk ‘glorieuze eer’ of ‘glorieuze pracht’. Dat is hoe geweldig God is. Openbaring 22 beschrijft dat Gods heerlijkheid de hemel zal verlichten; zo glorieus, helder, schijnend is Zijn glorieuze Majesteit.
Dat is de Majesteit die álle aanbidding waard is. De God Die beter, groter, sterker en alles is dan wie dan ook. Dat is de God Die jij mag aanbidden, de God in Wiens aanwezigheid jij mag komen. Jezus is de Weg naar die God, naar Zijn aanwezigheid, naar de ‘glorieuze pracht’ van Zijn Majesteit.
- Wat een geweldig voorrecht om bij Hem te mogen komen, dat Hij jou en mij toestaat om te komen. Hoezeer is Hij dan élke vorm van aanbidding waard. Hoe mooi is het dan om andere generaties te vertellen over Hem, om Hem sámen te aanbidden. Hij is alle aanbidding waard!
- “Uw wonderlijke daden” (v5)
Gods daden zijn niet zomaar daden, Hij doet wonderen. We vergeten dat soms. Zeker wanneer we in gebed dingen aan de Heere vragen kunnen we vergeten dat Hij wonderen doet. En toch hoeven we daar niet versteld van te staan, we mogen juist Hem aanbidden omdát Hij wonderen doet.
- Door het hele Woord zien we Zijn daden en die zijn vanaf het begin ‘wonderlijk’. Hij schiep álles uit het niets. Het Hebreeuws is ‘bara’’, het Latijn ‘ex nihilo’; God deed een wonder door te scheppen zonder bouwmaterialen. Hij máákte de bouwmaterialen; dat is een wonder.
- God maakte ook ieder dier, iedere plant, ieder continent, seizoen, etc. uniek. Hij maakte ook jou uniek, er is níemand zoals jij. Niemand lijkt volledig op jou, niemand heeft de unieke combinatie van karakter, talenten en fysieke zaken als jij. God deed een wonder.
En dat is slecht Genesis 1-2. God ging door met een vloed over de aarde, het splijten van de zee, Daniël die niet opgegeten werd in de leeuwenkuil, Daniëls vrienden die niet verbrandden. Jezus liep op het water, stilde de storm, voedde 5000 mannen + vrouwen en kinderen met 5 broden en 2 vissen.
- En ook dat is slechts een klein deel van wat God doet. Hij doet elke dag wonderen. De getijden, de natuur, de zon die opkomt, zuurstof, baby’s die geboren worden; allemaal wonderen. Maar het grootste wonder is wanneer iemand tot geloof komt in Jezus. God doet wonderen.
We hebben soms een andere generatie nodig om ons te wijzen op deze wonderen. Het is daarom zó goed, zo nódig dat we sámen zoeken naar Gods wonderen, dat “Ik zal spreken” over de wonderen die God doet. Dat is goed voor mijn ziel én die van jou. Laten we met elkaar spreken over Gods wonderen.
- “de kracht van Uw ontzagwekkende daden” (v6)
De generaties helpen elkaar, “Zij zullen” ‘antwoorden’ of ‘communiceren’, “in herinnering roepen” Gods daden. Prachtig is het perspectief op deze daden; “de kracht van Uw ontzagwekkende daden”. De andere generaties zullen ontzag krijgen voor God, door de kracht, of macht, van Zijn daden.
- Gods macht is zichtbaar in ál Zijn daden. Toen Hij in 1 nacht 185.000 Assyrische soldaten liet doden door een engel, dat brengt vrees in harten. Rachab vertelt in Jozua dat heel Kanaän vreest voor God, om dát en hóe Hij Israël bevrijd had uit Egypte.
- Die vrees, dat ontzag voor God, zette Rachab ook aan tot God gehoorzamen boven de koning van Jericho. Ze zag in Wie God was, wat haar aanzette het delen van die vrees én ze verliet Jericho om deel van Gods volk te worden.
De macht van Gods daden is zichtbaar in Openbaring, waarin Hij gaat oordelen. Dat oordeel, met al haar verschrikkelijke uitingen, laat zien dat Hij alle eer en aanbidding waard is. Ook Jezus’ opstanding uit de dood is een daad die ontzag in ons hoort op te wekken. God is groter en sterker dan de dood.
- Aangezien het graf leeg is, kan God alles. En hoe meer we zien dat God werkt, hoe meer we Zijn werken en karakter gaan herkennen, hoe meer het logisch is om dat te delen. Het is dan logisch om andere generaties te vertellen over Gods ontzagwekkende daden.
Je wil dan dat de ander ook groeit in ontzag voor God. Samen zullen we God dan meer gaan vrezen. En hier hebben we elkaar nodig. God wordt soms afgebeeld in ons hoofd, en theologie, als een teddybeer, niet een ontzagwekkend God. Met David, en generaties, mogen groeien in ontzag.
- “Uw grootheid” (v6)
Toen Israël in Egypte was, liet God door 10 plagen zien dat Hij groter was, en is, dan elke god. Hij deed wonderen die de magiërs niet konden, Hij bewees Zijn grootheid. Datzelfde deed Hij bij Elia, toen God de priesters van Baäl en Elia een offer liet brengen. Alleen God gaf vuur uit de hemel, Hij is groter.
- Stilstaan bij Gods “grootheid” is zo goed voor je ziel. Het haalt je ogen af van jezelf, van je situatie, gedachten, etc. en kijkt naar Degene Die oneindig groot is. David zet zijn eigen hart, en de andere generaties, stil bij hoe groot God is.
Niet alleen Gods daden zijn groot, maar Zijn karakter ook. Vergeet niet dat God eeuwig is in alles dat Hij is (Op. 1:8), dat Hij niet verandert (Heb. 13:8). Dat maakt dat Zijn liefde oneindig groot is, Zijn genade, barmhartigheid, heiligheid, etc. Al Zijn eigenschappen is Hij tot in eeuwigheid.
- Dat maakt Zijn karakter zo ongelofelijk groot, onbegrijpelijk voor ons. En dat geeft ons alle reden om te aanbidden. We zullen nooit volledig begrijpen hoe groot Hij is, nooit volledig doorhebben wat de hoogte, breedte, lengte en diepte van Zijn liefde zijn (Efeze 3).
Wat een zegen dat God dit aan ons laat zien, Hij is zo ongelofelijk goed. Zijn grootheid is het waard om over te vertellen, om op gefocust te zijn. Die grootheid die ultiem zichtbaar is in Jezus, in het kruis. Maar ook toen Hij de wet gaf op Sinaï en de berg rookte en vol bliksem was.
- En alleen díe God is alle aanbidding waard, alleen de God Die oneindig is in Wie Hij is. De God Die niet op kan houden met liefdevol zijn, want Hij ís liefde. De God Die niet anders kan dan barmhartig, heilig, goed, etc. zijn. Die God is aanbidding van alle generaties waard.
- “de gedachtenis aan Uw grote goedheid” (v7)
Waar het hart vol van is… Dat is wat we zien bij de generaties, “Zij zullen” overstromen met woorden van Gods “grote goedheid”. Hij is niet zomaar goed, Zijn goedheid is niet zo-zo; Zijn goedheid is groot, overvloedig. Zo goed is onze God.
- Met alles dat er in de wereld gebeurt, is het nodig om hieraan herinnerd te worden. Je moet weer stilstaan bij Wie God is, bij Zijn goedheid. Je moet stilgezet worden bij het feit dat wát er ook gebeurt, Zijn goedheid gróót is.
In Markus 10 erkent Jezus dat alleen God goed is, de psalmen staan vol met woorden om Gods goedheid te omschrijven. Nahum, Ezra, Nehemia, 1 Kronieken, etc. allemaal roepen ze, getuigen ze, stromen ze over van Gods goedheid.
- Het is Zijn goedheid dat de zon elke dag opkomt, dat er regen is voor élke mens. Het is Zijn grote goedheid dat Hij ons nooit alleen laat, dat Hij bij ons is. Door Zijn grote goedheid vergaat de aarde niet, hebben we zwaartekracht, natuurwetten, etc. Zijn goedheid geeft structuur.
Maar Zijn grote goedheid is bovenal zichtbaar in Zijn liefdevolle geven van Zijn Zoon. Jezus, God Zelf, is de ultieme uiting van Gods grote goedheid. We kunnen niet genoeg zingen, niet voldoende “de mond doen overvloeien van gedachtenis aan Uw grote goedheid” als het om Jezus gaat.
- Het is zo mooi als de ene generatie de ander wijst op Gods grote goedheid. Je kan dat zelf uit het oog verliezen door omstandigheden. Maar hoe mooi is het dan als iemand je hierop wijst, hoe nodig is dit. Generatie op generatie zíet, praat over en wijst naar Gods grote goedheid.
- “Uw gerechtigheid” (v7)
Dit is niet het eerste waar we aan denken om vrolijk over te zingen, maar wel nodig. Dit is een fundamentele eigenschap van God; alles dat Hij doet is vol van “gerechtigheid”. Wat hij doet is in lijn met wat ‘rechtvaardig’ en ‘volgens de wet’ is.
- Dat betekent dat Gods oordeel volledig te vertrouwen is, dat Zijn blik op íeder mens en íedere situatie volledig correct is. God ziet álles en weet hoe met álles om te gaan. Dat is Wie Hij is, dat is Zijn “gerechtigheid”.
Toen Hij de aarde oordeelde in de tijd van Noach, was dat ‘rechtvaardig’. Zijn oordeel over de volken van Kanaän is altijd vol “gerechtigheid” geweest. Hoe God met Israël omging, in hun verharding en afwijzing van Hem, is “gerechtigheid”. Deze eigenschap geeft alle reden tot aanbidding.
- De belangrijkste uiting van Zijn “gerechtigheid”, is het Evangelie. God maakt duidelijk dat íeder mens zondigt en tekortschiet. Ieder mens is een zondaar en verdient straf; maar Jezus. Jezus kwam, leefde perfect in onze plaats, stierf door onze schuld en stond op uit de dood.
Romeinen 8:3-4 “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.”
Jezus droeg de rechtvaardige eis van de wet. God als perfecte Rechter, moet “gerechtigheid” kiezen. Bij élke overtreding van de wet moet Hij ingrijpen; en dat ingrijpen is op Jezus gekomen. Hoe bizar is dat?! De Rechter Die de straf bepaalt, voorziet in de vervulling van die straf.
- Bedenk: de prijs die Jezus betaalde was Zijn leven, God Zelf Die kwam, stierf en opstond. Hij gaf méér dan onze zonde ooit waard is, omdat Hij méér waard is dan alles. God gaf Zichzelf voor jou. Dat is alle reden voor generaties om sámen God te aanbidden.
Dit is de glorie, de pracht, de schoonheid van generaties die samen aanbidden. En de reden voor de aanbidding is God Zelf, niet een mens. De reden is niet dat wij mooie woorden hebben; woorden schieten tekort om God te omschrijven en aanbidden.
- Dit is ook wat wij allemaal nodig hebben. We hebben broeders en zusters om ons heen nodig die 1 ding doen: ons op God wijzen. Door God te aanbidden, hardop, richt je je eigen hart en het hart van de ander op God.
- Door sámen te aanbidden help je de ander om van zijn/haar situatie weg te kijken en God te zien. Door met andere generaties samen te aanbidden, word je geholpen om een andere, bredere blik op de Heere te hebben. We zijn hierin aan elkaar gegeven.
Het is goed om te eindigen met een aantal bemoedigingen. Dingen die kunnen helpen om dit op te pakken en zo je ogen op God te richten:
- Zie Wie God is en wat Hij doet
David noemt reden na reden op om God te aanbidden. Hij kijkt naar Wie God is en wat Hij gedaan heeft. Hij haalt dit uit zijn eigen ervaring, maar vooral uit wat het Woord zegt. Hij is onderwezen in het Woord, graaft in het Woord en haalt daar de schoonheid uit van Wie God is en wat Hij doet.
- Dit is zo prachtig! Gods Woord én jouw leven zijn vol van bewijs van Wie God is. Je ziet Zijn werken, Zijn karakter door álles heen. Je ziet Zijn wonderen, rechtvaardigheid, daden, grootheid, etc. Dat is te vinden in Zijn Woord, maar ook in jouw leven.
Zoek hiernaar, zowel samen als alleen. Er is zoveel moois te vinden in God. Het zal je hart goeddoen om dit te doen. Zeker dit sámen doen met iemand, vooral ook van een andere generatie. Sámen Gods karakter en daden zien, dat is zo bemoedigend, zo goed, zo nodig voor je ziel.
- Benoem deze dingen
Benoem dan, met David, wat die dingen zijn die je vindt. Dat lijkt een overbodige stap, Psalm 145 laat zien dat er op vele manier gesproken werd over God, Zijn karakter en daden. Dat praten, het zelf uitspreken, maar ook het hóren wat een ander zegt, dat is goud waard.
- Onze zielen hebben het nodig om te hóren over God. Lezen is goed, praten en horen is beter. Studeren voor een toets doe je het beste door te schrijven en op te zeggen. Dat is schrijven, lezen, praten en horen tegelijk. Zo leer en sla je dingen het beste op.
Zo ook met de dingen van God. Hoe meer je hierover praat, hoe meer het in je hart zal landen. Praten over de dingen van God kan een drempel zijn; het is nodig voor je eigen hart en ziel. Door te praten ga je je eigen hart en gedachten beïnvloeden, maar ook die van de ander. Praat over God.
- Aanbid Hem hiervoor
Aanbid met David, en de ander, God. Aanbid Hem voor wat je vindt in Zijn Woord en je eigen leven. Geef Hem eer met je woorden. ‘Ik aanbid U God, want u hebt … gedaan’. Dat helpt je hart van jezelf af en op God. Hart en gedachten worden dan gevuld met God en Hem aanbidden.
- Zo aanbidden is geweldig. Gods werken zien, in het Woord en je eigen hart; dat is ontzettend bemoedigend. Gods karakter zien en ervaren, er is niks beters dan dat. En ook hier is het nog mooier om dat sámen te doen.
Aanbid Hem sámen, dat is Hij waard. Aanbid Hem, zonder na te denken wat een ander van je vindt. Het gaat namelijk niet om jou, maar om hoe geweldig God is. Hij is al jouw aanbidding waard, zeker ook van generaties samen.
Als je nog niet gelooft, maak vandaag de keuze. Deze geweldige, prachtige, ontzagwekkende God houdt van jou. Hij gaf Zijn Zoon, Zichzelf, voor jou. Geloof in Jezus als Zoon van God en je hebt eeuwig leven. Keer je af van je oude leven en leef vanaf nu voor Hem.
Generaties spreken met elkaar over God; dat is Zijn doel.
- Zie Wie God is, vertel daarover en aanbid Hem
- Doe dit sámen, om sámen te groeien in je begrip van Wie Hij is
Psalm 34:2-4 “Ik zal de HEERE te allen tijde loven, Zijn lof zal voortdurend in mijn mond zijn. Mijn ziel zal zich beroemen in de HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn. Maak de HEERE met mij groot, laten wij tezamen Zijn Naam roemen.”