Wat houdt jou tegen 100% voor Jezus te gaan? – 28-6-2026
We zijn 2026 als kerk begonnen met de oproep: ‘O kerk, sta op!’ We hebben toen gekeken naar Jesaja 6, waar we zagen dat Jesaja God zag, daardoor zag hij zijn eigen zonde, hij werd geheiligd en daarna uitgezonden door God.
- Sindsdien zijn we diep in Daniël gedoken, hebben we van alles geleerd over heiliging, voor God kiezen, eindtijd, Israël, etc. We hebben veel theologie gehoord, maar juist ook gekeken naar ons eigen hart. Daniëls hart was bereid God te volgen, hij ging 100% voor God.
- Vorige week hebben we gehoord over hoe 100% voor God gaan alleen kan door de leiding van de Heilige Geest. Hij werkt in íeder mens, om hen Jezus bekend te maken. De Geest woont ín de christen, als verzegeling van redding. En Hij komt óver de christen om Hem te dienen.
- Dit zijn prachtige en nodige lessen. Je hebt het nodig om God te zien, door Hem geheiligd te worden, te zien dat Hij de toekomst in handen heeft, etc. Maar in het dagelijkse leven kan er van alles zijn dat je tegenhoudt om Jezus 100% te volgen.
Aan de hand van het leven van Simson gaan we kijken naar 3 dingen die je van complete toewijding aan God kunnen afhouden. 3 dingen die we door het hele Woord zien, dingen die onze aandacht ván Jezus, náár iets anders brengen. Dingen die mínder zijn dan Jezus, die niet in de buurt komen van Hem.
1 Johannes 2:15-17 “Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.”
- Dit is hoe Johannes het samenvat. Deze 3 dingen zijn dodelijk voor jouw relatie met Jezus, voor het genieten van Zijn goedheid, het leven in Zijn plan. Alle 3 houden ze je af van Gods liefde, brengen ze je terug bij dingen zélf moeten verdienen en leven voor je eigen wil.
- En dat is het leven dat zoveel mínder is dan God voor je heeft. Hij heeft je gered, voor eeuwig; maar daar blijft het niet bij. Hij wil dat je ook 100% voor Hem gaat leven, door de Geest. Hij wil dat je boven alles van Hem houdt en daarna van mensen.
Dus, wat houdt jou tegen Jezus 100% te volgen? Waar houd jij van en is dat iets anders dan Jezus?
Richteren 13 – Wat houdt jou tegen Jezus 100% te volgen – startpunt
Simson leefde in Israël, in een tijd die vergelijkbaar is met die van ons. Richteren 21:25 zegt dat ‘ieder deed wat goed was in zijn eigen ogen’; klinkt dat niet als deze tijd? God gaf Israël in die tijd ‘richters’, ‘rechters’, om Israël geestelijk, maar ook maatschappelijk te leiden.
- Er zijn 12 ‘richters’, 11 mannen en 1 vrouw, die Israël steeds terug naar de Heere moeten leiden. Ze hadden de taak Israël op God te wijzen, de vijanden van het volk te verslaan en het volk te leren naar Gods Woord te handelen. Dat was ook Simsons taak.
Richteren 13:3-5 “Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren. Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins. Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.”
Simson, de beloofde zoon, moest Israël “verlossen uit de hand van de Filistijnen” (v5). Hij was “aan God gewijd”, hij moest volledig voor God leven. Dat was zijn roeping, dat was de taak die God op zijn leven had gelegd.
- In H13:24-25 zien we dat Simson geboren en gezegend werd (v24). De Geest van God, de Heilige Geest, vuurde hem aan. Simson werd aangespoord en aangevuurd om Gods wil te doen, om Israël te leiden, Israël op God te wijzen en hun vijanden te overwinnen.
- We gaan zien dat Simson deels voldeed aan deze taak, maar dat hij zich ook liet leiden door de begeerte van het vlees, de ogen en de hoogmoed van het leven (1 Joh. 2). Hij liet dingen in de weg staan van God dienen, waar dat niet nodig was.
Jij en ik lijken op Simson; sinds het moment van wedergeboorte, is jouw leven volledig van God. Je bent duur gekocht (1 Korinthe 6:20) door Jezus’ bloed, daardoor ben je van Hem. De Geest van God woont ín je als christen (1 Korinthe 6:19), waardoor Hij je aan kan vuren.
- Liefde voor God is na je wedergeboorte geen probleem. Je hóudt van God, je bent Hem dankbaar voor Zijn reddende werk. Je ziet dat Hij je ook aan het veranderen is, dat verandering zonder moeite komt. Dat is prachtig! Dat is eerste liefde.
Dit is wanneer God liefhebben en je naaste als jezelf ‘zomaar’ gebeurt. Je vindt het niet moeilijk om van God en je medemens te houden. Je stroomt over van liefde voor God, waardoor je ‘automatisch’ gaat houden van je medemens.
Richteren 14 Wat houdt jou tegen Jezus 100% te volgen – begeerte van de ogen
In H14:1-2 zien we dat Simson een Filistijnse vrouw “zag” (v1) en haar tot vrouw wilde nemen. Ze was aantrekkelijk, wat Simson verleidde tot iets wat niet paste bij zijn positie als ‘richter’. God had Israël opgedragen om níet te trouwen met Kanaänitische mensen (Deut. 7); ze zouden hun wegen volgen.
- God wilde Israël relaties aanging die gezond zouden zijn, primair geestelijk. Het beste voor Israël was een relatie tussen 2 Israëlieten, zodat ze sámen op God gericht konden zijn. Simson moest hierin Israël voorgaan, maar hij liet juist het verkeerde voorbeeld zien.
- Wat hij ‘zag’ was belangrijker dan wat God zei. Wat hij ‘zag’ ging boven zijn God-gegeven positie en verantwoordelijkheid. Wat hij ‘zag’ leidde zijn daden, i.p.v. wat hij wíst. Hij liet hier zijn taak als man, leider, richter, etc. varen voor wat zijn ogen zagen.
- In het geval van Simson leidde dit tot grote problemen. Hij komt in een heftige strijd met de Filistijnen, zijn ‘aanstaande’ wordt bedreigd, hij wordt geleid door woede i.p.v. door God. Als man die Gods leiding moest volgen en daarin Israël moest leiden, faalde hij opzichtig.
Hierin zijn wij geen haar beter dan Simson. Waar het voor hem een Filistijnse vrouw was, kan jij meegesleept worden door andere dingen die je ‘ziet’. Wat je ziet heeft invloed op wat je verlangt, dus we moeten daarin opletten wat we zien, waar we op letten, waar we onze gedachten mee vullen.
- Misschien ‘zie’ jij een man/vrouw die je aandacht trekt boven God. Net even die extra blik, die extra gedachte aan die persoon. En dat gaat in de weg zitten van jouw relatie met God. I.p.v. te zoeken naar Zijn gedachten, worden jouw gedachten beheerst door die ander.
- Maar dat kan ook geld, een huis, auto, (verlangen naar) gezin, fit/gespierd of slank zijn. Je kan méér gaan verlangen naar deze uiterlijke dingen, naar spullen, etc. dan naar God. Alles dat je ziet, dat de plek van God inneemt, de hoogste plek in je hart en gedachten, is een afgod.
- Liefde voor God wordt hier verlaten voor wat jij ‘ziet’. Praktische liefde die jou je ogen zou moeten laten afwenden, is vervangen door wat jij ziet, belangrijk vindt. Liefde voor God is niet langer leidend, jouw ‘zicht’ is bepalend geworden.
Afgoderij is iets waar God ons voor waarschuwt, het is namelijk slecht voor je ziel. Je bent gemaakt om voor God te leven, Hem te eren. Als je dan een afgod in je hart hebt, volgt wat je ‘ziet’, dan leef je voor iets dat minder goed is, dat zelfs vernietigend voor je is.
- Je hart en gedachten worden gevuld met dingen van de wereld, je gaat steeds makkelijker en meer zondigen om wat je ‘ziet’. Je wíl iets, je bent dan bereid om steeds meer te doen om dat te krijgen. En daar gaat toewijding aan God het raam uit.
Ik vertel dit niet om je te veroordelen, ik vertel je dit omdat God zoveel beter voor je heeft. Het leven mét, vóór en dóór Hem, is oneindig veel beter dan wat je ‘ziet’ in de wereld. Zijn genade, Zijn liefde, Zijn timing, voorziening, leiding, etc. zijn niet te vergelijken met wat je om je heen ‘ziet’.
- Geen persoon die jij zelf ‘ziet’, is te vergelijken met hoe God voor jou zorgt. Hij is almachtig, alwetend, jouw Goede Herder. Hij zorgt voor je, houdt van je met eeuwige liefde. Hij is bij je in elke situatie, draagt je er doorheen; ook al voelt dat niet altijd zo.
Toewijding aan Jezus vraagt dat je niet naar de wereld om je heen kijkt, niet naar je situatie. 100% op Jezus gericht betekent dat je je ogen op Hem richt, dat je ziet hoeveel beter Hij is dan álles van deze wereld. En dan zal je zien, meemaken, ervaren hoe Hij vervult en hoe oneindig veel beter dat is.
Psalm 34:9 “Proef en zie dat de HEERE goed is; welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt.”
Richteren 15 Wat houdt jou tegen Jezus 100% te volgen – hoogmoed van het leven
In v16-19 zien we hoe ‘hoogmoed’ Simson in de weg zit van God toegewijd zijn. Hij viert dat ‘hij’ gewonnen heeft van de Filistijnen (v16-17); God laat een heftige dorst over hem komen, waarna hij zich bekeerde en inzag dat niet hijzelf, maar God hem de overwinning gaf (v18-19).
- Zeker als je al langer met de Heere wandelt kan je denken: ‘ik kan dat wel zélf aan’, ‘dat heb ik onder controle’, ‘daar heb ik God niet nodig’. Simson dacht dat híj van de Filistijnen won; als man en leider faalde hij, doordat hij zich niet afhankelijk van God bleef opstellen.
- Hij vergat dat God hem de kracht gaf, dat God hem liet overwinnen, dat God hem het wapen gegeven had. Hij vergat Gods leiding en voorziening in alles, want ‘ik heb het gedaan’, ‘ik kan dat wel zélf’. En dat is een grote misvatting.
Als christen heb je het voorrecht om totaal afhankelijk te zijn. Dat is iets dat we tegenwoordig níet willen; we worden opgeroepen onafhankelijk, zelfvoorzienend, etc. te zijn. We moeten ‘sterk’ staan, ‘meer zelfvertrouwen’ hebben. Maar dat is niet Gods wil voor jou.
2 Korinthe 12:9-10 “Maar Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen. Daarom heb ik een behagen in zwakheden, in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus' wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig.”
- Als jij denkt dat jij het zélf kan, draait het om jou. Jóuw kracht, creativiteit, inzicht, uithoudingsvermogen, etc. Jíj kan het, maar dat betekent ook dat jíj het moet dragen, oplossen, etc. En dat is een verschrikkelijke positie om in te zitten. Dat kan je niet aan.
Je bent gemaakt om in zwakheid bij God te komen en het uit te roepen naar Hem. Paulus had een ‘doorn in het vlees’, een ‘demon die hem met vuisten sloeg’; hij ging door een zeer heftige tijd heen. En ín die tijd, in die strijd leerde hij om zwak te zijn, zodat Christus sterk ín hem kon zijn.
- Dat voelt tegenstrijdig en zeker niet leuk of fijn. Het is ook niet iets waar we graag doorheen gaan. Maar het is goed voor ons, dit bouwt je ziel op. In de zwakte mag je leren kennen hoe groot Gods hart voor jou is, hoe sterk Hij daadwerkelijk is.
- We lezen niet dat Paulus’ situatie opgelost werd. Hij vertrouwde en viel terug op Gods kracht, Gods genade. Hij proefde Gods genade, ín de moeite, ín de pijn, ín het overweldigd zijn.
- Paulus heeft in 2 Korinthe 1:8-9 uitgelegd dat hij vreesde voor zijn leven, dat hij het “uitermate zwaar” had, ‘boven vermogen’. Dat was niet opeens weg toen hij op Jezus’ genade vertrouwde; het is geen ‘toverspreuk’. Maar hij leerde Jezus beter kennen.
- Paulus leerde om niet trots te zijn, het niet zélf op te willen lossen. Jezus’ les voor Paulus was genade. Vanuit het Jodendom was hij gewend hard te werken, nu mocht hij leren om zwak te zijn en Gods genade te laten werken.
- I.p.v. hoogmoed, trots, hoort er nederige, afhankelijke liefde voor God te zijn. Simson had liefde voor God verlaten voor ‘ik kan het wel’. Dat is ook wat wij doen; we verlagen nederige, afhankelijke liefde voor God en gaan het ‘zelf doen’. ‘Ikke doen’, i.p.v. U in en door mij.
I.p.v. focus op wat je zélf kan, hoort de focus op Jezus te liggen. Hij is God, Hij is de Redder, Hij is het offer, Hij is onze rechtvaardigheid. Zijn wil moet onze wil worden, Zijn gedachten die van ons. Waar Hij leidt is waar wij horen te gaan. Zijn wil, Zijn kracht, Zijn liefde en genade.
Richteren 16 Wat houdt jou tegen Jezus 100% te volgen – begeerte van het vlees
H16 is het bekende hoofdstuk waarbij Simson verliefd wordt op Delila. Deze Filistijnse vrouw doet alsof ze van hem houdt, maar houdt helemaal niet van hem. Simson loopt achter zijn vlees, zijn begeerte aan. Hij luistert níet naar Gods wil en leiding; Hij wíl haar en laat alles los dat God zei.
- Simson liep achter zijn vlees aan, een vrouw die hij ‘liefhad’. Een vrouw die hem verleidde, maar Simson liet het toe. Ze misleidt, bedriegt, manipuleert en liegt. Hij volgt zijn vlees en zijn eigen begeerte.
- Door Delila wordt Simson kaalgeschoren, wat níet mocht. Hij verliest zijn kracht, wordt gevangengenomen, zijn ogen worden uitgestoken en hij wordt aan het werk gezet in de tempel van de afgod Dagon. Allemaal omdat hij níet naar Gods Geest luisterde.
Een van de meest angstaanjagende verzen in de Bijbel staat in Richteren 16.
Richteren 16:20b “Hij wist namelijk niet dat de HEERE van hem geweken was.”
Simson was ongevoelig geworden voor Gods leiding, hij had de liefde voor God verlaten voor de begeerte van het vlees. Hij had niet door dat (tijdelijk) God van hem geweken was.
- Uiteindelijk, blind, vastgeketend aan een paal in een afgodentempel, behaalde Simson zijn grootste overwinning over de Filistijnen. Hij kreeg zijn kracht terug van God, omdat hij het nederig uitriep naar God.
Richteren 16:28 “Toen riep Simson tot de HEERE en zei: Heere, HEERE! Denk toch aan mij en maak mij toch alleen nog deze keer sterk, o God, zodat ik me met één slag op de Filistijnen kan wreken voor mijn twee ogen.”
- De begeerte van zijn vlees, leidde tot zijn dood. Het was een dood van overwinning, maar hij stierf wel doordat hij achter zijn éigen begeerte aanging. Liefde voor God was niet langer wat regeerde.
Voor Simson was Delila de begeerte van zijn vlees. Voor jou kan het ook seks zijn, maar ook al het andere dat ons lichaam wil hebben. Eten, drinken, seks, drugs, je ‘goed voelen’, ‘gezien worden’, mijn gemak, ‘rust’, etc. Allemaal dingen die we kunnen begeren bóven God Zelf.
- En als we deze begeerte laten regeren i.p.v. God, als we méér van de begeerte houden dan van God Zelf, dan hebben we een probleem. Hij staat dan niet langer op de hoogste plek in ons leven, jíj staat dat. En dat is niet de liefde die God voor ons voor ogen heeft.
Toen Hij ons maakte, Genesis 1, schiep Hij ons met een doel: voor Hem leven, Hem eren. Net zoals de maker van een product omschrijft hoe het te gebruiken, heeft God ons Zijn Woord gegeven. Hij omschrijft daarin, als Maker, waar wij wél en níet voor bedoeld zijn.
- Jezus vatte Gods wet samen door te zeggen dat we gemaakt zijn om 1) van God te houden, en 2) van mensen te houden. Liefde is de samenvatting van waar wij voor gemaakt zijn. Als die liefde níet naar God uitgaat, maar richting iets anders, mist er toewijding aan God.
- Als onze liefde uitgaat naar de begeerte van het vlees, de lust van de ogen of de hoogmoed van het leven, missen we Gods liefde. We missen de grootsheid, de diepte, breedte en hoogte van Zijn liefde. We missen hoe ongelofelijk Zijn liefde is.
Jezus zag dit in de kerk in Efeze, toen Hij via Johannes een brief aan deze gemeente schreef.
Openbaring 2:1-5 “Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: Dit zegt Hij Die de zeven sterren in Zijn rechterhand houdt, Die te midden van de zeven gouden kandelaren wandelt: Ik ken uw werken, uw inspanning en uw volharding, en weet dat u slechte mensen niet kunt verdragen, en dat u hen op de proef hebt gesteld die van zichzelf zeggen dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat u hebt ontdekt dat zij leugenaars zijn. En u hebt moeilijkheden verdragen, en volharding getoond. Om Mijn Naam hebt u zich ingespannen en u bent niet moe geworden. Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten. Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert.”
Hij zag een kerk die goed begonnen was, goede werken en theologie had en valse theologie afwees (v2). Een kerk die volhardde, zich voor Hem inspande en niet moe werd (v3). Maar…
- Ze hadden hun eerste liefde verlaten. Ze deden dingen, terwijl hun hart er niet in zat. Ze waren het belangrijkste gebod vergeten: heb God lief en daardoor je naaste. Ze hadden de liefde verlaten voor andere dingen. En dat is een probleem.
Gelukkig geeft Jezus ook de oplossing (v5): Bedenk, bekeer en doe. Bedenk hoe het vroeger was, hoe je verliefd was op Jezus. Bekeer je van het méér van iets/iemand anders houden dan Jezus. Doe wat je vroeger deed, de “eerste werken”.
Handelingen 19:17-20 “En dit werd bij allen bekend, zowel bij de Joden als bij de Grieken die in Efeze woonden. En vrees overviel hen allen, en de Naam van de Heere Jezus werd groot gemaakt. En velen van hen die geloofden, kwamen hun zondige daden belijden en bekennen. Velen ook van hen die toverkunsten uitgeoefend hadden, brachten hun boeken bijeen en verbrandden die in tegenwoordigheid van allen. En men berekende de waarde ervan en kwam uit op vijftigduizend zilverstukken. Zo nam het Woord van de Heere met kracht toe en werd steeds sterker.”
5 punten om terug te gaan naar 100% toewijding aan Jezus. Terug naar liefde voor Hem.
- Naam van de Heere Jezus werd groot gemaakt – aanbid God
Aanbid Hem, zoals vroeger deed. Handen omhoog, uitstrekken naar God. Overgave, als een kind.
- Zing voor Hem, niet kijkend naar of ander persoon naar je kijkt. Uit volle borst, vol liefde.
- Ze kwamen samen – sámen christen zijn
Samenzijn met christenen was vroeger geen ‘taak’ of ‘last’. Door tijd heen wel geworden.
- Toen je verliefd was, wilde je ook alleen maar bij de ander zijn. Zo ook met Jezus en Zijn kerk.
- Zonde belijden – zonde inzien en bij God brengen
Vroeger vond je het niet erg om je zonde te belijden, want dat stond tussen jou en God. Waarom wil je nu niet meer op zonde gewezen worden? Je wilde vroeger dat er níks tussen jou en Jezus stond.
- Belijden en bekennen was geen probleem; je wilde van álles af dat God als zonde zag. Je had geen ‘religieuze excuses’, als God het zonde noemde, was dat voor jou genoeg. Ga terug.
- Bekering mocht wat kosten – je écht bekeren van je zonde
Als je dingen goed moest maken, met mensen, dan dééd je dat. Je zette recht. Ook als het ongemakkelijk of lastig was. Jezus vroeg het, Hij leidde je, dus je deed het.
- Bekering mocht ook wat kosten. Als je dingen weg moest doen, dan deed je dat. Spullen weggooien, niet meer gebruiken, etc. was geen probleem. Want je liefde was op Jezus gericht.
- Het Woord stond centraal – alles met het Woord in de hand
Je kon niet genoeg krijgen van het Woord; hoe meer Bijbel, hoe beter. Je kon uren lezen.
- Je wilde Jezus beter leren kennen, was enthousiast over alles dat je vond. Kies om daarnaar terug te gaan.
Eerste liefde is een keuze, 100% toewijding is gebaseerd op liefde. Dus de vraag is, hoe staat het met jouw liefde? Jouw liefde voor God en liefde voor je naaste? 100% toewijding aan God is mogelijk, is het beste dat er voor je is. Kies om terug te gaan naar de eerste daden.
Als je nog niet gelooft, kies dan vandaag voor Jezus. Geloof in Jezus als Zoon van God, dat Hij kwam, stierf en opstond voor jouw zonde, omdat Hij van jou houdt. Keer je af van je zonde, kies om voor God te leven. Geloof en leef.
Christen, Wat houdt jou tegen 100% voor Jezus te gaan?
- Als je meer houdt van wat je ziet, Jezus is beter en kies voor Jezus
- Als je meer houdt van jezelf, Jezus is beter en kies voor Jezus
- Als je meer houdt van wat je lichaam wil, Jezus is beter en kies voor Jezus
Numeri 6:24-26 “De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede!”