Vanmorgen lezen we verschillende verzen uit een geschiedenis die we denk ik allemaal kennen. Dit is een geschiedenis die ook buiten de kerk bekend is. Een geschiedenis die ons meeneemt in het verhaal van een herdersjongen en een reus. De geschiedenis uit 1 Samuel 17 namelijk, David en Goliath. Ondanks dat we het altijd over David en Goliath hebben zijn er meerdere mannen die een rol spelen in deze geschiedenis. Zo hebben we dus Goliath de Reus, Eliab de broer, Saul de koning en David de herderjongen. Ik wil graag met jullie kijken naar het gedrag en de houding van deze mannen en kijken wat wij daar vandaag de dag van kunnen leren.
Laten we bidden.
Sla alstublieft uw bijbel open op 1 Samuel 17. We lezen de verzen 4 tot en met 11.
1 Samuel 17 begint met Goliath en we krijgen een introductie van deze Filistijn. We leren hem kennen door een aantal verzen heen. We lezen hoe hij heet, waar hij vandaan komt en hoe groot hij is. Goliath was een kampvechter, een reus van een man, een man om rekening mee te houden, maar dus ook 1 van de sterkste soldaten. Want hoe kwam hij in de positie om Israël uit te dagen. Blijkbaar waren er in het kamp van de Filistijnen kamp gevechten en deed Goliath daaraan mee en heeft deze zelfs gewonnen. In het Engels staat er dan ook het woord champion als omschrijving van Goliath. Misschien hadden deze kamp vechten een rol waardoor Goliath kwam boven drijven. We weten het niet maar Goliath vertegenwoordigd de Filistijnen. In zijn hand lag vrijheid of slavernij. Als hij won hadden ze vrijheid en kregen ze een heel volk slaven erbij maar de keerzijde, als hij verloor werden hun slaven. De Filistijnen hadden dus een groot vertrouwen in hem.
Maar ook zijn uiterlijke kenmerken vallen op. Hij is ongeveer 3 meter groot. Zijn harnas woog tussen de 50 en 65 kilo en alleen de punt van zijn speer woog al tussen de 6 en 8 kilo. Dit was een man die de uitstraling had van een strijder. Dit was de man die het leger van Israël uitdaagde, 2x per dag, 40 dagen lang. Als we naar de woorden van Goliath kijken dan vallen er een aantal kenmerken op. Goliath was namelijk niet alleen van jongs af aan een strijdbare man maar hij is vooral hoogmoedig en trots.
Vers 8: Ben ik niet een Filistijn, kies een man die naar mij komt. Vers 10 heden hoon ik en geef mij een man om mee te vechten. Later komen we nog meer uitspraken tegen waarin we de trots van Goliath zien. Goliath vertrouwde op zijn trots. Spreuken 16:18 waarschuwt ons voor trots. Daarin staat: Trots komt vóór de ondergang, hoogmoed komt vóór de val. We gaan straks lezen dat deze trotse en hoogmoedige houding inderdaad voor de val komt. Maar hier zit ook de waarschuwing voor ons in. We kunnen zo makkelijk in trots en hoogmoed vervallen. Een compliment kan ons een mate van trots geven en er kan een zaadje groeien van hoogmoed.
Volgens de Dikke van Dale heeft trots 2 betekenissen.
De eerste betekenis is in de positieve vorm: Trots zijn op de prestatie van iets of iemand anders. Ik weet nog goed een van de eerste keren dat mijn zoon Noah in de band mee mocht spelen op zijn gitaar. Ik was zo trots op hem. Ik ben dus trots op de prestatie van iemand anders. Maar de 2e betekenis is in de negatieve zin. De betekenis is dan: Sterk eergevoel of een te hoge dunk van jezelf. Dit is degene waar er een zaadje van hoogmoed gepland wordt. Trots draait dan niet meer op de prestatie van iemand anders maar het wordt dan egoïstisch. Kijk eens hoe goed IK dat heb gedaan, IK heb dit bereikt en IK ben degene die de eer hoort te krijgen. Trots wordt een zonde wanneer het om mij draait en IK de eer krijg. De wereld om ons heen verteld ons juist dat we trots moeten zijn. Er zijn hele bewegingen die zich PRIDE noemen. Hoe trots ben je als je je beweging trots noemt. En hoe erg dwalen we af met een trotse houding.
De bijbel staat vol met waarschuwingen tegen trots. We hadden Spreuken 16:18 al gelezen dat: Trots komt voor de ondergang, in Spreuken 8:13 staat: De vreze des HEEREN is het kwade te haten; hoogmoed, trots en de verkeerde weg en een mond vol verderfelijke dingen haat Ik. Trots en hoogmoed is dus niet alleen een zonde, de Heere haat het zelfs. We lezen niet alleen waarschuwingen, we zien ook de voorbeelden van trots in de Bijbel. We kunnen bijvoorbeeld lezen in Jesaja 14:12-15 dat de duivel trots werd en dat hij dezelfde positie als God wilde. Hij werd trots en hoogmoedig en daardoor is hij gevallen. Ook in onze prekenserie over Daniel hebben we gelezen over een man die trots en hoogmoedig was, Koning Nebukadnezar. Daniel hoofdstuk 4 laat het verhaal zien waarin hij als koning valt onder de zonde van trots. Hier legt ook voor ons het gevaar, we kunnen zo gemakkelijk trots worden. Hoogmoed klopt aan de deur van ons hart en een klein zaadje trots kan een grote koning laten vallen. Ik heb naar aanleiding van deze preek ook meegemaakt hoe trots je hart in sluipt en is het ook een lange weg geweest tot ik hier sta. Ik kan dan ook echt zeggen dat ik tegen mezelf preek. Dus of je nou Goliath bent, of een koning, wat je positie ook is. Trots klopt bij ons allemaal aan de deur.
De vraag is, wat doen we om trots buiten de deur van ons leven te houden. Wat doen we als het zaadje van trots gepland is? Trots zijn is een zonde die we moeten afleggen. Laten we het volgende vers lezen. 1 Samuel 17:28
De volgende persoon die we tegenkomen is Eliab. Eliab is de oudste broer van David. In plaats van naar hem toe te rennen om hem te begroeten ontstak Eliab in woede tegen David. Hij zegt, waarom ben je eigenlijk gekomen. Wat een houding van deze broer. Waar komt die woede vandaan? Misschien was die wel boos op zichzelf dat hij het gevecht niet aandurfde met Goliath. Misschien was hij wel boos op de situatie waar ze inzaten. Misschien voelde hij zich machteloos door wat hem was overkomen en richtte hij zijn frustratie af op zijn jongste broertje. Misschien was hij ook wel jaloers op David. We kunnen lezen in 1 Samuel 16:7 dat Eliab niet gekozen wordt door Samuel tot koning en dat God hem zelfs verworpen heeft en in 1 Samuel 16:13 kunnen we lezen dat David te midden van zijn broers gezalfd wordt door Samuel. Hoe dan ook we zien dat hij zichzelf in woede een leugen voorhoudt. Hij zegt in het laatste deel van vers 28: Ik ken je overmoed en de slechtheid van je hart wel, want je bent gekomen om het gevecht te zien. Welk gevecht wilde David zien? Er was geen gevecht. Ze stonden namelijk al 40 dagen met angst en beven tegen over de Filistijnen. Eliab doet hier of er dagelijks gevochten wordt maar ook hij doet niks. Hij is niet naar voren gestapt. Wat hij hier dus zegt is een leugen. Hij zegt, Ik weet waarom je hier bent, maar is dat echt zo?
We kunnen namelijk is vers 17 en 18 lezen waarom hij daar is. David is daar namelijk om eten te brengen bij zijn broers, om 10 kazen te brengen bij de bevelhebber en om een teken van leven mee terug te nemen naar zijn vader. We kunnen leren van deze broer in hoe het niet moet. Deze broer worstelt namelijk met een boos karakter. Boosheid is een zonde die kapot maakt. Uit egoïsme worden we vaak onterecht boos. Wanneer het niet gaat zoals we willen worden we boos. Ik word namelijk afgesneden in het verkeer dus mag ik best wel even de auto voor me laten weten dat hij fout is. De vrucht van de leugen ligt ook op de loer in boosheid. Hoe vaak zeggen we dingen uit boosheid die we niet menen of die niet waar zijn. Boosheid is een monster die eruit wilt, een vulkaan die op uitbarsten staat en alles vernietigd wat op zijn pad komt.
In Efeze 4:24-27 staat het volgende: En u bekleedt met de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is, in ware rechtvaardigheid en heiligheid. Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid, ieder tegen zijn naaste; wij zijn immers leden van elkaar. Word boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, en geef de duivel geen plaats.
Even voor de duidelijkheid, ook boosheid heeft 2 kanten, net zoals bij trots. We moeten boos worden op onrecht maar de sleutel legt in Efeze 4:26 Wordt boos maar zondig niet. En ja, je middelvinger opsteken naar de auto voor je die je afsnijdt in het verkeer is zonde. Er zit dan boosheid in je hart in plaats van naaste liefde. Wanneer we tot geloof zijn gekomen en Jezus volgen dan zijn we een nieuwe schepping volgens Efeze 4:24 en 2 Korinthe 5:17. We zijn dan bekleed met de nieuwe mens, geschapen overeenkomstig het beeld van God. Wanneer wij ons dus inlaten met boosheid dan wandelen we naar het vlees in plaats van naar de Geest volgens Galaten 5:17. Maar hoe doe je dat nou? Iets afleggen. Leg de zonde af is zo een christelijke zin die mooi klinkt maar hoe kunnen we dit nou praktisch doen?
Als eerste is het belangrijkst dat we erkennen dat we een probleem hebben. Het probleem is dat we zondaren zijn! Daarom beginnen ze altijd bij de praatgroepen. Hallo ik ben Marcel en ik ben een zondaar of vul maar in waarvoor je daar zit. Het probleem is zonde die zich op allemaal verschillende manieren uit. De een is een zondaar die trots is de ander is een zondaar die boos wordt weer een ander is een zondaar die steelt of een zondaar die overspel pleegt. Je kan zeggen ik wordt niet meer boos. Dan ben je gewoon een zondaar die niet meer boos wordt. We moeten dus naar het probleem kijken en niet naar de uitwerking.
Zie het als een ui. Een ui heeft allemaal lagen. De eerste laag die je ziet is misschien boosheid. Je kan dan zeggen ik haal de buitenste laag eraf en klaar. Maar daaronder zit een nieuwe laag. Daar zit misschien jaloersheid, de volgende laag is misschien wel trots, of welke zonde we maar kunnen bedenken. We moeten niet proberen de lagen weg te halen want er blijven maar nieuwe lagen komen. We moeten naar de kern van het probleem. Naar de wortel. We moeten naar het hart. Er moet een verandering plaats vinden. Niet een verandering van buiten uit, dus een laag weg pellen. Nee, de verandering moet van binnenuit gebeuren. Er moet een harts verandering plaatsvinden.
Nu komen we bij het punt waar het echt lastig wordt. Want zoals elk kind van 2 zegt, ikke doen. Wij willen onszelf beter maken. Wij willen zelf de touwtjes in handen nemen. Wij willen op onze troon zitten. Maar daar gaat het fout. Wij kunnen dit niet zelf. Wij kunnen ons niet zelf aan de wet van Mozes houden en al de geboden en verboden in acht nemen. De wet is er niet om te laten zien als je dit allemaal doet dan ben je een goed mens. De wet is er om te laten zien dat je dit niet alleen kan. We moeten op het punt komen dat we beseffen dat we een zondaar zijn en dat we Jezus nodig hebben in ons leven. Hij is het die gestorven is aan het kruis en die onze zonden op zich nam. Hij is degene waar Johannes de Doper over sprak in Johannes 1:29 toen hij zei. Zie het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.
Je zonden afleggen is dus een keuze: kies ervoor om te erkennen dat je een zondaar bent die zonde heeft. Kies ervoor om je zonde te belijden bij Jezus. Bidt dat Jezus je van binnenuit veranderd. Praat er met mensen over. Breng je zonde in het licht en vraag of mensen deelgenoot willen worden van jou strijdt. We zijn 1 lichaam, 1 kerk. Doe deze strijdt niet alleen. Raap niet als je bij punt 5 bent gekomen weer je zonde bij elkaar en neem het mee naar huis. Om vervolgens weer bij 1 te beginnen. Laat 5 het eindstation zijn en laat het bij Jezus achter.
Als je nou denkt. Ja leuk, dat zeg je makkelijk dan heb je het mis. Hier is namelijk niks makkelijks aan. Het heet niet voor niks een strijd. Zonde schiet namelijk wortel in ons hart waardoor het niet alleen maar oppervlakkig is en wanneer we het een beetje verbloemen het wel meevalt. Weet u dat de wortels van een boom net zo groot zijn ondergronds als de takken bovengronds. Hoe groter de boom, hoe groter de wortels. Hoe groter de zonde hoe hardnekkiger de wortel. Laat Jezus de tuinman zijn van uw hart en laat Hem de wortels van zonde aanpakken. En dit betekent dus dat je misschien wel elke week, misschien wel elke dag en misschien wel elk uur, elke minuut of zelfs elke seconde ervoor moet kiezen om te breken met zonde. Dus niet jij alleen met je strijdt. Maar jij en Jezus en de mensen om je heen. Maak de keuze in Jezus naam om niet te buigen voor zonde en ga het gevecht biddend aan. Vecht op je knieën en erken wat in Hebreeën 12:4 staat. U heeft nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in uw strijd tegen de zonde.
Laten we verder lezen in 1 Samuel 17 vers 31 tot en met vers 39.
De volgende persoon waar we naar gaan kijken in deze geschiedenis is koning Saul. Saul is op dit moment de koning van Israël. In vers 11 hebben we gelezen: Toen Saul en heel Israël deze woorden hoorde, waren zij ontsteld en zeer bevreesd. Ik heb lang over deze zin nagedacht. Hoe komt het dat Saul zo bevreesd was. Waar komt deze angst vandaan? Dit is toch de door God uitgekozen koning en door de profeet Samuel gezalfde man. We kunnen in het boek 1 Samuel lezen over de moed en strijdbaarheid van Saul en toch was er iets in hem wat hem had overmeesterd.
Blader eens mee terug naar 1 Samuel 10:20-24.
1 Samuel 10:20-24. Saul wordt door het lot aangewezen als de man die tot koning gezalfd moet worden. Maar in vers 22 valt iets op, daar staat. De Heere zei: Zie, hij heeft zich tussen de bagage verstopt. Saul had zich tussen de bagage verstopt. Er was niet eens strijd, er was niet een vijand die zich daar opstelde. De profeet Samuel kwam om een koning uit te kiezen. Is Saul wel de strijdbare en moedige koning die we denken dat hij is? Waar laat Saul zich door leiden? Saul laat zich leiden door angst. We lezen in vers 23 dat hij er met kop en schouder bovenuit torent, maar hij zat verstopt achter de bagage. Is dat niet wat angst met ons doet? Verlamd het ons niet zo dat we ons liever verstoppen. Dit soort angst is een slechte raadgever.
In 1 Samuel 13 kunnen we lezen dat de angst weer de kop op drukt. Saul worstelt niet net zoals Goliath met trots en hoogmoed. Of met boosheid en leugens zoals Eliab. Angst heeft zich geworteld in het hart van Saul. Saul is bang voor de reactie van de soldaten en bang dat iedereen wegvlucht dus gaat hij zelf het offer brengen dat gewoon was om te doen voordat ze in de strijd gingen. Maar in afwezigheid van Samuel, die het offer zou gaan brengen, offert Saul zelf. Ja er kwam een strijd aan en ja er moest een offer gebracht worden. Maar God behaagd meer blijdschap in het dienen van Hem dan traditie. We moeten God meer vrezen dan mensen. Maar angst maakt dat we mensen meer vrezen dan God.
Een paar hoofstukken verder in 1 Samuel 15:23 kunnen we lezen dat de ongehoorzaamheid ook in zijn hart plaats vindt. Saul wordt ongehoorzaam aan God waardoor God Saul heeft verworpen als koning. Terug in 1 Samuel 17 heeft Saul misschien wel de gedachten bij wat er allemaal eerder heeft plaats gevonden. Samuel heeft tegen hem gezegd dat hij is verworpen als koning door God en God niet langer met hem is als koning en nu staat er een reus voor hem die hem uitdaagt. In plaats van zelf zijn wapenrusting aan te trekken en tegen Goliath te strijden blijft Saul in zijn tent en geeft zijn wapenrusting weg aan David. In 1 Samuel 12:2 zegt de profeet Samuel nadat hij Saul tot koning heeft gezalfd: En nu, zie, de koning gaat u voor. Alleen op dit moment in de geschiedenis gaat Saul zijn volk niet meer voor, hij laat iemand anders voor gaan en wel David.
In Jeremia 17:7 staat: Gezegend is de man die op de Heere vertrouwd, wiens vertrouwen de Heere is. Saul vertrouwde niet meer op God waardoor hij werd verstoten als koning door God. Angst is een gevoel die in de weg kan staan van groei. Angst maakt dat we niet uitstappen. Angst houdt ons klein wanneer we groot moeten zijn. Angst laat ons wegvluchten wanneer we stand moeten houden. Angst laat ons stil zijn wanneer we moeten praten. Angst houdt ons weg bij God vandaan. Angst is het tegenovergestelde van wat God zegt tegen Jozua in Jozua 1:9 Heb ik u niet geboden? Wees sterk en Moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de Heere, uw God, is met u, overal waar u heen gaat. Laat angst niet de raadgever zijn maar Jezus, Hij is de Wonderbare Raadsman.
Laten we verder gaan en de laatste paar verzen voor vandaag lezen. 1 Samuel 17:40 tot en met 51.
We zijn aanbeland bij de volgende persoon en dat is de herdersjongen David. En we zullen zien dat het karakter van David niet overeenkomt met de karaktereigenschappen van Goliath, Eliab en Saul. David was de jongste van de 8 zonen van Isaï. We weten niet hoe oud hij is maar er zijn een aantal dingen die we wel weten. David komt al aan het hof van Saul om op de harp te spelen wanneer die onrustig is en door een boze geest bij de Heere vandaan angst wordt aangejaagd. Ook is David hier al tot koning gezalfd door Samuel, daar kunnen we het hoofdstuk hiervoor over lezen. We zien al gelijk een hele andere houding als Goliath. Goliath was trots en hoogmoedig maar David neemt hier een nederige houding aan. We hebben namelijk niks gelezen van David dat die zegt, Saul, luister, God heeft jou verstoten. Ik ben al tot koning gezalfd. Jij moet dus even aan de kant en ik ga dit even regelen. Nee, hij zegt zelfs tot 3 x toe tegen Saul over zichzelf, Uw dienaar. Hij weet dat het nog niet zijn tijd is en wacht op God Zijn tijd.
Er zijn nog een aantal dingen die opvallen bij David. In vers 23 lezen we dat Goliath dezelfde woorden sprak. Dezelfde woorden uit vers 8 tot en met 11. En in vers 26 Wie is deze onbesneden Filistijn dat hij de gelederen van de levende God durft te honen. Goliath daagde niet alleen het leger van God uit, hij daagde God zelf uit. David hoorde deze woorden en het liet hem niet koud. Hoe is dit met ons, hoe is dit met u? Laat het u koud wat een ander over God zegt? Blazen we de aftocht wanneer er iets over God gezegd wordt of hebben we de moed om op te staan voor Zijn Naam. Durven we ons uit te spreken voor God. Durven we te zeggen, wie is deze onbesneden Filistijn die de gelederen van de levende God durft te honen. David deed dit en wij mogen zijn voorbeeld volgen. In vers 37 hebben we gelezen: Verder zei David: De Heere, Die mij uit de klauwen van de leeuw gered heeft en uit de klauwen van de beer, Die zal mij redden uit de handen van deze Filistijn. We zien hier een mooi contrast tussen David en Goliath. Goliath vertrouwd op zichzelf maar David vertrouwd op God. Goliath is trots en hoogmoedig, maar David is nederig. Goliath vertegenwoordigd de Filistijnen maar David vertegenwoordigd God.
In vers 40 lazen we: Hij nam zijn staf in zijn hand, koos voor zich vijf stenen uit de beek en legde ze in de herderstas die hij had, te weten in de zak, en zijn slinger was in zijn hand. Zo nadere hij tot de Filistijn. David vertrouwd op God maar wordt niet passief, hij gaat niet zitten wachten en niets doen. God schakelt David in om Goliath uit te schakelen. David spreekt dat de Heere hem ZAL redden, niet zoals een name it, claim it beweging. Hij heeft God vaker zien werken, bij de leeuw en de beer uit vers 37. Maar dat kan alleen als we in beweging zijn. Zoals het voorbeeld van Stan dat al vaker is gebruikt. Als we in een auto gaan zitten en onze voet op het gaspedaal doen en aan het stuur draaien maar de motor is niet gestart dan ga je nergens heen. Kom in beweging zodat God je kan sturen en gebruiken. Ook hier zien we een verschil met David maar nu met Saul. Saul was passief geworden en bleef in zijn tent en werd geleid door angst terwijl David hier geloof heeft en actie onderneemt.
Achteraf had David maar 1 steen nodig maar toch pakt hij er 5. Ik heb me afgevraagd, waarom pakt hij 5 stenen en niet 1. Hij zegt toch, De Heere zal mij redden. Waarom heb je dan überhaupt stenen nodig? David weet dat ondanks dat God redt hij zelf ook voorbereid moet zijn.
Er gaat een mooie theorie rond. Ik weet niet of het zo is maar wil hem toch met jullie delen. Goliath heeft nog 4 broers en dat zijn ook reuzen. Voor degene die daar meer over willen lezen dat staat in 2 Samuel 21:15-22. Misschien pakte David dus niet 5 stenen voor 1 reus maar bereide hij zich voor op een groter gevecht om met 5 stenen 5 reuzen te doden. Hoe dan ook, David heeft zich voorbereid en heeft zijn wapenrusting aan. Zijn slinger zat standaard in zijn wapenrusting en de stenen verzamelde hij onderweg. Maar hoe is dit met ons? Zijn wij voorbereid voor de strijd die komen gaat. Hebben wij onze wapenrusting al aangetrokken?
In Efeze 6 kunnen we lezen over de geestelijke wapenrusting. Wij moeten ons ook voorbereiden op de strijd die komen gaat door nu al de wapenrusting aan te trekken. Wanneer we pas de wapenrusting aantrekken wanneer de strijd losbarst zijn we te laat en zijn we net als David die de uitrusting van Saul aan krijgt. Het zit ons niet comfortabel en we kunnen ons er niet goed in bewegen. Laten we dus nu al de geestelijke wapenrusting aan trekken zodat we voorbereid zijn en zodat we kunnen standhouden. Maar hoe doen we dat nou? Ook dit is zo een mooie christelijke zin, laten we de geestelijke wapenrusting aantrekken. Maar, wat is de geestelijke wapenrusting en hoe kunnen we nou standhouden met de geestelijke wapenrusting en waar moeten we tegen standhouden. Laten we eerst lezen over deze wapenrusting en blader mee naar Efeze 6:13-18.
Paulus, die de brief Efeze heeft geschreven, zit op moment van schrijven in de gevangenis en is vastgeketend aan een romeinse soldaat. Hij kan hem dus goed bestuderen en past praktisch militair materieel toe op een geestelijk leven. Hij noemt allemaal onderdelen van een uitrusting van een soldaat. Dus een helm, een borstharnas, een zwaard, een schild en schoenen en hangt daar een geestelijke term aan vast, dus bijvoorbeeld, de helm van de zaligheid. Wij moeten dus niet letterlijk de onderdelen van een soldaat aantrekken maar het geeft ons een mooi beeld hoe dit er uit kan zien. Maar nu praktisch, hoe kunnen we dus die wapenrusting aantrekken. Als eerste moeten we kijken naar het zwaard. Het zwaard van de Geest is Gods woord.
De eerste plek waar we moeten zijn om de geestelijke wapenrusting aan te trekken is Gods woord, de Bijbel. De bijbel geeft ons inzicht van God, wij kunnen God leren kennen door de bijbel, de waarheden die Hij schrijft over zichzelf, over anderen maar ook over u en mij kunnen we lezen in Zijn woord. Wanneer we dus de bijbel lezen, of zelfs nog een stap dieper, de bijbel bestuderen dan leren we dus God de Vader en Zijn plannen kennen. Maar ook over Jezus, Zijn Zoon, kunnen we lezen en daarvan leren.
Dus stap 1: lees je bijbel. Verdiep je erin, mediteer over een vers of een stuk tekst. Duik de schrift in en stel vragen bij stukken die je niet snapt. Bidt voordat je begint met lezen of God het je wil uitleggen. Hij heeft het immers laten opschrijven, dit is Zijn liefdesbrief voor ons. Hij weet het beste wat er mee bedoeld wordt. Stap 2: Wanneer je dus groeit in de kennis van God Zijn woorden dan groeit ook je kennis in wie God is. Hoe groter God wordt in ons leven hoe meer ontzag wij voor Hem gaan krijgen. Dan kom je dus ook op het punt om Hem te gaan gehoorzamen. Een goed soldaat stelt geen vragen, die volgt trouw zijn leider en gaat waar hij hem heen zendt. Hij krijgt een opdracht en weet zijn opdracht en voert die uit. Dat is gehoorzaamheid.
Wij horen ook gehoorzaam te zijn. Wanneer we namelijk dus Gods woorden gaan bestuderen en God beter leren kennen dan willen we ook Zijn woorden gehoorzamen. Maar dan komen we bij het probleem zoals eerder besproken. De zonde. Wij zijn zondaren waardoor gehoorzaamheid vaak niet bovenaan het menu staat. Daarom is het zo belangrijk om dicht bij de Bron te blijven. Om dicht bij het Woord te blijven. Wanneer we namelijk dicht bij God blijven kan Hij ons makkelijker corrigeren, we zijn dan gevoeliger voor Zijn stem. Wanneer we af dwalen en de Heilige Geest weg duwen wordt de stem van God in ons leven steeds troebeler. En is het moeilijker om stand te houden.
En even voor de duidelijkheid. Het is niet een checklist. Oke, ik heb bijbel gelezen vandaag. Nu kan ik standhouden en ben ik klaar voor de strijd. Dit is een proces van vallen en opstaan. Maar een keer vallen is niet erg, blijven leggen nadat je bent gevallen daar legt het probleem. Sta op en keer terug naar Jezus, keer terug naar God. Denk niet. Ik ben gevallen in zonde, ik kan geen standgehouden tegen de listige verleidingen van de duivel. Alles is nu voorbij en we laten de schouders zakken en ons hoofd hangen. Nee, dat is de plek waar de duivel ons wil hebben, dat is de plek waar hij ons nodig heeft. Want dan blijven we hangen in zelf medelijden en blijft onze gedachte ons aanklagen. Nee, wanneer we struikelen, wanneer we de fout in gaan. Keer dan terug naar Jezus!
Val op je knieën en vraag of Hij je wil helpen. Want Hij is onze kracht, Hij is onze Rots. Op Hem mogen we bouwen. Hij vergeeft wie naar Hem toe komt en zijn zonde beleid. Leg dus je zonde af, trek je wapenrusting aan. Recht je rug en ga weer in de gevechtslinie staan. Vallen is niet het probleem, We zijn nou eenmaal zondaars. Blijven leggen, dat is het probleem. Maar denk niet, vallen is niet erg, ik kan toch misschien wel voor deze ene keer eens een keer kijken achter mijn scherm naar plaatjes of filmpjes waar ik niet naar hoor te kijken. Niemand ziet wat ik doe. Ach, ik ben nou eenmaal een zondaar, dan kan ik er net zo goed gebruik van maken. Dat is niet standhouden tegen de listige verleidingen van de duivel. Dat is doelbewust kiezen om te zondigen. Leg daarom af alle slechtheid, trek de geestelijke wapenrusting aan en houdt stand.
Er staat ook niet dat je alleen moet standhouden. Een soldaat vecht nooit alleen. Hij vecht samen in een groep. Zie de kerk als je medesoldaten. Vecht samen. Deel je worstelingen, deel waar je moeite mee hebt, deel waar je het moeilijk vindt om de wapenrusting aan te trekken. Samen staan we sterk. Trek naar elkaar toe. Bevraag elkaar, deel met elkaar en waar nodig, vermaan elkaar. We zijn 1 lichaam, we dienen 1 God. Waar koning Saul dus de mist mee inging is dat hij zijn wapenrusting weg gaf. Hij gaf hem aan David. Maar David had zijn eigen wapenrusting aan. Wat mooi is om te beseffen is dat we allemaal een tijd hebben om ons voor te bereiden. David had zijn herders tijd. In die tijd heeft God hem gevormd naar de man die hij is op dit moment. God had hem al de vaardigheden geleerd om een leeuw en een beer te verslaan. God had David al geleerd om een leider te zijn van een kudde. God heeft David een herderstijd gegeven om te groeien naar het moment wanneer God hem kan inzetten.
Maar ook Goliath had zo een tijd. Hij was al van jongs af aan een vechter. Hij heeft zijn herderstijd gebruikt om te groeien naar dit moment. David heeft met 1 steen de grote krijger Goliath neergehaald maar hij had geen zwaard. Vers 51zegt: Hij nam diens zwaard en trok hem uit de schede. De grote geoefende krijger Goliath, die zijn hele leven toegewerkt heeft naar dit moment, naar zijn moment of fame. En dan zo een klein zinnetje. Dit betekend namelijk dat Goliath zijn zwaard nog niet eens gepakt had. Hij hing nog in zijn zwaardkoker langs zijn heup. Goliath komt niet eens in de buurt van vechten. Hij daagde Israël 2 x per dag 40 dagen lang uit en uit eindelijk heeft hij zijn zwaard niet eens kunnen pakken. Dit is wat hoogmoed doet. Dit is wat trots met ons kan doen.
Maar ook wij hebben een herderstijd. Een tijd waarin we gevormd worden. Een tijd waarin God ons vaardigheden kan leren of aanreiken die we ons eigen kunnen maken voor wanneer het God Zijn tijd is. Wat heel mooi is om te zien als we naar Goliath, Eliab en Saul kijken dan zien we in David een contrast. We kunnen zien dat David een beelddrager is van de Heere Jezus. De eigenschappen die David liet zien, zien we terugkomen bij Jezus.
Als we kijken naar de trots van Goliath staat Jezus daar tegenover met nederigheid. Hij waste de voeten van Zijn discipelen. Hij nam de gestalte van een slaaf aan. Jezus is nederig. Als we kijken naar de boosheid van Eliab, zien we bij Jezus daar tegenover staan aan het kruis dat Hij zegt: Vader, vergeef het hun. Als we ook kijken naar de leugen van Eliab zien we een verschil met Jezus. Jezus zegt: Ik ben de weg, Ik ben de waarheid en Ik ben het leven. In Johannes 14:6. Maar ook de angst van Saul is anders dan bij de Heere Jezus. Jezus bad vlak voordat Hij gevangen zou worden tot de Vader. Mag deze beker aan Mij voorbijgaan. Maar niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede. Jezus was angstig maar vond kracht bij God.
David, de beelddrager van Jezus. Leert ons om op God te vertrouwen en wijst ons naar Jezus. Alles wat we vandaag besproken hebben kan alleen Door Jezus. In Hem kunnen wij nederig zijn, in Hem kunnen wij breken met onze boosheid, in Hem kunnen wij onze naaste liefhebben in het verkeer, In Hem kunnen we de zonde afleggen en alleen door Hem kunnen we bij de Vader komen. Niemand komt tot de Vader dan door Hem.
Mocht u Jezus nog niet kennen. Als u nog niet op Jezus vertrouwd en als u nog niet door Hem verbonden bent met de Vader. Dan is dit het moment om voor Jezus te kiezen. We weten niet of er een morgen is en we weten niet wat er vandaag gebeurt. De belangrijkste keuze in dit leven is de keuze voor Jezus. Maak vandaag de keuze en leg uw leven in Zijn handen. Zodat u vandaag de vraag: Op wie of wat vertrouwen wij? Kunt beantwoorden met Jezus! Stel uw vertrouwen op Jezus. Hij stelt uw vertrouwen niet teleur. Hij is de rots die niet wankelt. Amen.
Laten we bidden.