2026.0524 – Leven In Overgave
Efeze 5:15-21
[CC Haarlemmermeer, 24 mei 2026]
Alle Schriftreferenties zijn genomen van de Herziene Statenvertaling (HSV), tenzij anders aangegeven
INTRODUCTIE
Sla alsjeblieft je Bijbel open naar Efeze 5. Voor deze pinksterpreek had ik al een tijdje een ander idee en zelfs al een eerste opzet gemaakt. Maar afgelopen zondag, terwijl ik naar Casper luisterde, noemde hij heel kort het vervuld zijn in de Geest uit Efeze 5. Op dat moment werd het mij direct duidelijk: dát moest het onderwerp van vandaag zijn.
De meesten van ons gaan ervan uit dat we neutrale, onafhankelijke en zelfsturende mensen zijn. Maar Paulus laat zien dat ieder mens door iets wordt beïnvloed, gestuurd en gevormd. Dat kan van alles zijn: ambitie, vermaak, angst, woede, goedkeuring, troost, politiek, succes of plezier. Er is altijd wel iets dat invloed heeft op hoe we denken, spreken, reageren en leven. Daarom zegt Paulus in vers 18 van onze tekst dat we niet dronken moeten worden van wijn, maar vervuld moeten worden in de Geest. Vandaag zullen we zien dat dit vers niet draait om wijn of alcohol, maar om de vraag: waardoor laten wij ons beheersen?
We zijn namelijk geen neutrale mensen. Door de zonde leven we van nature onder allerlei verkeerde invloeden, in plaats van ons bewust over te geven aan de vernieuwende leiding van de Geest. Anders gezegd: van nature laten we ons vormen door de wereld, ons vlees en onze eigen verlangens, in plaats van bewust op God te vertrouwen. Maar als volgelingen van Jezus worden we opgeroepen om te leven in openheid, afhankelijkheid en overgave aan het werk van de Heilige Geest. We worden opgeroepen ons voortdurend aan Zijn leiding over te geven in een wijs, doelgericht en op Christus gericht leven. Het vervuld worden in de Geest staat hierin centraal. Hoe dat eruitziet, gaan we vandaag samen bekijken.
“15Let daarom nauwkeurig op hoe jullie wandelen, niet als onwijzen maar als wijzen, 16de gelegenheid ten volle benuttend, omdat de dagen kwaad zijn. 17Daarom: wees niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heer is. 18En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld in de Geest, 19tot elkaar sprekend in psalmen en lofzangen en geestelijke liederen, zingend en lofzingend in jullie hart tot de Heer, 20te allen tijde God en Vader dankzeggend voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus 21elkaar onderdanig zijnde in de vreze van Christus.” (Efe. 5:15-21 – eigen vertaling uit Grieks)
Laten we bidden.
WANDEL NAUWKEURIG (15-16)
“15Let daarom nauwkeurig op hoe jullie wandelen, niet als onwijzen maar als wijzen, 16de gelegenheid ten volle benuttend, omdat de dagen kwaad zijn.” (Efe. 5:15-16)
Paulus begint vers 15 met “daarom” of “dan”, net zoals hij hoofdstuk 5 opent als conclusie op hoofdstuk 4. Daar sprak hij over de gemeente als één lichaam en één Geest, en over het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe. Vanaf hoofdstuk 5 richt hij zich op onze wandel: theologie in de praktijk. Hij roept[1] ons op God na te volgen als geliefde kinderen en in liefde te wandelen, zoals Christus ons heeft liefgehad. Die levenswandel[2] staat tegenover die van de wereld: seksuele immoraliteit, onreinheid en hebzucht passen niet bij Gods volk. De kern van die verandering ligt in onze identiteit: niet langer duisternis, maar licht in de Heer[3], wat vrucht voortbrengt die goed, rechtvaardig en waar is.
Paulus versterkt het contrast door te zeggen dat we niet moeten deelnemen aan de “onvruchtbare werken van de duisternis”, maar die juist aan het licht moeten brengen. In vers 14 volgt de oproep: “Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.” Het hoofdstuk draait tot nu toe om transformatie: van morele slaap en duisternis naar een ontwaakt leven in het licht van Christus. Dat leidt tot vers 15: omdat we nu licht zijn en ontwaakt, moeten we nauwkeurig letten op hoe we wandelen. Paulus beweegt zo van identiteit naar activiteit — van wie we zijn naar hoe we leven vanuit die nieuwe identiteit.
Vers 15 begint met een dringend bevel: “let daarom nauwkeurig op hoe jullie wandelen.” Dit is geen suggestie, maar een oproep tot aandacht, precisie en doelbewust leven. Onze wandel gebeurt niet vanzelf. Paulus gaat ervan uit dat wie niet zorgvuldig wandelt, niet stilstaat maar afdrijft — weg van wijsheid, onderscheidingsvermogen en trouw. Daarom roept hij op tot geestelijke waakzaamheid en een eerlijke blik op ons leven. Dit staat haaks op leven op de automatische piloot, waarin we vooral reageren zonder reflectie of geestelijk bewustzijn. De reden geeft Paulus direct: “omdat de dagen kwaad zijn.” De wereld is niet geestelijk neutraal, maar probeert ons voortdurend af te leiden en te verleiden tot wat niet van God is.
Als we niet nauwkeurig letten op onze wandel, blijven we niet neutraal maar worden we gevormd. De vraag is niet óf we beïnvloed worden, maar waardoor. Van nature zijn we niet gericht op een zorgvuldig en geestelijk alert leven, maar op onachtzaamheid. We leven reactief: scrollen zonder denken, vullen stilte met geluid, zoeken afleiding en haasten ons zonder stil te staan bij wat ons vormt. Zo nemen we ongemerkt de waarden van de wereld over. Het begint bij het loslaten van zorgvuldig wandelen en het niet meer onderzoeken van ons leven en onze verlangens. Paulus wil echter niet dat we doelloos leven, maar ons wakker schudden tot een bewust en oplettend leven.
Hij zegt niet te wandelen als onwijzen, maar als wijzen. Dat gaat niet over intellect, maar over leven vanuit Gods perspectief en daaraan gehoorzamen. Onwijs zijn is niet domheid, maar leven alsof Gods wil er niet toe doet. Wijs wandelen betekent geestelijk helder leven: onderscheiden wat waar, goed en blijvend is tegenover wat ruis is. Paulus onderstreept de urgentie door te zeggen dat we elke gelegenheid ten volle moeten benutten. Dat gaat minder over productiviteit en meer over het grijpen van door God gegeven momenten, zodat ze niet verloren gaan. Paulus zegt hetzelfde in Kolossenzen 4:5: “Wandel met wijsheid bij hen die buiten zijn, en buit de geschikte tijd uit.” In de grondtekst gebruikt hij in beide gevallen dezelfde termen.
Opnieuw geeft Paulus dezelfde reden: “omdat de dagen kwaad zijn.” We leven in een wereld waarin kansen voor het goede worden tegengewerkt, verdraaid of gemist als we ze niet bewust grijpen. Daarom wil Paulus dat we leven in afstemming op de Geest, zodat we de door God gegeven gelegenheden benutten. Dat is wijs leven: niet passief, maar actief — het moment herkennen en ernaar handelen. Ons leven staat in een spanningsveld tussen twee werkelijkheden: Christus is gekomen, Zijn licht is doorgebroken en de nieuwe schepping is begonnen, maar de wereld verzet zich nog steeds tegen God. Daarom zegt Paulus dat God ons heeft bevrijd uit de macht van de duisternis (Kol. 1:13) en dat Christus ons heeft gered uit deze tegenwoordige slechte wereld (Gal. 1:4). We leven in een werkelijkheid waarin elk moment óf een gelegenheid tot trouw is óf een moment van afdwaling. Daarom klinkt Paulus’ oproep zo dringend: verspil je leven niet door onbewust te leven.
Jezus laat perfect zien hoe dit eruitziet. Hij leefde niet passief, dreef niet doelloos mee en reageerde niet op de automatische piloot. Hij leefde in volledige afhankelijkheid van de Vader: Hij zei en deed wat de Vader Hem opdroeg. Hij weerstond verleiding met helderheid en handelde in wijsheid in elke situatie. Hij benutte de tijd niet door haast, maar door elk moment in overeenstemming met Gods wil te leven. En hierin is het goede nieuws: Jezus laat niet alleen zien wat wijsheid is, Hij geeft ook de kracht om zo te leven. Door Zijn dood en opstanding zijn we bevrijd uit de macht van de duisternis, zodat we door Zijn Geest kunnen leven als wijze, onderscheidende mensen die de tijd benutten. Dat is Paulus’ oproep: wandel zorgvuldig, niet onachtzaam; leef wijs, niet reactief; benut de tijd, verspil haar niet. De vraag is dan: wat vormt jouw denken elke dag? Welke gewoonten vertroebelen misschien je geestelijke alertheid om wijs te leven?
WANDEL IN ZIJN WIL (17)
“17Daarom: wees niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heer is.” (Efe. 5:17)
Paulus sluit dit gedeelte af met een scherp contrast: er zijn uiteindelijk twee manieren om te leven — met geestelijk onderscheidingsvermogen of in dwaasheid. Een middenweg bestaat niet. Dwaasheid is hier niet intellectueel tekort, maar leven zonder zich tot God te wenden en daardoor de werkelijkheid verkeerd inschatten. Je kunt hoogopgeleid, succesvol en bewonderd zijn, en toch dwaas in Gods ogen. Ware wijsheid gaat niet alleen over kennis, maar over leven vanuit Gods perspectief.
Daarom klinkt Paulus’ bevel opnieuw: “wees niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heer is.” Hij bedoelt daarmee niet dat we verborgen details over de toekomst moeten ontdekken, maar dat we leren denken, zien en leven volgens Gods geopenbaarde wil in Zijn Woord. Het is een oproep tot vernieuwd denken, zodat we niet impulsief of onnadenkend leven, maar steeds meer leren kijken naar de werkelijkheid zoals God die ziet.
Van nature vertrouwen we eerder op onszelf dan op God. We behandelen gevoelens als betrouwbare gidsen, geven onze verlangens het hoogste gewicht en vertrouwen op onze instincten. Maar de zonde verstoort onze waarneming en vertroebelt ons oordeel, waardoor dwaasheid als wijsheid kan aanvoelen. Daarom klinkt Paulus’ oproep zo dringend: wees niet onverstandig, maar leer denken, zien en leven vanuit Gods perspectief. Want als we ons niet bewust laten vormen door Gods waarheid, worden we ongemerkt gevormd door de wereld om ons heen.
Jezus begreep de wil van de Vader volkomen en gehoorzaamde die. Hij handelde nooit onafhankelijk van de Vader. In Johannes 4:34 zegt Hij: “Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.” Gehoorzaamheid was voor Hem geen last, maar Zijn voedsel, vreugde en doel. Waar Adam faalde en waar wij falen, gehoorzaamde Christus. Waar wij kozen voor zelfbestuur, onderwierp Hij Zich volledig aan de Vader. Door Zijn dood en opstanding vergeeft Hij ons niet alleen, maar verandert Hij ons ook wanneer we voor Zijn aangezicht leven. Hij geeft Zijn Geest om niet alleen te informeren, maar om onze gedachten, verlangens en instincten te hervormen naar Gods perspectief. De vraag wordt dan concreet: zoeken wij Gods wijsheid in Zijn Woord, of worden we meer gevormd door de cultuur om ons heen? Willen we leven naar Gods wil, of liever zelf op de troon zitten? Zoals Chuck Missler[4] zei: “De veiligste plek om te zijn is in het midden van Gods wil, waar dat ook mag zijn.”
Maar dit onderscheidingsvermogen ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om een gewoonte van wijsheid. We groeien in wijsheid wanneer we mediteren op het Woord in plaats van er vluchtig doorheen te gaan, wanneer we bidden voordat we beslissingen nemen in plaats van impulsief te reageren, en wanneer we wijs advies zoeken en ons leven regelmatig voor God onderzoeken. Waar de wereld ons leert direct te reageren, leert geestelijke wijsheid juist zorgvuldig, bewust en in afhankelijkheid van Hem te leven.
WANDEL VERVULD (18)
18En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld in de Geest” (Efe. 5:18)
Nu komt Paulus tot de kern van het hele gedeelte. Alles wat hij zei over nauwkeurig wandelen, wijs leven en het begrijpen van de wil van de Heer komt samen in het centrale gebod: “En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld in de Geest” Dit is geen losse instructie, maar de bepalende realiteit achter alles wat eraan voorafgaat. Paulus geeft geen advies voor zelfverbetering; hij stelt de fundamentele vraag: wie heeft de controle over jou? Hij begint negatief: word niet dronken van wijn. In Paulus’ tijd was dronkenschap een bekend onderdeel van het sociale leven, maar hij gebruikt het niet als een preek over alcohol. Het is een beeld voor iets diepers. Dronkenschap neemt namelijk de overhand: het vervormt waarneming, vermindert zelfbeheersing en verandert gedrag. Iemand onder invloed verliest de controle over zichzelf.
Paulus zegt dat dit leidt tot wat hij “losbandigheid” noemt. Oorspronkelijk verwees het woord naar iets of iemand dat niet meer te redden was, en vandaaruit kreeg het de betekenis van verval. In de praktijk beschrijft het een leven van verspilling, excessen en gebrek aan zelfbeheersing, zoals bij dronkenschap. In deze context kun je het lezen als wat er gebeurt wanneer iets anders dan God het menselijk hart regeert. Het vormt het negatieve contrast bij Paulus’ oproep: een roekeloos en onverstandig leven, los van het verstaan van Gods wil.
Maar dan komt het contrast: “maar word vervuld in de Geest.” De woordkeuze van Paulus is hier belangrijk. In de grondtekst staat een passieve werkwoordsvorm: wij vervullen onszelf niet als een soort zelfverbeteringsproject. Het is niet iets dat we door inspanning of wilskracht bewerken. Nee, wij worden vervuld. Christus is degene die vervult, en de Heilige Geest is het middel waardoor dat gebeurt. Paulus beschrijft ook geen eenmalige emotionele ervaring, maar een voortdurend en herhaald vervuld worden in de Geest. Het is geen moment, maar een levenswijze.
Hoe ziet dit eruit? Hoewel het een passieve werkwoordsvorm is, betekent dat niet dat wij passief zijn. Het gaat om een “toelatend passief”: wij worden vervuld, maar in een houding waarin we actief ruimte geven dat dit gebeurt. Geen geestelijke luiheid of afwachten, maar actieve overgave. Precies die houding heeft Paulus al geschetst. Vervuld zijn in de Geest staat niet los van wat voorafgaat, maar is de bekroning ervan. Zij die vervuld worden in de Geest zijn degenen die nauwkeurig leren wandelen als wijzen, de tijd benutten, niet onverstandig zijn maar de wil van de Heer verstaan, en zo weerstand bieden aan alles wat invloed en controle wil uitoefenen—juist omdat de dagen kwaad zijn.
Invloed is hier het kernwoord. Niemand is neutraal; de vraag is niet óf je wordt beïnvloed, maar waardoor. Paulus zet daarom een scherp contrast: laat je niet leiden door wat je vervormt, maar geef je voortdurend over aan de Geest. Van nature zoeken we houvast, troost en voldoening, en wenden we ons tot allerlei dingen die dat lijken te bieden: vermaak en afleiding, prestatie en streven, goedkeuring, drukte of materiële zaken. We zijn creatief in wat ons vult, maar dit zijn vervangingen voor wat alleen God kan geven. En ze vullen niet alleen niet, ze vormen ons ook—ze beïnvloeden onze verlangens, reacties, aandacht en uiteindelijk onze identiteit.
De echte vraag is dus: wat vervult je? Want er is altijd wel iets. Paulus wijst op iets beters: het leven is bedoeld om geleefd te worden onder de voortdurende invloed van de Heilige Geest, verankerd in Christus Zelf. Jezus is het volmaakte voorbeeld van een leven vol van de Geest: niet gekenmerkt door onafhankelijkheid, maar door de Geest gedragen gehoorzaamheid. Door Zijn dood en opstanding en bij Pinksteren heeft Hij de Heilige Geest gegeven aan Zijn lichaam, de Gemeente. Alleen wie met Christus verbonden is, heeft de Geest en kan door Hem vervuld worden. Een leven vol van de Geest staat dus nooit los van de gekruisigde en opgestane Heer. Dezelfde Christus die redt, is ook degene die Zijn Geest geeft. Zo’n leven is niet passief of gericht op incidentele piekervaringen, maar een dagelijks leven van bewuste overgave.
Dus de vraag is: wat strijdt om de controle over ons leven? Waar zoeken we troost? Wat bepaalt onze reacties onder druk? Wat vult onze gedachten wanneer niemand kijkt? Wat verzwakt onze gevoeligheid voor Gods stem? We kunnen de kracht van de Geest niet zelf opwekken, maar we kunnen Hem wel weerstaan, of we kunnen ons eraan overgeven. Daarom is Paulus’ oproep uiteindelijk helder: laat je vormen door de Geest van God.
WANDEL VRUCHTBAAR (19-21)
“19tot elkaar sprekend in psalmen en lofzangen en geestelijke liederen, zingend en lofzingend in jullie hart tot de Heer, 20te allen tijde God en Vader dankzeggend voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus 21elkaar onderdanig zijnde in de vreze van Christus.” (Efe. 5:19-21)
Paulus gaat nu van gebod naar bewijs: hoe ziet een leven vol van de Geest eruit? Wat komt voort uit iemand die voortdurend vervuld wordt in de Geest? Dat is precies wat Paulus in deze verzen laat zien. In de HSV lijkt vers 18-20 een opsomming door het herhaalde “en”, waardoor het als losse activiteiten klinken die we bovenop vervullen moeten doen, en vers 21 vaak los wordt gelezen. Maar in de grondtekst is de samenhang heel duidelijk: het passieve “word vervuld” in vers 18 hangt grammaticaal samen met vijf deelwoorden in vers 19-21. Paulus laat daarmee zien dat deze handelingen niet losstaan van de vervulling in de Geest, maar juist de zichtbare uitwerking en resultaat ervan zijn.
Wat zijn deze vijf deelwoorden? Het gaat om: sprekend, zingend, lofzingend, dankzeggend en elkaar onderdanig zijnde. Wat direct opvalt, is hoe alledaags Paulus’ antwoord is. Het vervuld zijn in de Geest wijst niet op spectaculaire ervaringen of emotionele hoogtepunten, maar op spreken, zingen, danken, nederigheid en relaties. Daarnaast is het sterk gemeenschappelijk van karakter. Dit is geen geïsoleerd individueel geestelijk leven, maar iets dat zichtbaar wordt in de omgang met elkaar. Gelovigen spreken elkaar toe met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zingen en maken melodie in hun hart voor de Heer, danken altijd en voor alles, en onderwerpen zich aan elkaar in de vreze van Christus. Een leven vol van de Geest is dus niet alleen persoonlijk, maar vormt juist de onderlinge relaties.
Dit zijn niet de oorzaken van de vervulling in de Geest, maar de gevolgen. Het is de overvloed die naar buiten komt. Een boom hoeft zich niet in te spannen om vrucht te dragen; vrucht laat simpelweg zien wat voor leven erin zit. Zo laten deze dingen de aanwezigheid en invloed van de Heilige Geest in het leven van de gelovige zien. Paulus zet dronkenschap tegenover vervulling in de Geest: wie dronken is, wordt beheerst door alcohol, zichtbaar in spraak, gedrag en relaties. Zo wordt ook zichtbaar wanneer de Geest een gelovige vervult en leidt. Belangrijk is om oorzaak en gevolg niet om te draaien: het vervuld zijn in de Geest brengt deze dingen voort als resultaat. Maar andersom geldt niet dat deze dingen doen ons vervolgens vervullen in de Geest.
Ten eerste: de Geest verandert de manier waarop we spreken. In plaats van kwetsende woorden is er aanmoediging; in plaats van mensen af te breken is er waarheid en genade; in plaats van over mensen te praten, spreken we met hen. In plaats van negativiteit is er aanbidding en lofprijzing. Onze mond onthult wat ons hart vervult. We spreken tot elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. We bemoedigen elkaar met de waarheid over God, herinneren elkaar aan Zijn trouw en zingen het evangelie in elkaars leven. De vroege kerk zong theologie en Christus. Waarom? Omdat waarheid, gedragen door aanbidding, de ziel versterkt en de gemeente vormt. Een gemeente vervuld in de Geest is niet zomaar een gemeente met muziek, maar een gemeenschap waar aanbidding voortkomt uit harten die gegrepen zijn door Christus. De Geest maakt ons zingend en lofprijzend in ons hart tot de Heer. Aanbidding is niet alleen uiterlijk, maar een innerlijke toewijding. De Geest verandert niet alleen onze woorden, maar ook ons hart en onze gevoelens.
Ten tweede: de Geest maakt ons te allen tijde dankbaar voor alles. Dit is een van de duidelijkste bewijzen van Zijn werk in ons leven: dankbaarheid. Het vlees moppert, de Geest dankt. Het vlees vindt altijd iets om over te klagen; de Geest leert danken. Onze natuurlijke neiging is klagen, ontevredenheid, afgunst, bitterheid en zelfmedelijden. We richten ons op wat we missen, wat irriteert en wat tegenvalt. In onze cultuur is klagen zelfs bijna tot een deugd verheven: cynisme als wijsheid en negativiteit als volwassenheid. Maar wie vervuld is in de Geest wordt steeds meer gekenmerkt door dankbaarheid. Niet omdat het leven altijd makkelijk is, en niet omdat lijden verdwijnt, maar omdat we weten dat God aan het werk is, zelfs in moeilijke omstandigheden. Elke zegen komt van de Vader door Christus. En dat maakt ons te allen tijde dankbaar, in alles wat we ontvangen.
En als laatste maakt de Geest ons aan elkaar onderdanig in de vreze van Christus. Het vlees verheft zichzelf, maar de Geest brengt nederigheid voort. Onze natuurlijke neiging is zelfgerichtheid: voorop willen staan, onze zin doordrijven, belangrijk gevonden worden. Maar wie vervuld is in de Geest leert denken in termen van dienen: hoe kunnen we de ander bemoedigen, helpen en boven onszelf stellen? Dit onderdanig zijn is geen zwakte, maar ware nederigheid: jezelf in liefde ten dienste van de ander stellen uit eerbied voor Christus. En dat wijst direct naar Hem. Christus vernederde Zichzelf, diende, gehoorzaamde de Vader, nam de gestalte van een dienaar aan, waste voeten, omarmde lijden en ging in liefde naar het kruis. De Geest vormt datzelfde karakter in allen die vervuld met Hem leven. Vervuld zijn betekent gelijkvormig worden aan Christus. De Geest maakt ons niet indrukwekkender, maar meer zoals Jezus.
Dus: wat vloeit er consistent voort uit je leven? Dankbaarheid of gemopper? Aanbidding of cynisme? Nederigheid of zelfverzekerdheid? Aanmoediging of anderen afbreken? Wat er uit ons voortkomt, onthult wat ons beheerst. Een leven vol van de Geest is zichtbaar in alledaagse momenten: hoe je met je partner spreekt, hoe je reageert op ongemak, hoe je medegelovigen behandelt, hoe je zingt in de eredienst, hoe je omgaat met conflicten en hoe je reageert wanneer dingen niet gaan zoals je wilt. Zo’n leven is niet verborgen in mystieke ervaringen, maar zichtbaar in veranderde spraak, houdingen, relaties en eredienst.
CONCLUSIE
Het gaat in deze verzen niet om harder je best doen om geestelijk te zijn. Vastberadenheid alleen brengt ons daar niet. Tegelijk worden we ook niet opgeroepen tot passiviteit of wachten op een doorbraak. Paulus wijst op iets realistischer: een leven van voortdurende overgave aan de transformerende leiding van de Geest. Ons christelijk leven is niet gebouwd op eigen kracht. Dezelfde Geest die Christus uit de dood heeft opgewekt, woont in ieder die in Hem is. Paulus roept ons op die Geest werkelijk ruimte te geven om ons te vormen naar Gods wil.
De oproep is dus eenvoudig, maar niet oppervlakkig: wandel zorgvuldig, zoek de wil van de Heer, weersta elke concurrerende macht die om je hart strijdt, en blijf je steeds opnieuw overgeven aan de leiding van de Geest. Naarmate Hij ons vervult, wordt Christus zichtbaar in onze aanbidding, woorden, relaties, dankbaarheid en in ons hele leven.
Als je je nog niet aan Jezus hebt overgegeven, dan is vandaag het moment. Kies in geloof voor Christus als Degene die je hart regeert. Vertrouw op het bloed van Jezus dat voor jou aan het kruis is vergoten en geef je leven aan Hem over.
Laten we bidden.
[1] Efe. 5:1-2
[2] Efe. 5:3-7
[3] Efe. 5:8-10
[4] “The safest place to be, is in the center of God's will, wherever that may be.” ~ Chuck Missler