Samen op missie om te gaan voor Christus

Als kerk zijn we op missie om te gaan voor Christus

De afgelopen 2 weken hebben we samen gekeken naar discipelschap. We hebben de noodzaak voor en het hart van discipelschap gezien. God roept ons allemaal op om discipelen te maken, om de ander te helpen in het proces van méér op Jezus gaan lijken.

  • ‘Samen kerk zijn’ betekent dat we als christenen, met een nieuwe identiteit, als één lichaam, ondergeschikt aan Christus, evangeliseren, discipelen maken en planten. Vandaag gaan we naar deze laatste kijken: Als kerk zijn we op missie om te gaan voor Christus.

Als kerk zijn we op missie om te gaan voor Christus
In Handelingen 14 zien we dat Paulus en Barnabas rondreizen, evangeliseren (v21), discipelen maken (v21-22) en vervolgens gezonde kerken planten (v23). Deze 3 stappen zien we ook terugkomen door heel Handelingen; waar de apostelen steeds evangeliseerden, discipelen maakten en kerk stichtten.

  • Dit was wat hen geleerd was door de Heere Jezus, dit was waar de Heilige Geest hen toe leidde om te doen. En dat is een tekenend voorbeeld voor ons. Wij móeten leren van wat de Geest deed in Handelingen, omdat Hij een blauwdruk voor ons geeft voor wat de kerk hoort te doen.
    o De context is anders, wij zijn hier niet in Derbe, Lystre, Ikonium en Antiochië. Hier in Nederland is iets anders nodig qua ‘hoe’ van evangelisatie en discipelschap dan in Engeland, Duitsland, Frankrijk, etc. En toch staan de Bijbelse principes.
    Handelingen 14:21-23 “En nadat zij aan die stad het Evangelie verkondigd hadden en veel discipelen gemaakt hadden, keerden zij terug naar Lystre, Ikonium en Antiochië, en zij versterkten de zielen van de discipelen, spoorden hen aan in het geloof te blijven en zeiden dat wij door veel verdrukkingen in het Koninkrijk van God moeten ingaan. En toen zij in elke gemeente door het opsteken van de handen voor hen ouderlingen gekozen hadden en onder vasten gebeden hadden, droegen zij hen op aan de Heere, in Wie zij nu geloofden.”
    Guzik: “Paulus en Barnabas waren niet alleen toegewijd om nieuwe christenen te maken, maar ook om nieuwe kerken te planten, plekken waar deze nieuwe christenen konden groeien en geworteld raken in de Heere.”
    God wil dat wij het Evangelie uit gaat, dat er discipelen gemaakt worden. Maar dan is er daarna nog iets heel belangrijks: een christen hoort naar een gezonde kerk te gaan. De kerk is de plek van onderwijs, gemeenschap, groei, veiligheid, correctie, bemoediging, etc.
  • Die plekken waren er niet in de steden waar Paulus en Barnabas waren. In de meeste steden waren nog geen christenen in die tijd, dus konden ze ook niet de zorg voor de nieuwe discipelen overdragen aan een kerk. Daarom moest er geplant worden.
    Als we de groei en ontwikkeling van een christen blijven bekijken vanuit de blik van een groeiende baby, zien we dat een baby dit ook nodig heeft. Een baby moet leren van anderen, moet dingen kunnen afkijken (discipelschap). Maar die baby heeft meer nodig dan dat.
  • Een baby moet gevoed worden, dat is een taak van de lokale kerk. De baby moet ook leren om hun voedsel primair op 1 plek te zoeken, bij de ouders; als christen mag je leren om je geestelijke voeding primair bij je lokale kerk te halen.
    o Natuurlijk is het prachtig dat er extra materialen online zijn. Alleen kunnen we ook een informatie overload krijgen. We stoppen onze hoofden zo vol met studies, dat we onze harten geen tijd geven om het te verwerken, laat staan toe te passen.
    o In de tijd van Handelingen wás er vaak maar 1 kerk. Je kwam samen, hoorde een studie en leefde dan samen met christenen om het te leren toepassen. Men had niet de ‘luxe’ van meerdere studies, leraren kunnen ‘kiezen’, etc.
     Dat moeten jonge christenen leren. Niet alleen studies luisteren, maar er juist op te mediteren, te herkauwen. Ze moeten leren het Woord tot zich te nemen en het praktisch te maken. Dat is de taak van de kerk.
  • Een baby moet ook beschermd worden, ook dat is een taak van de lokale kerk. Je zet een baby niet aan de frontlinie van een gevecht. Daar zet je volwassener mensen neer, terwijl de baby’s en kleine kinderen kunnen groeien.
    o De kerk is bij uitstek een plek waar jong-gelovigen moeten kunnen groeien. Er moet veiligheid zijn, vrede, etc. Zodat in die situatie, jong-gelovigen kunnen groeien, sterk kunnen worden, etc.
     Jonge christenen moeten bescherming zoeken, en vinden, binnen de kerk. Er moet geluisterd worden naar elkaar, uitgelegd worden wat wél en wat níet Bijbels is. De taak van de kerk is o.a. geestelijk te beschermen.
  • Een baby moet leren communiceren. I.p.v. te schreeuwen of niks te zeggen, moet een kind leren praten over dingen. Ook daar heeft de kerk een belangrijke taak in. We moeten met elkaar leren praten; over de moeilijke én de makkelijke dingen.
    o In de kerk zál je gekwetst worden. Iemand zal iets zeggen of doen dat je pijn doet; de vraag is wat jij dan doet. We moeten leren praten met elkaar, dingen aan licht leren brengen. We moeten leren om Bijbels te communiceren, niet o.b.v. ons gevoel.
     (Jonge) christenen moeten leren communiceren. Ze moeten leren Bijbels te praten, issues Bijbels aankaarten. Praten als iemand je gekwetst heeft, als je vragen hebt, etc. Dat is de taak van de kerk.
    Dit zijn dingen waar God de kerk voor bedoeld heeft, vanuit het perspectief van geestelijke groei. Hij wil dat de kerk hierin een leidende rol heeft, daarom moeten er gezonde kerken geplant worden. Dat was wat Paulus en Barnabas zagen en erkenden. Ze wilden dat de discipelen verzorgd werden.
  • Daarom werden er gemeenten gesticht, werden er oudsten aangewezen en werd er samen gevast en gebeden. De gemeente moest geplant worden, er moest geestelijk leiderschap zijn; gebed en vasten werden voorgedaan en als belangrijk gezien.
    o Allemaal om een gezonde kerk neer te zetten. Die gezonde kerk was van levensbelang voor de nieuwe gelovigen, maar ook om de 2 eerdere stappen door te kunnen zetten. Evangelisatie en discipelschap moeten een basis hebben: een gezonde gemeente.
    Voor Paulus en Barnabas was het ontzettend logisch om gemeenten te planten. Ze wilden dat er boven alles gezonde christenen zouden zijn, wat betekent dat er gezonde gemeenten moesten zijn of komen. Hun blik was hiermee op de lange termijn gericht, voor het individu en het lichaam van Christus.

O.b.v. Handelingen 14 zien dat wij als kerk bestaan om over Jezus te vertellen, evangelisatie, om méér op Jezus te gaan lijken, discipelschap, en om voor Jezus te gaan. Vertellen, lijken en gaan; die 3 werkwoorden zijn belangrijk voor ons allemaal.