Daniël 6:16-29 God verlost je ín moeilijkheden
2 Korinthe 1:3-5 “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden. Want zoals het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo is door Christus ook onze vertroosting overvloedig.”
[/expand]Deze tekst gaan we vandaag aan het werk zien, gaan we de realiteit van zien. God is bíj Daniël, in zijn diepste momenten. Hij draagt en troost hem, waardoor wij nu getroost kunnen worden. God laat ons zien dat onze focus op Hem hoort te liggen, in hoogte- en dieptepunten. Hij is God!
- God verlost ín je moeilijkheden is wat Daniël ziet, wat Daniël leeft. Dat geldt ook voor jou en mij.
v16-18 God verlost je ín moeilijkheden – Daniël in de leeuwenkuil
Daniël heeft net de stad waar hij woonde overwonnen zien worden, er is een nieuwe koning, nieuwe leiders over het koninkrijk en deze leiders willen van Daniël af. Door manipulatie is er een wet uitgevaardigd door Darius, dat niemand iets mag vragen, 30 dagen lang, behalve aan de koning.
- Daniël vertrouwde méér op God dan dat hij de koning vreesde, dus hij bleef bidden. Hij werd op heterdaad betrapt, dus móest hij straf ondergaan: in de leeuwenkuil geworpen worden. Deze doodstraf móest uitgevoerd worden, omdat het een onveranderlijke wet was.
In v16 zien we dat de overige raadslieden Darius ‘herinneren’ aan het feit dat hij de straf móet uitvoeren, want geen “wet van Meden en Perzen” mag veranderd worden. Dus gaf de koning het bevel om Daniël op te pakken (v17) en in de leeuwenkuil te gooien.
- Het Aramees, H2:4-7 zijn in het Aramees geschreven, wijst ook echt op ‘gooien’. Bedenk dat Daniël nu midden-80 is, dus dat het ‘gooien’ van zo’n oude man niet zonder gevolgen is. Het is dubbel ‘slecht voor zijn gezondheid’; zowel het gooien als de leeuwen in de kuil.
De realiteit van Daniël zijn situatie is belangrijk: deze trouwe gelovige, die in Gods ogen níks verkeerd had gedaan in deze situatie, werd gehaat, aangeklaagd, opgepakt en in de leeuwenkuil geworpen. Het feit dat je in God gelooft, betekent níet dat je leven rozengeur en maneschijn zal zijn.
Johannes 15:20 “Herinner u het woord dat Ik u gezegd heb: Een dienaar is niet meer dan zijn heer. Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen; als zij Mijn woord in acht genomen hebben, zullen zij ook het uwe in acht nemen.”
- Daniël deed wat goed was, hij was simpelweg trouw aan God. Hij deed zijn werk goed, bad, etc. En ondanks dat overkwam hem dit allemaal. Hetzelfde geldt voor de apostelen, voor Jezus Zelf. In deze wereld zal er vervolging zijn, is dit te verwachten voor de trouwe christen.
Hier in NL hebben we weinig fysieke vervolging; internationaal is er ontzettend veel fysieke vervolging. Wereldwijd worden broeders en zusters gedood vanwege hun geloof, omdat ze bidden, in Jezus geloven, een Bijbel hebben. Die situaties moeten we in gebed houden; we moeten mét hen strijden.
- Dit zal voor ons ook komen, dus wij moeten hierop voorbereid zijn. We hebben het nodig om God te zien, God te vertrouwen, onwankelbaar te worden in ons geloof. Dan zal je verdrukking aan kunnen, zal je vertrouwen op God, wat er ook komt.
Daniëls gang naar de leeuwenkuil laat óók zien dat we als christenen niet alleen maar voorspoed zullen hebben. Dingen zullen tegenzitten, er zal pijn, moeite, verdriet, etc. zijn. Dat is te verwachten, dat is deel van het christen zijn hier op aarde.
- Juist ín zijn trouw was er strijd, juist ín zijn gehoorzaamheid werd Daniël aangevallen. We moeten ons hier bewust van zijn, zodat we niet overweldigd of in paniek raken. Dit is logisch als je dit geestelijk bekijkt; de vijand, satan en zijn demonen, zitten niet stil.
- Daarom is geestelijke strijd iets dat we mogen verwachten, waar we rekening mee horen te houden. Het is iets dat deel is van ons geestelijk leven, maar tegelijk ook iets waar we ons op kunnen voorbereiden.
- Als kerk moeten we opstaan in trouw, volharding, maar ook in de strijd. Op God zien, zonde belijden, heiliging accepteren en vrijwillig gaan waar God zendt. In al deze dingen zit de vijand niet stil, hij gáát je ontmoedigen, aanvallen, onderuithalen.
En dan is het prachtig om te weten Wie God is. Het is dan fantastisch dat zelfs Darius ziet: “Híj zal u verlossen” (v17). Hoe geweldig is dat? God is de God Die ons zál verlossen; ongeacht wat er aan de hand is. Maar het feit dat Hij verlost, betekent óók dat er iets is om ons úit te verlossen.
Jesaja 41:10 “Wees niet bevreesd, want Ik ben met u, wees niet verschrikt, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn rechterhand, die gerechtigheid werkt.”
- Dít is de God van Daniël, Hij is mét je, Hij sterkt en ondersteunt. Hij zal je geven wat je nodig hebt om dóór de moeite heen te komen. Hij geeft zo ontzettend veel, omdat Hij weet dat je dat nodig hebt, omdat Hij van je houdt. Dat is zo’n geweldige zegen.
- Als je voelt dat je valt, vraag God je te helpen. Als je twijfels hebt, overweldigd bent, God niet ziet of voelt, pijn en verdriet ervaart: ren naar God in gebed. Zoek Hem in Zijn Woord, leer Hem kennen, want dát zal je door je situatie heen dragen.
- Daniël bad en smeekte om genade (v12). Dat zal genade voor zijn volk, maar ook zichzelf geweest zijn. Zo mag jij ook bidden; voor de ander, maar zeker ook jezelf. Vraag God om Zichzelf te laten zien, dat heb je nodig ín alles.
- Als je voelt dat je valt, vraag God je te helpen. Als je twijfels hebt, overweldigd bent, God niet ziet of voelt, pijn en verdriet ervaart: ren naar God in gebed. Zoek Hem in Zijn Woord, leer Hem kennen, want dát zal je door je situatie heen dragen.
Jesaja 42:1-3 “Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd. Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan. Hij zal niet schreeuwen, Hij zal Zijn stem niet verheffen, Hij zal Zijn stem op straat niet laten horen. Het geknakte riet zal Hij niet verbreken, de uitdovende vlaspit zal Hij niet uitblussen; naar waarheid zal Hij het recht doen uitgaan.”
- Deze “Knecht” is Jezus, God Zelf. Hij zal niet tegen je schreeuwen, Hij zal voor je zorgen. Hij zal waarheid en recht doen, Hij zal je liefhebben zoals je nodig hebt. Dat betekent níet dat dat is zoals jíj het wil, het is zoals Híj weet dat goed voor je is.
- Ook dit is de God van Daniël, de God Die zorgt voor degenen die worstelen. Ook hier zien we dat er situaties zúllen zijn waarin we geknakt en/of uitdovende zijn. Maar ín die situaties is Hij bij je, zorgt Hij voor je. Dat is onze God.
Openbaring 1:8 “Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.”
- Deze “Almachtige” is Dezelfde; Hij is onveranderlijk. Hij is áltijd al almachtig geweest en zal dat blijven. Dat is zo nodig om te weten, als je situatie te veel is, te groot, te zwaar, kan je gegarandeerd bij Hem terecht. Jezus is “de Almachtige”. Dat is zo’n nodige waarheid.
- Voor Daniël was dit ook cruciaal; niets leek hem te kunnen redden van de “wet van Meden en Perzen” (v16). Maar, God de Almachtige droeg Daniël, dit was zíjn God. Die God kende hij, vertrouwde hij. Dit was zijn Herder, Heere, Hij ondersteunde Daniël.
De zekerheid die Darius had, “Híj zal u verlossen”, die mag jij ook hebben. God verandert niet, Hij verlost nog steeds. En dat is prachtig, dat is een geweldige zegen. Die zegen mag jij leren kennen, door God te leren kennen. Hij zal je van alles leren dóór de situaties waar je doorheen gaat; Hij is bij je.
- Die zekerheid was nodig toen de steen gebracht en op de kuil gelegd werd (v18). De situatie werd steeds slechter voor deze 80+ jarige man. En toch is God te vertrouwen, júist ook nu er strijd, pijn, onduidelijkheid en overweldigende omstandigheden waren.
v19-24 God verlost je ín moeilijkheden – God redt Daniël
Wij kunnen verder lezen, maar Darius, en vooral Daniël, moesten dit doorleven (v19). Darius vastte, wilde geen vermaak; hij voelde zich waarschijnlijk schuldig over wat hij gedaan had. De volgende dag ging hij vroeg naar de leeuwenkuil (v20).
- Tegen menselijk beter weten in, riep hij “met droevige stem” (v21) Daniël. Hij wilde weten of Daniëls God hem verlost had. De vraag is wel weer prachtig, hij noemt Daniël een “dienaar van de levende God”. Dit is een prachtige erkenning van Wie God is door deze koning.
God gebruikt hier de moeilijke situatie van Daniël om Darius Zichzelf te laten zien. God is hier hard aan het werk om te overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel (Johannes 16:8). Onderschat niet wat hier gebeurt; God doet een groot werk in het hart van deze heidense koning.
- De Medo-Perzen hadden vele goden, waarbij ze vooral een strijd tussen goden zagen. Aan de ene kant de ‘goede’ en aan de andere kant de ‘slechte’ goden. Ze hadden hogere en lagere goden, die allemaal beelden, tempels en methodes van aanbidding hadden.
- Voor Darius om in díe situatie te spreken over de “levende God” (v21), de God die ‘zal verlossen’ (v17); dat is iets heel groots. Hij moest namelijk een deel van zijn eigen religie en cultuur hiervoor verloochenen. God trok aan zijn hart.
Zo gaat het ook met de dingen waar wij als christenen doorheen moeten gaan. God zal het gebruiken om mensen tot Zichzelf te trekken. Onze worstelingen zijn een getuigenis van Gods werk, afhankelijk van hóe we er doorheen gaan.
- Als we klagend, zeurend, terneergeslagen, etc. door moeilijkheden gaan, hoe maakt dat mensen jaloers richting God? Als de God Die wij dienen ons niks doet ín moeilijkheden, als we niet op Hem terugvallen tíjdens moeilijkheden, waarom zou iemand in Hem willen geloven?
Als we echter ons op God richten, ons openlijk afhankelijk maken van Hem, hoe anders is het dan? Je reactie op moeilijkheden heeft echt impact. Daniël rende naar God, dat was een duidelijk getuigenis. Zo mag jouw leven ook zijn. Hoe meer je God écht kent, hoe meer je naar Hem rent ín strijd.
- Leer God daarom kennen, want Hij is zo goed, zo geweldig, zo trouw en liefdevol. Hij draagt je dóór dingen heen, Hij trekt je naar Zichzelf toe. Dat heb je nodig, dat is cruciaal voor in élke situatie. Jouw blik op God bepaalt hoe jij door dingen heen gaat.
- Vraag God dus om Zichzelf aan je te laten zien; zodat je Hem ziet zoals Hij is. Hij wil dat je Hem kent zoals Hij écht is, niet een verwrongen beeld. Je kan denken dat Hij boos, narrig, geïrriteerd, etc. is richting jou. Niks is minder waar.
Psalm 86:15 “Maar U, Heere, bent een barmhartig en genadig God, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw.”
Hij is geduldig met jou, Hij wil dat je bij Hem komt. Hij is barmhartig en genadig, Hij is rijkelijk goed en trouw. Dát is God, dat is de God Die bij jou is. Dat is de God naar Wie jij mag rennen in élke situatie, de God Die jij mag kénnen. Hij kent jou en wil dat jij bij Hem komt, met álles, áltijd, in élke situatie.
Daniël antwoordde Darius (v22-23) dat God een engel gezonden heeft en hem beschermde. De leeuwen hadden Daniël niks gedaan, Daniël benoemde zelfs dat hij voor God en naar de koning niks verkeerd had gedaan (v23). Wat een prachtig iets!
- God redde Daniël door een engel te sturen; Hij redt zowel bovennatuurlijk als natuurlijk. Hij gebruikt álles dat nodig is om Zijn wil gedaan te krijgen. God werkt op manieren die wij niet voor mogelijk houden, Hij doet wat wij niet kunnen bedenken.
- Dat is zo prachtig aan God, Zijn mogelijkheden zijn groter dan wij kunnen voorstellen. Hij bedenkt en doet dingen die ongelofelijk en toch waar zijn. Hij redt, maar wel op Zijn manier, Zijn voorwaarden.
Leven in geloof is o.a. dat je overgeeft aan Hem hóe Hij gaat redden. Leven in geloof is álles aan Hem vertellen en Hem dan vertrouwen mét en ín de situatie. Leven in geloof is de uitkomst én het ‘hoe’ aan God overlaten. Daniël had dit waarschijnlijk niet gedacht; hij legde zijn leven in Gods handen.
- Darius liet Daniël uit de leeuwenkuil halen (v24), waarna bleek dat “er geen enkel letsel” aan Daniël was. Bedenk wat er gebeurd is: als 80+ jarige, in een leeuwenkuil gegooid worden, voor een hele nacht. En dan géén letsel; dat is een Godswonder. Dat is bizar; dat is God.
Wat moet Daniël die nacht gedacht en gedaan hebben? Was hij bang? Had hij vragen? We weten het niet. Wat we weten is dat God een engel stuurde die Daniël beschermde, dat Daniël níks mankeerde toen hij uit de kuil omhoogkwam. God droeg hem door alles heen.
- Hij moest de kuil in, moest daar een nacht zijn; de pijn van de ervaring werd hem niet bespaard. Maar God droeg hem, God was bij hem. Die zegen is geweldig en is ook voor ons; God is met ons ín en dóór alles. Hij kan je niet eens in de steek laten. Dat is geweldig!
Die God liet Daniël zien aan Darius, die God was het getuigenis van Daniël. En die God mag ook jouw getuigenis zijn. Wat jouw ‘leeuwenkuil’ ook is, God is met je. Hij laat je door letterlijke kuilen gaan, vol gevaarlijke omstandigheden; maar Hij is bij je.
v25 God verlost je ín moeilijkheden – God oordeelt
We zien hier het harde oordeel van Darius over degenen die Daniël aanklaagden. Ammianus Marcellinus (Romeins historicus) omschrijft dat de wetten van Perzië zeer hard waren en dat als iemand die aangeklaagd werd voor hoogverraad, hun hele familie gestraft werd.
- Dat zien we hier gebeuren; de hele familie van deze mannen werd gestraft voor hun verraad richting Daniël én Darius. Ze wilden Darius zijn beste raadsman afnemen; dat verraad moesten ze met hun leven bekopen.
God gebruikte hier een menselijke hand om een oordeel uit te laten voeren. Deze mannen moesten óók verantwoording afleggen aan God Zelf, want Hij is de Rechtvaardige Rechter (Psalm 7). En ook dat is Hij tot in eeuwigheid.
- Elk onrecht dat gebeurt, wordt door God gezien en zal door Hem bestraft worden. Hij zal perfect rechtvaardig handelen richting élke keuze. Hij zal oordelen naar de standaard van Zijn karakter, Zijn heiligheid en rechtvaardigheid.
Dat mag je geruststellen; God ziet álles. Hij zal ook álles rechtvaardig oordelen. Alles van het verleden, heden en de toekomst; Hij weet en ziet het allemaal. En Hij kán niks ‘door de vingers zien’, Hij kan niks ‘laten gaan’. Anders zou Hij niet meer perfect rechtvaardig zijn. Hij zál rechtvaardig oordelen.
- Dat betekent dat jij erop mag vertrouwen dat Hij dat ook zál doen. Je mag rusten in het feit dat jij geen heft in eigen hand hoeft te nemen; Hij zal perfect oordelen. Wat jou ook is aangedaan of iemand om je heen; jij zal nooit perfect rechtvaardig oordelen, God wel.
v26-29 God verlost ín moeilijkheden – Om te getuigen van Zijn Naam
Het mooie is dat God Daniëls dieptepunt gebruikt, om het getuigenis van Wie Hij is de hele wereld in te krijgen. Darius had, als koning, een gigantisch bereik. Net als Nebukadnezar kon hij koninkrijken boodschappen sturen, waar Daniël hen niet kon bereiken.
- God gebruikte de ballingschap, Daniëls trouwe dienst, etc. allemaal om Zijn Naam bekend te maken aan alle volken. Dit gaat om ‘alle volken’ (v26) die deel zijn van het koninkrijk van Medo-Perzië. Bedenk dat dit van Egypte tot India liep, maar ook heel Turkije; 5,5 mln km2.
- Dát bereik had God voor elkaar gekregen, door Zijn macht te laten zien. Dit bereik kreeg Hij voor elkaar door Daniël te laten verraden, oppakken en in de leeuwenkuil te laten gooien. God gebruikt álles, íedere situatie, zelfs zonde om Zijn wil te doen.
Darius droeg iedereen op om te “beven en sidderen voor het aangezicht van de God van Daniël” (v27). Het jammere is dat Darius zegt ‘de God van Daniël’ en niet ‘mijn God’. Over God weten is niet genoeg, Hij moet jóuw God zijn. Dat is een terugkerend punt door dit boek heen; alle koningen doen ditzelfde.
- Daniël zag God als zíjn God. Voor, tijdens en ná de leeuwenkuil was de God van Israël Daniëls God. Heel persoonlijk was dit zijn God; hij had een levende persoonlijke relatie met God. Hij kénde God echt, hij hield van God.
Darius prijst God als de ‘levende’ en ‘eeuwige’ (v27), als de God Die ‘verlost en redt’, ‘tekenen en wonderen doet’ en Daniël heeft verlost van de leeuwen (v28). Dit is een prachtige blik op God, een blik die veel diepte laat zien van wat Darius had geleerd over God.
- Hij erkende God als eeuwige heerser (v27)
God is de levende God, voor eeuwig. Dat is een correcte uitspraak over Wie God is. Dit zegt iets over hoe geweldig groot en goed God is. Dit zegt dat Zijn heerschappij nooit op zal houden, dat Hij koning voor eeuwig is. Dat zijn grote uitspraken voor een koning als Darius.
- Dit is ook Wie en hoe God voor jouw leven wil zijn. Hij wil de eeuwige God van jouw leven zijn, de Heerser Die voor altijd op de troon zit bij jou. Hij wil de Koning van jouw hart, gedachten en hele leven zijn; niet voor even, maar altijd.
Dit is een bevrijdend iets om te accepteren; je mag dan al het denk- en regelwerk aan Hem overlaten. Híj is de baas, heeft alles onder controle, is verantwoordelijk voor alles. Dat is Zijn taak, jouw taak is naar Hem te luisteren. Dat is bevrijdend, dat helpt in moeilijkheden. Jij rent naar Hem; Hij doet de rest.
- Hij erkende God als Verlosser en Redder (v28)
God doet wonderen en tekenen om te verlossen en redden. Hij is de Heerser over hemel en aarde, de Schepper, de Voorziener, onze vrede, de Heere van de legermachten. Hij is ál die dingen en meer voor jou, om jou te redden van de dood, maar ook om je te redden uit en helpen in je situatie.
- Darius erkende wat hij wist van God, hij erkende Gods werken. Gods werken zijn geweldig, die werken maken Hem het waard om aanbeden te worden. Die werken mogen we gaan leren zien en Hem gaan eren voor wat Hij doet.
Psalm 111:2-3 “De werken van de HEERE zijn groot, zij worden onderzocht door allen die er vreugde in vinden. Zijn daden zijn vol majesteit en glorie, Zijn gerechtigheid houdt voor eeuwig stand.”
Darius geeft het goede voorbeeld, laten wij dat voorbeeld volgen. Gods werken zijn overal om ons heen, in elke situatie. Het is bemoedigend om te gaan zien wat God doet en hóe Hij dat doet. Het is prachtig om te zien dat Hij trouw en genadig is, dat Zijn karakter te zien is in Zijn daden.
- God gebruikt dit alles om anderen te troosten
2 Korinthe 1:8-9 “Want wij willen niet, broeders, dat u geen weet hebt van onze verdrukking, die ons in Asia overkomen is: dat wij het uitermate zwaar te verduren hebben gekregen, boven ons vermogen, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten. Ja, wij hadden voor ons eigen besef het doodvonnis zelf al ontvangen, opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God, Die de doden opwekt.”
Paulus maakte heftige verdrukking mee, die God gebruikte om hem en anderen op Zichzelf te wijzen. De troost die Paulus gekregen had, was waar hij anderen mee kon troosten. Zo werkt God, zo werkt Zijn lichaam. Hij verlost ín moeilijkheden, zodat Hij met jouw getuigenis anderen kan troosten.
- Daarom is het zo nodig dat we elkaar leren kennen, om ook elkaars getuigenis te leren kennen. Door wat God in jouw leven deed, wil Hij een ander troosten. Vertel iemand over wat Hij in jouw leven gedaan heeft, dat is ontzettend krachtig, hoopvol en nodig.
Daniëls leven was een getuigenis voor Darius; jouw leven is een getuigenis voor iemand anders. Jij bent Gods wandelende getuigenis, Gods werk. Onderschat niet hoe Hij Zijn lichaam, de kerk, gebruikt om elkaar te ondersteunen, bemoedigen, etc. Maar ook hoe Hij jouw getuigenis naar de wereld inzet.
In dit hoofdstuk zien we God aan het werk. We zien dat Hij zorgt voor Zijn kind Daniël, o.a. door hem dóór moeilijkheden te laten gaan. God gebruikt het verraad en de zonde van de regeringsleiders om Zijn wil gedaan te krijgen. Hij gebruikt alles om Darius te wijzen op Zichzelf.
- God laat moeilijkheden toe bij Daniël. Hij laat Zichzelf hier doorheen zien én getuigt naar Darius. Gods doel is alle mensen tot bekering zien komen; daar gebruikt Hij júist ook dieptepunten voor. God verlost ín moeilijkheden; zo leer je Hem beter en beter kennen.
Waar jij ook bent in het leven, Gods liefde en verlossing zijn er voor jou. Accepteer Zijn werk, het werk dat Hij in zovelen al gedaan heeft. Accepteer Jezus’ offer aan het kruis, geloof in Jezus voor je redding. Geloof in Jezus en je bent gered.
Christen, God verlost ín moeilijkheden; accepteer jij Zijn werk?
- Zoek jij God in moeilijkheden? Zie jij God in lastige tijden? Vraag God je ogen te openen voor Wie Hij is
- Wat is jouw getuigenis? Gods werk in jouw leven is krachtig en jij bewijs van Gods werk
2 Korinthe 1:3-5 “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden. Want zoals het lijden van Christus overvloedig over ons komt, zo is door Christus ook onze vertroosting overvloedig.”