De implicaties van koers houden; Koers houden (5/5) – Diverse Bijbelgedeeltes 

De implicaties van koers houden; Koers houden (5/5) – Diverse Bijbelgedeeltes 

De implicaties van koers houden; Koers houden (5/5)

Diverse Bijbelgedeeltes

Wij hebben nu vier zondagen besteed aan de preekserie genoemd: “koers houden, hoe doen wij dat?”.

Ik geloof dat wij in de afgelopen vier zondagen een goede basis hebben gekregen om, 1) te zien wat de koers is, en 2) hoe wij als Calvary Chapel deze koers kunnen houden.

Toon volledige notities

Deze twee fundamentele zaken zijn niet alleen voor jullie belangrijk om te weten en na te leven, maar ze zijn vooral voor mij en voor het leidersteam belangrijk omdat wij degenen zijn die als een bepalend factor richting en leidinggeven aan onze gemeente.

En door zelf God ernstig gezocht te hebben geloof ik naar eer en geweten dat God mij ertoe geleid heeft om, in overleg met het leidersteam, deze preekserie te geven.

Door gehoor te geven aan Gods leiding, is het menselijk gezien voor mij vrij makkelijk om te denken dat door het geven van de vier preken, alles m.b.t. het koers houden voor iedereen ineens duidelijk zou worden, waardoor iedereen hier juichend de zaal verlaat met nieuwe moed en nieuwe kracht en een vernieuwde toewijding aan het samen te willen vervullen van de Grote Opdracht.

Dit is mijn hartsverlangen en mijn verwachting; want tja, ik heb hiermee toch gedaan wat God van mij vroeg?

Dit geldt trouwens voor alles dat ik als voorganger doe. Ik zoek de Heere net zolang totdat ik weet wat ik doen moet en dan doe ik het.

Nu is het inderdaad zo dat een deel van de gemeente veel geleerd heeft van de preekserie, en dezen hebben inderdaad moed en kracht en motivatie eruit geput. Een deel van ons heeft zichzelf opnieuw of nog meer toegewijd aan het werk van de Heere, een deel van ons heeft een nieuwe mate van vastberadenheid om ervoor te gaan, gekregen.

Maar tegelijkertijd zijn er mensen die tijdens de preekserie afhaakten. Sinds we de preekserie waren gestart heb ik drie e-mailtjes ontvangen waarin staat dat mensen bij de Calvary Chapel weg gaan.

Menselijk gezien, wanneer iemand de Calvary Chapel verlaat vraag ik me meteen af of ik God wel goed hebt verstaan of wat heb ik fout gedaan of wat doe ik fout?

Want nogmaals, ik zou mogen denken dat als ik God gehoorzaam in het vervullen van Zijn roeping op mijn leven, in het recht snijden en in het prediken van het Woord dat het een positief resultaat zou moeten geven.

Ik zou mogen denken dat als ik God gehoorzaam in het vervullen van mijn taak als herder/leraar, zoals we het in de Bijbel omschreven zien, dat de mensen daar dankbaar voor zouden zijn en nogmaals dat men super enthousiast zou raken.

Ik zou echt niet verwachten dat tijdens of ná zo’n preekserie, of überhaupt dat mensen zouden afhaken en bij ons weg zouden gaan.

Dus, de vraag die in mij opkomt is: “Als ik de Heere ernstig zoek en ik Hem vervolgens naar eer en geweten gehoorzaam in wat Hij van mij vraagt, moet ik het vertrek van sommige mensen zien als het gevolg van iets dat ik fout heb gedaan, of moet ik het zien als iets dat God, ongeacht mijn persoon, toelaat?”

Nu, om deze vraag te kunnen beantwoorden word ik ertoe gedwongen om terug te gaan naar de Grote Opdracht:

Mattheüs 28:18-20 – 18… Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. 19Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. 20En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.”

Inherent aan de opdracht is dat wij uit moeten gaan van anderen.

Wij moeten anderen helpen Jezus Christus te vinden en hun te onderwijzen. Wij moeten anderen helpen om geestelijk volwassen te worden. Wij moeten anderen liefhebben zoals Jezus Christus ons liefheeft.

Johannes 13:34-35 – “34Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. 35Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.

Een ander liefhebben zoals Jezus ons liefheeft vereist een keus; de keuze om de ander lief te hebben.

Kortom, de Grote Opdracht vereist dat wij de ander belangrijker achten dan onszelf.

Vandaar dat Jezus Zijn discipelen en ons ervan verzekerd dat Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde, én dat Hij met ons is al de dagen, tot de voleinding van de wereld.

Want alleen wanneer ik er 100% op vertrouw dat Jezus almachtig is én dat Hij met mij is, ben ik in staat om niet langer egocentrisch te zijn, alleen dan ben ik in staat om niet alleen aan mezelf (en waar ik waarde aan hecht) te denken.

Wanneer ik met heel mijn hart, ziel, verstand en kracht op Jezus vertrouw dan stelt Hij mij in staat om mezelf weg te cijferen en anderen belangrijker te achten dan mezelf.

Alleen dan ben ik in staat om de Grote Opdracht te vervullen zoals we gezien hebben in Handelingen 2.

De Grote Opdracht is dus meer dan alleen een mooi idee, het is meer dan alleen een prachtig Schriftgedeelte dat men op een website heeft staan. Het is Gods opdracht aan Zijn wedergeboren dienstknechten, en deze opdracht vereist nou eenmaal een aantal essentiële eigenschappen.

Toen Jezus Zijn twaalf discipelen aan het klaarstomen was voor het moment dat zij de fakkel van Hem over zouden nemen om de Grote Opdracht te gaan vervullen, gaf Hij hun de sleutel voor het christen zijn. Christen betekent ‘als Christus’.

Markus 8:34-35 – “34En toen Hij de menigte met Zijn discipelen bij Zich geroepen had, zei Hij tegen hen: ‘Laat wie achter Mij wil komen zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. 35Want wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen omwille van Mij en om het Evangelie, die zal het behouden.’”

Markus 8:34-35 – “34Jezus riep alle mensen bij zich en ook zijn leerlingen. Hij zei: ‘Als je mijn volgeling wilt zijn, dan mag je niet meer aan jezelf denken. Nee, je moet juist bereid zijn om je leven op te geven en met mij mee te gaan. 35Als je je leven probeert te redden, zul je het juist voor altijd verliezen. Maar je kunt ook je leven verliezen omdat je mijn volgeling bent. Of omdat je het goede nieuws vertelt. Dan zul je je leven juist voor altijd redden.’” (bgt)

Verpakt in deze radicale uitspraak van Jezus zijn de essentiële eigenschappen voor het vervullen van de Grote Opdracht.

Met de woorden: ‘Laat wie achter Mij wil komen’ oftewel ‘Als je Mijn volgeling wilt zijn’ zegt Jezus als het ware: ‘Wil je het werk van het Evangelie dat Ik begonnen ben voortzetten? Zo ja, dan zijn een paar dingen daarvoor onmisbaar’:

Je moet jezelf verloochenen, of zoals het in de BGT staat: ‘je mag niet meer aan jezelf denken.’

De reden hiervoor is omdat je in het vervullen van de Grote Opdracht uit moet gaan van anderen. Je kunt jezelf niet meer belangrijk vinden. Je kunt niet meer aan jezelf denken want het gaat juist om anderen.

Sterker nog, het tweede is dit: Jezus zegt dat je je kruis moet opnemen, oftewel, je moet je leven opgeven omwille van Hem en het Evangelie; de Grote Opdracht.

Jezus, die alwetend is weet dat wanneer je helemaal voor Jezus Christus gaat, wanneer je koste wat kost de Grote Opdracht wil gaan vervullen, heel veel op je af zal komen.

Je zal tegen een hoop tegenstand stuiten, tegenwerking, ellende, misverstanden, onbegrip, ondankbaarheid, enz.

Mensen zullen je teleurstellen, mensen zullen je pijn doen, mensen zullen je krenken, mensen zullen je benadelen, mensen zullen je motieven in twijfel trekken, mensen zullen leugens over je vertellen en ga zo maar door.

En dit allemaal in de kerk.

Dus, wanneer je je ertoe aanzet om helemaal voor Jezus te gaan, om jezelf er helemaal voor in te zetten om de Grote Opdracht te vervullen zal je gegarandeerd te maken krijgen met al deze narigheid.

En wanneer je hiermee te maken krijgt dan is er absoluut geen ruimte om aan jezelf te denken, want als je dat wel doet, dan zal je ongetwijfeld afhaken.

Nu dit. Stel, ik ben een actief lid van een plaatselijke gemeente waarin het Woord van God verklarend gepredikt wordt. Het is een Bijbelgetrouwe kerk waarin Jezus Christus centraal staat, de liefde van God voelbaar is, en zowel de leiders alsook de leden oprecht zijn in het willen doen van Gods wil. Geen van deze dingen worden in volmaaktheid gedaan, maar de wil en de intentie is er wel.

In deze kerk gebeuren geen on-Bijbelse dingen, er wordt geen valse leer verkondigd, er ligt geen nadruk om geld te geven en binnen de mogelijkheden worden de mensen naar behoren gediend en verzorgt.

Wetende dat God wil dat ik de Grote Opdracht vervul en wetende welke eigenschappen daarvoor onmisbaar zijn, is het mij om de volgende redenen geoorloofd om, van de ene dag op de andere dag, mijn taak te laten vallen en om via de e-mail te laten weten dat ik de gemeente ga verlaten?

Is het mij om de volgende redenen geoorloofd om dit te doen?

  • Ik ben het niet eens met de beslissingen die de voorganger neemt.
  • Ik ben het niet eens met de richting waarop de voorganger de gemeente toe leidt.
  • Ik ben het niet eens met de plannen die de voorganger maakt.
  • Ik verkeer in diepe nood, maar er wordt geen aandacht aan mij besteed. Maar ja, om eerlijk te zijn heb ik mijn nood ook niet echt bekend gemaakt. . .
  • Er wordt te veel aandacht besteed aan sommigen en niet genoeg aan anderen.
  • Ik worstel met dingen die in de gemeente gaande zijn.
  • Er zijn dingen gebeurt en keuzes gemaakt waar ik niet achter kan staan. Ook de vorm die de gemeente krijgt kan ik niet achter staan.
  • Ik voel me niet meer thuis in de gemeente.

Lieve mensen, begrijp me alsjeblieft niet verkeerd. Als er in deze fictieve gemeente dingen gaande zijn die echt niet te rijmen zijn met het Woord van God, zelfs dan zou ik op z’n allerminst er alles aan doen om de leiding daarop te attenderen, om een dialoog aan te gaan, want soms gaat het om onwetendheid.

Maar als ik in deze fictieve gemeente met zaken te maken krijg die ik net genoemd heb en ik er geen enkele moeite voor doe om er met de leiding over te gaan praten, maar uiteindelijk een e-mail stuur waarin ik meld dat ik de gemeente reeds verlaten heb, dan zou ik mijn eigen hart toch grondig moeten gaan onderzoeken.

Dus, om terug te komen op de vraag: “Als ik de Heere ernstig zoek en ik Hem vervolgens naar eer en geweten gehoorzaam in wat Hij van mij vraagt, moet ik het vertrek van sommige mensen zien als het gevolg van iets dat ik fout heb gedaan, of moet ik het zien als iets dat God, ongeacht mijn persoon, toelaat?

Natuurlijk maak ik fouten, natuurlijk schiet ik in meerdere opzichten te kort, natuurlijk zal ik jullie op een of andere wijze vroeg of laat teleur gaan stellen, maar mijn fouten, mijn tekortkomingen horen niet bepalend te zijn of je nu wel of niet bij de Calvary Chapel blijft, want zo belangrijk ben ik niet!

Het gaat erom dat je jezelf ertoe aanzet om koste wat kost de Grote Opdracht samen met elkaar te willen vervullen, én dat je ertoe bereid bent om jezelf daartoe te willen verloochenen en je leven daarvoor op te willen geven.

Dus, ja het leidersteam zal fouten maken, ja ik zal fouten maken, maar ik geloof dat fouten die in Gods Koninkrijk gemaakt worden niet onoverkomelijk hoeven te zijn.

Tegelijkertijd geloof ik dat als iemand het in zijn/haar hoofd krijgt om hier weg te gaan, dan zal God hun niet tegenhouden, dan zal God het gewoon toelaten.

En zo zijn er in de 8 jaar en 8 maanden dat wij als kerk bestaan meerdere mensen bij ons weggegaan.

Als wij, het overblijfsel, koers willen houden dan moeten wij ons blijven richten op Jezus Christus, Zijn werk aan het kruis, Zijn opstanding uit de dood en Zijn wederkomst.

Filippenzen 3:1-16 – 1Verder, mijn broeders, verblijdt u in de Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven is mij niet onaangenaam en het geeft u zekerheid. 2Let op de honden, let op de slechte arbeiders, let op de versnijdenis. 3Want wij zijn de besnijdenis, wij die God in de Geest dienen en in Christus Jezus roemen en niet op het vlees vertrouwen. 4Hoewel ik reden heb om ook op het vlees te vertrouwen; als iemand anders denkt te kunnen vertrouwen op het vlees, ik nog meer: 5besneden op de achtste dag, uit het geslacht van Israël, van de stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, wat de wet betreft een Farizeeër, 6wat ijver betreft een vervolger van de gemeente, wat de rechtvaardigheid betreft die in de wet is, onberispelijk. 7Maar wat voor mij winst was, dat heb ik om Christus’ wil als schade beschouwd. 8Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere, om Wie ik dat alles als schade ervaren heb. En ik beschouw het als vuiligheid, opdat ik Christus mag winnen, 9en in Hem gevonden wordt, niet met mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof in Christus is, namelijk de rechtvaardigheid uit God door middel van het geloof; 10opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig wordt 11om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden. 12Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen. 13Broeders, ikzelf denk niet dat ik het gegrepen heb, 14maar één ding doe ik: vergetend wat achter is, mij uitstrekkend naar wat voor is, jaag ik naar het doel: de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus. 15Laten wij dan, die geestelijk volwassen zijn, deze gezindheid hebben; en als u iets andersgezind bent, ook dat zal God u openbaren. 16Maar tot zover wij gekomen zijn, laten wij naar dezelfde regel wandelen, laten wij eensgezind zijn.”

Als wij koers willen houden dan moeten wij vooruit blijven kijken zoals Jezus vooruit bleef kijken.

Hebreeën 12:1-2 – “1Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo’n menigte van getuigen omringd worden, afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, 2terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God.”

Met het oog op de redding van de mens en het uiteindelijk ongedaan maken van de vloek uit Genesis 3, bleef Jezus steeds vooruitkijken.

In Efeze 1:4 staat dat al voordat de wereld gemaakt werd, God ons uitkoos om bij Christus te horen.

Dit laat mij denken dat jouw en mijn redding een onderdeel waren van de vreugde die Jezus in het vooruitzicht had.

Paulus schrijft in Romeinen 5:8: “God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.”

Elke keer wanneer ik aan iets twijfel m.b.t. mijn geloof, mijn bediening, mijn roeping, de zin van mijn bestaan, of ik nu moet blijven volharden of dat ik het opgeef, word ik teruggeworpen op het onomstotelijk feit dat Jezus Christus voor mij aan het kruis is gestorven. Voor mij!

Jezus Christus heeft mij gered! Gered van mezelf, gered van de zonde en de geestelijke dood, gered van de eeuwige verdoemenis.

Jeremiah 17:9 zegt: “Het hart is het meest bedrieglijke ding dat bestaat. Het is door en door slecht. Niemand kan ooit precies weten hoe slecht het is!”

Ik weet wat voor persoon ik was voordat Jezus Christus met Zijn Geest in mijn leven kwam. Ik weet waartoe ik als vleselijk mens in staat ben. Ik weet dat ik net zoals Petrus, de Heere kan verloochenen. Ik weet dat ik van nature door en door slecht ben.

Vandaar dat ik des te meer dankbaar ben voor het kruis. Vandaar dat ik des te meer dankbaar ben voor het nieuw leven dat Jezus mij heeft gegeven.

2 Korinthe 5:17 – “Als u christen wordt, wordt u vanbinnen helemaal nieuw. U bent als het ware opnieuw door God geschapen. Er is een heel nieuw leven begonnen.” (het boek)

Doordat Jezus aan het kruis is gestorven en vervolgens uit de dood is opgestaan, heb ik leven en overvloed van God gekregen.

Dit maakt dat ik mijn leven aan Jezus Christus verschuldigd ben. Dit maakt dat ik koers wil blijven houden.