Waar buig jij je knieën voor?

Waar buig jij je knieën voor?

“Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus,” (Efeze 3:14) Paulus is aan het einde van Efeze 3 gekomen, het einde van 3 hoofdstukken vol van theologie. Deze 3 hoofdstukken heeft Paulus besteed aan het leggen van een basis. Deze basis is nodig om te weten wat daarna te doen. Theologie hoort te bepalen wat we doen. Dat is waar Paulus naartoe werkt. Voordat hij daar komt, barst hij uit in gebed. Een gebed met 4 doelen. De vraag die Paulus voor ons heeft, is waar buig jij je knieën voor?

Knieën buigen

In de Bijbel is het buigen van de knieën onder andere een teken van overgave. Paulus geeft zichzelf over aan “de Vader van onze Heere Jezus Christus”. Dat is voor Wie hij zijn knieën buigt, dat is aan Wie hij zijn leven onderwerpt. Aan wie onderwerp jij je leven? Aan wie geef jij jezelf over? Paulus maakt de bewuste keuze voor God, de beste keuze die je kan maken.

Naast overgave wordt hier ook aanbidding bedoeld. Het buigen van de knieën was een houding van aanbidding naar de Heere. Paulus kiest ervoor om met zijn leven “de Vader van onze Heere Jezus Christus” te aanbidden. Wie aanbid jij met jouw leven? Is jouw leven gericht op het aanbidden van de Heere? Of is jouw leven gericht op iets of iemand anders aanbidden?

Als laatste wordt er ook gebed bedoeld met het buigen van de knieën. Paulus gaat in gebed voor de gemeente, hij bid tot “de Vader van onze Heere Jezus Christus”. Dat is de Persoon van Wie Paulus alles verwacht, dat is de Persoon op Wie Paulus’ hoopt. Op wie hoop jij? Op Wie vertrouw jij?

Gebed

Paulus bid voor de kerk. Hij bid dat ze groeien in innerlijke kracht, een diepere relatie met God zullen hebben, Zijn liefde meer zullen begrijpen en kennen, en dat ze gevuld zullen zijn met de volheid van God. Op het moment van bidden zit Paulus gevangen in Rome. Toch is zijn gebed gericht op de kerk, niet op zijn eigen situatie. De vraag aan ons is waar wij voor bidden. Paulus koos ervoor om voor de kerk te bidden, de broeders en zusters van wie hij veel hield. Waar bid jij voor? Voor wie bid jij? Hou jij zoveel van Gods kerk dat je voor hen bid? Of ben je alleen bezig met je eigen omstandigheden?

Jakobus 4 leert ons dat we dingen aan God mogen vragen. Hij zegt daar dat we niet hebben, omdat we niet vragen (Jakobus 4:2). Dit betekent niet dat we een eigen verlanglijstje kunnen afdreunen en dat God als onze lakei dat lijstje gaat vervullen. Jakobus bedoelt dat we wanneer we bidden naar Zijn wil, we zullen krijgen waar we om vragen. Paulus had dat door. Hij bad voor de kerk dingen die naar Gods hart zijn.

Waar buig jij je knieën voor?

De uitdaging aan jou en mij is om onze knieën te buigen voor de Heere. Beantwoord voor jezelf waar jij je knieën voor buigt. Als dat iets of iemand anders is dan “de God en Vader van onze Heere Jezus Christus”, vraag Hem dan om vergeving, bekeer je en ren terug naar Hem. Buig je knieën voor Hem en ga in gebed voor de juiste dingen en mensen. Bid met Paulus mee voor dingen die eeuwigheidswaarde hebben, bid mee voor de gemeente van God.