“En het gebeurde, toen men gereed was met het brengen van het brandoffer, dat Jehu tegen de lijfwacht en tegen de officieren zei: Kom, sla hen dood en laat niemand naar buiten komen. De lijfwacht en de officieren sloegen hen met de scherpte van het zwaard en wierpen hun lichamen naar buiten. Daarna kwamen zij naar de stad, naar het huis van de Baäl, en zij haalden de gewijde stenen uit het huis van de Baäl en verbrandden die.” (2 Koningen 10:25-26) Dit is een heftig stuk tekst, waarin Jehu de profeten van de afgod Baäl laat doden. Deze profeten dienden zelf een afgod en ‘hielpen’ anderen om afgoden te dienen. God is heel radicaal tegen afgoden, Hij wil niet dat we die hebben.

Radicaal tegen afgoden

In de 10 geboden is God heel duidelijk, Hij wil dat we geen andere goden hebben dan Hem alleen. In Exodus 20:3 is dat het eerste gebod van de 10; we horen geen andere goden te hebben. Hij wil dat Israël radicaal tegen afgoden is en Hij wil dat ze afgoden verwijderen. Op het moment dat dat niet gebeurt, zal het volk verontreinigd worden in hun denken, doen en laten door die afgoden. De aanbidding van afgoden was onrein, immoreel en niet naar Gods wil. Hij wil dat Zijn volk leeft naar Zijn standaard en Zijn wil.

Tot op de dag van vandaag is dit de oproep, juist ook aan de kerk. 1 Johannes 5:21 leert ons dat je je ver moeten houden van afgoden. En als je er toch achter komt dat iets een afgod is, dan moeten we dat wegdoen (Kolossenzen 3:5). Als christen hoor je alleen God Zelf te dienen, niet iets of iemand anders er nog naast. Alleen God hoort jouw volledige toewijding te ontvangen. Daarom moet ook jij radicaal tegen afgoden zijn, je hoort duidelijke keuzes te (leren) maken vóór God en tegen alles dat niet van Hem is.

Kiezen

Door het Woord heen laat God zien dat Israël, en in het verlengde de kerk, niet achter afgoden aan moet gaan. Leviticus 19:4 geeft die oproep heel direct aan Israël, ze worden opgeroepen om niet naar afgoden te gaan en geen afgoden te maken. De Heere is hun God en dat moet voor hen genoeg zijn. In 1 Korinthe 10:14 wijst Paulus de kerk, jou en mij, op het feit dat er weggerend moet worden van afgoderij. Zo serieus is dit onderwerp, zo serieus moet de kerk dit nemen.

Je kan namelijk heel makkelijk en heel subtiel iets tot een afgod maken. Als je kiest om iets belangrijker te vinden dan God, dan is het een afgod. Als je kiest om meer tijd, geld en energie aan iets te besteden, dan dat je bereid bent om aan God te geven, dan is het een afgod geworden. Je moet je eigen hart onderzoeken, specifiek moet je God je hart laten onderzoeken. Hebreeën 4:12 leert dat Gods Woord de overleggingen en gedachten van het hart oordeelt; dat is wat je nodig hebt.

Heel subtiel kiest het hart voor afgoden, omdat die soms ‘fijner voelen’, er ‘aantrekkelijker uitzien’, etc. Het is juist dan keihard nodig om keuzes te maken vóór God en radicaal tegen afgoden. Juist dan heb je het nodig om naar broeders en zusters te rennen, samen te bidden en de Heere te zoeken. Je hebt het nodig om dit te belijden aan een broeder of zuster (Jakobus 5:16), zodat dit in het licht gebracht wordt.

Leg af

Kies vandaag voor God, vraag God om duidelijk te maken of er afgoden in je hart zijn. Misschien heb je geen letterlijk beeld in je huis staan, maar het kan wel zo zijn dat je in je hart iets/iemand boven God geplaatst hebt. Leg alles af dat niet van Hem is, wees radicaal tegen afgoden; kies juist voor God. Hij kan, zal en wil je hierin leiden, Hij wil je door dit proces heen dragen. Ga naar Hem toe en laat je leven opschonen door Hem.

Vul jezelf dagelijks met Zijn Woord, bid dat Hij je ogen zal openen. Dat heb je nodig om structureel en radicaal voor God te leven. Radicaal tegen afgoden, is radicaal vóór God; dat is hoe het leven van de christen er uit hoort te zien. I.p.v. leven voor jezelf, leef voor Hem, kies voor Hem.

Als je vragen hebt, schroom niet om ze te stellen.