U zult niet doodslaan

U zult niet doodslaan

“U zult niet doodslaan.” (Deuteronomium 5:17) Het 2e gedeelte van de wet die Israël van God krijgt, gaat over de omgang tussen mensen. Israël moest opnieuw horen wat Gods wet was, zodat ze als volk heilig zouden zijn (Leviticus 11:44), apart gezet van alle andere volken. ‘U zult niet doodslaan’ was een van de wetten die God daarin aan Zijn volk gaf.

U zult niet doodslaan

In de tijd dat deze wet gegeven werd, was moord een stuk meer voorkomend dan nu. Zeker als je rijk en machtig was, was het heel makkelijk om mensen te vermoorden als het je uit kwam. God wil niet dat Israël dingen op dezelfde manier doet als de overige volken. Waar de Egyptenaren bijvoorbeeld een man lieten doden als iemand anders hun vrouw wilde hebben, moest Israël gehoorzamen aan ‘u zult niet doodslaan’. God wilde dat Israël anders was, dat ze respect zouden hebben voor het leven dat God gegeven had aan de mens.

Vandaag de dag is moord nog steeds niet toegestaan, ‘u zult niet doodslaan’ is voor de kerk nog steeds een actief gebod. De reden hiervoor is dat we onze naaste moeten liefhebben als onszelf (Mattheüs 22:39), en dat doe je niet door je naaste dood te maken. Jezus legt ons uit dat iedereen onze naaste is, waarmee doodslaan door Jezus uitgesloten wordt als manier van met elkaar omgaan.

Alleen moord, of is er meer?

Jezus, zoals altijd, legt de lat hoger dan menselijke religie doet. Waar het Joodse systeem de lat puur op doodslag legde, letterlijk nemend ‘u zult niet doodslaan’, zei Jezus het volgende: “U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. 22. Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank. En al wie tegen zijn broeder zegt: Raka! zal schuldig bevonden worden door de Raad; maar al wie zegt: Dwaas! die zal schuldig bevonden worden tot het helse vuur.” (Mattheüs 5:21-22) Jezus zegt hier dat verkeerd boos worden op iemand gelijk staat aan moord op die persoon.

Wat Jezus hier doet is het gebod ‘u zult niet doodslaan’ in een nieuw licht zetten. Hij laat zien dat God het hart ziet en dat daar het issue zit. Het is zeer zeker een issue als een mens een ander mens vermoordt, God vindt het net zo erg als we verkeerd boos worden op een ander. In ons hart kunnen we die persoon dan wel vermoorden, waardoor we ook gebod breken, ‘u zult niet doodslaan’. Dit is waar het issue van het hart naar voren komt, waarmee dit gebod heel relevant wordt voor vandaag de dag.

Boos

Als de lat op boos worden in je hart ligt, dan heeft ieder mens dit gebod overtreden. Ieder mens is wel eens onrechtvaardig boos geworden op een ander mens. Er is geen mens die nooit verkeerd behandeld is, geen onrecht is aangedaan, etc. wat een reactie in je hart veroorzaakt van boosheid. En dat is precies wat Jezus wilde laten zien, in ons hart gebeurt zoveel meer dan de dingen die we uiterlijk kunnen zien. In ons hart is er doodslag, in ons hart breken we (continu) het gebod ‘u zult niet doodslaan’.

En daarmee laten we zien dat we Jezus nodig hebben. Hij is de enige Mens Die ooit geleefd heeft, Die dit gebod perfect gehouden heeft. Toen Hij gemarteld werd (Johannes 19:1) brak Hij dit gebod niet; toen Hij aan het kruis genageld werd dacht Hij nog steeds niet boos over de mensen die dat deden. Jezus vervulde dit gebod, ‘u zult niet doodslaan’, tot in elk detail. Hij laat ons zien waar de lat ligt, zodat wij niks anders kunnen dan naar Jezus toe gaan en het uitroepen naar Hem.

Geen mens kan de wet houden (Galaten 3:11), we mogen in geloof naar Jezus toe gaan. We mogen geloven dat Hij de wet voor ons vervuld heeft, waardoor wij dat niet meer zelf hoeven te doen. Het gebod dat God aan Israël gaf staat nog steeds; we mogen niet doodslaan, niet moorden. Ons gedrag hoort gebaseerd te zijn op dezelfde liefde die Jezus Zijn hele leven liet zien, de liefde die er vandaag de dag nog steeds voor jou is. Probeer niet zelf de wet te houden, accepteer dat Jezus dat al voor jou gedaan heeft. Leg je leven in Zijn hand en laat Hem het willen en het werken in jou doen (Filippenzen 2). Verwacht dat Hij jou leidt in het vervullen van het gebod ‘u zult niet doodslaan’, zodat jij een getuige van Hem kan zijn, van Zijn werk in jou.

Mocht je vragen hebben, voel je vrij om contact op te nemen.