Daniël 9:15-19 – Hoopvol gebed is gebouwd op God
De mens heeft hoop nodig, we hebben het nodig om te ‘hopen’. Hoop is nodig in situaties, omdat een hopeloze situatie de mens kapot maakt. We hebben het nodig om ‘het licht aan het eind van de tunnel’ te zien, om te zien dat er hoop voor ons en onze situatie is. Zonder hoop vergaan we.
Psalm 39:8 “En nu, wat verwacht ik, Heere? Mijn hoop, die is op U!”
- Israël, als hele volk, had hoop nodig. Ze zaten al bijna 70 jaar in ballingschap, hun cultuur verging, ze vergaten het Woord steeds meer, ze gingen steeds meer op in de overheerser. Daniël zag dit alles, zag de zonde van zijn volk en had zélf ook hoop nodig.
- En toen zag hij God. Dat veranderde alles. Hij zag God (v1-4), zag dat de oorzaak van de ballingschap de zonde van Israël was en hij kon niet anders dan naar God rennen. Hij beleed zonde en erkende hun schuld. Maar dan? Wat dan? Waar is de hoop dan?
Daniël had een hoopvol gebed, omdat hij wist tot Wie hij bad. Daniël had hoop, omdat hij inzag aan Wie hij dingen vroeg en dat God gebed verhoort; niet omdat Daniël nou zo geweldig kon bidden, maar omdat God God is.
v15-16 Hoopvol gebed is gebouwd op God
In zijn gebed praat Daniël heel persoonlijk met God. Hij heeft het over “Heere, onze God” (v15). Die God had al eerder bevrijd, Hij had Israël “met sterke hand uit het land Egypte geleid”. Daniël staat stil bij Gods ‘resultaten uit het verleden’. Dit is een ontzettend goede strategie voor ons hart.
- Door te zien wat God allemaal al gedaan heeft, is er hoop voor de toekomst. Door te zien dat Hij de God is Die redt, Die bevrijdt, is er hoop voor de situatie waar je zelf redding en bevrijding nodig hebt. Gods resultaten uit het verleden geven hoop voor jouw situatie vandaag de dag.
- God laat zoveel van Zichzelf zien in het Woord, van Zijn daden. Die daden zijn er o.a. om ons hoop te geven, om ons op Hem te wijzen. Die hoop hebben we nodig, die mogen we dus vinden in wat Hij gedaan heeft.
- Hier kan het ook goed zijn om biografieën te lezen van christenen. Je kan dan lezen over wat God in het verleden gedaan heeft, over Zijn hand Die nooit ophoudt met werken. Dat geeft hoop, want God verandert niet.
- God laat zoveel van Zichzelf zien in het Woord, van Zijn daden. Die daden zijn er o.a. om ons hoop te geven, om ons op Hem te wijzen. Die hoop hebben we nodig, die mogen we dus vinden in wat Hij gedaan heeft.
Daniël erkent ook dat God, dóór het bevrijden van Israël uit Egypte, een Naam voor Zichzelf gemaakt heeft. Gods bevrijdende werk uit Egypte was bekend geworden onder de volken in Kanaän, ze waren daar zelfs doodsbang door geworden.
Jozua 2:9-11 “en zei tegen die mannen: Ik weet dat de HEERE u dit land gegeven heeft en dat de schrik voor u op ons gevallen is, en dat al de inwoners van dit land weggesmolten zijn van angst voor u. Want wij hebben gehoord dat de HEERE het water van de Schelfzee voor uw ogen heeft doen opdrogen, toen u uit Egypte ging. En ook wat u hebt gedaan met de twee koningen van de Amorieten, Sihon en Og, die aan de andere zijde van de Jordaan waren, die u met de ban geslagen hebt. Toen wij dat hoorden, smolt ons hart weg van angst, en vanwege u bestaat er geen moed meer in iemand, want de HEERE, uw God, is een God boven in de hemel en beneden op de aarde.”
- God stond bekend, onder de heidenvolken, als die grote God. Zo groot is Hij, zo ver gaat Zijn reputatie voor Hem uit. Die God Die redt, Die wonderen doet om Zijn volk te beschermen, tot Die God roept Daniël het uit. Aan die God belijdt hij de collectieve zonde van Israël.
- Aan de God Die Zichzelf een “Naam gemaakt” had, juist door wát Hij gedaan had. Zijn daden laten zien dat Hij God is, dat Hij regeert, dat Hij de God is bij Wie Daniël moet zijn. Zijn resultaten uit het verleden bieden garantie voor de toekomst.
Daniël erkent dat Israël “gezondigd” en “goddeloos gehandeld” heeft. Ze leefden alsof God niet bestond. Gods leiding werd genegeerd. Israël moest elke 7 jaar hun land een jaar laten rusten, het sabbatsjaar. Dat hadden ze 490 jaar niet gedaan, dus 70 jaar ballingschap ter betaling van die jaren.
- Dit is een gevaar voor ons allen. Goddeloos handelen, alsof we niet weten wat Gods wil is, doen we dagelijks. Wanneer we door rood rijden bij het verkeerslicht, een ‘leugentje om bestwil’ vertellen, níet vertellen dat wij iets gedaan hebben, etc.
- Maar dit kan ook collectief als kerk. Als kerk kunnen we liefdeloos handelen naar elkaar, niet uitreiken naar een ander, praten óver een ander i.p.v. mét een ander, zonde van de ander goedpraten door te denken ‘zo is hij/zij nou eenmaal’, etc.
- De vijand is zo goed in ons eigen gedrag goedpraten, in ons gerechtvaardigd laten voelen in ons gedrag. En dat terwijl we dan verblind raken voor onze zonde. We denken dat we ‘het recht’ hebben, dat we ‘goed bezig’ zijn; eigenlijk zondigen we.
- Ook dat geldt zowel collectief als individueel; we kunnen groepsgedrag, zonde, goedpraten. We kunnen denken dat we even ‘luchten’, ‘tijd voor onszelf nemen’, etc. Maar eigenlijk brengen we schade aan het lichaam van Christus.
- Israël zal, zowel individueel als collectief, hun zonde van de 490 jaar geen sabbatsjaar ‘gerechtvaardigd’ hebben. Ze zullen dit goedgepraat hebben, logisch gevonden hebben, etc. En toch was het zonde in Gods ogen.
Daniël vraagt God (v16) om Zijn “toorn” en “grimmigheid” níet langer over Jeruzalem uit te storten. Hij wil graag dat God Zijn volk niet langer straft, maar dat ze juist hersteld worden in hun relatie met Hem. Hij ziet dat Jeruzalem en Israël “tot smaad” geworden zijn voor de omliggende volken.
- Israël, weggevoerd in ballingschap, is een schande voor de volken om hen heen. Ze zijn het voorbeeld van een ‘zwak volk’, ‘afgewezen door hun eigen god’, etc. De reden dat ze dit overkomt, is de zonde en ongerechtigheid van hun vaderen. God handelt rechtvaardig.
Wat prachtig is in dit stuk, is dat Daniël 6x spreekt over “Uw”. Hij spreekt over Uw ‘toorn’, ‘grimmigheid’, ‘stad’, ‘heilige berg’, ‘gerechtigheden’, ‘volk’. Hij erkent dat hij en zijn volk totaal overgegeven zijn aan God, totaal afhankelijk van Hem.
- Het is Zijn toorn en grimmigheid, dóór hun zonde. Het is Zijn stad, heilig berg, gerechtigheid en volk. Hij legt zijn lot, het lot van zijn volk in Gods handen. Hij is deel van Gods volk, Gods bezit, valt onder Gods leiding, onder Gods gerechtigheid.
- Daniël onderwerpt zich hier heel duidelijk aan God. Hij onderwerpt zich aan de God Die redt, Die gigantisch groot is. Hij heeft, ondanks alle ellende, hoop. Zijn hoop zit in het feit dat God alles onder controle heeft en dat hij zichzelf aan God overgeeft.
Met Daniël mogen we zien dat onze levens van Hem zijn. We leven in Zijn wereld, door Zijn genade, o.b.v. Zijn liefde. Het is Zijn kerk, Zijn lichaam, Zijn werk in en door ons. Met die wetenschap mogen we met álles wie we zijn naar Hem rennen, vergeving vragen voor onze zonde en vergeven worden.
- Dat is allemaal o.b.v. Wie Hij is. Alles hangt van Hem af, alles is dóór en vóór Hem. Al onze hoop is in God te vinden, in Hem alleen. Dat is wat Daniël ons laat zien in zijn gebed. Bijbels, oprecht, hoopvol gebed; gebaseerd op Wie God is, brute eerlijkheid en hoop in Hem.
v17-19 Hoopvol gebed is gebouwd op God
In v17 vraagt Daniël iets heel moois: ‘luister naar mij’, “omwille van de Heere”. Daniël weet dat hij, en zijn volk, geen enkele grond hebben om iets te vragen van God. Hij weet dat ze nooit zelf goed genoeg zijn. Daarom valt hij terug op God Zelf, op Wie God is.
- Hij vraagt God om herstel van Zijn heiligdom, omdat Hij God is (v17). Hij vraagt God om het verwoeste Jeruzalem te zien en o.b.v. Zijn “grote barmhartigheid” te handelen (v18). Het grote punt is dat Daniël zich niet beroept op eigen kunnen; hij valt terug op God Zelf.
- We zien dit ook in v19, waar hij God vraagt om te ‘luisteren’ en te ‘vergeven’. Maar ook hier gaat het “omwille van Uzelf, mijn God”. Hij heeft níks om op te staan in eigen kunnen, zoals ieder mens kan hij alleen dingen aan God vragen, o.b.v. genade en Gods karakter.
- Daniël kan soms voelen als een onbereikbaar goed en rechtvaardig iemand. Hij kan voelen als ‘beter’ dan wij, waardoor het niet mogelijk is om zijn voorbeeld te volgen. Zelfs déze man, met al zijn mooie eigenschappen, kon alleen terugvallen op God.
- Al Daniëls eigen daden waren niet genoeg om God om herstel te vragen. Hij kón niet anders dan terugvallen op “omwille van de Heere” en “Uw grote barmhartigheid”. Dit was en is de enige, en beste, grond om op te staan.
Als Gods zorg en genade richting ons afhangt van ons, moeten wij goed genoeg zijn en blijven om van Hem te ontvangen. Als Gods liefde richting jou afhangt van of jij goed genoeg doet en bent, dan heb je een probleem. Niemand van ons kan ooit goed genoeg zijn, ooit goed genoeg doen.
Deuteronomium 7:6-8 “Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte.”
- God koos Israël, bevrijdde Israël, omdat Hij God is. Hij houdt van Israël, omdat Hij daarvoor gekozen heeft. Israël ontving Gods genade, mocht genieten van Zijn liefde, van Zijn hand Die bevrijdt. Puur en alleen omdat God is Wie Hij is; niet omdat Israël zo goed was.
1 Johannes 4:19 “Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.”
- Waarom houdt Hij van ons? Omdat Hij liefde ís (v8). Hij keek niet naar ‘wie er goed genoeg zijn’, wie ‘sterk genoeg’ waren, etc. God keek naar jou met liefde, omdat Hij liefde is. Hij houdt van jou, omdat Hij God is. Daarom kunnen we volledig terugvallen op Hem en Hem alleen.
Psalm 34:9 “Proef en zie dat de HEERE goed is; welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt.”
- Hij ís goed en Hij dóet goed. Dat is Wie God is. Er is hoop voor jou en mij, want Hij is goed. In elke situatie, altijd. En dat heeft niks te maken met jou of mij, met hoe goed jij wel of niet bent. Hij ís goed. Zelfs als je het niet voelt of ziet; Hij kan niet veranderen.
Daniël viel terug op déze God, met meer geweldige eigenschappen dan wij ooit kunnen beseffen. We zien iets dat ongelofelijk groot, onbeschrijfelijk mooi en onverdiend geweldig is. We zien de volgende dingen die Daniël noemt; o.b.v. Gods karakter dat hij zag in het Woord.
- God hoort je gebed, om Wie Hij is (v17), wat aanzet tot hoopvol gebed
Jesaja 65:24 “En het zal geschieden dat voordat zij roepen, Ík zal antwoorden, terwijl zij nog spreken, Ík zal horen.”
Dit verwijst naar de nieuwe Hemel en aarde, maar dit is Wie God nog steeds is. Hij kent jouw gebed, nog vóór je Hem aanroept. Hij zál antwoorden, Hij zál horen. Dat is de zekerheid die we hebben in gebed, dat geeft hoop voor het gebed.
- Hoe mooi, fijn, geruststellend en hoopvol is het dat God dit doet?! Hij weet precies wie je bent, wat je vraagt en wat het juiste antwoord is. Je mag verwáchten dat Hij antwoord geeft. Gebed wordt hoopvol als je hierbij stil gaat staan. Als je gaat beseffen dat Hij antwoordt.
- Het antwoord kom misschien niet altijd op het moment dat jij het wil. Je mag echter vertrouwen dat Hij zál antwoorden. Je mag vertrouwen op Hem, op Zijn onfeilbare, onveranderlijke, betrouwbare karakter.
Gods horen en beantwoorden van jouw gebed hangt van niks anders af dan Hemzelf. Niemand heeft een ‘betere positie’ in gebed dan een ander. Het is niet zo dat God méér naar het gebed van de een dan de ander luistert. Hij hoort, verhoort, antwoordt; en dat heeft níks met jou te maken.
- Uit Daniëls woorden leren we dat Hij luistert naar gebed, naar smeekbeden “omwille van de Heere”. Hij doet al deze dingen omdat Hij God is. Geen succes of falen verandert iets aan de of God je gebed méér of minder hoort en verhoort.
- God hoort je niet méér of mínder als je Hem weinig te bieden hebt. Misschien is jouw leven vol kinderen, werk, crises, etc. en heb je het idee dat je God weinig goeds te geven hebt. Dat zorgt er niet voor dat je opeens ‘minder gehoord wordt’. Hij hoort je omdat Hij God is.
Laat de vijand je niet aanpraten dat je ‘goed genoeg’ moet zijn. Laat niemand je vertellen dat je ‘genoeg zonde moet belijden’ of ‘genoeg Bijbel moet lezen’. Dat is ook niet het punt van de afgelopen weken in Daniël 9.
- Hoe meer je God gaat zien, hoe meer je je eigen zonde gaat zien. Hoe meer je God erkent, hoe meer je Hem compleet eerlijk gaat benaderen. Hoe meer je God in Zijn volheid en glorie ziet, hoe logischer het is om álles van jezelf aan Hem te geven.
En hoe meer je die dingen doet, met de mogelijkheden die je hebt, hoe logischer het is om Hem te zoeken mét en ín alles. Er is dan zoveel hoop, want Hij is God. De hoop is in Hem, want Hij hoort jouw gebed, omdat Hij God is.
- God ziet je in je situatie, omdat Hij barmhartig is (v18), wat leidt tot hoopvol gebed
Psalm 145:8-9 “Genadig en barmhartig is de HEERE, geduldig en groot aan goedertierenheid. De HEERE is voor allen goed, Zijn barmhartigheid rust op al Zijn werken.”
We kunnen bij God komen o.b.v. Zijn barmhartigheid, niet eigen kunnen (v18). ‘Barmhartigheid’, heeft het idee van ‘compassie’, Hij voelt mee met je in je situatie. Maar ook een ‘innerlijk verlangen’ naar de ander. Dat is wat God voelt richting jou, dat is waarmee Hij naar jou kijkt in je situatie.
- Wanneer God naar jou kijkt, voelt Hij met je mee. Hij verlangt naar tijd met jou, naar een steeds diepere relatie met jou. En o.b.v. Zíjn verlangen, mag jij bij Hem komen. Niet door jouw wil, maar door Wie Hij is. Je mag komen met wat je hebt, hoe mooi of lelijk dat ook is.
- Hij ís barmhartig, Hij legt die barmhartigheid op “al Zijn werken” (v9). Daar ben jij er ook een van. Dit mag je troosten, geruststellen, bemoedigen; God is niet blind voor jouw situatie. Hij is bij je, geeft om je, draagt je. Dat geeft hoop voor gebed.
Hij wil je bij Hem hebben, onvoorwaardelijk. Hij voelt met je mee, is aanwezig in je situatie. In het geval van Israël was dat in hun ballingschap, hun straf voor de zonde. Hij voelde mee, verlangde ernaar dat ze naar Hem toekwamen. Zo is Hij, zo blijft Hij.
- Daniël en zijn volk gingen door heftige dieptepunten heen. Afgoderij, trots, andere zonde; dat leidde tot oorlog, veel verlies, ballingschap, etc. De pijn die dit veroorzaakte is onbeschrijfelijk; en toch was God bij hen. Hij liet hen niet los, Hij voelde met hen mee ín hun situatie.
- Hij vroeg niet om éérst hun situatie te verbeteren, zich ‘beter’ te voelen of gedragen. God was simpelweg bij hen, verlangde naar hen en herstel, had compassie voor hen. Dat is Wie God is voor jou, dat is op Wie jij mag vertrouwen, naar wie jij het mag uitroepen in hoopvol gebed.
Daarom is het zo hoopvol om bij God te komen in gebed, want Hij wéét het. Hij voelt met je mee; Jezus is in alles verzocht zoals wij, Hij kan écht met je meevoelen. Je mag dus álles bij Hem neerleggen, om Wie Hij is.
- God vergeeft, omwille van Hemzelf (v19); dat leidt tot hoopvol gebed
Micha 7:18-19 “Wie is een God als U, Die de ongerechtigheid vergeeft, Die voorbijgaat aan de overtreding van het overblijfsel van Zijn eigendom? Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid. Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.”
Niemand is als God, niemand vergeeft als Hij. Hij wíl vergeven, Hij heeft álles klaargezet dat nodig is om te vergeven. En dan mag je komen, om Wie Hij is. Dat heeft niks met jouw goede of slechte gedrag te maken. Hij vergeeft omdat Hij God is, omdat Hij vreugde vindt in goedheid, Hij wíl ontfermen.
- Dat is zo’n geruststelling, zo’n blijk van liefde en trouw. Je mag komen, blijven komen, altijd. Hij kent je door en door, Hij houdt van je; juist daarom mag je bij Hem komen en vergeving vragen. Dat hangt volledig af van Hem, Zijn barmhartigheid, Zijn liefde en goedheid.
Israël had Gods vergeving nodig, Daniël als deel van het volk ook. Door God te zien, zonde rauw en eerlijk bij God te brengen, hadden ze nu hoop op vergeving. Die hoop was niet gebouwd op hun eigen daden, maar “omwille van Uzelf, mijn God”. Om Wie God is, hoe dichtbij Hij is; daarom is er hoop.
- En dat is een heerlijke zegen; God vergeeft omdat Hij God is. Zijn vergeving hangt van Hem af, niet van jou. Hij vergeeft omdat Hij wíl vergeven, omdat jij Hem vráágt om Hem te vergeven. Dat is de enige reden.
- De vraag om vergeving (v19), om herstel voor Gods stad en volk, is niet door eigen kunnen. Het is niet dat Daniël vraagt om deze dingen ‘nu ze hun straf hebben uitgezeten’. Nee, hij kan alleen naar God gaan, o.b.v. Gods eigenschappen en hart.
Dat is ook de zegen die jij en ik ontvangen van de Heere, dat wij áltijd mogen komen, met álles. De reden voor het komen ligt in Hem, in Zijn hart, gedachten en handelen. Wie Hij is is bepalend voor ons; niet ons kunnen.
- Deze God laat Zich kennen, deze God laat zien dat Hij er voor ons is. Deze God is goed, is genadig, barmhartig en trouw. Deze God wil jou bij Zich hebben, daarom kwam Jezus. Deze God is oneindig goed, oneindig liefdevol en trouw. Dát is de reden dat jij bij Hem mag komen.
Daniël roept het uit naar de Heere in gebed. Hij heeft hoop in gebed, omdat hij God ziet. Hij heeft hoop, omdat hij rauw en eerlijk kan zijn. En hij heeft hoop in wat God gaat doen. Niks hiervan is gebouwd op wie Daniël zelf is. Alles hangt af van God.
- Dat mag ook bij jou en mij zo zijn. God heeft alles gedaan dat nodig is om ons tot Zichzelf te trekken, Hij gaf Zijn Zoon om de prijs voor onze zonden te betalen. Jezus is de Weg naar God, God stelt jou voor de keuze of je met Hem wil wandelen of niet.
- Dat hangt af van Zijn liefde voor jou, Zijn keuze om Zijn Zoon te sturen. Het is Zijn genade dat Hij jou tot Zichzelf trekt, Zijn offer, Zijn goedheid. Jij hoeft alleen te kiezen, te gelóven dat Jezus de Zoon van God is.
Zo werkt God. Laat je leven dus niet langer van jou afhangen, maar leg alles bij Hem. Laat jouw gebed, het verhoren van gebed, niet afhangen van of jij goed genoeg bent. Leg het in de hand van Degene in Wie je hoop kan vinden. Eeuwige, vaste, glorieuze hoop. Hoop in Hem; zie dat Hij aanzet tot hoopvol gebed.
Als je nog niet in Jezus gelooft, dan is vandaag de dag. Je mag geloven, komen, bij Hem zijn omdat Hij God is. Jij hoeft niet goed genoeg, slim genoeg, genoeg te weten, etc. Je mag komen om Wie Hij is en wat Hij gedaan heeft. Er is hoop in en door Hem; daarom mag jij hoopvol bidden.
Christen, Hoopvol gebed is gebouwd op God, niet eigen kunnen.
- Waar vertrouw jij nog op eigen kunnen?
- Is God jouw hele leven? Bouw jij op Hem of op jezelf?
Romeinen 15:13 “De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest.”