Psalm 145:17-21 (9-8-2026) – God is nabij
Jesaja 55:6 “Zoek de HEERE terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl Hij nabij is.”
We leven in een tijd die uitdagend en tegelijk vol zegen is. De grootste zegen die we hebben is God Zelf, de almachtige, de Schepper. Die God is niet veraf, ergens aan de andere kant van het universum. God is nabij, heel dichtbij, nauw betrokken bij alles in je leven.
- Hij is niet alleen dichtbij, Hij wil dat jij Hem aanroept nu Hij dichtbij is. Je mag Hem aanroepen, aanbidden, je leven uitstorten aan Zijn voeten. Hij kan het hebben, Hij weet het, Hij wíl ook dat je Hem leidend maakt in elke situatie. God is nabij; roep Hem aan.
v17-18 God is nabij – God is…
Om iemand echt lief te hebben, moet je die persoon leren kennen. Je moet het karakter van de ander gaan kennen, de daden van de ander gaan zien. En daar doorheen zal je de ander gaan herkennen. Door de ander te gaan leren kennen, zal je meer en meer redenen vinden om de ander lief te hebben.
- Dat is niet anders in onze relatie met de Heere. Hij laat door Zijn Woord heen zien Wie Hij is, zodat wij Hem kunnen liefhebben voor Wie Hij is. Hij spreekt uit Wie Hij ís, en laat daarna door Zijn daden zien dat wat Hij zegt matcht met Wie Hij zegt te zijn.
Eerder in de psalm, in v3 en v8-9, heeft David omschreven Wie God is. Hij heeft aangegeven dat God “groot en zeer te prijzen” is (v3). Daarna heeft hij uitgelegd waaróm dat zo is (v4-7). God ís zeer te prijzen, wat te zien is in Zijn majesteit, daden, grootheid, etc.
- God ís “Genadig en barmhartig”, “geduldig en groot aan goedertierenheid” (v8). God ís “voor allen goed” (v9). Het gevolg daarvan is te zien in v10-13, waar al Zijn gunstelingen God loven. Het zíen van God, het herkennen van Wie Hij is, zet aan tot liefde voor Hem.
- Hoe meer je God ziet, hoe meer je Zijn liefde ziet. Zijn liefde is en wordt zichtbaar in álles dat Hij is. Hij ís liefde (1 Johannes 4). Al Zijn eigenschappen is Hij in liefde voor Zijn gunstelingen, zelfs voor “allen”.
- In v14-16 hebben we gezien wat God doet. God ondersteunt, richt op, geeft voedsel en verzadigt. Dat past volledig bij Zijn karakter, bij Wie Hij ten diepste is. Dat is de God Die alle aanbidding waard is, de God Die van A-Z, of aleph tot taw, alle aanbidding waard is.
Door deze hele psalm, een acrostichon, zien we Wie God is, wat Hij doet en de reactie van David. Het zien van God levert altijd een reactie op: aanbidding. In het geval van de gelovige is dat vrijwillige, gekozen aanbidding. De ongelovige zal uiteindelijk ook aanbidden, zij het gedwongen.
In het stuk van vandaag worden we opnieuw gewezen op Wie God is, op Zijn karakter. David pakt het acrostichon op met de letter tsade, waarmee hij het woord “rechtvaardig” begint. God ís rechtvaardig, Hij doet wat ‘goed’, ‘recht’ en ‘juist’ is; in “al Zijn wegen”. Naar alles en iedereen; altijd.
- Tegelijk is Hij “goedertieren”; dit woord is relationeel, het gaat om ‘loyale liefde’ en ‘trouw’. Dat is Wie God is, Hij is goed, Hij is loyaal in Zijn liefde, Hij is trouw. Dat is Hij voor Zijn “gunstelingen” (v10), degenen die deel zijn van Zijn koninkrijk (v13).
Bedenk wat dit betekent; wat er ook gebeurt, God zal rechtvaardig handelen. Wat jij ook meemaakt, wat er in de wereld ook gebeurt, God zal hier correct op reageren. Hij zal oordelen naar wat ‘recht’ is, naar Zijn eigen standaard. Hij zal niet menselijk kijken en menselijk oordelen; Hij oordeelt Goddelijk.
- En ín die rechtvaardigheid is Hij ‘goedertieren’, liefdevol en trouw. Gods rechtvaardigheid is niet een losse eigenschap, zo ook Zijn ‘goedertierenheid’. God is áltijd en ín alles loyaal liefdevol, trouw en rechtvaardig.
- In ál Gods “wegen” en “werken” is Hij zowel ‘rechtvaardig’ als ‘goed’. Dat is zeer geruststellend in deze tijd, waar er ontzettend veel onrecht en slechtheid is. Er is veel goddeloos gedrag dat ‘goed wordt gepraat’, dat als ‘rechtvaardig’ wordt gezien.
- Ultieme rechtvaardigheid, ultieme goedheid is alleen aan Gods voeten te vinden. Hij ís rechtvaardig en goed. Ook al zien wij niet hóe en wannéér Hij dat uitvoert, je mag weten dat Hij dit ís. En daarvoor is Hij al jouw aanbidding waard.
Jesaja 55:8-9 “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.”
Wij willen Gods wegen vaak begrijpen, Gods gedrag kunnen voorspellen. We willen begrijpen vóór we onszelf overgeven, ‘eerst zien dan geloven’. Als christen mag je, met David, leren zien en accepteren dat God rechtvaardig en goed is. Je mag Hem vertrouwen bóven wat je zelf kan begrijpen.
- Gods rechtvaardigheid is niet altijd zichtbaar voor ons, Zijn goedheid voelt niet altijd zo. Mijn ervaring of gevoel is echter niet bepalend voor of God iets wel of niet ís. Gevoel mag geen leidende waarde zijn voor ons; Gods Woord is leidend en bepalend.
- We mogen gevoel leren toetsen aan Wie God is. Als Hij iets ís en jij voelt iets anders, dan klopt je gevoel niet. Je mag zien dat Hij ‘rechtvaardig’ en ‘goedertieren’ is in “al Zijn wegen” en “werken”. Dat is waarheid, dat zal nooit veranderen.
In Zijn rechtvaardigheid en goedertierenheid, is Hij “nabij”. Bij “allen die Hem aanroepen”, “in waarheid aanroepen” (v18). Dit ‘nabij’ is ook waar de letter koph mee begint. Het heeft het idee van ‘directe nabijheid’ en gaat om ‘dichtbij zijn qua locatie, tijd of relatie’.
- God is dus nú dichtbij, en niet zomaar dichtbij. Hij is aanwezig in de situatie, maar ook qua relatie aanwezig. Hij is bij je, gaat sámen met je door een situatie heen, Hij voelt mee. En dat doet Hij met hen “die Hem aanroepen”.
Wat David duidelijk wil maken, is dat we onze situatie met onze woorden bij God mogen brengen. Hij is ‘nabij’, wanneer we dit met Hem bespreken. Je mag het zelfs letterlijk ‘uitroepen’ naar Hem. Het gaat om gebed, woorden gebruiken, praten met God.
- Gebed kan te makkelijk een ‘interne aangelegenheid’ worden. Het is makkelijk om gebed in je hoofd te houden, maar het is ook nodig om je situatie hardop bij God te brengen. Het helpt je ziel om hardop woorden te gebruiken om een situatie over te geven aan God.
En dan is het belangrijk om God “in waarheid” aan te roepen. Dat gaat om waarheid in je hart en in je hoofd, waarheid over God en daarmee waarheid over jou. Waarheid begint en eindigt bij God, komt van Zijn troon. Om Hem in waarheid aan te roepen mogen we naar Zijn Woord gaan.
- Je mag je beroepen op Zijn eigenschappen in het Hem aanroepen. Je mag terugvallen in je hart en hoofd op Wie Hij is, zodat je je gebed, je “aanroepen” daarop baseert. Dat geeft je vaste grond om op te staan, zekerheid om op terug te vallen.
- In Nehemia 9 bidt Nehemia Gods Woord terug naar Hem. 74x spreekt Hij God aan, “U”, 39x zegt hij “U hebt” of een variant daarop. Hij vertelt 8x Wie God is en 39x wat God gedaan heeft. Zo komt hij bij God, zo dankt en eert hij God.
- Het doel van dit gebed is in Nehemia 10, dat men zich opnieuw zou toewijden aan God, als de Heerser van hun leven. Wat een voorbeeld van ‘het uitroepen naar God’, van ‘in waarheid’ naar Hem kijken.
God kennen, Hem meer liefhebben, betekent inzien Wie Hij ís. God zien in Zijn Woord, naar Hem terug bidden Wie Hij is; dat is wat David geleerd heeft. En God is nabij, in elke situatie, altijd. God is nabij als jij het uitroept, als jij Hem nodig hebt. God is Wie jij nodig hebt, altijd.
- God is nabij állen die Hem aanroepen. Hij hoort, ziet en weet waar je doorheen gaat. God ís goed, Hij ís rechtvaardig. Hij is al deze dingen, en meer. Dat is hoe geweldig onze God is, dat is ook waarom Hij álle aanbidding waard is.
v19-20 God is nabij – God doet…
Gods karakter, Wie Hij is, zet ook aan tot daden. God is niet passief, Hij is actief nabij. Dat is een geweldige zegen; er zijn tegenwoordig veel mensen die nabij zeggen te zijn, maar die niet actíef zijn. Daarin is God altijd beter, Hij is ultiem te vertrouwen. Hij weet precies wat, wanneer te doen.
- David begint v19 met de letter resj, wat de eerste letter van het woord “verlangen” is. Het mooie aan dit verlangen, is dat het om een verlangen gaat, dat afgestemd is op God. God vervult niet álle verlangens; God doet wat goed en rechtvaardig is.
- God vervult de verlangens “van wie Hem vrezen”. Door God meer te kennen, zal je zien Wie Hij is, hoe groot en ontzagwekkend Hij is. Hij is de Schepper, de almachtige, de alwetende. Dat leidt naar ontzag, gezonde vrees, toewijding aan voor Hem leven.
- Dat zie je ook bij alle mensen in het Woord die expliciet benoemd worden als mensen die God vreesden. Job en Jozef bijvoorbeeld; hun gedrag laat zien dat ze ontzag, vrees, hadden voor God.
- God vervult de verlangens “van wie Hem vrezen”. Door God meer te kennen, zal je zien Wie Hij is, hoe groot en ontzagwekkend Hij is. Hij is de Schepper, de almachtige, de alwetende. Dat leidt naar ontzag, gezonde vrees, toewijding aan voor Hem leven.
Letterlijk zegt David: ‘God doet het verlangen van wie Hem vrezen’. Degene die God vreest, zal de dingen willen die God wil, zal zijn/haar gedachten en verlangens in lijn brengen met God. Jezus verwoordde het zo in Gethsemané.
Lukas 22:42-44 “Vader, als U wilt, neem deze drinkbeker van Mij weg; maar laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden. En aan Hem verscheen een engel uit de hemel, die Hem versterkte. En Hij kwam in zware zielenstrijd en bad des te vuriger. En Zijn zweet werd als grote druppels bloed, die op de aarde neervielen.”
- Jezus vroeg om níet de lijdensweg te hoeven gaan; wat gebeurde hier níet? Zijn éigen wil; Hij zei namelijk ook: “maar laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden” (v42) Dat was Zijn grotere verlangen, dat Gods wil gebeurt.
- Dat is hoe de verlangens van degene die God vrezen gevormd worden. Gods wil, op Gods tijd, op Gods manier; dat is waar ze voor leven. Hoe meer je God vreest, hoe meer je ziet dat jíj het niet kan, maar dat God het moet doen.
God hoort het hulpgeroep van de Godvrezenden, en Hij “verlost”. Het idee van dit woord is dat God je brengt van een plek van gevangen of onderdrukt zijn, naar een plek van ruimte en vrijheid. Degene die God vreest, die Hem op 1 zet, die heeft vrijheid; vrijheid ín God, dóór God, door Jezus’ werk.
- God is nabij degenen die Hem vrezen. God doet prachtige en krachtige werken ín degenen die Hem vrezen. Hij is nabij in elke situatie en zal je, ín Hem, de vrijheid en kracht geven die nodig is om dóór de situatie heen te komen. Dat is Wie God is en wat Hij doet. God is nabij.
- De enige reden dat iemand om ‘hulp’ roept, is als er ‘hulp’ nodig is. Je maakt iets mee, zit in een situatie die te groot, te zwaar of te moeilijk is voor jezelf. Hulp is bewijs van moeite. En ín die moeite is God nabij. Hij is bij je, Hij verlost.
Die verlossing kan betekenen dat Hij de situatie oplost, maar ook dat Hij je vrijzet van waarom jij de situatie moeilijk vindt. Dan kan de situatie onveranderd zijn, maar jij verandert ín de situatie. Jij wordt verlost van jezelf, een aanval van de vijand, etc. En dat allemaal door de God Die nabij is.
David begint v20 met het woord “bewaart”, met de letter sjin. Dit ‘bewaren’ gaat o.a. over ‘bewaken’, ‘beschermen tegen verlies’. Dit is wat God doet voor “allen die Hem liefhebben”. Dit zijn Gods “gunstelingen” (v10), degenen die “Hem vrezen” (v19). God vrezen en God liefhebben gaan samen.
- God bewaart deze mensen, o.a. omdát Hij zo dichtbij is. Hij beschermt je, wil niet dat je dingen overkomen die niet nodig zijn. Hij houdt van je, wat Hij laat merken door Zijn zorg voor je. En Hij kán voor je zorgen, omdat Hij zo nabij is. Zijn nabijheid is zo’n geweldige zegen voor ons!
Zoals vaker in de Hebreeuwse poëzie, schetst David een contrast. Degenen die God liefhebben worden ‘bewaard’, de “goddelozen” worden ‘weggevaagd’. I.p.v. ‘bescherming’ en ‘bewaakt worden’, is er ‘weggevaagd worden’. Dat contrast is groot, maar dat is ook precies wat David duidelijk wil maken.
- De goddeloze is iemand die leeft zonder God, god-loos. Dit gaat om iemand die tegen God kiest, door niet vóór Hem te kiezen. Dit gaat om de persoon die zijn/haar leven níet aan Jezus gegeven heeft, de mens die, ondanks alle bewijs en woorden die gehoord zijn, niet gelooft.
- Dat ongeloof, die keuze, maakt iemand ‘goddeloos’. Dat is wat David omschrijft. En het gevolg van deze keuze is gigantisch: ‘weggevaagd’ worden. Het gaat over vernietiging, oordeel, buiten Gods goedheid zijn.
De oplossing voor ‘goddeloos’ zijn is heel duidelijk: geloof in God. Het verschil tussen de goddeloze en de rechtvaardige is niet het gedrag van de rechtvaardige. Het verschil is geloof; geloof in Jezus Christus als Gods Zoon is wat de mens redt. Niet eigen gedrag, geloven in Jezus.
- Mét geloof komt bekering, je afkeren van zondig gedrag. Mét geloof komt God aanbidden, Hem vrezen, Hem kennen, Hem liefhebben, aanroepen, etc. Geloof in God is het allerbeste dat je kan doen; zowel voor het leven hier op aarde, als voor de eeuwigheid.
- Een leven mét God, betekent dat God nabij je is, dat je mag genieten van Zijn karakter, liefde, zorg, etc. Leven met God, voor God, betekent dat je rust, zekerheid, genade en barmhartigheid van God mag ontvangen. En dat elke dag weer. Kies vandaag.
God is nabij; doordat Hij nabij is, weet Hij precies wie jij bent. Hij kent je door en door; Hij weet wat je hebt meegemaakt, wat je doet en denkt. Hij zal daar rechtvaardig en goed mee omgaan, Hij zal vervullen wat Goddelijke verlangens zijn, Hij zal horen, verlossen en bewaren.
- Zo geweldig is het om God nabij te hebben. Die kennis zet David steeds aan tot aanbidding, dat weten geeft hem alle reden om God ‘voor eeuwig’ te aanbidden. Besef je Wie er zo nabij is, wat Zijn karakter is. Dat is de God van de Bijbel, van Abraham, Izak en Jakob; van de kerk.
v20 God is nabij – de mens reageert
Elke keer in de Bijbel wanneer een mens God ziet, is er een reactie. De gelovigen reageren altijd met aanbidding, ontzag, overgave. Dat zien we ook hier bij David. De “lof van de HEERE” is waar hij over zal spreken, “alle vlees” zal God voor eeuwig loven (v20).
- David begint dit laatste vers met de letter taw, wat de eerste letter is van het woord “lof”. Hij ziet dat God ‘prijzenswaardig’ is, daarom is zijn logische reactie God loven, prijzen, aanbidden. Dat is waar deze psalm om gaat: God aanbidden en redenen geven óm Hem te aanbidden.
- De psalm, dit lied, gaat om God, om Wie Hij is. En hoe meer we zien Wie Hij is, hoe logischer het wordt om Hem te aanbidden, Hem te blíjven aanbidden. Met elke regel heeft David redenen gegeven om God te prijzen.
Het Hebreeuws wijst op een uiterlijke daad, die iets weergeeft van wat er in je hart en gedachten leeft. Aanbidding is hier, volgens David, iets dat zichtbaar, hoorbaar, merkbaar is voor anderen. Jouw leven, jouw aanbidding, is o.a. een getuigenis naar de mensen om je heen.
- Aanbidding is daarmee iets privé, maar ook méér dan dat. Psalm 134 wijst erop dat we onze handen omhoog horen te doen in aanbidding, 1 Tim. 2:8 roept alle mannen op om met geheven handen te bidden.
- We zien in Openbaring 4 dat de 24 ouderlingen neervallen in aanbidding. Het ‘loven’ in het 2e deel van v20 hier, kan ook vertaald worden met ‘knielen’. Daarmee is aanbidden, zowel wat je zélf doet, als sámen, iets waar lichamelijk uiting aan gegeven hoort te worden.
- Wat prachtig is, is dat David al koning is wanneer hij dit schrijft. Hij denkt niet aan wat mensen van hem denken, hij denkt aan God. Hij is gericht op het aanbidden van God, dan maakt het niet meer uit wat mensen van hem denken.
- In 2 Sam. 6:14 staat dat David “uit alle macht” danste, ‘huppelde’, voor God. Hij aanbad God, omdat God zo geweldig is. Hij danste voor Hem, ongeacht wat mensen van hem vonden, inclusief zijn eigen vrouw.
- Wat prachtig is, is dat David al koning is wanneer hij dit schrijft. Hij denkt niet aan wat mensen van hem denken, hij denkt aan God. Hij is gericht op het aanbidden van God, dan maakt het niet meer uit wat mensen van hem denken.
- God aanbidden draait om God. God aanbidden is een keuze van jouw wil, is overgave aan Hem. Hem Bijbels aanbidden is iets dat je in je hart besluit en dan zichtbaar mag worden in je daden. Laat je lichaam dus méédoen met het aanbidden van God, dat is wat God behaagt.
Terecht ziet David dat “alle vlees” Hem zal gaan loven. David kiest er zelf voor om God te aanbidden, hij ziet het als een voorrecht om dit te mogen doen. De “goddelozen” zullen óók aanbidden, maar dan niet vrijwillig.
Filippenzen 2:9-11 “Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.”
- Dit is de toekomst; élke knie zal buigen (v10), “alle vlees zal Zijn heilige Naam loven” (v21). Paulus en David bedenken dit niet zelf, God had dit ook aan Jesaja geopenbaard (Jes. 45:23). God laat keer op keer zien dat dit de toekomst is; de hele schepping zal Hem aanbidden.
Psalm 145 is een prachtige lofzang op God. Het is een loflied van David, waarin hij ons meeneemt in Wie God is, wat Gods daden zijn en wat een logische reactie is op Wie God is. God is nabij degenen die Hem aanbidden. God is nabij degenen die Hem zien en Hem beter leren kennen.
- God is nabij in de goede en de slechte tijden. Hij is nabij de gebrokenen van hart (Psalm 34:18), Hij is nabij in het water en het vuur (Jes. 43:2), God is nabij wanneer je bang bent (Jozua 1:9), wanneer alles in je leven verandert is Hij nabij (Jozua 1).
- Je kán niet eens wegrennen van Gods aanwezigheid (Psalm 139), God is bij je én geeft je kracht (Jes. 41:10), Hij is bij je als Goede Herder (Joh. 10:27-30). Niks kan je scheiden van Zijn liefde (Rom. 8:38-39), je mag ook met al je worstelingen met zonde naar Hem (Jak. 4:8).
- God is nabij. Besef je dat. Wat de vijand ook zegt, wat je gevoel ook aanwijst; God is nabij. En dat maakt Hem álle aanbidding waard. Zijn liefde is zichtbaar in Zijn karakter en daden. Laat jouw liefde voor Hem zien door Hem te aanbidden.
- Aanbid omdat Hij rechtvaardig en goed is. Aanbid omdat we Hem mógen aanroepen, in waarheid. Aanbid omdat Hij Bijbelse verlangens vervult, hulpgeroep hoort, Zijn gunstelingen bewaart en verlost. Aanbid God; Hij is het waard.
Psalm 145:1-2 “Mijn God en Koning, ik zal U roemen en Uw Naam loven, voor eeuwig en altijd. Iedere dag zal ik U loven en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd.”
Laten we Davids voorbeeld volgen, wat onze situatie ook is. Laten we God prijzen, aanbidden, loven; en dat met ons hele wezen. Handen opheffend, knielend, zingend uit volle borst; want Hij is God. Laten we aanbidden omdat Hij zo geweldig is, omdat Hij nabij is, omdat Hij God is.
Als je nog niet gelooft in deze God, kies vandaag. Geloof in Jezus als Gods Zoon, accepteer Zijn offer voor jouw zonde. Geloof in Hem, want geloof redt. Keer je af van je zonden, leef voor God en aanbid Hem vanaf vandaag.
Psalm 145:1-2 “Mijn God en Koning, ik zal U roemen en Uw Naam loven, voor eeuwig en altijd. Iedere dag zal ik U loven en Uw Naam prijzen, voor eeuwig en altijd.”
Gedicht:
Op de bergen
Of in de dalen
In regen
En in zonnestralen
In ons thuiskomen en ons dwalen
In onze vreugde
En onze vragen
Is Hij
Overal
Altijd