Psalm 145:14-16 – Kijk naar God
Psalm 121:1-2 “Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal. Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.”
Bij fietsen, autorijden, wandelen, e.d. is waar je naar kijkt, bepalend voor waar je naartoe gaat. Als je naar rechts kijkt, is het moeilijk om niet naar recht te sturen. Als je naar links kijkt, etc. doe je hetzelfde. Dat geldt ook voor je hart, voor je verlangens, je aanbidding. Je aanbidt waar je naar kijkt.
- Daarom is het zo belangrijk waar je ogen op gericht zijn. David weet dit, daarom is hij in Psalm 145 zichzelf, maar ook ons, aan het helpen om naar God te kijken. Hij weet dat er zich situaties voordoen waarbij we dat lastig vinden, waarbij we naar mensen of omstandigheden kijken.
- Hij bemoedigt ons: ‘Kijk naar God’, Hij ondersteunt, richt op, geeft wat we fysiek nodig hebben, Hij alleen verzadigt. Daarin bemoedigt God jóu en mij ook; kijk naar Hem. Hij is Wie je nodig hebt, heeft wat je nodig hebt, geeft, helpt en leidt. Dat is God.
- Kijk naar God – wanneer je worstelt en valt (v14)
David is God aan het prijzen, omdat Hij God is (v1-3). Hij neemt ons mee in een lied van lofprijs en aanbidding, een lied vol redenen om God te aanbidden. Generaties aanbidden God (v4-7), we zien Gods karakter (v8-9). We mogen beseffen hoe geweldig God is, hoe groot Zijn liefde is (v10-13).
- In Zijn grootsheid, Zijn liefde, genade, barmhartigheid, etc. is Hij ook heel dichtbij. Gods liefde is niet veraf, die is juist heel dichtbij. Hij is bij je in het dagelijkse, in het gewone, in het makkelijke en het moeilijke. Hij weet wat jij nodig hebt, en Hij is Wie jij nodig hebt.
- God kan soms veraf voelen in de dagelijkse dingen. Het kan overkomen alsof Hij er alleen is wanneer je je Bijbel opent, in alle stilte kan bidden, je liederen voor Hem zingt, etc. Maar Hij is bij je in de chaos, de onrust, de pijn, vreugde, etc.
De HEERE “ondersteunt allen die vallen”, richt “alle gebogenen” op (v14). Deze psalm is een acrostichon, wat betekent dat elke zin begint een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet. De letters staan in de HSV ook rechts van de tekst.
- v14 begint met de letter samech; specifiek begint het woord “ondersteunt” hiermee. Dit is waar David zich op richt; God is een steun voor Zijn gunstelingen, voor degenen die in Hem geloven. Je kan op Hem leunen, ín alles, mét alles.
Het idee is hier dat je valt of ondersteuning nodig hebt, en dat die nood vervuld wordt door God. We zien dit beeld ook terug in Leviticus 16:21. De hogepriester moest hier zijn handen op de kop van een dier leggen, leunen op dit dier, voor de vergeving van zonde.
Leviticus 16:21 “Aäron moet zijn beide handen op de kop van de levende bok leggen en al de ongerechtigheden van de Israëlieten belijden, al hun overtredingen, overeenkomstig al hun zonden. Hij moet die op de kop van de bok leggen en hem door de hand van een man, die daarvoor gereedstaat, de woestijn in sturen.”
- De hogepriester zocht ‘ondersteuning’ in dit dier, omdat het de plaatsvervanger was voor Israël. Dit dier droeg de last van de zonde van Israël, daarom steunde, leunde Aäron op dit dier. Voor de nood van vergeving van zonde, moest er ‘geleund’ worden op een ander.
- Gods zorg is net als, en beter dan, dit dier; Hij geeft wat nodig is. God ondersteunt en richt op. Hij helpt je ín en dóór situaties heen. Hij wéét wat er speelt en is bij je ín de val en helpt je overeind. Hij wil je oprichten, zodat je verder kan met voor Hem leven.
Psalm 37:22-24 “Want wie door Hem zijn gezegend, zullen de aarde bezitten; maar wie door Hem zijn vervloekt, worden uitgeroeid. De voetstappen van die man worden door de HEERE vastgezet, Hij vindt vreugde in zijn weg. Als hij valt, wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.”
Dat is Wie God voor ons is. Wij zúllen vallen, anders hebben we geen ondersteuning nodig. Wij zúllen gebogen, neergedrukt door omstandigheden. En in dat alles is Hij God, ondersteunt Hij, richt Hij op. Die God is al jouw aanbidding waard, dat is hoe Hij omgaat met hen in Zijn koninkrijk.
- Deze zorg vanuit God is ook niet gespeeld, tijdelijk of voorwaardelijk. Hij zorgt zo voor “allen die vallen”, “alle gebogenen”. Hij heeft, weet en kan álles dat jij nodig hebt. Zijn liefde komt hier tot uiting in geweldige, noodzakelijke zorg voor jou en mij. Wat een God is Hij!
Let op, God is de ondersteuning en Degene Die opricht, omdat dit leven vol moeite zit. Vallen betekent pijn, vallen komt door struikelen over obstakels. Bij vallen lig je op de grond, mogelijk met wonden. En juist dán heb je zorg nodig, Iemand Die je helpt, ondersteunt, overeind helpt, je verzorgt.
- Je wordt neergebogen als er zware dingen op je rusten, als je niet meer rechtop blijft. Dat kan door dingen van buiten, maar ook in je hoofd en/of hart. En ook dan heb je zorg, liefde en hulp nodig. Je hebt dan Iemand nodig Die groter is dan dat wat je neerbuigt.
- Dat is onze God. En vol liefde helpt Hij overeind, vol liefde neemt Hij de last van je over. Hij wil je helpen, Hij wil je ondersteunen en oprichten. Zo goed en genadig is Hij, zo trouw en barmhartig. Dat is de God Die alle aanbidding waard is.
- Het Hebreeuws wijst erop dat Gods zorg hier ‘alles omvattend’ is; oftewel Hij is genoeg. God is genoeg voor jouw vallen en gebogen zijn. God is genoeg als ondersteuning, als Degene Die opricht. God is genoeg voor elke situatie en nood.
- Kijk dus naar God wanneer je valt. Vraag Hém om je te helpen, verwacht je hulp van Hem. Kijk niet naar mensen of systemen, maar eerst naar God. Hij kan mensen gebruiken, maar kijk naar en vertrouw op God.
Belangrijk is hier dat God jou overeind helpt en houdt, niet andersom. Jij bestaat niet om God te helpen en dragen, jij bestaat niet om Gods reputatie op te poetsen. God ondersteunt, God helpt overeind, Hij doet het zware werk, jij niet.
- Laat de vijand je niet de last aanpraten dat jíj sterk moet zijn, dat jíj overeind moet blijven, dat jíj kracht moet hebben, etc. Alleen Hij kan dat, alleen Hij is sterk genoeg om dat te doen. Het is deel van Zijn liefde dat Hij dit voor en door jou doet.
David aanbidt God, omdat Gód ondersteunt wanneer hij valt. Hij aanbidt God, omdat Gód opricht wanneer hij gebogen was. David heeft dit meegemaakt en ziet hoe geweldig God is. Wat hij heeft gezien van en meegemaakt met God, zet hem aan tot aanbidding.
- Dit geldt voor “allen”, iedereen gaat dit meemaken. Iedereen valt en/of wordt neergebogen. In dit alles is God aanwezig, werkt Hij. Hij richt je op, ondersteunt je, helpt je overeind. En dat omdat Hij van je houdt.
- Kijk naar God – in je fysieke noden (v15)
Eten is na zuurstof en water onze grootste fysieke nood. In het rijke Westen denken we vaak dat eten uit de supermarkt komt. We vergeten dat ook niet de boer degene is die het eten geeft; God geeft voedsel. Daarom mogen we onze ogen op Hem richten, op Hem wachten, voor voedsel.
- David begint v15 met de letter ain, waarbij het woord “De ogen” met de ain begint. Dit gaat niet alleen over ‘zien’, maar ook over ‘begrijpen’. Je ziet iets, maar begrijpt ook wat je ziet. David geeft hier aan dat we mogen ‘zien’ en ‘begrijpen’, dat voor voedsel we op God wachten.
- Het is heel makkelijk om niet langer naar God te kijken voor deze, en andere, fysieke nood. Je kan gaan kijken naar je salarisstrook, inkomen, gewoontes, personen, etc. i.p.v. naar God. Dan raak je een stuk verwondering en afhankelijkheid kwijt.
Waar je naar kijkt bepaalt wat je aanbidt, waar je naar kijkt bepaalt waar je afhankelijk van bent. Het is daarom zo belangrijk dat je naar God kijkt, dat je aandacht op Hem is. Je mag bewust zijn van het feit dat God je fysieke noden kent en dat Hij voorziet.
- Je mag Hem vertrouwen, i.p.v. iets of iemand anders. Want God is jouw aanbidding waard, “voor eeuwig en altijd” (v1). Je mag leren “wachten” op God (v15), i.p.v. dingen zelf op te lossen. Je mag leren beseffen dat God “op zijn tijd” geeft.
Natuurlijk zit daarin een verantwoordelijkheid om zelf dingen te doen. Je zal zelf naar de supermarkt moeten, boodschappen doen, etc. Je zal moeten werken, waar mogelijk, voor inkomen. Maar daarin kan je afhankelijk van God zijn, in overgave leven, of dingen verwachten van mensen of systemen.
- Het gaat erom waar je naar kijkt, waar je je verwachting in legt. Dat bepaalt wie of wat jij aanbidt, waar je hart en gedachten mee bezig zijn. Waar jij naar kijkt, bepaalt waar jij op wacht. David gaat ons voor in ‘wachten’ op God, in Zijn leiding zoeken.
- Het is verleidelijk, zeker bij fysieke noden, om naar een oplossing te zoeken. Je kan zelf in de ‘regelmodus’ komen en dingen zelf willen oplossen. Dan gaan je ogen ván God, naar jezelf. Jíj moet het regelen, niet God. Daarom moeten we wachten op God.
Hebreeën 12:1-2a “Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo'n menigte van getuigen omringd worden, afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.”
Spurgeon: “Het Griekse woord voor ‘zien’ is veel rijker van betekenis dan wij in het Nederlands kunnen weergeven. Het bevat een voorzetsel dat de blik afwendt van al het andere. Je moet je blik van alles afwenden en richten op Jezus. Vestig je ogen niet op de grote wolk van getuigen; zij zullen je hinderen als zij je blik van Jezus afleiden. Zie ook niet op de last die je draagt of op de zonde die je zo gemakkelijk verstrikt; die heb je immers afgelegd. Kijk zelfs niet naar de renbaan of naar de andere hardlopers, maar zie op Jezus, en begin zo de wedloop.”[Cd1]
Wachten op God, kijken naar God betekent dat je jezelf en je situatie biddend in Zijn handen legt. Het betekent dat je kracht aan Hem vraagt, dat de oplossing voor je situatie van Hem moet komen. Jij legt de controle van je hele leven in Zijn handen. Hij bepaalt; het wat, hoe, waar en het wanneer.
- Als je ogen op God zijn, als je wacht op Hem, dan zal je met David zien “U geeft hun hun voedsel op zijn tijd”. God geeft, God voorziet. Dat doet Hij op bovennatuurlijk, soms ‘natuurlijk’. Maar God geeft. En dat op Zijn tijd en Zijn manier; je mag Zijn timing en leiding vertrouwen.
- Wat jouw nood ook is, waar je ook mee zit, Híj voorziet. Zelfs als die voorziening is dat er in dit leven niks verandert. Hij geeft “op zijn tijd”, Hij weet wat juist is. God zal de situatie gebruiken om je meer op Jezus te laten lijken, om je te laten groeien.
Jezus is door fysieke moeite heen gegaan (Jes. 53), Hij is in alles verzocht als jij (Heb. 4). En Hij deed niks anders dan Zijn ogen op God richten, dan álles in gebed bij God brengen. Jezus is het voorbeeld, Hij is Wie je nodig heb in élke situatie. Houd je ogen daarom op Jezus, niet je situatie.
- God is al jouw aanbidding waard. Je zal zien dat Hij God is, dat Hij alles onder controle heeft, dat Hij in jouw fysieke noden zal voorzien “op zijn tijd”. Hij ként je, Hij wéét het en het gaat Hem aan het hart. Kijk niet naar je noden, kijk naar de God Die voorziet.
- Kijk naar God – voor je vervulling (v16)
Elk mens wil gelukkig zijn. Aristoteles schijnt gezegd te hebben dat ‘gelukkig zijn het doel van het leven hier op aarde is’. Maar is dat ook zo? Is ‘gelukkig’ zijn, het gevoel dat je moet nastreven? En wat als dat ‘gevoel’ niet komt?
- Je voelt je vaak gelukkig als je niks extra’s wil hebt, als je ‘blij bent’ met je situatie. Dat kan zijn wanneer je een zonsondergang ziet, met familie eet, de natuur ziet, op vakantie neerploft in je stoel, etc. Dat verschilt per persoon. Maar wees eerlijk, hoe lang houdt dat gevoel aan?
- De Bijbel noemt dit ook wel ‘verzadigd’ zijn, je beker is gevuld en zit vol. Dat is het gevoel, het idee van ‘gelukkig’ zijn. Dat gevoel kan echter weg zijn met een regenbui, zodra de vakantie voorbij is, of de eerste ruzie uitbreekt bij het familiediner.
- Keer op keer wijst het Woord ons erop dat ‘verzadiging’ die buiten God gevonden wordt, een probleem is. Verzadiging door spullen (Spr. 30), fysieke eigenschappen (Hos. 13), ‘onverzadigbaar’ zijn – altijd méér willen (Pre. 5). Dit vervult niet.
David aanbidt God, omdat echte vervulling, verzadiging, echt geluk bij God te vinden is (v16). God opent Zijn hand en “verzadigt al wat leeft”. Het Hebreeuws wijst hier op een absolute, totale verzadiging. En dat is dus alleen beschikbaar vanuit Gods hand.
- Het ‘openen’ van Zijn hand, dat werkwoord, is waar dit vers mee begint. Dat is met de letter pe. Het idee is dat alleen God die hand kan openen en dat wat Hij geeft ‘verzadigt’. Echt geluk, echte verzadiging, niks méér willen omdat je volledig gevuld bent, komt uit Gods hand.
- Geen vakantie, gezondheid, spullen, carrière, partner, gezin, etc. kan vervullen. God Zelf is Degene Die vervult; wat er uit Zíjn hand komt vervult de mens. Gods hand, o.a. een beeld van Zijn macht en kracht, is waar échte vervulling uit voorkomt.
Maar, wat geeft Gods hand dan precies?
- God heeft Zijn kinderen in Zijn handpalmen gegrift (Jesaja 49:16). Als je in Jezus Christus gelooft als Zoon van God, ben je Zijn kind. Er is 100% zekerheid te vinden in Gods handen. Je hoeft niet langer zélf redding te verdienen, Hij geeft zekerheid.
- Er is eeuwige rust te vinden, garantie van eeuwig leven. Maar ook liefde, want je bent Zíjn kind. Hij accepteert jou als Zijn kind, je bent door Zijn keuze geadopteerd als Zijn zoon of dochter. Hij houdt van jou; Hij wil jou verzadigen met liefde en acceptatie.
- Gods hand redt (Jesaja 59:1). Zijn hand reikt uit naar íedere ziel, naar íeder mens. God wil dat ieder mens gered wordt (1 Tim. 2:4). Hij kan ook íeder mens bereiken, Zijn arm is niet te kort. Het probleem is dat wij vasthouden aan dingen; Gods is het probleem niet.
- Ook in jouw situatie is Gods arm niet te kort, kan Zijn hand jou vastgrijpen. Hij kan jou bereiken, jou helpen, je geven wat je nodig hebt. Gods hand is open voor jou, is dichtbij jou, zal jou nooit alleen laten.
- Er is leiding in Gods hand (Psalm 139:10). Hij leidt om Zijn plannen voor jouw leven duidleijk te maken, Hij leidt om je stappen in geloof te laten zetten. Hij leidt je naar de plek waar Hij jou wil hebben, waar Hij jou kan vormen en gebruiken tot Zijn eer.
- Zijn hand is rustgevend voor je leven ín Hem. Er zijn zoveel richtingen om op te gaan, zoveel dingen die je aandacht vragen/opeisen. Maar Zijn hand is waar eeuwige richting te vinden is.
- Gods machtige hand is mét de gelovige (Handelingen 11:21). God is vóór Zijn kinderen, Hij is mét je. Hij helpt, draagt, strijdt voor je, overwint de vijand, etc. Dat is allemaal in Zijn hand, voor Zijn kinderen.
- Als Zijn hand mét je is, vóór je is, dan maakt het niet uit wie tegen is. Gods hand is machtiger dan elke vijand (Ex. 15), Gods hand schiep de aarde (Jes. 48); die hand is geopend en mét jou.
Hoe meer je dit ziet, hoe logischer het is om God te aanbidden. Hoe meer je je dit beseft, hoe meer je naar Hem gaat kijken. Hij heeft álles dat je nodig hebt en Hij houdt het niet voor Zichzelf. Hij ópent Zijn hand, Zijn hand is niet gesloten.
- Niemand kan God dwingen om Zijn hand te openen richting jou. Hij kíest ervoor om dit te zijn, dit te géven aan jou. Hoe geweldig is God?! Je geeft vrijwillig aan degenen van wie je houdt; zo ook God, Hij geeft vol liefde aan Zijn kinderen. Hoe prachtig is dit?!
Geluk is dus niet te vinden in de wereld of wat de wereld heeft en geeft. Geluk, een volle, zelfs een overstromende beker, is van God te ontvangen. Wat Hij heeft en geeft verzadigt. Alleen Zijn hand is hiertoe in staat. En die hand is open, geeft, is een uiting van Zijn liefde voor jou.
- Het mooiste dat Gods hand gegeven heeft, is Jezus Christus (Joh. 3). Jezus is een liefdevol cadeau van God. Hij opende Zijn hand en gaf ons wat we het meest nodig hebben. Ook dat maakt God álle aanbidding waard.
Waar je ogen op gericht zijn, is waar je leven heen gaat. Waar je naar kijkt, bepaalt wat je aanbidt. Dat is o.a. waarom het zo belangrijk is dat we naar Jezus kijken. Dat is waarom we mogen leren om onze ogen op Jezus te hebben en te houden. Dat is namelijk niet altijd makkelijk.
- De vijand gaat proberen dit tegen te houden, hij gaat proberen je ogen naar jezelf, je situatie, de wereld, etc. te brengen. Laat hem dat niet doen, raak niet afgeleid van Jezus. Kijk naar God, dat is het beste voor je ziel, je situatie, voor je hele wezen.
Hubbard: “Misschien klonk ‘zien op Jezus’ ooit eenvoudig, maar voelt dat nu niet meer zo. Als dat zo is, vat dan moed. Goed leren zien op Jezus vraagt geduld en oefening – en ikzelf voel me daarin nog steeds een beginner. Maar zien op Jezus is ook iets waarmee we vandaag al kunnen beginnen en waarvan we nu al de zegen kunnen ervaren, hoe weinig of hoeveel we ook van Hem weten. Het begint simpelweg met het erkennen van onze nood, vervolgens iets concreets over Jezus te vinden dat in die nood voorziet, en daar lang genoeg bij stil te blijven staan om iets van de zoetheid en rijkdom ervan te proeven.”[Cd2]
Als je nog niet in Jezus gelooft, kies dan vandaag. Hij is Wie je nodig hebt, Zijn liefde en genade is wát jij nodig hebt. Hij is er wanneer je valt, wanneer je noden hebt, Hij vervult en verzadigt. Geloof in Jezus, dat is wat redt. Keer je leven naar Hem, ván je oude leven en leef nu voor Hem.
Christen, kijk naar God.
- Wanneer jij worstelt en valt, kijk naar God
- Wanneer jij noden hebt, kijk naar God
- Wanneer jij verzadiging nodig hebt, kijk naar God
We vieren vandaag Avondmaal, o.a. om onze ogen op Jezus te richten. We vieren Avondmaal, omdat we Jezus dankbaar zijn voor Zijn offer. We vieren dit, omdat Hij goed is en wij mogen genieten van de zegen die Hij geeft.
- Avondmaal is prachtig, glorieus, het is de viering van eeuwig leven en redding. Tegelijk is het serieus, want Jezus gaf Zijn leven. Het is de erkenning dat wij redding nodig hebben en dat Hij die redding gegeven heeft. We willen sámen naar Jezus kijken.
Hebreeën 9:11-14 “Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is. Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht. Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen!”
Dit is wat Jezus deed, Hij gaf Zijn leven. Jezus verscheen, toen wij Hem het meest nodig hadden. Hij kwam en deed wat wij niet konden. Hij gaf Zijn leven, zodat wij nu naar de opgestane Heere kunnen kijken. Jezus kwam, stierf, stond op en ging terug naar de hemel; voor jou en mij.
- Dat víeren we vandaag, daar zijn we dankbaar voor. Dat werk, die liefde, die zegen. Dat is waar we Hem voor danken vandaag. En dat is een prachtige, serieuze zaak.
- Als je in Jezus gelooft ben je welkom om deel te nemen, we hebben geen eis van lidmaatschap. Als je nog niet gelooft, laat het dan voorbij gaan, of kies nu om in Jezus te geloven.
- Onderzoek je hart, of er nog iets is dat je recht moet zetten; misschien met de Heere, misschien met een mens. Zet het recht.
- Ouders, jullie weten beter dan wie dan ook of je kind gelooft of niet. Avondmaal is niet voor de ‘leuk’; kies vóór hen als ze nog jong zijn, ze vallen onder jullie verantwoordelijkheid.
Lukas 22:17-20 “En nadat Hij een drinkbeker genomen had en gedankt had, zei Hij: Neem deze en deel hem onder elkaar. Want Ik zeg u dat Ik niet drinken zal van de vrucht van de wijnstok, totdat het Koninkrijk van God gekomen is. En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.”
Hebreeën 12:1-2a “Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo'n menigte van getuigen omringd worden, afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof.”