Daniël 6:1-15 (28-12-2025) – God is volledig te vertrouwen
Babel was een waanzinnig verstevigde stad: dubbele muren van bijna 100m hoog, 20+ meter dik. De rivier de Eufraat liep langs de stad en gaf zo water aan de stad, een stad van bijna 10 km2. In de stad was akkergrond, was water, waren dieren; kortom Babel leek onoverwinnelijk.
- De Medo-Perzen hebben, tijdens een festival voor de maangod, de rivier de Eufraat omgeleid, zijn onder de muur doorgelopen waar normaal de rivier stroomde en hebben de stad ingenomen.
- Koningen die een vijandige stad innamen, zeker koningen die de hoofdstad van een rijk innamen, maakten korte metten met leiders van het vorige regime. De raadsmannen, bestuurders, etc. werden vaak gedood, om geen verdeelde loyaliteit te hebben.
- Dat is de situatie van Daniël 6. In díe omstandigheid zat Daniël, waarschijnlijk midden-80, hoofd van de Chaldeeën, wijzen van Babel. Hij was iemand die, normaal, op de nominatie stond om gedood te worden. In die situatie zien we hoe Daniël reageert.
We zien in al die onrust, de onzekerheid over zijn eigen leven, etc. dat Daniël God blijft vertrouwen. Hij had de conclusie getrokken: God is volledig te vertrouwen. Daar leefde hij naar, wat er ook aan de hand was. Dat gaan we vandaag ook zien, in het bekende verhaal van ‘Daniël en de leeuwenkuil’.
Daniël 6:1-4 God is volledig te vertrouwen, juist te midden van verandering
Darius, de Meder, ‘ontving’ het koninkrijk (v1). Er is discussie onder theologen en historici over wie deze Darius was. Buiten de Bijbel om wordt hij namelijk niet genoemd. Nu bewijst de Bijbel keer op keer historisch betrouwbaar te zijn, dus moet er hier een verklaring voor zijn.
- Zonder op de discussie in te gaan, weten we dat deze man historisch gezien bestaan heeft. De Bijbel is in elk ander opzicht historisch betrouwbaar gebleken, dus ook hier. Dat mag ons vertrouwen geven; Gods Woord is waar, wat God zegt in Zijn Woord is betrouwbaar, altijd.
Deze Darius stelde 120 stadhouders aan, die het koninkrijk moesten regeren (v2). Boven deze stadhouders stonden 3 “rijksbestuurders, van wie Daniël er een was” (v3). Daniël overtrof iedereen (v4), terwijl hij vanuit het ‘oude rijk’ kwam. Hij was ook een balling, geen originele Babyloniër.
- God had alles onder controle op dit moment. Hij gaf Daniël gunst bij de oude- én de nieuwe koning. Hij voorzag in álles voor Daniël. Vanaf zijn geboorte was God met Daniël, tot op dit moment, dat hij op hoge leeftijd was gekomen.
- We zien Gods hand vanaf H1, tot hier. Als tiener weggeleid uit Jeruzalem was hij al zo goed voorbereid, geestelijk zo sterk, dat hij de ballingschap aankon. God had Zichzelf zó laten zien, dat Daniël vanaf het begin overeind bleef, wat er ook gebeurde.
Psalm 112:1, 6 “Halleluja! Welzalig de man die de HEERE vreest, die grote vreugde vindt in Zijn geboden. Voorzeker, hij zal voor eeuwig niet wankelen, de rechtvaardige zal eeuwig in gedachtenis blijven. Voorzeker, hij zal voor eeuwig niet wankelen, de rechtvaardige zal eeuwig in gedachtenis blijven.”
De “hij” is “de man die de HEERE vreest” (v1); dat is Daniël. Hij vreesde God boven alles. Hij hield van God boven alles. En in zijn ontzag voor God ging hij door zware, moeilijke, levensbedreigende dingen heen. Maar hij hield stand, omdat hij zijn ogen op God hield. Hij kwam er doorheen met Gods kracht.
- We zien Daniël elke keer bezig met gebed, God aanroepen, op God vertrouwen. We zien dat hij niet vanuit eigen kracht van alles deed, hij was juist bewúst volledig afhankelijk van God Zelf. Dat is het ‘geheim’ van een rechtvaardig leven naar Gods wil: God volledig vertrouwen.
1 Korinthe 1:9 “God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere.”
Maleachi 3:6 “Want Ík, de HEERE, ben niet veranderd, ú, kinderen van Jakob, bent daarom niet omgekomen.”
God is áltijd trouw, wat jij ook doet. Hij kán niet veranderen, wat er ook gebeurt. Zijn karakter is eeuwig, Hij zal nooit veranderen. Dat is een ongelofelijke waarheid, een prachtige zekerheid om op te staan. Dat was de vaste grond onder Daniël zijn voeten.
- Hij had zijn tijd o.a. gespendeerd aan God leren kennen. Hij had God kennen een prioriteit gemaakt, al van jongs af aan. Dat zíen we aan hoe hij handelt. Vanaf Daniël 1 zien we dat hij denkt vanuit Gods perspectief, vanuit Gods standaard.
- In H1 wil hij heilig eten, zoals God van hem vroeg. Daarin zie je dat Daniël wíst, echt wist, dat God heilig was. Hij erkende niet alleen met zijn hoofd dat dit zo was, maar hij wilde er ook echt naar leven. Hij was doordrongen van dit prachtige feit.
- In H2-5 zien we dat hij God als soeverein Heerser ziet. Tegenover koningen erkent Daniël dat God écht regeert. Hij staat op de zekerheid dat God boven alles heerst. Hij wéét dit, maar lééft er ook naar.
- Ongeacht zijn omstandigheid valt Daniël terug op God. Dat doet hij door te bidden, door zijn vertrouwen op God te stellen. Hij ként God vanuit het Woord en lééft dan naar wat hij over God weet. Wat een voorbeeld!
Gods onveranderlijke karakter, júist te midden van verandering, was Daniëls zekerheid. Hij keek niet naar koningen als Nebukadnezar, Darius of Cyrus. Daniëls vertrouwen was op de Heere, ongeacht de situatie. Dat zal niet altijd makkelijk geweest zijn, maar dit was een bewuste keuze van Daniël.
v5-6 God is volledig te vertrouwen, ook bij tegenstand
De andere bestuurders vonden Daniël een bedreiging (v5-6), dus wilden ze hem aanklagen. Wat ze over Daniël zeggen is prachtig: ze konden niks vinden, “omdat hij betrouwbaar was en er geen nalatigheid of iets verkeerds bij hem te vinden was” (v6).
- De veranderingen, de nieuwe rol, nieuwe koning, etc. zorgden er niet voor dat Daniël ‘anders’ ging doen. Hij bleef in alles God dienen, God op plek 1 zetten. Hij was altijd “betrouwbaar”, hij deed, zowel persoonlijk als professioneel niks ‘verkeerds’.
- Denk niet dat dit betekent dat hij perfect was; alleen Jezus is ooit als Mens perfect geweest. Wat dit zegt is dat Daniël een goede, harde werker was. Hij hield zich aan de regels, hij deed wat juist was in Gods ogen, en daarmee wat goed was voor de koning.
Dat soort vertrouwen zal altijd tegenstand teweegbrengen. De vijand, satan en zijn demonen, zullen niet stil blijven zitten. Het laatste dat ze willen is dat iemand tot geloof komt, maar als iemand dan tot geloof gekomen is, zullen ze die persoon inactief proberen te maken.
- Daniël wordt aangevallen op zijn geloof (v6); ze willen dat Daniël Gods geboden overtreedt. Dat zal de vijand steeds proberen te doen. Situaties, uitdagingen, moeite, etc. brengen, die je aanzetten om niet langer te doen wat God van je vraagt.
Juist dan moeten we weten Wie God is, Hem volledig vertrouwen. Als dat vertrouwen niet staat, ben je zo makkelijk te verleiden en misleiden. Als je niet stáát op Gods Woord, op Wie Hij is, dan zal je vallen. Daniël stond op Gods Woord, op Wie God was; hij vertrouwede God, juist ook bij tegenstand.
v7-10 God is volledig te vertrouwen, ook als heersers tegenwerken
De rijksbestuurders en stadhouders waren “eensgezind” (v7) in hun misleiding. Ze gingen naar Darius en streelden zijn ego. Ze hadden bedacht om “een koninklijk besluit” op te stellen (v8), dat 30 dagen lang niemand iets mocht vragen “aan welke god of mens ook, behalve aan u, o koning”.
- Bedenk hoe ver dit gaat: je mag niet vragen om water, eten, hulp bij iets, etc. Álles moest aan de koning gevraagd worden, anders moest je “in de leeuwenkuil” geworpen worden (v8). Dit is natuurlijk idioot, maar het werkte wel. Darius stelde de wet in (v9-10).
Zie je wat er hier gebeurt? Men zorgt ervoor dat er géén vragen aan andere mensen óf goden gesteld mogen worden. Je kan dan, 30 dagen lang, níet vertrouwen op een willekeurig mens of god; alleen de koning kan je wat vragen. Dat doet iets met je vertrouwen in die mensen en goden.
- De vijand zal áltijd manieren zoeken om ons vertrouwen onderuit te halen in God. En hier heeft hij een geweldige manier gevonden. Een wet van Meden en Perzen, wat een wet was die niet veranderd kon worden. Eenmaal ondertekend was en bleef het bindend.
Nu kwam Daniël, en iedere gelovige, in de situatie dat er een conflict was: God gehoorzamen was in overtreding van de lokale wet. Wat doe je dan? Door het hele OT zien we dat mensen God zoeken, Hem vragen stellen, Hem aanbidden, het uitroepen naar Hem, etc. Dát is de blauwdruk.
Psalm 50:15 “Roep Mij aan in de dag van benauwdheid; Ik zal u eruit helpen en u zult Mij eren.”
- Jeremia 33 roept op om God aan te roepen, Joël 2 ook. Het NT geeft de expliciete opdracht om te bidden (1 Thes. 5:17). Maar, dat mág nu allemaal niet meer, op straffe des doods. Wat doe je dan? De vijand heeft een moeilijke situatie gecreëerd, waarin je moet kiezen.
Nu zullen wij misschien niet de heftigheid van “de leeuwenkuil” meemaken. Jij zal wél moeten kiezen of je God vertrouwt of niet. Je zal moeten kiezen of Hij op 1 staat, of niet. Het is namelijk heel makkelijk om iets/iemand anders op 1 te zetten, om op iets/iemand anders te vertrouwen in moeilijke tijden.
- Als je fysieke of mentale gezondheid tegenwerkt, is het makkelijk om niet te bidden, maar op de dokter te vertrouwen. We gaan vaak makkelijker naar de huisarts, dan dat we op onze knieën gaan. We nemen makkelijker medicijnen, dan dat we Gods leiding zoeken.
- Medicijnen kúnnen goed en nuttig zijn, maar zoek je Gods leiding in dat proces? Leg je je fysieke en mentale gezondheid in Gods handen? Of vertrouw je meer op de dokter? God is perfect te vertrouwen, met álles, áltijd; ook je gezondheid.
- Als financiën krap worden, als je iets wil/móet kopen, op wie vertrouw je dan? Moeten de financiën helemaal uitgestippeld zijn voor je? Of vertrouw je God, dat Hij voorziet in alles dat nodig is? We kunnen hier makkelijk naar ‘zekerheid’ zoeken, i.p.v. God écht te vertrouwen.
- Ook in relaties kan het makkelijk zijn als dingen tegenzitten om God niet te zoeken. Bij moeite met persoon X gaan we zélf dingen regelen, proberen de ander te behagen, boos worden, etc. Hoe vaak leggen we álles bij God neer, omdat we Hem vertrouwen, ook met die relatie?
- Zeker rond de ‘feestdagen’ kan dit een ding zijn. Je hebt dingen die je hoopt van relaties, misschien verlang je al heel lang naar een bepaald type relatie. En door je situatie gebeurt het niet of je krijgt het (nog) niet. Vertrouw je God dan ook daarmee?
- Maar ook met geloof; er is groeiende tegenstand richting God. Steeds meer is het ‘gek’, ‘dom’, etc. om in God te geloven. Er is steeds meer openlijke haat richting God. Vertrouwen we dan dat God écht is, dat Hij waarheid spreekt, etc. Of gaan we mee met de massa?
- Als vrienden, familie, buren, collega’s, etc. het ‘dom’ vinden vertrouw jij God dan nog steeds? Dat is een keuze, gebaseerd op jouw relatie met God. Hoe beter jij God kent, hoe meer je Hem zal vertrouwen, ook als er tegenstand is.
Wat we zien is dat de vijanden van Daniël, geleid door satan, Gods Woord gebruiken om Daniël tot ongehoorzaamheid te brengen. Satan ként Gods Woord, dat geldt vandaag de dag nog steeds. En hij gebruikt dat Woord, verdraait dat Woord, om ons tot ongehoorzaamheid te brengen.
- Daarom is het zo belangrijk om je Bijbel te lezen, om God te kénnen. Hoe beter je Hem kent, hoe sneller je zal herkennen wanneer de Bijbel verkeerd gebruikt wordt. Dat is ook waarom we sámen kerk zijn. We kunnen elkaar helpen bij het toetsen van dingen, elkaar hierin dragen.
- Dat is o.a. een taak van fellowshipgroep leiders, van de oudsten. Maar ook een taak die we allemáál naar elkaar hebben. Niet zoeken naar fouten in iemands theologie, maar wel luisteren, helpen, samen zoeken en toetsen. Zo helpen we elkaar in de strijd.
Jeremia 9:23-24 “Zo zegt de HEERE: Laat een wijze zich niet beroemen op zijn wijsheid, laat de held zich niet beroemen op zijn sterkte, laat een rijke zich niet beroemen op zijn rijkdom. Maar laat wie zich beroemt, zich daarop beroemen dat hij begrijpt en Mij kent dat Ik de HEERE ben, Die goedertierenheid bewijs, recht en gerechtigheid op de aarde doe, want in die dingen vind Ik vreugde, spreekt de HEERE.”
Hij gebruikt Zijn Woord, gebed én Zijn kerk om ons op Hemzelf te wijzen. Deze 3 dingen zijn onmisbaar in het leren kennen van God, dat zien we door het hele Woord heen. Iedere christen heeft alle 3 nodig, in elke situatie. En dat vraagt actieve deelname van jou; God kennen door Woord, gebed en kerk.
- Hoe beter je het Woord kent, hoe beter je God kent. God kennen is wat écht belangrijk is. En daar gebruikt Hij goede en moeilijke tijden voor. Hij laat zien wat Zijn karakter is, wat Hij doet, hoe Hij doet; God is prachtig, geweldig, eeuwig. Dat zien en begrijpen heb je keihard nodig.
- Door gebed heen zal Hij je leiden, dingen openbaren. Hij zal je leiden om Zijn wil te gaan zien, Zijn wil te zoeken, Hem te kennen als nooit tevoren. Gebed is noodzakelijk om alles aan Zijn voeten te leggen. Gebed maakt afhankelijk, is overgave aan Hem die je vertrouwt.
- Samenkomen met Zijn kerk, in grote en kleine setting, is ook nodig. We zijn schapen die sámen Zijn stem horen en volgen. We zijn aan elkaar gegeven om elkaar op Jezus te wijzen, om ons te verwonderen, Hem lief te hebben.
- Daarom is actieve deelname aan gemeente zijn zo nodig. Fellowship, samen het Woord openen, samen bidden; we hebben het keihard nodig. Daniël deed veel samen met zijn 3 vrienden; jij hebt ook gemeente-zijn nodig in het leren God te vertrouwen.
Daniël kénde God, dat was zijn vaste grond. Doordat hij God kénde, vertrouwde hij God ook. En dat vertrouwen was de basis om overeind te blijven in alle tegenstand. Daarom is het zo belangrijk dat wij christenen God leren kennen, dat we Zijn Woord lezen, bidden en samenkomen met Zijn kerk.
- We hebben dat keihard nodig om overeind te blijven in dit leven. Met alle tegenstand die er nu al is, maar zeker met wat nog komen gaat; vertrouw jij God echt? Hoe goed kén jij God? Ik wil je bemoedigen om God te gaan leren kennen, door Woord, gebed en kerk.
Hij is het meer dan waard om te kennen, te vertrouwen. Hij is áltijd te vertrouwen, met alles; ongeacht wat er aan de hand is. Welke situatie jij ook in zit, God is bij je, Hij zorgt voor je, Hij wil je leiden. Niet altijd hoe jij het wil, maar laat Hem je leiden; vertrouw Hem, omdat Hij de goede, liefdevolle God is.
v11 God is volledig te vertrouwen, dat uit zich door gebed
Daniël hoorde van het “bevelschrift” (v11) en het eerste wat hij doet is bidden. Hij was gewend 3x per dag te bidden, knielend. Hoe mooi is dat?! Hij had een Bijbelse routine, gewoonte, gemaakt van gebed. Knielend, op vaste momenten om zichzelf te helpen in deze geestelijke discipline.
- Psalm 55:18 spreekt over “’s Avonds, en ’s morgens, en ’s middags” het uitroepen naar God; dat deed Daniël. Ondanks dat er een letterlijk verbod was op gebed. Hij mócht niet bidden en toch was het eerste dat hij deed bidden. Zo vast zat hij aan zijn geestelijke disciplines.
Hij “bad” en “dankte”. Er lijkt weinig reden tot dankbaarheid op dit moment, maar toch was hij dat wel. Daniëls blik was op God, omdat hij God kende en vertrouwde. Net als zijn vrienden (H3) wist hij niet hóe, maar hij wist dat God hem zou helpen; wat het resultaat ook zou zijn.
- Daniëls vertrouwen op God was groter dan zijn vrees voor de koning en zijn wet. Daniël kénde God, daarom wist hij dat hij niet anders kon dan bidden, dan God dingen vragen. Hij luisterde naar de wet van het land, zolang het niet tegen Gods wetten in ging. Dat is de standaard.
De omstandigheden waren bijzonder, bizar, levensbedreigend. Maar in Daniëls hoofd regeerde God, in zijn hoofd was God zó groot, dat hij het uitriep naar God. En dat kon hij doen op dit moment van strijd, doordat dit zijn gewoonte was “zoals hij voordien had gedaan”.
- Daniëls geestelijke discipline van structureel gebed, had hem voorbereid op de strijd. Bedenk dat Daniël een van de 3 leiders was van een rijk dat op haar hoogtepunt 5,5 mln km2 groot was. En Daniël had tijd om God te zoeken; hoe? Hij máákte tijd.
- We hebben het vaak over ‘ik heb geen tijd voor…’. Daniël leidde, voor een groot deel, het grootste rijk van de bekende wereld van die tijd. En híj had tijd. Dat is niet om een oordeel of schuldgevoel aan te praten. Wat dit laat zien is dat we creatief mogen zijn.
- Daniël had een manier gevonden om God te zoeken, God te kennen. Hij vertrouwde God, wist dat hij God nodig had; dus máákte hij creatief tijd voor God. Dat is een prachtig voorbeeld voor ons.
Maarten Luther: "Ik heb zoveel te doen, dat ik de eerste 3 uur in gebed zal doorbrengen"
Wat ik hiermee níet wil bereiken is dat je je schuldig voelt. Wat ik hoop en bid, is dat je biddend gaat zoeken naar manieren om geestelijke disciplines in te bouwen. Dat je met iemand in een vergelijkbare situatie als jij gaat praten, die je kan helpen om te zien hoe je dit kan doen.
- Ook dat is waar we het lichaam van Christus voor hebben gekregen. God wil jou helpen, door te laten zien hoe Hij een ander geholpen heeft. Want God vertrouwen gaat door Hem te leren kennen en daar heb je tijd voor nodig. Tijd die je mag leren maken voor Hem; Hij wil je helpen.
- Bedenk dat het béste voor jou, en je situatie, is dat je God kent. God zien, Hem gaan zien in Zijn glorie, liefde, genade, heiligheid, etc. is wat levens verandert. Dat zagen we bij Mozes, Jesaja, Paulus, Petrus, etc. Dat heb jij nodig, ren naar Hem voor hulp.
Laten we dus bemoedigd worden om te bídden, net als Daniël. Structureel bidden, op onze knieën bidden, dankbaar bidden, vragend bidden. De vijand zal dit tegenwerken, hij zal je afleiden, moe maken, etc.; God zal deze keuze echter rijkelijk zegenen, jij hebt gebed nodig. Bid.
- Volg Daniëls voorbeeld door van gebed een geestelijke discipline te maken, door gebed altijd als eerste reactie hebben. Doe als Daniël door júist tijdens tegenstand te bidden, door volhardend te bidden. Door gebed heen leer je God kennen en vertrouwen. Bid!
v12-15 God is volledig te vertrouwen, ook als de strijd toeneemt
Daniël bad, wat bekend was. Zijn vijanden troffen hem aan “terwijl hij bad en smeekte om genade” (v12). Ze brachten dit gelijk bij Darius (v13-14). Hoe vies, naar, achterbaks, etc. Daniël wist dat dit kon gebeuren; en toch bad hij. Zijn vertrouwen op God was groter dan zijn angst voor de vijand.
- Darius wilde Daniël verlossen van de straf die op dit gebed stond (v15), dus probeerde hij de hele dag om hem te redden. Tegelijk wist Darius ook dat dat niet mogelijk was, een wet van Meden en Perzen kon niet ‘herroepen worden’ (v13).
Ook dat wist Daniël, maar zijn liefde voor en vertrouwen óp God, waren groter dan alles dat Darius hem aan kon doen. Hij vreesde leeuwen minder dan dat hij God vreesde. Wat een geweldig voorbeeld van God kennen, vertrouwen, liefhebben en vrezen. Hoe mooi is dat!
Als je dan aan de slag wil gaan met God beter leren kennen, zodat je Hem méér kan gaan vertrouwen, dan kan je denken aan het volgende:
- Lees elke dag je Bijbel en vraag God om de ogen van je hart te openen (Psalm 119:18). Mediteer op dat Woord, zodat het diep in je hart vrucht zal dragen; leer teksten uit je hoofd. Doe dan ook wat het Woord je leert, want je hoort een dader van het Woord te zijn.
- Lees bijvoorbeeld Job 38-42, Exodus 34:5-7, Jesaja 40:12-31, Kolossenzen 1:14-22, Openbaring 4-5, Psalm 145. Dit zijn plekken waar God Zichzelf in mensentaal laat zien; dat zal je kénnis van God, maar ook je liefde voor en vertrouwen in Hem vergroten.
- Bid dagelijks, net als Daniël. Bid op vaste tijden, maar leer ook voor álles te bidden (Fil. 4). Bid letterlijk delen van Gods Woord, zoals de psalmen, maar ook andere delen. Dat zal je ziel erg veel goed doen.
- Maak gebedskaartjes, zodat je aan dingen denkt. Als je niet weet waarvoor te bidden, vraag dat ten eerste aan God Zelf, maar je kan ook een andere christen vragen. Gebed is een strijdveld, je mag hierin leren volharden.
- Vraag de Geest elke dag je opnieuw te vullen (Efe. 5:18), zodat je naar de Geest zal wandelen (Gal. 5:16). De Geest zal leiden in lezen, gebed én het getuigen van Hem naar de wereld. Laat de Geest je dus leiden in je dagelijks leven. Dit is niet ‘zweverig’, dit is wat de Geest zegt.
- Ga naar de kerk. Niet alleen dat, kíes ervoor om te investeren in mensen door relaties te bouwen met Jezus in het midden. Wordt bewust deel van een kring/fellowship groep; neem deel aan de gebedsavonden en -ochtenden. Zet discipelschap op, zodat je sámen God zoekt.
- Vast van tijd tot tijd. Onthoud jezelf bijvoorbeeld eten, zodat je tijd maakt om te bidden. Doe dit samen of alleen; maar het is een geweldige manier van God meer leren vertrouwen. Elke keer dat je honger voelt, heb je een aansporing om te bidden.
Dit is geen ‘afvinklijstje’, dit is geen ‘je doet het niet goed als je dit niet doet’. Dit is lijst van geestelijke disciplines die we kunnen leren, om God beter te leren kennen. Alle genoemde dingen hebben als doel om God te kennen, Hem meer te leren vertrouwen. Dáár gaat het om; dat is het doel.
Daniël maakte gigantische veranderingen mee; wisseling van de macht, nieuwe koning, nieuwe functie, etc. Er kwamen nieuwe regels die hem letterlijk tegenwerkten in zijn geloof. En in dat alles bleef Daniël God vertrouwen, omdat hij God kende.
- Zijn leven was gebouwd op het kénnen en vólgen van God. Hij wist wat God van hem vroeg en gehoorzaamde; ook als dat tegen de wet van het land in ging. Gebed was onvervangbaar, God kennen en vertrouwen was zijn basis. We mogen Dezelfde Geest om leiding vragen.
Waar jij ook doorheen gaat, jij hebt God nodig. Wat je vreugde of verdriet, je blijdschap of pijn ook is; jij moet God zien. En hoe meer je God ziet, hoe meer je Hem kent, hoe meer je Hem zal gaan vertrouwen. Wát je situatie ook is; God is volledig te vertrouwen.
Als je nog niet gelooft, God kent jou; jij mag Hém leren kennen. Hij is bij je, Hij houdt van je, Hij wijst je op je zonde en op Jezus als oplossing. Je mag Hem gaan zien voor Wie Hij is, in al Zijn geweldige eigenschappen. Geloof in Hem, dat is wat redt. Belijd je zonde en geef je leven over aan Hem.
Christen, God is volledig te vertrouwen; wees bemoedigd!
- Als alles op zijn kop staat door veranderingen, God is te vertrouwen
- Als er tegenstand is, God is te vertrouwen
- Wat er ook is, bid; dat bouwt je vertrouwen op God
- Bouw geestelijke disciplines, om God beter te kennen en te vertrouwen
Jesaja 6:1-3 “In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn gewaad vulden de tempel. Serafs stonden boven Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte ieder zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij. De een riep tot de ander: Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!”