Kinderen

Kinderen

Mattheüs 19:13-14 zegt: “13Toen werden kinderen bij Hem gebracht, opdat Hij de handen op hen zou leggen en zou bidden; maar de discipelen bestraften hen. 14 Maar Jezus zei: Laat de kinderen begaan en verhinder hen niet bij Mij te komen, want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen.

Dit is voor ons een essentiële herinnering om onze kinderen (dichter) bij Jezus te brengen. Daarom benadrukken wij dat Jezus Christus centraal staat in onze kinderbediening. Alles draait in onze kinderbediening om Jezus Christus.

Zoals de volwassenen ’s zondags onderwezen worden in het Woord van God, de Bijbel, worden onze kinderen in de basisschoolleeftijd ook onderwezen; alleen wél op hun niveau zodat zij Gods Woord niet alleen verstandelijk kunnen begrijpen, maar het ook in hun dagelijks leven leren toe te passen.

Waar onze allerkleinsten (0-2 jaar) niet in staat zijn om het Woord van God te kunnen begrijpen, brengen wij hen (dichter) bij Jezus door hen vanuit ons hart lief te hebben, door hen te koesteren, door met hen te spelen, door voor hen te zorgen, door voor-en met hen te bidden, door hen spelenderwijs de liefde en genade van Jezus bij te brengen, door hen d.m.v. knutselwerkjes en/of korte Bijbelverhalen Jezus te laten zien.

Dit klinkt allemaal heel positief, maar misschien vraag je je af waarom de kinderen niet gewoon met hun ouders in de eredienst mogen zitten, als de ouders hier zelf voor willen kiezen? Lees Nehemia 8:1-13.

Lees meer

De volgende verzen uit Nehemiah 8 zeggen:

3 Ezra, de priester, bracht de wet voor de gemeente, zowel mannen als vrouwen en al wie wat zijn verstand betrof in staat was ernaar te luisteren, op de eerste dag van de zevende maand. 4 Hij las daaruit voor, voor het plein dat voor de Waterpoort ligt, vanaf het morgenlicht tot de middag, ten overstaan van de mannen, de vrouwen en van hen die wat hun verstand betrof in staat waren ernaar te luisteren. De oren van heel het volk waren gericht op het wetboek. 7 ,En Ezra loofde de HEERE, de grote God, en heel het volk antwoordde, onder het opheffen van hun handen: Amen, amen! Zij knielden en bogen zich neer voor de HEERE met het gezicht ter aarde. 8 Jesua, Bani, Serebja, Jamin, Akkub, Sabbethai, Hodia, Maäseja, Kelita, Azaria, Jozabad, Hanan, Pelaja en de Levieten onderwezen het volk in de wet, en het volk stond op zijn plaats. 9 Zij lazen uit het boek voor, uit de wet van God, gaven uitleg en verklaarden de betekenis, zodat men de voorlezing begreep. 10 En Nehemia (hij was Zijne Excellentie, de stadhouder), Ezra, de priester en Schriftgeleerde, en de Levieten die het volk onderwezen, zeiden tegen heel het volk: Deze dag is heilig voor de HEERE uw God. Rouw dan niet en huil niet. Heel het volk huilde namelijk toen ze de woorden van de wet hoorden. 13 Toen ging al het volk weg om te eten en te drinken, om uit te delen en grote vreugde te bedrijven, want zij hadden de woorden begrepen die men hun bekend had gemaakt.

In dit Schriftgedeelte zien wij een grote bijeenkomst van Gods kinderen. Wat hierin vooral duidelijk is, is dat er onderwijs gegeven werd. En dit werd gegeven aan mannen, vrouwen en al wie wat zijn verstand betrof in staat was ernaar te luisteren (vs 3-4). Het woord “luisteren” betekent in de grondtekst “begrijpen”. Dit geeft aan dat allen die in de gemeentesamenkomst waren (à la eredienst), oud genoeg waren om het Woord van God te kunnen begrijpen.

Ook zien wij in vers 9 dat men uitleg gaf en de betekenis verklaarde zodat men de voorlezing begreep. Hierin zien wij dat het voor God belangrijk is dat Zijn gemeente de betekenis van Zijn Woord begrijpt.

In vers 10 zien wij duidelijk dat de mensen het Woord van God goed begrepen hebben omdat zij, als gevolg van het voorgelezene, diep in hun harten getroffen werden. En in vers 13 zien wij nogmaals dat alle aanwezige mensen het Woord van God goed hebben begrepen.

Omdat wij als gemeente zo’n grote nadruk leggen op het verklarend prediken, oftewel het begrijpend onderwijzen van Gods Woord (2 Tim. 2:15, 2 Tim. 3:16-17, 2 Tim. 4:1-4) vinden wij het belangrijk dat een ieder die onze diensten bijwoont in staat gesteld wordt om Gods Woord te kunnen begrijpen. Vandaar ook de nadruk op het uitleggen en het verklaren van Gods Woord op een niveau dat ook voor kinderen te begrijpen is (Neh. 8:9).

Om meer effectief te zijn in het (dichter) bij Jezus brengen van onze kinderen, vinden wij de hieronder staande redenen om onze kinderen niet in de eredienst toe te staan, belangrijk:

Kinderen leren anders dan volwassenen – kinderen leren op hun eigen niveau. Geschikte Bijbelverhalen worden behandeld op het ontwikkelingsniveau waarop de kinderen zich bevinden. Onze kinderen in de basisschool leeftijd beginnen in januari met een verhaal uit Genesis en eindigen het jaar met een verhaal uit Openbaring. Zo trachten wij onze kinderen de gehele raad van God bij te brengen (Hand. 20:27).

Wij willen dat onze kinderen graag naar de kerk toe gaan – Te veel kinderen zeggen dat zij liever niet naar de kerk toe gaan omdat zij zich ontzettend vervelen, omdat zij er niks van snappen. Wij willen juist dat onze kinderen niet alleen Jezus leren kennen, maar dat zij het ook nog eens hartstikke leuk vinden.

Wij willen dat ouders die (kleine) kinderen hebben onverhinderd God kunnen aanbidden in geest en in waarheid – Wij zijn er heilig van overtuigd dat de ouders meer verantwoordelijk zijn in de geestelijke opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen, dan de kerk. Derhalve is het essentieel dat de ouders onverhinderd opgebouwd en bemoedigd worden in Gods Woord. Dit is alleen mogelijk wanneer de ouders zich niet bezig hoeven te houden met het pacificeren en het vermaken van hun kinderen tijdens de eredienst.

Mensen worden van nature zeer gauw afgeleid – Wij willen dat allen in de eredienst zich kunnen focussen en concentreren op de eredienst. Een kind dat niet stil zit, huilt, praat, aan het kleuren is of met een tablet of smartphone bezig is, vormt hoe dan ook een afleiding voor degenen om hem/haar heen. Vooral in onze kleine, gehorige ruimte is de storingsfactor onvermijdelijk.

Tevens geeft het de voorganger de ruimte en de vrijheid om het te kunnen hebben over volwassen onderwerpen zonder dat hij zich geremd weet wegens kleine oortjes – Dit betekent natuurlijk niet dat de voorganger zou vloeken o.i.d., maar het geeft hem wel de vrijheid om volwassen zaken te verkondigen zonder dat het de kleintjes eventueel zou “schaden”.